Site-archief
Lichtval
Mark Boog
.
Schrijver en dichter Mark Boog (1970) debuteerde in 1995 als dichter in het tijdschrift ‘De Appel’. Daarna was hij actief in een schrijverscollectief dat onder meer het tijdschrift ‘Mondzeer en de Reuzenkreeft’ uitgaf. In 2000 verscheen zijn eerste dichtbundel ‘Alsof er iets gebeurt’, waarmee hij de C. Buddingh’-prijs won. In 2006 won hij de VSB Poëzieprijs voor zijn bundel ‘De encyclopedie van de grote woorden’.
Boog publiceert bovendien in literaire tijdschriften als ‘Hollands Maandblad’ en ‘De Gids’. Zijn werk wordt gekenmerkt door een combinatie van alledaagsheid en wanhoop. Dit geldt zowel voor zijn taalgebruik als voor zijn onderwerpskeuze.
Uit zijn debuutbundel het gedicht ‘Lichtval’.
.
Lichtval
.
Als ineens de zon de schaduwen
opzij veegt naar de verste hoeken van de
kamer, kijken we op maar zeggen niets.
,
Ik buig me naar het stof, neem af,
jij strekt een been om naar de keuken te gaan.
De richting staat elegant gecomponeerd
lichtval te verdragen.
.
Over de tafel hangt een gesprek.
We hebben het verlaten,
we bewegen ons nu schuchter door het huis,
de gevangenis van het schilderij ontwijkend.
.
Het is te mooi hier om waar
te zijn, we ontkennen dat – we leven nog.
.
Kanonnenvlees
Lotte Dodion
.
Aanstaande zondag is het zover, het leukste podium van Ongehoord! in één van de mooiste en gezelligste binnentuinen van Rotterdam. In de Jacobustuin (Jacobusstraat 105) in hartje Rotterdam, op een paar minuten lopen van het Centraal Station viert Ongehoord! haar jubileum. Vijf jaar stichting Ongehoord!, vijf edities van de Gedichtenwedstrijd.
Zondagmiddag vanaf 14.00 uur (toegang gratis) zullen optreden:
Lotte Dodion (van wier debuutbundel Kanonnenvlees inmiddels een derde druk is verschenen)
Else Kemps (winnares van de Turing poëziewedstrijd en 3FM dichter bij Giel in de ochtend)
Alja Spaan (winnares van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2015 en 2e bij de Turing Poëziewedstrijd)
Edwin de Voigt (Rotterdammer en dichter)
Marco Martens (als dichter en met zijn band)
Irene Siekman (dichter, hoofdvrouw van de Poëziebus en duizendpoot)
.
Om alvast in de stemming te komen een opwarmertje in de vorm van een gedicht van Lotte Dodion, de Vlaamse dichter die Vlaamse en Nederlandse poëzie scene bestormt als geen ander. Uit haar debuutbundel ‘Kannonenvlees’ het gedicht ‘Het gesprek’.
.
Het gesprek
.
Ik heb u monogaam bedrogen
maar serieel aan u gedacht
ik weet niet eens of ik echt wilde
misschien heeft ze mij verkracht
ze was geen vrouw
ze was een zwart gat
een bodemloos vat
met hendels om van te houden
maar niets om graag te zien
het was dan ook onvoorzien en per ongeluk
dat wij opeens
what the f*ck
ge moet me geloven
ik ben moedwillig verleid
graag uw begrip want
ik denk wel dat het mij spijt
.
Wat blijft komt nooit terug
J. Eijkelboom
.
De in Dordrecht geboren dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) debuteerde op 53 jarige leeftijd in 1979 met de bundel ‘Wat blijft komt nooit terug’. Deze bundel sloeg destijds in als een bom; de bundel toont zijn gevecht met de alcohol en zijn zoektocht naar zijn verloren jeugd en liefde. De bundel is ook wat vreemd opgebouwd. Het bestaat uit drie hoofdstukken van ongelijke grootte. Deel 1, zonder titel, bestaat uit zijn gedichten 48 pagina’s lang, daarna een hoofdstuk met als titel Zwarte sonnetten (5 gedichten) en als slotstuk Zes vertalingen naar Emily Dickinson met 6 gedichten met Engelse titel en Nederlandse vertalingen.
Sedert 3 maart 2001 was hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter.
Ik heb gekozen voor een gedicht uit het eerste hoofdstuk. De titel is ‘Moeilijk moment’.
.
Moeilijk moment
.
Net als ik op ’t café-toilet
in de verschoten spiegel kijk
barst er een bloedrivier
mijn oogbal binnen.
Ook wordt het ademen beperkt:
de refusal is nog aan ’t werk.
.
Toch weet ik in mijn ademnood
dat het maar even duurt,
dan kan het weer beginnen,
de zoete levensdood.
.
De stortbak heet Silentium.
Grijs bovenlicht zakt om mij heen.
Een vrede buiten kijf
vult mij, die net niet stierf,
van top tot teen.
.
Foto: Victor van Breukelen
Ballon en Vaas
Gedichten op vreemde plekken
.
Toen ik de afbeeldingen op mijn telefoon doornam kwam ik daar twee foto’s tegen, die ik gemaakt had in het kader van ‘Gedichten op vreemde plekken’. De eerste is van een vaas die in de etalage staat van een edel smederij bij mij om de hoek van de straat met de veelzeggende naam ‘Zee Zand Zilver’.
De poëtische tekst of kort gedicht zo je wil luidt:
Als bloemen drijven zeilboten over het meer,
langzaam,
middagmoe.
.
De tweede foto nam ik van een foto die ik ergens tegenkwam. Het betreft hier een ballon van Lotte Dodion, de Vlaamse dichter die op 12 juni acte de présence geeft op het Zomerpodium van Ongehoord! in de Jacobustuin in Rotterdam. In maart 2016 verscheen van haar de bundel ‘Kanonnenvlees’ en deze ballon is ter gelegenheid daarvan gemaakt.
De tekst luidt:
Spraakwater
hoe minder woorden stromen
hoe hoger golven van stilte
hoe zwijgen tot de lippen stijgt
.
Alles over Lotte staat te lezen op http://www.lottedodion.be/
Niet als een vogel
Nachoem M. Wijnberg
.
Als je de C.V. van de dichter en schrijver Nachoem M. Wijnberg (1961) leest valt op dat we hier te maken hebben met een typisch geval van Alfa én Beta in één persoon. Hij studeerde rechten en economie en hij was hoogleraar industriële economie en organisatie aan de universiteit van Groningen.
Zijn debuut als dichter was in 1989 met de bundel ‘De simulatie van de schepping’ waarna inmiddels nog 14 bundels volgde. Voor zijn werk kreeg hij de Jan Campertprijs ( voor ‘Eerst dit dan dat’), de Ida Gerhardt Poëzieprijs (voor ‘Liedjes’), de Herman Gorterprijs (voor ‘Geschenken’), de Paul Snoek-prijs (voor ‘Vogels’) en de VSB Poëzieprijs voor ‘Het leven van’.
De kracht van zijn poëzie ligt vooral in het gegeven dat hij met weinig middelen een groot effect weet te bereiken, zoals ook blijkt uit het gedicht ‘Niet als een vogel’ uit ‘Vogels’ uit 2001.
.
Niet als een vogel
.
In vrouwen zijn
kleinere vrouwen,
soms grotere vrouwen
en nog grotere vrouwen in die vrouwen.
.
De mannen
laten zien aan wie niet kan
door te doen alsof zij bijna niet kunnen:
tussen schaduwen stil zitten.
.
Zij laten zien aan wie kan vliegen
niet als een vogel
maar als een vogel die uit een vogel
gehaald wordt en weer teruggezet.
.
Dichter in verzet
Frank Martinus Arion
.
De Curaçaose schrijver, dichter en taalwetenschapper Frank Martinus Arion (1936 – 2015) studeerde Nederlandse taal en letterkunde aan de universiteit van Leiden. Hij kon moeilijk aarden in Nederland en zocht het gezelschap van o.a. Cola Debrot, de toenmalig gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen in Den Haag. Samen met Debrot gaf Arion zijn debuutbundel met poëzie uit in 1957 met de titel ‘Stemmen uit Afrika’.
Hierna richtte hij met nog twee andere een Antilliaans tijdschrift op, ‘Encuentro Antilliano’ (vrij vertaald: Antilliaanse vergadering). In 1973 verscheen ‘Dubbelspel’ zijn eerste roman. Dit werd een groot succes en hij kreeg er de van der Hoogtprijs voor. Het daarmee gewonnen geld gaf hij aan een organisatie tegen Apartheid. Hij was een groot tegenstander van Apartheid en zeer sociaal bevlogen. Toen in 2006 de Campagne Nederland Leest! in de bibliotheken van Nederland werd gelanceerd was ‘Dubbelspel’ de eerste titel in een reeks en van het boek werden er meer dan 700.000 weggegeven aan leden van bibliotheken in Nederland.
In 1992 werd hij tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau verheven. In december 2008 maakte hij bekend zijn lintje terug te willen geven aan de Staat der Nederlanden, omdat hij meende dat Nederland bezig was aan een herkolonisatie van de Antillen, door sanering van de Antilliaanse schulden te koppelen aan meer justitiële controle. Arion was ook erelid van de Haagse Kunstkring.
Uit zijn debuutbundel ‘Stemmen uit Afrika’ het gedicht ‘Eens zijn alle negers’.
.
Eens zijn alle negers
tamtammend uitgevaren
uit hun zwart-ompaalde
negorijen.
.
hun prauwen schoten
over de rivieren,
dwalend door ’t woud.
.
eens, maar eens is ver
en eens is lang geleden.
.
nu gaan zij als karbouwen,
mak geslagen, lam,
beroofd van hun tam-tam
en slepen stenen aan
waar anderen bouwen.
.
Foto: Serge Ligtenberg
Couveuse
Paul Gellings
.
Voormalig stadsdichter van Zwolle, gemeenteraadslid, docent Franse Taal- en Letterkunde, vertaler, schrijver en dichter. Paul Gellings (1953) is een veelzijdig man. In 1976 debuteerde hij met de poëziebundel ‘Tragiek van een jonge haan’ waarna nog 5 poëziebundels volgde alsmede een aantal romans.
Gellings publiceert met enige regelmaat gedichten, novellen en artikelen in literaire tijdschriften als ‘De Gids’, ‘Bzzletin’, ‘Hollands Maandblad en ‘Tirade’. Ook is hij werkzaam als recensent bij ‘De Stentor’ en het ‘Nieuw Israëlietisch Weekblad’.
Zijn bundel ‘Het oog van de egel’ werd in 1991 genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs en in 2012 werd hij, door het Franse ministerie van Cultuur benoemd tot Chevalier dans l’Ordre des Palmes Académiques (Ridder in de Orde der Academische Palmen) voor zijn inzet voor de Franse Taal- en Letterkunde.
Uit de bundel ‘Antiek fluweel’ uit 1997 het gedicht ‘Couveuse’.
.
Couveuse
.
Kijk hoe stil ze worden bij de luier
die het klein karkas omvat, zoals de
scherf van een eierschaal het beetje
leven dat de avond niet zal halen.
.
De telefoon eruit, gordijnen dicht,
zo groot en zo onwerkelijk hun huis
vandaag. Kijk hoe stil ze zijn nu,
niet ontwaken uit hun boze droom.
.
Erheen, steeds maar weer erheen;
in kijken schuilt nog altijd wat
beweging en in traanvocht hoop.
.
Kijken – en vooral niets zeggen,
want in het woord loert gevaar:
is het gezegd, dan is het waar.
.
Roeping
Gerard Reve
.
Vandaag is het 10 jaar geleden dat ‘volksschrijver’ Gerard Reve (1923 – 2006) overleed in Zulte, Oost Vlaanderen waar hij woonde. Gerard Reve is natuurlijk vooral bekend en beroemd geworden door zijn roman ‘De Avonden’ uit 1947, dat hij aanvankelijk onder het pseudoniem Simon van het Reve publiceerde. Na de derde druk werd zijn volledige naam echte gebruikt en tot 1973 publiceerde hij onder de naam Gerard Kornelis van het Reve. In de loop van 1973 werd het echter Gerard Reve en bij Koninklijk besluit werd dit ook zijn burgerlijke naam.
Gerard Reve schreef behalve verhalen, toneelwerken, brieven, toespraken en romans ook poëzie. Zijn debuut als schrijver was als dichter in 1940 met de poëziebundel ‘Terugkeer’ dat hij in 1993 in eigen beheer als facsimile opnieuw uitgaf in een oplage van 500 stuks.
Misschien wel één van zijn mooiste en bekende gedichten is het gedicht ‘Roeping’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1986.
.
Roeping
.
Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,
en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.
Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet ’s avonds reeds zijn smoel op de tee vee.
Toch goed dat er een God is.
.






















