Site-archief

Plotsklaps de ware liefde

Wim Hofman

.

Afgelopen zaterdag stond er in de boekenbijlage van de Volkskrant een uitgebreid artikel over Wim Hofman naar aanleiding van het gegeven dat hij op tachtigjarige leeftijd de winnaar is van de Zeeuwse Boekenprijs voor zijn verhalenbundel ‘We vertrekken voordat het licht is’ uit 2021 dat tegelijk verscheen met een bloemlezing uit zijn poëzie ‘Er is altijd wel iemand’. De Zeeuwse Boekenprijs wordt sinds 2003 jaarlijks uitgereikt aan het volgens een jury beste boek over een Zeeuws onderwerp of van een auteur met een Zeeuwse achtergrond en is een initiatief van de Zeeuwse Bibliotheek en het Zeeuws Tijdschrift.

Wim Hofman (1941) schrijft proza en poëzie voor volwassenen en kinderen en is illustrator en beeldend kunstenaar. De zee en de (Zeeuwse) natuur nemen een belangrijke plaats in, in zijn brede oeuvre. Wim Hofman debuteerde als dichter in 2003 met de bundel ‘Wat we hadden en wat niet’, in 2005 gevolgd door ‘Na de storm’. In 2009 verschijnt de bundel ‘Op zekere dag ziet u plotsklaps de ware liefde’. Deze bundel heeft de liefde als thema in de breedste zin des woords. Niet alleen de liefde voor een ander maar ook de liefde voor de zee, voor het leven en, zoals in onderstaand prozagedicht, voor een steen. En omdat dit gedicht een verwijzing heeft naar één van mijn favoriete dichters E.E. Cummings deel ik dat gedicht hier graag met jullie.

Hofman won talrijke prijzen voor zijn werk. In 1991 ontving hij de Theo Thijssenprijs, in 2001 de Zeeuwse Prijs voor Kunst en Wetenschap, maar ook de Gouden Penseel voor Aap en beer, in 1984 (naast verschillende andere gouden en zilveren griffels en penselen).

.

Lievelingssteen

it’s always ourselves we find in the sea
e.e. cummings

Toen was ik nog jong en bezonnen en de zon scheen overal op en hij liet mij alles zien. Kijk, zei hij, dit is dit, dat is dat. Op het dak blink ik, een haan bezorg ik een vuurrood spookoog. Langs de weg groeiden toen brandnetels, braambossen, dwaalkruid. In het dorre gras bij de kromme boom lag rot sponzig fruit met de geur van zure cider en het venijnige gezoem van zwartgeel gestreepte wespen. Stof wolkte op, dorre bladeren maakten een rondedansje. De wind deed toen, lang geleden god na en de wolken bootsten alles na en werden daarom door de boze wind gestraft. De regen, hard begonnen, zocht uiteindelijk zoetjes de goot. Het water maakte van die gevoelige en droevige geluidjes en de regenboog stond wel drieduizend meter hoog, boven de zee. Bij de slordige vloedlijn een stuk hout met letters, geheimtaal, een vloek.
Dat moest terug vanwaar het kwam. Alles moest terug, de golven in, de plank, de arme, vierarmige zeester, de vieze vis, de werkschoen vol zand.
Ze begonnen met duidelijke tegenzin aan een onduidelijke tocht. Mocht alleen met mij mee een zwarte steen, koud en nat en rond, hij vulde precies mijn hand.

.

Terugblikken en vooruit kijken

Maak van een mug een olifant!

.

Bij het terugkijken op 2021 wil ik graag stilstaan bij wat ruim anderhalf jaar geleden begon als een wild plan en een gevoelde behoefte. Een paar jaar geleden was ik in Engeland en daar kwam ik in een museum allerlei kleine, persoonlijke magazines tegen van dichters en kunstenaars. De meeste gekopieerd of getypt in zwart wit en een enkele in kleur of op gekleurd papier. Ze lagen daar om gelezen te worden of om mee te nemen. Die kleine tijdschriftjes op A6 formaat maakte wat bij mij los; zoiets wilde ik al lang ook maken.

Het eerste wat ik mij afvroeg was of de wereld daar eigenlijk wel op zat te wachten, kleine amateuristisch in elkaar gezette vlugschriftjes met de poëzie (in mijn geval) van een enkele dichter? Het tweede wat ik me afvroeg was hoe je zoiets dan zou kunnen maken? Ik liet het idee los en vervolgde mijn leven. Tot ik in contact kwam met MarieAnne van Poetry Affairs. Zij had een verleden en ervaring met het maken van een (digitaal) magazine. En zoals dat soms gaat, als je twee mensen bij elkaar brengt die een zelfde enthousiasme kennen, dan komt daar wat van. In ons geval MUGzine. Maar voor het zover was werd er nagedacht over vorm, inhoud en vormgeving. En door dat laatste kwam Bart van BRRT.Graphic.Design erbij.

Samen kwamen we tot een concept waar we in geloofden, een klein maar eigenwijs (daar over zo meer) poëziemagazine met daarin gedichten van beginnende dichters en van (al wat) bekendere dichters in combinatie met illustraties van illustratoren en kunstenaars. Dat was het basisidee. Maar er moest meer mogelijk zijn, er zou ruimte zijn voor het experiment, meerdere dichters in een nummer, lange gedichten of juist heel korte gedichten, thematische nummers, nummers n.a.v. (poëzie) manifestaties of evenementen, beeldgedichten etc.

Het eerste nummer vulden we met poëzie van ons zelf, als proef, hoe zou MUGzine eruit komen te zien, wat zou de look & feel worden, welke onderdelen werden vaste onderdelen? Zo kwamen we op Luule, het malle kleine zusje van MUGzine. Een instagram-account (@L.uule) waarop kleine, korte poëtische, grappige, serieuze of dichterlijke gedachten en gedichten geplaatst konden worden en in elk nummer van MUGzine, achterop een Luule (Luule is het woord voor poëzie in Estland). Voeg daarbij in elk nummer een voorwoord met een grafisch vormgegeven mug en je hebt een klein, inhoudelijk kwalitatief hoogstaand en mooi vormgegeven mini poëziemagazine dat elke twee maanden verschijnt, digitaal op mugzines.nl en op papier voor de echte liefhebber.

Elke editie wordt volop gedownload maar juist ook de papieren versie is gewild. Op verzoek sturen we er een toe en wil je, als donateur, elk nummer automatisch, toegestuurd krijgen dan is een minimale donatie van € 20,- genoeg voor elk jaar 5 nummers.

De afgelopen anderhalf jaar hebben we al vele mooie en goede dichters een plek kunnen geven in MUGzine. En nu we 10 nummers hebben gepubliceerd kunnen we spreken van een succes. Maar liefst 32 Nederlandse en Belgische dichters kregen een plek in MUG en in elk nummer verschenen kunstwerken of illustraties van nationale en internationale kunstenaars (woonachtig in Nederland, Verenigde Staten en Australië).

Maar we kijken natuurlijk ook vooruit! Komend jaar willen we wat meer gaan experimenteren, niet zozeer in inhoud (poëzie en kunst/illustraties) maar meer in vorm en vormgeving. Eigenzinniger. En we blijven op zoek naar onbekend talent, nieuwe dichters die we een kans willen geven om te publiceren. Onze strenge maar rechtvaardige redactiefilosoof zal opnieuw richting geven aan de uitgave van elk nummer, Bart onze grafisch vormgever zal met nieuwe uitdagende uitingen komen en we zullen 2022 opnieuw een mooi MUGjaar maken.

Tot slot willen we onze donateurs bedanken voor het in ons gestelde vertrouwen en hun donaties en zien we nieuwe donateurs natuurlijk graag tegemoet. Op naar nummer 11! (februari 2022). En omdat ik altijd een gedicht wil delen uit MUGzine nummer 9 het gedicht van de Vlaamse dichter Mark van Tongele ‘Levenstrekharmonie’.

.

Levenstrekharmonie

.

Druppels op bladeren. Een sijpelend bos

in de motregen. Donderpad en watergeest.

Baggerroet. Drakenbloedbomen. Braakballen.

Hongerende slokoppen. Gele plomp. Mos-

kussens. Sarong en kabaai. Een feeënstern

die haar ene eitje in tuitel evenwicht boven

op een takje legt. Gaasvlieg in slow motion.

Dwaallichtjes. Eksters als witte stippen over

zwarte akkers hoppend. Trekkende mieren.

Plonzende zaagbekken. Nachtpauwooglicht.

Winteradem op de bodem van de waterkant.

Droesem. Riet verstild in bizarre ijsvormen.

.

Het bloed bruist

Peter Goossens

.

De uit Dendermonde afkomstige dichter en kunstschilder Peter Goossens (1957) debuteerde in 2015 met de bundel ‘Madrigalen van strijd en liefde’. In 2017 volgde de bundel ‘Als’ en in 2020 de bundel ‘Laisser-allez’. Ik ken Peter van een optreden bij Ongehoord! en van zijn eerdere bundels Als en Banalitiet van de liefde. Nu heeft Peter opnieuw een dichtbundel gepubliceerd  met de titel ‘Het bloed bruist’.

Op het eerste gezicht is dit opnieuw een bundel waar zorg aan is besteed, mooie vormgeving, met een omslag aan de binnenzijde met een goede foto van Peter en mooi stevig papier. Er is geen opdruk op de rug, wat het terugvinden van de bundel bemoeilijkt in een boekenkast. Sla ik de bundel open dan valt me, helaas opnieuw, op dat alle gedichten gecentreerd in de bundel zijn opgenomen en dat de gedichten erg hoog op de pagina beginnen. Ik vind gecentreerde gedichten niet mooi en storend bij het lezen. Ik zie het vaker, vrijwel altijd bij in eigen beheer uitgegeven bundels maar ook uitgeverij Heimdall maakt zich er dus schuldig aan. Voor mij, en dit is mijn particuliere mening, ogen gecentreerde gedichten in een bundel niet professioneel.

Maar genoeg over de vorm, laten we naar de inhoud gaan. Tegenwoordig is het bij veel jonge (en dan vooral vrouwelijke) dichters populair om in hun poëzie een verhaaltje te vertellen. Zo’n verhaaltje hoeft geen urgentie te hebben, het kan overal over gaan (wat meestal het geval is) en dan wordt er taal- en spelenderwijs een draai aan gegeven. Bij Peter is dit geenzins het geval. De poëzie van Peter is rauw, cynisch soms en direct. Uit de gedichten spreekt een zekere teleurstelling en kritiek op de wereld om hem heen.

In zijn poëzie worden ook verhalen verteld maar op een meer prozaïsche manier, het poëtische van de taal is ondergeschikt in zijn poëzie. De lezer wordt ook regelmatig direct aangesproken; (tussen) zinnen als ‘Wat zal het’, ‘Je weet wel’, ‘U weet wel’ en ‘Maar laten we het even anders uitdrukken’ geven aan dat hier gesproken wordt met de lezer. Er is in de hele bundel een bepaalde urgentie om de lezer deelgenoot te maken, aan te spreken, te waarschuwen ook. Alsof je naast hem zit en hij tijdens een voordracht naar jouw kant opkijkt en het tegen je zegt.

De lange gedichten gaan over het leven, de dood, de maatschappij, de politiek, nachtelijke seksuele escapades en zijn soms heel expliciet (zoals in het gedicht ‘Ssssssst …’) zonder echt banaal te worden. Zoals de uitgever schrijft: “De bundel is een meer filosofische benadering over maatschappij en mens, over eenzaamheid en hoe in lelijkheid ook schoonheid zit. Er worden geen onderwerpen uit de weg gegaan.”.

Sommige keuzes begrijp ik niet helemaal, zoals het gebruik van Duitse zinnen in het gedicht ‘Der Tod ist ein Monolog’ maar de gedichten zitten vol gedachten en meningen en zijn daardoor, ondanks dat er poëtisch taal-technisch wat weinig te genieten valt, zeker de moeite waard van het lezen. Maar uitgesproken komen deze gedichten nog meer tot zijn recht. Een aantal gedichten heb ik tijdens een voordracht van Peter mogen beluisteren bij ‘De Groene Fee’ in Breda afgelopen jaar, en dan komt de poëzie van Peter pas echt tot zijn recht.

Voor mij is het op één na laatste gedicht in de bundel ‘Handen’ het meest veelzeggend over Peter de inhoud van de bundel, daarom hier dit gedicht maar dan niet gecentreerd.

.

Handen

.

Ooit waren mijn handen nog jong

onbezoedeld.

Ze streelden over lichamen

en maagdelijk witte bladen.

Ze streelden de wind

verdreven de bitterste schimmen.

Ze streelden zichzelf.

.

Het waren net keurige bloemblaadjes

verkenden de bedding

lieten ogen tranen.

Ze boden herinneringen

vervaagden stoffige spinnenwebben.

.

Op een dag werden we wakker

en leken het vreemdelingen.

Ze zagen er bezoedeld uit

rimpelig, ruw, aangeslagen, gekloofd.

.

Het zijn portretten

en ze redden zich.

Beter nog

het zijn gezegende handen.

.

Beste wensen

Op naar 2022

.

Vandaag, 31 december 2021, daags voor weer een nieuw jaar, wil ik al mijn lezers een heel mooi, gezond, poëtisch en gelukkig nieuwjaar wensen. En omdat jullie gewend zijn dat ik dagelijks een gedicht deel, wil ik vandaag een toepasselijk gedicht van Ivo de Wijs (1945) hier plaatsen. Het gedicht ‘Drie dingen’ komt uit 2010 maar is nog altijd heel actueel en de adviezen die hij geeft kan ik alleen maar onderschrijven. Gelukkig nieuwjaar!

.

Drie dingen

.

In het leven zijn drie dingen
Die de engste bibberingen
Door je donder laten suizen:
Scheiden, sterven en verhuizen
Wie de moed niet wil verliezen
Houdt zich dus aan mijn adviezen:
Niet verhuizen en niet scheiden
En vooral niet overlijden!

.

AMAI Award 2022

De AMAI verkiezing 2022

De AMAI is de award voor het beste Nederlandstalige gedicht, het beste Nederlandstalige spoken word, de beste Nederlandstalige quote en het beste account van een dichter/quoter op Instagram van het afgelopen jaar. AMAI staat voor ‘Alle Monden Award Instagram’ en is een initiatief van ‘Alle Monden’ een inspiratiecollectief dat in 2021 een stichting is geworden. De verkiezing is in het leven geroepen om de vele online dichters en ‘quoters’ op Instagram onder de aandacht te brengen van een groter publiek.
Wat mij vooral interesseert zijn de Instagramdichters. Zoals de lezers van MUGzine waarschijnlijk wel weten is het kleine zusje van MUGzine de Luule (@L.uule op Instagram) al meer dan een jaar bezig om het korte gedicht te promoten op dit social media kanaal. En er zijn vele Instagram accounts van Instagramdichters die mee kunnen dingen naar deze Award. In 2021 is de AMAI Award ook uitgereikt en de winnaar van de Juryprijs voor de beste Instagramdichter ging toen naar Meliza de Vries (@melizadevries) en de publieksprijs ging naar Kay van der Vleuten (@dagliefboek).
Ook dit jaar kun je weer meedoen. Je kunt je inzending tot 15 januari sturen naar dit adres. De vakjury gedicht en quotes bestaat dit jaar uit Lieke Marsman (dichter des vaderlands) , Meliza de Vries, Merel Morre, Tanja Helderman, Francis Broekhuijsen en Yke Schotanus. De Spoken word jury bestaat uit Onias Landveld, Monique Hendriks en Kelly Verdonk.
De prijsuitreiking van de AMAI Awards is op 26 maart (ijs en weder dienende) in Theater De Fransche School in Culemborg. Kaarten zijn nu verkrijgbaar. Op deze avond zullen Ingmar Heytze en Monique Hendriks optreden.
.

Leesletters

Remko Ekkers

.

Ik schrijf hier vrijwel altijd over poëzie voor volwassenen en adolescenten, maar er wordt ook regelmatig poëzie voor kinderen geschreven die zeer de moeite waard is. Zo heeft in de bundel ‘Leesletters’ Elseline Knuttel vijftig gedichten opgenomen over letters, lezen, boeken, voorlezen, leren lezen, bibliotheek, boeken zonder en lezen in bed. Een bloemlezing voor jong en oud. De bundel is geïllustreerd door Ceseli Josephus Jitta en bevat gedichten van bekende dichters als Herman de Coninck, Joke van Leeuwen, Hans Kuyper en Ted van Lieshout maar ook van minder bekende dichters als Leendert Witvliet en Gerard Berends.

In de bundel, uitgegeven door uitgeverij De Inktvis in 2011, staat ook het gedicht ‘Eerste woord’ van de dit jaar overleden dichter Remko Ekkers (1941 – 2021) dat ik hier graag met jullie deel.

.

Eerste woord

.

Mijn eerste woord was r aa m.

Het hing in de eerste klas

vlak onder het raam.

Later zag ik ook d eu r.

.

Je kon naar buiten

dan waren de woorden weg

maar hun beeld zweefde

nog in mijn hoofd.

.

Ik leerde dat de letters

van het woord vrij

konden fladderen

maar deze bleven samen.

.

Tot ik een naam

gaf aan bijna alle

dingen in de klas.

het raam ging open staan.

.

Het poëtische genie

Jacques Hamelink

.

Afgelopen woensdag, 17 november overleed schrijver, dichter en literair criticus Jacques Hamelink (1939 – 2021). Hamelink die bekendheid verwierf met zijn verhalenbundels, koos ervoor eind jaren ’70, begin jaren ’80 zijn pessimistisch proza los te laten en meer te gaan voor het schrijven van poëzie vol historische en literaire referenties, hierbij de klankwaarde van zijn verzen niet verwaarlozend. Hamelinks poëzie werd meer en meer abstract, kaal van alle persoonlijke betrokkenheid, maar nog steeds met behoud van dezelfde thema’s. Zijn werk werd al snel hermetisch gebrandmerkt. Zijn werk werd ook steeds mystieker. Zijn groeiende geloof, geleend van dichters als Paul Celan en Hölderlin, was dat poëzie zou moeten proberen het onmogelijke te spreken, en dat het falen om dit te doen haar grootsheid vormt.

Sinds het verschijnen van de bundel ‘Sacrale komedie’ (1987) is zijn werk zeer zinspelend geworden. Persoonlijke en ‘algemene’ geschiedenis versmelten in steeds strakker opgebouwde gedichten. De taal van deze gedichten verhoogt hun moeilijkheidsgraad: de auteur graaft op bestaande woorden, creëert neologismen en introduceert tegelijkertijd archaïsche woorden. Toch had Hamelink de laatste jaren een vaste groep bewonderraars van zijn werk. In 2002 (‘Zilverzonnige en onneembare Maan’) en 2008 (‘De Dame van de Tapisserie’) werden bundels van Hamelink genomineerd voor de VSB poëzieprijs.

Hamelink werd tijdens zijn leven bekroond met de Constantijn Huygensprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs en de Herman Gorterprijs.

In 1986 verscheen de bundel ‘Eerste gedichten’ en uit deze bundel komt het gedicht ‘The poetical genius’. In het gedicht komt naar de gedachte naar voren dat ‘de dichter’ weinig erkenning krijgt.

.

The poetical genius

.

Waar is de tijd, vriend van Yeats,

dat dichterskrijgshaftige, Helmers, Tollens,

of godsdienstige, Beets, Ten Hate, buiksnorren

droegen en slechts als zeehond Holst

vermomd per trein reisden, alsmaar

met doffe gedichten dreigend.

.

Verlept zijn de titels der dames

die René Rilke per hutkoffer

met zich meesleepten in het zog

van hun onirische schommelstoel, de held

slablaadjes voerend evenals

zijn rivaal de schildpad.

.

Hedentendage zit de ene poëet in de lotus.

De andere leert, in een jute zak genaaid

of bekleed met een oude pokdalige ster,

zich een nieuw patiencespel: proeven,

bij kleine beetjes, van eigen mond.

.

Kleinwild

Anne Broeksma

.

Ik ben al lang een gebruiker van Goodreads.com, een heerlijke site voor lezers. En ook lezers van Nederlandse boeken ondanks dat de site Engels is. Op deze site was ik wat aan het rond kijken en toen kwam ik de bundel ‘Vesper’ tegen van Anne Broeksma (1987) uit begin van 2021. Anne Broeksma treedt regelmatig op met haar poëzie op festivals als Mooie Woorden en Lowlands. Ze schreef gedichten voor Radio 1 en publiceerde in onder meer de tijdschriften Het Liegend Konijn, Kluger Hans en Tirade. Daarnaast presenteert ze literaire programma’s in Utrecht.

Hoewel ik weet dat smaken verschillen viel me op dat degene die de bundel ‘Vesper’ sterren hadden gegeven (van 1 niet zo best tot 5 fantastisch) nogal verschillend over deze bundel oordeelden. Het ging van 2 tot 5 sterren. Degene die bij Bol.com een review achterliet stelt voor om Anne Broeksma de volgende Dichter des vaderlands te maken maar op Meander schrijft Peter Vermaat in een recensie van deze bundel dat ‘taal ertoe doet, en dat het vaker mag, veel vaker’ https://meandermagazine.nl/2021/02/anne-broeksma-vesper/ In de recensie merkt hij ook op  “De dichter lijkt zich voornamelijk te richten op het schilderen van bepaalde beelden (die soms absoluut pregnant blijken), maar veel minder op de fonologische en de semantische suggestiviteit van de taal.” en “Weliswaar zal die laatste categorie (lezen wat er staat) het beter doen bij een publiek dat vooral toehoort en niet (mee)leest, maar een poëziebundel is nu eenmaal geen tekstboekje bij een voordrachtsprogramma.”.

Dit staat dan weer op gespannen voet met wat Jan de Jong in zijn recensie schrijft op de website Tzum https://www.tzum.info/2021/02/recensie-anne-broeksma-vesper/ waarin hij juist het tegenovergestelde stelt: “De zoektocht in Vesper is een lyrische, geen fysieke.”.

Een bundel kortom die nogal tot wisselende reacties leidt. Om je een indruk te geven en zelf een mening te vormen hier het gedicht ‘Kleinwild’ uit deze bundel.

.

Kleinwild

.

het was tijdens de vrije vogeldagen
toen we op veldexcursie een duinpieper zagen
met Nico de Haan
iedereen die nooit van een duinpieper had gehoord
mocht niet met ons praten

.

gehurkt zaten we, op de grens van parklandschap en wilde natuur
we lieten onze verrekijkers zelden zakken

.

later die ochtend pluisden we uilenballen uit
plakten het skelet van een muis op een papiertje

.

er was een theaterstuk van een volwassen man in vogelpak
hij praatte met snerpend, Hollands accent
riep: ik ben de supervogel! ik ben de supervogel!

.

wij voelden ons als vogelaars niet serieus genomen
we gingen

.

Waarde

Michael Tedja

.

De Rotterdamse Michael Tedja (1971) is schrijver, dichter, beeldend kunstenaar en curator. In 2003 debuteert hij als schrijver met zijn eerste roman. Twee jaar publiceert Tedja zijn eerste dichtbundel bij de onafhankelijke uitgeverij – gespecialiseerd in ‘historical avant-garde and counterculture’ – Sea Urchin, met als titel ‘De aquaholist’. Deze gedichten en prozagedichten zijn ontstaan in de periode 1991-2004.

Hierna worden nog verschillende dichtbundels van hem uitgegeven waaronder de serie ‘Het 1 euro gedicht’ in 2011. Naast zijn poëzie in dichtbundels publiceerde hij regelmatig gedichten, essays, proza en tekeningen in De Gids, Absint, Samplekanon, nY, Revisor, Hollands Maandblad, De Volkskrant, Metropolis M en Caraïbisch Uitzicht. Ook cureert hij een beeld en taalrubriek voor de Poëziekrant.

In 2021 neemt Tedja plaats in de jury van de P.C. Hooftprijs voor poëzie. Ook werd hem dit jaar de Sybren Poletprijs  toegekend. De prijs is bedoeld voor het oeuvre van een Nederlandstalige auteur die schrijft en werkt in de geest van Sybren Polet (1924-2015).

In het werk van Tedja komen thema’s als identiteit, hosselen (titel van zijn tweede ‘roman’ met fictie, essays, poëzie en pamfletten), exclusiviteit, on-line aanwezigheid, het postkoloniale bewustzijn en communicatie voor. Michael Tedja is een dichter die zijn nek durft uit te steken (zoals Hans Puper het omschreef in een column op Meander) en heeft daarmee een heel eigen en origineel geluid. Uit zijn bundel ‘Regen’ uit 2016 het gedicht ‘Waarde’.

.

Waarde

.

Het bewijs, het tegendeel
dat tot leven kwam reisde.
Ik was er een mee, een geheel
dat ik zelf neerzetten kon.

.

Toen zag ik de groep staan.
Die was wat het was: zij
die terug wilden naar hoe het was.
Ik dacht dat die op zich stond.

.

Het beste dat er was voordat het
een en al kern werd. Ooit, ja.
Ik was er solitair mee, totdat
de regen tegen het raam kletterde.

.

Op de achtergrond
waren kinderen bewegingen
aan het tellen. Basketballers
sprongen naar een hoop.

.

Het water was vloeibaar.
Door de kou werd het ijs.
Door de zon weer vloeibaar.

.

Doorwaaiwoning

Olga Orman

.

De Arubaanse schrijver, vertelster en dichter Olga Orman (1943 – 2021) werd geboren in Noord op Aruba. Op 14 jarige leeftijd verhuisde ze naar Nederland. Ze behaalde haar lerarendiploma en werkte vijf jaar als leerkracht basisonderwijs op Curaçao. Orman keerde terug naar Nederland, en begon les te geven in de Amsterdamse Bijlmermeer , een multiculturele hoogbouwwijk uit de jaren zeventig. In 1994 debuteerde ze als kinderboekenschrijfster en ze werd bekend door twee boeken over de spin Anansi. Zij schreef zowel in het Nederlands als in het Papiaments. Orman introduceerde kamishibai , een Japanse vorm van verhalen vertellen, in Nederland en de ABC-eilanden (Aruba, Bonaire en Curaçao).

In 2015 verscheen van haar hand de bundel ‘Cas di biento / Doorwaaiwoning’. De gedichten die in deze tweetalige bloemlezing zijn verzameld zijn voornamelijk geschreven in Nederland en voor een deel in Aruba en Curaçao. Zij stralen een grote betrokkenheid en verbondenheid uit met het wel en wee van haar geboorteland Aruba. 

In een vertaling van Fred de Haas hier het gedicht ‘Doorwaaiwoning’ uit de gelijknamige bundel.

.

Doorwaaiwoning

.

Ik zoek een huisje

met twee deuren,

eentje achter, eentje vóór,

ze laten me binnen,

ze laten me door.

Ik laat niets achter

dan mijn schim,

herinnering, wat geuren:

.

een doorwaaiwoning met twee deuren.

.