Site-archief
Geheim agent
Tonnus Oosterhoff
.
De dichter, schrijver Tonnus Oosterhoff (1953) debuteerde in 1990 met de bundel ‘Boerentijger’. Inmiddels is hij vele bundels en verschillende belangrijke literaire prijzen verder. Zo ontving hij o.a. de Multatuliprijs, de Jan Campertprijs, de VSB Poëzieprijs en de P.C. Hooft prijs voor zijn hele oeuvre. In zijn debuutbundel las ik het gedicht ‘Geheim agent’ en daaruit blijkt de onderkoelde humor die hem zo kenmerkt.
.
Geheim agent
.
Alles heb ik geregeld: de valse naam
en het hotel waar niemand ons zou zoeken.
Zijn spierkracht, dat hij klein was, niet veel sprak,
zijn gladde bruine zolen heb ik zelf bedacht.
De rust waarmee hij alles met me deed
om me tot een bekentenis te dwingen.
Stroomstoot, ijslikeur, bamboe, valse hoop:
hij was een meester in het derdegraads verhoor.
Toen ik vertrok had ik gezworen wat hij wou.
Ik had gemoord, verraden en gelogen,
en meer getierd dan hij ooit had gehoord
en toegegeven: deze ontmoeting vond nooit plaats.
.
Toen je me ten huwelijk vroeg
Sylvie Marie
.
De Vlaamse dichter Sylvie Marie (1984), pseudoniem van Sylvie De Coninck, publiceert sinds 2005 gedichten in literaire tijdschriften en staat regelmatig op het podium waar ze haar poëzie voordraagt. In 2009 kwam haar debuutbundel uit getiteld ‘Zonder’, in 2011 de opvolger ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’, in 2013 ‘Speler X’ en in 2014 ‘Altijd een raam’.
Met de bundel ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’, werd ze genomineerd voor de Herman de Coninckprijs, de J.C. Bloemprijs en de Eline Van Haarenprijs. Voor ‘Altijd een raam’ kreeg ze in 2017 de laatste provinciale prijs Letterkunde van de provincie Oost-Vlaanderen.
Tussen november 2009 en juni 2011 schreef Sylvie Marie als huisdichteres regelmatig gedichten voor het weekblad Humo. Tegenwoordig werkt ze als leerkracht literaire creatie aan de academies van Tielt en Ieper en geeft ze regelmatig workshops poëzie.
Uit haar bundel ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’ koos ik het gedicht ‘beginnen’.
.
beginnen
.
hij zou haar bloemen moeten brengen,
een vaas en kraanwater. een rood tafellaken
en kaarslicht om samen naar te kijken. het is dat
hij zich geen blijf weet met zijn houding. bij haar
komen er blozende kaken. krijgt hij het niet
altijd goed gezegd. hoe zou zij zich voelen
als ze er bij iemand naakt lijkt bij te zitten?
zou ze ook geen zaken zoeken om achter
te verdwijnen: haren, handen en vrolijke
verhaaltjes waarin de hoofdpersonages eerst
heel veel hindernissen moeten overwinnen
vooraleer ze in elkaars armen mogen vallen?
er zijn sprookjes die nooit eindigen
op ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’.
sommige sprookjes verlangen
‘er was eens’.
.
Er staat nog een stoel
Marijke Hooghwinkel²
.
Afgelopen vrijdag kwam ik Marijke Hooghwinkel tegen bij een voordracht in Breda. Thuis gekomen nam ik haar bundel ‘er staat nog een stoel’ er weer eens bij die ze in oktober 2016 publiceerde bij uitgeverij MeerPeper. Het was de wens van Derrel Niemeijer, de ons helaas ontvallen dichter en naast Lea Theunissen, medeoprichter van de uitgeverij, om Marijke bij MeerPeper te laten debuteren.
Marijke is autonoom beeldend kunstenaar, dichter, schrijver en ze organiseert het 1m² Podium. Een van haar thema’s is Onderweg en Ruimte. In de bijzonder fraai en met zorg uitgegeven bundel ‘er staat nog een stoel’ staan 28 gedichten, allemaal zonder titel en allemaal persoonlijk van toon zoals ook het volgende gedicht.
.
waar realiteit
lekt
vallen kelders
.
hier blijf ik staan
op de
.
drempel
.
zie ik jou in mij zie ik
mij in jou wij ballen ons
samen
.
hier blijf ik staan
naar andere diepten
waar jij zult verlangen
naar mij
.
of zal ik deze spiegel metéén
leegvegenwant
jij kijkt vanuit jouw taal
.
mijn blik kruist ooit
vooruit met jou mee
…
.
Atlas van de tijd
Anneke Wasscher
.
Dichter Anneke Wasscher (1946) schrijft vanaf eind 2007 serieus gedichten. Ze deed regelmatig mee aan schrijfwedstrijden en poëziewedstrijden en won daar regelmatig prijzen mee. Niet dat ze het daarvoor deed, ze was vooral nieuwsgierig naar de reacties van lezers, juryleden en andere vakmensen. Haar werk werd in meer dan zestig verzamelbundels gepubliceerd en nu is er dan haar debuutbundel als solo dichter getiteld ‘Atlas van de tijd’.
Ik ken Anneke onder andere van haar deelname aan mijn eigen dichtwedstrijd (samen met de uitgeverij De Brouwerij) waar ze de tweede prijs behaalde in 2011, de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd (die ze won) in 2013 en van haar optreden in Maassluis waar ik haar samen met Alja Spaan vroeg voor te dragen, een gedenkwaardig optreden was dat.
Bij uitgeverij Kontrast dus nu haar debuutbundel. Volgens de tekst op de achterkant is de rode draad die hoor haar gedichten loopt de droefheid van het voorbijgaan. Na lezing van de bundel zou ik daar toch graag iets aan toevoegen namelijk het verlangen. In het eerste hoofdstuk met name komt het verlangen naar de liefde, het samenzijn en naar het verlangen zelf regelmatig terug.
Over het algemeen kan ik het wel eens zijn met de omschrijving ‘droefheid van het voorbijgaan’ maar toch is het geen bundel vol treurnis. Anneke Wasscher weet als geen ander in begrijpelijke taal haar onderwerpen zo te verdichten dat het eerder tot herkenning leidt of begrip en zeker niet tot een mistroostige droefenis.
Schijnbaar zonder moeite behandeld ze ook zware onderwerpen, de dood, psychische problemen, de eenzaamheid, de onomkeerbaarheid van het ouder worden. Het zijn gedichten om te lezen als je zelf met dergelijke situaties te maken hebt of mensen kent die hiermee te maken hebben, ze bieden troost en het gevoel dat je niet alleen bent in die eenzaamheid, de aftakeling en het uiteindelijke sterven.
In het laatste hoofdstuk nog enige gedichten over plekken die Anneke Wasscher geïnspireerd hebben waaruit blijkt dat ze een goed kan observeren. Die observaties weet ze vervolgens in fijne poëzie om te zetten.
‘Atlas van de tijd’ is een bundel die raakt, die je meevoert en die zorgvuldige en fijne poëzie bevat. Een prachtig en terecht debuut.
.
bezoekuur
.
de oprijlaan doet geen beloftes meer
aan iemand die een uitweg zoekt
de hoop wordt in de kiem gesmoord
door elke regel die de wurggreep kent
.
het huis hecht aan rechtlijnigheid
de strakke vormen uit verleden tijd
een zaal houdt vast aan binnenpijn
het is de prijs voor anders zijn
.
een zachte hand op huid en haar
de warme kus die wordt herhaald
het antwoord altijd onverwacht
een lach die op herkenning lijkt
.
de traagheid van bewegingen
wanneer je oude lichaam vraagt
om onvoorwaardelijk dichtbij
.
ik reik naar jou zo ver ik kan
soms ben ik meer alleen dan jij
.
Achterover opgroeien
Maartje Smits
.
Hoewel dichter Maartje Smits (1986) zichzelf op haar website http://www.maartjesmits.nl omschrijft als een schrijvend detective is zij voor mij toch echt een dichter. In 2009 is Maartje afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie, bij de afdeling Beeld & Taal. In 2011 voltooide ze haar Master in Design aan het Sandberg Instituut. Naast dat ze columns voor De Groene Amsterdammer schrijft geeft ze les aan de Gerrit Rietveld Academie en op ArtEZ (Arnhem). Haar achtergrond op de Rietveld Academie (Beeld & Taal), komt vooral naar voren in de vele gedichten die ze van clips heeft voorzien en die je kunt vinden als je op haar naam googeld en zoekt op video’s.
In 2012 stond ze al eens, onder andere samen met de toen nog volledig onbekende Marieke Rijneveld, op het podium van Ongehoord! In 2016 was ze één van de Poëziebusdichters. Na haar debuutbundel ‘Als je een meisje bent’ in 2015 volgde in 2017 de poëziebundel ‘Hoe ik een bos begon in mijn badkamer’. Uit haar debuutbundel ‘Als je een meisje bent’ het gedicht ‘Achterover groeien’.
.
achterover opgroeien
.
het begint met onderwaterlikken
koprollen de tong naar buiten
elkaar proberen te raken
achterover opgroeien maar desgevraagd
het gevolg ervan binnenstebuiten
keren
borsten wegbidden
een jaar lang vergeving vragen
uitdijen tot stilstand verzuipen
het zwembad heet nu spleasure centrum
de abdicatie van je vrouwelijkheid
de haak
de badmeester
de buurjongen
vergeten
vergeten
.
Als geen ander
Krijn Peter Hesselink
.
De dichter Krijn Peter Hesselink (1976) begon met optredens bij poetry slams, en dat deed hij dermate succesvol dat hij in 2006 het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam won. In 2008 verscheen zijn debuutbundel ‘Als geen ander’ bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. In oktober 2009 verscheen zijn tweede bundel ‘Stil alarm’.
Hesselink was ook betrokken bij Stichting Wonder, een stichting die “streken bedenkt om mensen in beweging te brengen”. Een van de activiteiten was de introductie van de Burgerbuddy. Een andere uiting was de campagne “Sex voor dieren”, die pleitte voor natuurlijke voortplanting bij productiedieren. Hesselink is ook actief als vertaler.
Zijn debuutbundel ‘Als geen ander’ bestaat uit 5 hoofdstukken die voorafgegaan worden door het openingsgedicht ‘Urk is vol, nu Nederland nog’ dat eigenlijk een prozaïsch gedicht is en dat qua vorm en inhoud afwijkt van de rest van de bundel. Ik koos hier echter voor het gedicht ‘Over verzadiging’
.
Over verzadiging
.
Je zei houd altijd een gaatje
een implodeergaatje voor God
in je buik
.
We speelden langs het spoor
en de trein trapte de bal terug
.
Je zei lig ik straks op het spoor
dreigt de trein mij terug te trappen
dan schikt God wel in, opgeruimd
staat netjes, knort je buik
.
Toen kleedde jij je uit
voor mijn wasmachine
.
Hij had honger
maar je was al schoon
maar hij had honger
en als hij draaide
werd het gaatje alleen maar groter
.
Het is zo schoon hier
.
Op een dag breekt alles
Marieke Lucas Rijneveld
.
Op zondag 28 januari aanstaande zal Marieke Lucas Rijneveld te gast zijn als voordragend dichter bij de Gedichtendag in Theater Koningshof in Maassluis. Deze middag, waarop ook Rellie Telg (Relliatuur), Bert Blasé en Hans Trompert en een aantal Maassluisse dichters zullen voordragen (waaronder de stadsdichter Jaap van Oostrum) zal ik persoonlijk presenteren.
Marieke Rijneveld (1991) is schrijver, muzikant en dichter. Ze studeert poëzie en proza aan de Schrijversvakschool Amsterdam. Werk van haar is gepubliceerd in onder andere de VPRO Gids, Das Magazin,De Revisor en bij Hard//Hoofd, Passionate Platform, Op Ruwe Planken en De Toneelcentrale. Ze won diverse schrijfwedstrijden en de jaarfinale van de poëzieslag in Festina Lente in Amsterdam. In 2015 verscheen haar debuutbundel ‘Kalfsvlies’ dat al heel snle verschillende herdrukken beleefde. In 2018 dus zeer recent verscheen haar eerste roman getiteld ‘De avond is ongemak’.
In 2014 werden in De Revisor’ een paar gedichten van Marieke Lucas geplaatst, in dat zelfde jaar werd ze door door Arie Boomsma in samenwerking met Das Magazin benoemd tot literair talent van dat jaar.
.
Op een dag breekt alles
Als ik uitstap vraagt een man of ik van bier eerder zal breken
of ik wist dat kroegen net katten waren die overdag sliepen, in de nacht
zich warm om je heen krulden als bladerdeeg in de oven. Ik denk aan de keren
dat ik mijn huis in dronken toestand zag, aan de vreemde pasvormen in de banken
schaafwonden die geen kans op genezing kregen. Aan de vloer die daarna nog
dagenlang zich aan mijn voeten klampte en ik me opsloot omdat de gang beelden
projecteerde van zoenende mensen. Iemand schreef op het behang dat mensen net
melkpannetjes waren en dat het kookpunt er nooit ineens was maar zich altijd
langzaam opbouwde. Ik ging er met een vaatdoekje overheen en zag mijn
moeder die als ze overkookte, flessen Chardonnay aan de goudvis voerde
daarna de kom aan haar lippen zette, trots zei dat ze al tijden geen druppel meer
dronk. Met stift tekende ik een fornuis voor de pan, sindsdien kun je zelf
de temperatuur instellen. En ik schud mijn hoofd naar de man op straat en hij
lacht als ik zeg dat het punt van breken nooit met drank te maken heeft
maar met het moment waarop glazen elkaar eventjes aanraken.
.
Ik zag jou laatst versnellen
Abdelkader Benali
.
Alweer een schrijver waarvan ik niet wist dat hij ook poëzie schrijft. In 1998 was Abdelkader Benali de eerste die een opdracht in zijn roman ‘Bruiloft aan zee’ schreef voor mijn dochter die toen net geboren was (er zouden er nog vele volgen). In de jaren daarna heb ik zijn carrière als schrijver en later televisie persoonlijkheid gevolgd (zo bezocht hij voor zijn boeken programma de bibliotheek waar ik werk voor een item over Maarten ’t Hart) maar dat hij ook dichter is, is nieuw voor me.
In 2007 debuteerde Benali met de bundel ‘Panacee’ en dit jaar kwam de opvolger ‘Wax Hollandais’ uit bij De Arbeiderspers. Uit deze bundel het gedicht ‘Ik zag jou laatst versnellen’.
.
Ik zag jou laatst versnellen
.
Ik zag jou laatst versnellen in een wedstrijd waar ik
vlak voor je liep, totdat je vlak naast me liep
en verder ging waar ik bleef steken. Wat me overeind
hield, was dat ik deze vernedering zou herhalen
in slow motion, in een gedicht, waarin ik je de kans
zou geven om mij dan wél in te halen. Feitelijk gebeurde
dat, dus wie ben ik om het niet op te schrijven,
om daarna toch bij je aan te haken, het tempo vast te houden
wat toen niet gebeurde, omdat ik hopeloos uit vorm was,
laat gemaakt, versleten schoenen, mezelf vastliep in
smoesjes, terwijl jij dartel als een veulen op doping,
hier doe ik waartoe mij de macht ontbrak: jouw hoogmoed
afstraffen door je achter me te laten, op papier, enkel,
sportief verlies is een literaire voorwaarde voor revanche.
.
Flamingo’s
De lenige liefde
.
In 1969 debuteert Herman de Coninck met de dichtbundel ‘De lenige liefde’. Tot op de dag van vandaag lezen vele mensen deze bundel opnieuw en opnieuw, door de schoonheid van de gedichten, de liefde die uit zijn gedichten straalt en de optimistische sfeer die de bundel uit ademt. Omdat er nog altijd mensen zijn die Herman de Coninck en zijn werk niet of niet zo goed kennen daarom een gedicht uit deze bundel.
.
Flamingo’s
.
Ze zijn er bijna niet
zoals heel slanke vrouwen
na heel licht verdriet.
Met hun poten als met een dun pincet
pikken ze preuts hun tenen
uit het water op, o, ze
zijn zo rose
als gedachten van een maniërist.
Ze zijn vraagtekens achter al ons weten
en zo fraai dat we even
niet meer om een antwoord geven.
.














