Site-archief

Van de morgen tot morgen

Bloemlezing van moderne poëzie (1964)

.

Pas geleden gekocht in een kringloopwinkel de bundel ‘Van de morgen tot de morgen’. Deze bundel is uit 1964 maar is zeer goed bewaard gebleven. Het  betreft hier een “Bloemlezing van moderne poëzie ten dienste van het onderwijs”. Kom daar nog maar eens om tegenwoordig. In deze bundel dichters geboren in het begin van de vorige eeuw, de meeste zeer bekend maar ook een aantal wat minder bekende dichters of dichters die in de vergetelheid zijn geraakt door de tijd heen.

Hans Andreus, Hans Lodeizen, Ellen Warmond, Cees Nooteboom, Leo Vroman, Huub Oosterhuis, Lucebert, Remco Campert en Simon Vinkenoog maar ook Lode Bisschop, Edith de Clerq Zubli, Nes Tergast, José Boyens en Jan Wit.

Dit keer een gedicht van een wat minder bekende dichter C.O. Jellema (1936 – 2003). Cor Onno Jellema was dichter en essayist en debuteerde in 1961 met ‘Klein Gloria en andere gedichten’. Uit deze bundel het gedicht ‘In het bos’.

., 

In het bos

.

Daar was het zo stil,

ik kon mijn stem er niet verbergen

in het rumoer van auto’s,

in de muziek van een café.

.

Er was geen omweg voor het woord

en geen geluid waarin het kon verdrinken

en weer gevonden worden

alsof het van een ander was.

.

Wanneer ik daar gezegd had wat ik zeggen wilde,

had je het onherroepelijk gehoord,

hadden wij zwijgend verder moeten lopen.

Te stil was het, ik durfde niet.

.

En toen we bijna bij de huizen waren

en ik het zeggen ging, zag je

een eekhoorn, je wees

en holde naar de boom waarin hij was geklommen.

.

Vandemorgentotmorgen

Paard van Glas

Koen Stassijns

.

Fulltime dichter, vertaler, bloemlezer, performer en een veelgevraagd docent literaire creatie Koen Stassijns (1953) is een maatschappelijk betrokken dichter. Tijdens de oorlog in Kosovo vertaalde hij onder andere een bundel met moderne Albanese poëzie en met zijn jeugdvriend Ivo van Strijtem stelde hij diverse bloemlezingen samen.

Hij debuteerde in 1984 met ‘Ik hou niet van de dagen’ en in 1993 verschijnt de bundel ‘Paard van glas’. Van die bundel het titelgedicht.

.

Paard van glas

.

Een paard op een marktplein van glas.

Het kijkt naar zichzelf, dat kan onbewogen

omdat ik het zag. En wie begrijpt dat

bijvoorbeeld vandaag, plots voor zijn ogen

.

de poort van een landschap openwaait

en hij onvoorwaardelijk vrij door kan

draven, achter zijn spiegelbeeld aan?

Is dit een droom? En hoeven man en paard

.

maar tussen kop en schouders te gaan

schuilen als kooplui, die uitmuntend dromen

verruilen, hun hoop aan scherven slaan?

.

Wij nemen niets aan en grijpen de teugel,

tegendraads, bewogen voortaan onder glas,

waar altijd een beeld van een boom kon staan.

.

Koen_Stassijns

Doornroosje

Gerrit Achterberg

.

Staand voor mijn boekenkast, voor de planken met poëziebundels, koos ik vandaag voor de verzamelbundel ‘Voorbij de laatste stad’ van Gerrit Achterberg, samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko. Dit keer heb ik gekozen voor het gedicht ‘Doornroosje’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘Doornroosje’ uit 1947.

.

Doornroosje

.

Houthakkers, die zich in het bos verklikken.

Sloten, die op hun bodem staan te roesten.

Je eigen in de hoogte horen hoesten.

Een edelhert met plotselinge schrikken.

.

Spechten, als zachte mitrailleuren tikken

tegen de honderd jaar in eikeknoesten.

Dat wij elkander tegenkomen moesten

was te voorzien met langgeworden blikken.

.

Hier is het uur.Op deze ronde plek

heeft het tussen ons plaats, een vuur,

dat niet verglaast. De groene diepte drinkt.

.

terwijl de stilte verder openspringt,

met bomen van verbazing opgewekt,

omklemmen wij het eeuwig avontuur.

.

Gerrit A

voorbijdelaatstestad (1)

Emily Dickinson

In vertaling

.

In 1991 verscheen de bundel ‘Emily Dickinson Gedichten’ in vertaling van Louise van Santen bij de Prom. Dickinson ( 1830 – 1886) is één van de meest intrigerende dichters in de westerse literatuur. Ze schreef 1775 gedichten tijdens haar leven. Na haar dertigste trok ze zich als dichter terug en slechts bij hoge uitzondering ontving zij gasten. Ondanks dat was dit een zeer creatieve tijd.

Ze wordt tot de grootste Amerikaanse dichters gerekend. Samen met Walt Whitman luidde zij een nieuw tijdperk in de Amerikaanse literatuur in, het zogenaamde Modernisme.

Louise van Santen heeft meer dan tien jaar het leven van Dickinson bestudeerd. Vanuit de kennis die ze in die tijd heeft opgedaan heeft ze een bundel vertalingen gemaakt uitgaande van de opdracht van Emily Dickinson:

 

Dit is mijn schrijven aan de wereld

die nimmer schreef aan mij –

een tijding door natuur verteld

met tedere majesteit

 

Louise van Santen heeft zelf meerdere dichtbundels geschreven maar ook een roman en kinderboeken. Uit de vele gedichten uit deze bundel, waarvan vele bestaan uit twee strofen van vier regels, heb ik gekozen voor het volgende titelloze gedicht.

.

The Mountain sat upon the Plain

In this tremendous Chair –

His observation omnifold,

His inquest, everywhere –

.

The Seasons played around his knees

Like Children round a sire –

Grandfather  of the Days is He

Of Dawn, the Ancestor –

.

.

De Berg op zijn enorme Stoel

zat breeduit in het Dal –

Zijn blik is alomvattend wijd,

Zijn vonnis, overal –

.

Seizoenen speelden rond zijn knie

als Kinderen rond gezag –

Voorvader van de Morgenstond

Grootvader van de Dag –

.

woman-of-inspiration-emily-dickinson1

Over en over

Ellen Warmond

.

Tussen het klussen door even een kwartiertje een bezoek gebracht aan een kringloopwinkel en daar weer een paar mooie poëziebundels gekocht. Zoals ‘Persoonsbewijs voor inwoner’ van Ellen Warmond uit 1991. Op de achterflap staat geschreven dat dit haar derde bloemlezing is van haar gedichten.

Ellen Warmond (1930 – 2011) werd geboren in Rotterdam. Ze debuteerde  in 1953 met de bundel ‘Proeftuin’. Ze schreef 18 gedichtenbundels en romans en novellen. Voor haar werk kreeg ze de Reina Prinsen Geerligsprijs (samen met Remco Campert) in 1953, de Jan Campertprijs in 1961 en in 1987 de Anna Bijnsprijs.

Uit de bloemlezing en oorspronkelijk verschenen in ‘Gesloten spiegels’ uit 1979 het gedicht ‘Over en over’.

.

Over en over

.

Taal toespitsen

tot huidloze speling

net nog tastbaar

.

tederheid meegedeeld

middels één ooghaar

.

dit is mijn bedoeling

bijna bewijsbaar.

.

Reina_Prinsen_Geerligs_Prijs_voor_Remco_Campert_en_Ellen_Warmond_(1953)

persoonsbewijs

Tegen opname

Remco Campert

.

Het is  juni, dus op zondag een gedicht van Remco Campert. In de vuistdikke bloemlezing ‘Nederlandse poëzië van de 19e t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’ is een gedicht opgenomen van Remco Campert met de veelzeggende titel ‘Tegen opname in de zoveelste bloemlezing’.

Ik denk dat de titel al genoeg reden was voor Gerrit Komrij om dit gedicht in deze bloemlezing op te nemen. Het gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Dichter’ uit 1995.

.

Tegen opname in de zoveelste bloemlezing

.

Poëzie is een daad

van ontkenning. Ik ontken

dat ik leef, dat ik niet alleen leef.

.

Poëzie is een verleden, denken

aan vorige week, aan hetzelfde land,

aan jou als we gescheiden zijn.

.

Poëzie breekt mijn adem, verlamt

mijn voeten, zeer afdoende,

op de aarde die dat koud laat.

.

Voltaire had pokken, maar

genas zichzelf door o.a. te drinken

120 liter limonade: dat is een feit.

.

Of neem de branding. Stukgeslagen

op de rotsen is zij niet werkelijk verslagen,

maar herneemt zich en is daarin branding.

.

Elk woord dat wordt geschreven

is een bijdraag tot de ouderdom.

Ten slotte wint de dood, en hoe:

.

de dood dat is het lachen in de zaal

nadat het laatste woord geklonken heeft.

De dood is hilariteit.

.

Dichter

Voorbij de laatste stad

Gerrit Achterberg

.

In 1955 verscheen in de Ooievaar reeks deel 11 getiteld ‘Voorbij de laatste stad’, een bloemlezing uit het gehele oeuvre van Gerrit Achterberg, samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko.

De Ooievaars reeks werd geafficheerd als “een serie spot-goedkope boeken op goed papier en met frisse omslagen” en kostte destijds 1 gulden en 45 cent. Dat ze op goed papier gedrukt werden blijkt wel uit het feit dat ik een vrijwel gaaf exemplaar heb kunnen kopen dat de tand des tijds zeer goed heeft weerstaan.

Na een zeer uitgebreide inleiding van Rodenko over onder andere het woordgebruik van Achterberg volgen 133 gedichten uit bronnen en bundels vanaf 1931 tot 1955.

Uit deze bloemlezing heb ik gekozen voor het gedicht ‘Concave’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Energie’ uit 1946.

.

Concave

.

Liggend twee heilige heelallen in elkander,

hoor ik mijn hemel in uw hemel schallen,

voel ik mijn ronding in uw ronding ballen,

schuif ik bedachtzaam bolsegment

na bolsegment langs uwe klingen,

zonder in u te dringen;

wij hebben eender middelpunt

.

voorbijdelaatstestad

Even zuiver als de ongeschreven brief

Rogi Wieg

.

Voor mijn verjaardag kreeg ik de verzamelbundel ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ van Rogi Wieg (1962 – 2015). Bijna 400 pagina’s poëzie, samen gesteld door Peter de Rijk, van een bijzonder dichter die ook leed aan zeer ernstige depressies. In 2015 koos hij (na drie maal eerder een zelfmoordpoging te hebben gedaan) voor euthanasie wegens ondraaglijk psychisch en lichamelijk lijden.

Rogi Wieg publiceerde veel poëziebundels en ontving verschillende literaire prijzen en was naast dichter ook schrijver, beeldend kunstenaar en muzikant.

Uit de bundel heb ik gekozen voor het gedicht ‘In het verlengde van een vleugel’.

.

In het verlengde van een vleugel

.

Dit is de zee, zeg ik je,

de zee van de vertwijfeling,

de gelaagdheid en die van

verfijndheid, de zee als

zee voor jou. In het verlengde

van een vleugel

.

zal ik de zee zo ontdoen

van die werkelijke zee,

of heb je liever dat

het klinkt zoals water,

dat oproept en uitbeeldt

dat groot is, en misschien als de zee,

zo zonder golven ook,

wie ben je liefst, mij of een ander.

.

Opmaak 1

 

Lees eens een gedicht

Bundel uit 1974

.

Ook in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd er al aan promotie van de poëzie gedaan. Bij Querido verscheen in 1974 de bundel “lees eens een gedicht’, samengesteld door T. van Deel, met daarin 170 gedichten van alle, in die tijd, bekende Nederlandse dichters.

Kees Fens schreef destijds over deze bundel: “van Deel heeft uiteraard op kwaliteit gekozen, maar heeft met die keuze niet volstaan. Hij heeft de gedichten gegroepeerd rond gemakkelijk herkenbare thema’s..”

“Deze bloemlezing heeft dus een echte opbouw. Poëzie wordt alledaagser dan u denkt. Dat een bloemlezer dat kan bereiken, is een prestatie”.

De bloemlezing wil het plezier in het lezen van poëzie activeren. Of dat gelukt is weet ik niet (geen idee ook hoe ze dat willen gaan controleren) maar het heeft in ieder geval een mooie bundel opgeleverd met een dwarsdoorsnede van de Nederlandse dichters uit die tijd.  Bekende namen maar ook minder bekende namen staan in deze bundel door elkaar.

Ik heb gekozen voor een gedicht van een wat minder bekende dichter namelijk van de dichter Alain Teister. Teister (1932 – 1979) was behalve dichter, schrijver en schilder. Hij was ook een van de drijvende krachten achter de oprichting van theater De Engelenbak.

.

Versvoeten

.

Elk dichtertje zingt

zoals het genekt is

door rotjeugd, rotwijf, rotinkt.

En hij is de eminentste

die tussen de brekebenen

zijn voeten het minst kapothinkt

en dat het bedroefdst formuleert.

Elk dichtertje zingt

vrij ongedeerd.

.

lees-eens-een-gedicht-43554074

Geld stinkt niet

250 jaar pecuniaire poëzie

.

In 1987 gaf van Lanschot bankiers (n.a.v. hun 250 jarig jubileum) het boekje ‘Het geld dat spant de kroon, 250 jaar pecuniaire poëzie’ uit, een bloemlezing over geld in de poëzie bijeengebracht door Gerrit Komrij. In deze bijzonder mooi uitgegeven bundel gedichten vanaf 1737 tot 1987. Hieronder twee voorbeelden, een oudje en een recent gedicht.

.

Van G. Outhuys uit 1824

.

De wisselvalligheid der fortuin

.

Een, die op ’t woest ontwerp van zelfmoord was gekomen,

Ziet een verborgen schat, en laat, verrukt, de strop;

Doch, die ’t begraven geld ziet van zijn plaats genomen,

Vindt, voor zijn goud, het touw, en hangt zich ijlings op.

.

Van Rob Schouten uit 1978

.

Vroeger

.

Lang geleden, maar wel na de oorlog

-Want die ken ik slechts van horen zeuren-

.

Die tijd die heette toen het heden nog,

Kon het navolgende octaaf gebeuren:

.

‘De huizen klappertanden met hun deuren,

in elke hoek zat een ontstellende Moloch

Jongens van mijn leeftijd te verscheuren

En aan mijn bed waakte een krom gedrocht.

.

Sliep ik bij toeval in, dan kwamen de Harpijen

Om elk tot bloedens toe met mij te vrijen

En ’s ochtends knaagde een enorme beverrat

,

Aan alles wat ik op mijn lever had,’

Omdat ik met het geld voor de collecte

Mijn potje voor dichtbundels spekte.

.

money