Site-archief
Emily Dickinson
In vertaling
.
In 1991 verscheen de bundel ‘Emily Dickinson Gedichten’ in vertaling van Louise van Santen bij de Prom. Dickinson ( 1830 – 1886) is één van de meest intrigerende dichters in de westerse literatuur. Ze schreef 1775 gedichten tijdens haar leven. Na haar dertigste trok ze zich als dichter terug en slechts bij hoge uitzondering ontving zij gasten. Ondanks dat was dit een zeer creatieve tijd.
Ze wordt tot de grootste Amerikaanse dichters gerekend. Samen met Walt Whitman luidde zij een nieuw tijdperk in de Amerikaanse literatuur in, het zogenaamde Modernisme.
Louise van Santen heeft meer dan tien jaar het leven van Dickinson bestudeerd. Vanuit de kennis die ze in die tijd heeft opgedaan heeft ze een bundel vertalingen gemaakt uitgaande van de opdracht van Emily Dickinson:
Dit is mijn schrijven aan de wereld
die nimmer schreef aan mij –
een tijding door natuur verteld
met tedere majesteit
Louise van Santen heeft zelf meerdere dichtbundels geschreven maar ook een roman en kinderboeken. Uit de vele gedichten uit deze bundel, waarvan vele bestaan uit twee strofen van vier regels, heb ik gekozen voor het volgende titelloze gedicht.
.
The Mountain sat upon the Plain
In this tremendous Chair –
His observation omnifold,
His inquest, everywhere –
.
The Seasons played around his knees
Like Children round a sire –
Grandfather of the Days is He
Of Dawn, the Ancestor –
.
.
De Berg op zijn enorme Stoel
zat breeduit in het Dal –
Zijn blik is alomvattend wijd,
Zijn vonnis, overal –
.
Seizoenen speelden rond zijn knie
als Kinderen rond gezag –
Voorvader van de Morgenstond
Grootvader van de Dag –
.
Over en over
Ellen Warmond
.
Tussen het klussen door even een kwartiertje een bezoek gebracht aan een kringloopwinkel en daar weer een paar mooie poëziebundels gekocht. Zoals ‘Persoonsbewijs voor inwoner’ van Ellen Warmond uit 1991. Op de achterflap staat geschreven dat dit haar derde bloemlezing is van haar gedichten.
Ellen Warmond (1930 – 2011) werd geboren in Rotterdam. Ze debuteerde in 1953 met de bundel ‘Proeftuin’. Ze schreef 18 gedichtenbundels en romans en novellen. Voor haar werk kreeg ze de Reina Prinsen Geerligsprijs (samen met Remco Campert) in 1953, de Jan Campertprijs in 1961 en in 1987 de Anna Bijnsprijs.
Uit de bloemlezing en oorspronkelijk verschenen in ‘Gesloten spiegels’ uit 1979 het gedicht ‘Over en over’.
.
Over en over
.
Taal toespitsen
tot huidloze speling
net nog tastbaar
.
tederheid meegedeeld
middels één ooghaar
.
dit is mijn bedoeling
bijna bewijsbaar.
.
Tegen opname
Remco Campert
.
Het is juni, dus op zondag een gedicht van Remco Campert. In de vuistdikke bloemlezing ‘Nederlandse poëzië van de 19e t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’ is een gedicht opgenomen van Remco Campert met de veelzeggende titel ‘Tegen opname in de zoveelste bloemlezing’.
Ik denk dat de titel al genoeg reden was voor Gerrit Komrij om dit gedicht in deze bloemlezing op te nemen. Het gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Dichter’ uit 1995.
.
Tegen opname in de zoveelste bloemlezing
.
Poëzie is een daad
van ontkenning. Ik ontken
dat ik leef, dat ik niet alleen leef.
.
Poëzie is een verleden, denken
aan vorige week, aan hetzelfde land,
aan jou als we gescheiden zijn.
.
Poëzie breekt mijn adem, verlamt
mijn voeten, zeer afdoende,
op de aarde die dat koud laat.
.
Voltaire had pokken, maar
genas zichzelf door o.a. te drinken
120 liter limonade: dat is een feit.
.
Of neem de branding. Stukgeslagen
op de rotsen is zij niet werkelijk verslagen,
maar herneemt zich en is daarin branding.
.
Elk woord dat wordt geschreven
is een bijdraag tot de ouderdom.
Ten slotte wint de dood, en hoe:
.
de dood dat is het lachen in de zaal
nadat het laatste woord geklonken heeft.
De dood is hilariteit.
.
Voorbij de laatste stad
Gerrit Achterberg
.
In 1955 verscheen in de Ooievaar reeks deel 11 getiteld ‘Voorbij de laatste stad’, een bloemlezing uit het gehele oeuvre van Gerrit Achterberg, samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko.
De Ooievaars reeks werd geafficheerd als “een serie spot-goedkope boeken op goed papier en met frisse omslagen” en kostte destijds 1 gulden en 45 cent. Dat ze op goed papier gedrukt werden blijkt wel uit het feit dat ik een vrijwel gaaf exemplaar heb kunnen kopen dat de tand des tijds zeer goed heeft weerstaan.
Na een zeer uitgebreide inleiding van Rodenko over onder andere het woordgebruik van Achterberg volgen 133 gedichten uit bronnen en bundels vanaf 1931 tot 1955.
Uit deze bloemlezing heb ik gekozen voor het gedicht ‘Concave’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Energie’ uit 1946.
.
Concave
.
Liggend twee heilige heelallen in elkander,
hoor ik mijn hemel in uw hemel schallen,
voel ik mijn ronding in uw ronding ballen,
schuif ik bedachtzaam bolsegment
na bolsegment langs uwe klingen,
zonder in u te dringen;
wij hebben eender middelpunt
.
Even zuiver als de ongeschreven brief
Rogi Wieg
.
Voor mijn verjaardag kreeg ik de verzamelbundel ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ van Rogi Wieg (1962 – 2015). Bijna 400 pagina’s poëzie, samen gesteld door Peter de Rijk, van een bijzonder dichter die ook leed aan zeer ernstige depressies. In 2015 koos hij (na drie maal eerder een zelfmoordpoging te hebben gedaan) voor euthanasie wegens ondraaglijk psychisch en lichamelijk lijden.
Rogi Wieg publiceerde veel poëziebundels en ontving verschillende literaire prijzen en was naast dichter ook schrijver, beeldend kunstenaar en muzikant.
Uit de bundel heb ik gekozen voor het gedicht ‘In het verlengde van een vleugel’.
.
In het verlengde van een vleugel
.
Dit is de zee, zeg ik je,
de zee van de vertwijfeling,
de gelaagdheid en die van
verfijndheid, de zee als
zee voor jou. In het verlengde
van een vleugel
.
zal ik de zee zo ontdoen
van die werkelijke zee,
of heb je liever dat
het klinkt zoals water,
dat oproept en uitbeeldt
dat groot is, en misschien als de zee,
zo zonder golven ook,
wie ben je liefst, mij of een ander.
.
Lees eens een gedicht
Bundel uit 1974
.
Ook in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd er al aan promotie van de poëzie gedaan. Bij Querido verscheen in 1974 de bundel “lees eens een gedicht’, samengesteld door T. van Deel, met daarin 170 gedichten van alle, in die tijd, bekende Nederlandse dichters.
Kees Fens schreef destijds over deze bundel: “van Deel heeft uiteraard op kwaliteit gekozen, maar heeft met die keuze niet volstaan. Hij heeft de gedichten gegroepeerd rond gemakkelijk herkenbare thema’s..”
“Deze bloemlezing heeft dus een echte opbouw. Poëzie wordt alledaagser dan u denkt. Dat een bloemlezer dat kan bereiken, is een prestatie”.
De bloemlezing wil het plezier in het lezen van poëzie activeren. Of dat gelukt is weet ik niet (geen idee ook hoe ze dat willen gaan controleren) maar het heeft in ieder geval een mooie bundel opgeleverd met een dwarsdoorsnede van de Nederlandse dichters uit die tijd. Bekende namen maar ook minder bekende namen staan in deze bundel door elkaar.
Ik heb gekozen voor een gedicht van een wat minder bekende dichter namelijk van de dichter Alain Teister. Teister (1932 – 1979) was behalve dichter, schrijver en schilder. Hij was ook een van de drijvende krachten achter de oprichting van theater De Engelenbak.
.
Versvoeten
.
Elk dichtertje zingt
zoals het genekt is
door rotjeugd, rotwijf, rotinkt.
En hij is de eminentste
die tussen de brekebenen
zijn voeten het minst kapothinkt
en dat het bedroefdst formuleert.
Elk dichtertje zingt
vrij ongedeerd.
.
Geld stinkt niet
250 jaar pecuniaire poëzie
.
In 1987 gaf van Lanschot bankiers (n.a.v. hun 250 jarig jubileum) het boekje ‘Het geld dat spant de kroon, 250 jaar pecuniaire poëzie’ uit, een bloemlezing over geld in de poëzie bijeengebracht door Gerrit Komrij. In deze bijzonder mooi uitgegeven bundel gedichten vanaf 1737 tot 1987. Hieronder twee voorbeelden, een oudje en een recent gedicht.
.
Van G. Outhuys uit 1824
.
De wisselvalligheid der fortuin
.
Een, die op ’t woest ontwerp van zelfmoord was gekomen,
Ziet een verborgen schat, en laat, verrukt, de strop;
Doch, die ’t begraven geld ziet van zijn plaats genomen,
Vindt, voor zijn goud, het touw, en hangt zich ijlings op.
.
Van Rob Schouten uit 1978
.
Vroeger
.
Lang geleden, maar wel na de oorlog
-Want die ken ik slechts van horen zeuren-
.
Die tijd die heette toen het heden nog,
Kon het navolgende octaaf gebeuren:
.
‘De huizen klappertanden met hun deuren,
in elke hoek zat een ontstellende Moloch
Jongens van mijn leeftijd te verscheuren
En aan mijn bed waakte een krom gedrocht.
.
Sliep ik bij toeval in, dan kwamen de Harpijen
Om elk tot bloedens toe met mij te vrijen
En ’s ochtends knaagde een enorme beverrat
,
Aan alles wat ik op mijn lever had,’
Omdat ik met het geld voor de collecte
Mijn potje voor dichtbundels spekte.
.
Martijn Teerlinck
Ademgebed
.
Martijn William Zimri Teerlinck (1987 – 2013) was een in België geboren Nederlands muzikant en dichter. Op 26 jarige leeftijd overleed hij aan het syndroom van Marfan dat bij ongeveer 1 op de 10.000 voorkomt. Andere bekende namen die aan het syndroom zijn overleden zijn Joey Ramone, Niccolò Paganini en Sergej Rachmaninov.
Van Martijn Teerlinck is in 2014 postuum zijn debuutbundel ‘Ademgebed’ verschenen. Tijdens zijn leven wilde geen uitgeverij de handen branden aan deze post-romantische lyriek maar een jaar na zijn overlijden verscheen dan toch bij Lebowski publishers zijn debuut.
Martijn Teerlinck won in 2010 het NK Poetry Slam. Bijdragen van hem verschenen in de bloemlezing ‘Met dat hoofd gebeurt nog eens wat’ ( 2011), een persoonlijke bloemlezing van Arie Boomsma, in ‘Deus ex Machina’ en ‘Awater’ en in het online literaire tijdschrift ‘Samplekanon’.
Uit de bundel ‘Ademgebed’ het gedicht ‘Lucht’.
.
lucht
alle lucht is ingehouden adem van de wereld
die langzaam aan het stikken is
maar mensen hebben vijgenbladgezichten
en zij lopen onbekommerd in hun eeuwen
mensen slikken alles zonder storm: aarde en vlees
daar stinkt het binnen in hun stolpen naar
en ik, al ben ik dunbevleugeld
en al heb ik een lichaam van draden
als ik toch longen had gehad
had ik ze aan de wereld willen geven
maar ik heb lege druppels
die te drogen hangen in mijn borst
daarom beadem ik zachtjes een stem bij elkaar
en laat ik de wereld waaien in mij
.
Gedichten voor tuiniers
Poems for gardeners
.
Van een vriendin kreeg ik de bundel ‘Poems fo gardeners’. Germaine Greer bracht gedichten over tuinen en tuinieren bij elkaar. De gedichten komen uit de klassieke oudheid tot aan de 21ste eeuw. Van Shakespeare en Anacreontea tot Alexander Pope en Louise Glück. Maar ook Cummings, Heaney en Simon Armitage.
Germaine Greer schrijft in haar inleiding: ‘Marianne Moore said that the poet’s job was to depict “imaginary gardens with real toads in them’. In truth, gardens are always imaginary because they are always the garden that you are aiming for rather than the garden you have, but the toads are real and immediate’.
Uit deze mooi vorm gegeven bundel een gedicht van Philip Larkin getiteld ‘Cut Grass’.
.
Cut grass
.
Cut grass lies frail:
Brief is the breath
Mown stalks exhale.
Long, long the death
.
It dies in the white hours
Of young-leafed June
With chestnut flowers,
With hedges snowlike strewn,
.
White lilac bowed,
Lost lanes of Queen Anne’s lace,
And that high-build cloud
Moving at summer’s pace.
.
















