Site-archief
Eerste Wereldoorlog
Harry G. de Vries
.
Op 11 november 1918 kwam er officieel een eind aan de Eerste Wereldoorlog. In een bos bij het Franse stadje Compiègne, ongeveer tachtig kilometer ten noorden van Parijs, werd die dag de wapenstilstand gesloten. Dat is morgen dus precies 100 jaar geleden. Tijdens en na de eerste wereldoorlog zijn er veel gedichten geschreven door vele dichters. Denk aan Wilfred Owen, Siegfried Sassoon, Robert Graves en natuurlijk John McCrae (In Flanders Fields). Dat de Eerste Wereldoorlog tot de verbeelding spreekt was in Nederland helemaal niet zo vanzelfsprekend. Wij hadden de Tweede Wereldoorlog, in de eerste wereldoorlog was Nederland was Nederland neutraal en nam geen deel aan de ongelofelijk bloedige strijd, zoals de ons omringende landen wel deden.
De laatste jaren is er echter in Nederland ook steeds meer interesse in de eerste wereldoorlog en ook in Nederland inspireert dat dichters tot het schrijven van gedichten over de afschuwelijke oorlog. Zo iemand is Harry G. de Vries, naast dichter ook docent Engels aan de Avans Hogeschool in Breda. Hij schreef, in het Engels, het gedicht met de Franse titel ‘Aux Braves Morts Pour La France’.
.
Aux Braves Morts Pour La France
.
On her way home from the station where
she had seen her brother off, Emily Perreau
remembered how they used to play in the rye
and how he would suddenly lie down and leave
her puzzled and happily horrified for minutes;
best was to do the same and wait for his
anxious bustling to serve him right.
.
Decades later, she would sometimes enter
the fields behind the family farm to revive
the very sensation and reduce his absence
to that light, short-lived torment of tease,
knowing that she could not turn things now,
but always hoping that he would rise
from the rye and find her.
.
Grootvader
Look J. Boden
.
Vandaag stond ik voor mijn boekenkast om een gedicht te zoeken dat ik nodig had voor een bericht en toen viel mijn oog op ‘De waan van de nacht’ het bundeltje van dichter maar vooral fotograaf Look J. Boden uit 2007. Look ging de afgelopen jaren mee met de Poëziebus waar hij prachtige foto’s maakte van de dichters en de activiteiten op de standplaatsen. Look (1974) is naast fotograaf en dichter ook zelfstandig communicatieadviseur en creatief denker en doener. Eerder schreef hij als journalist voor het Rotterdams Dagblad, FEM Business en Schrijven Magazine.
Op zijn website http://www.boden.nl/ lees je wat hij verder allemaal nog doet. Hier uit de bundel ‘De waan van de nacht’ een gedicht dat ik erg mooi en ook wel melancholiek vind ‘Grootvader’.
.
Grootvader
.
Oud en wijzer
dan de klok
tikt hij behoedzaam
zijn as af.
.
Vanuit zijn
grote zwarte stoel
voor het raam
ziet hij
hoe kinderen
met het
verstrijken
van de tijd
zijn leven
overnemen.
.
Ze kijken niet
en zien ook niet
dat zijn verleden
langzaam sterft.
.
Jij en ik
Willem Wilmink
.
Ik vond het weer eens tijd voor een liefdesgedicht. Nu heb ik in de loop der tijd al vele liefdesgedichten geplaatst op dit blog en ook al enige gedichten van Willem Wilmink (1936 – 2003). In dit geval is mijn keuze gevallen op het gedicht ‘Jij en ik’ van Wilmink uit de bundel ‘Verzamelde liedjes en gedichten’uit 1986. Een liefdesgedicht geschreven vanuit het perspectief van een puber? Een adolescent misschien? In dit gedicht komt de fijngevoeligheid van Wilmink in ieder geval mooi naar voren.
.
Jij en ik
.
Later zul je bij me wonen.
Later zijn we met z’n beiden.
Dat bedenk ik soms, wanneer je
giechelt met de an’dre meiden.
’t Is voorlopig nog maar beter
om de zaak geheim te houden,
‘k zal je nog maar niet gaan zeggen
dat ik van je ben gaan houden.
Later ga ik reizen maken
heel alleen, naar verre landen,
en daar ga ik mensen redden,
redden met mijn eigen handen.
Iedereen zal in de kranten
van mijn grote daden lezen.
‘Waarom zou die mensenredder
zo ontzettend moedig wezen?’
Niemand zal de waarheid weten,
jóu alleen zal ik ’t vertellen:
later, als ik zó beroemd ben
dat ik bij je aan durf bellen.
.
Achterwaarts
Bijna vergeten dichters
.
Henricus Wijbrandus Jacobus Maria Keuls, of zoals zijn dichtersnaam luidde H.W.J.M. Keuls (1883 – 1968) was in zijn tijd een redelijk succesvol en bekend dichter en vertaler. Zo schreef en publiceerde hij tussen 1920 en 1962 elf poëziebundels en 4 vertaalde bundels. Hij vertaalde werk van o.a. Dante, T.S. Elliot en Pirandello. Voor zijn werk ontving hij de Tollensprijs (1948), de Martinus Nijhoffprijs (1957) en de P.C. Hooftprijs (1961).
Keuls behoorde niet tot een groep dichters (dat wilde hij niet en vond het eigenlijk maar een onzinnig onderscheid), hij werd geïnspireerd door Kloos en Gorter en vooral ook door Franse dichters als Beaudelaire en Verlaine. In 1925 verscheen een interview met hem in het onafhankelijk literair tijdschrift ‘Den Gulden Winckel’ dat de ondertitel droeg ‘Maandschrift voor de Boekenvrienden in Groot-Nederland’ waarin hij spreekt over zijn poëzie , zijn werk als criticus en zijn inspiratiebronnen https://www.dbnl.org/tekst/_gul001192501_01/_gul001192501_01_0055.php
Ik ben in het bezit van zijn laatste bundel ‘Achterwaarts’ uit 1964 waarin naast zijn eigen gedichten ook een aantal door hem vertaalde gedichten zijn opgenomen. Zoals het gedicht ‘Rondeel’ van de Franse dichter Charles d’Orléans (1391 – 1465) die beschouwd werd als één van de beste Franse dichters in de hoofse traditie.
.
Rondeel
.
Nu de blijdschap ging verloren
Deze mei, kleed ik mij zwart.
Zo verdrietig werd mijn hart
Dat ik moet zijn zuchten horen;
Ik gedraag mij naar behoren
Tonend het gewaad der smart.
Nu de blijdschap ging verloren
Deze mei, kleed ik mij zwart.
Ach niets kan mij nog bekoren,
’t Is de tijd die ons benart,
Stage regen ons verstart
En de dag blijft ongeboren,
Nu de blijdschap ging verloren.
.
tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid
Een recensie
.
Bij uitgeverij In de Knipscheer is de nieuwe bundel van dichter, schrijver, organisator (Alkmaar Anders, Reuring), redacteur en voorzitter van Meander Alja Spaan verschenen getiteld ‘Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid’. Hoewel de officiële presentatie op 10 november is (in Grand café Koekenbier, daar waar Alja Reuring organiseert, om 16.00 uur) heb ik de bundel al gekregen en gelezen. De bundel heeft weer een titel die typisch is voor het werk van Alja. Zo publiceerde zij eerder ‘De hand de beweging laten maken’ in 2012 en ‘Misschien moet alles eerst op tekening hersteld’ uit 2017. De titel van haar nieuwe bundel is’Tegen het vergeten en de behoedzaamheid’. In de titel alleen herbergt zich de persoon van Alja, hoewel ik vind dat de behoedzaamheid minder bij haar persoon past. Maar daarover later meer.
De bundel is bijzonder netjes verzorgd met op de binnenflap wat biografische gegevens en op de achterkant een stuk duiding van de bundel. Opnieuw is de bundel opgedragen aan W. en ze bevat 69 gedichten in 4 hoofdstukken met de titels ‘het vergeten’, ‘tegen’, ‘de behoedzaamheid’en ‘voor’. Een selectie van gedichten rond de liefde, die eerder allemaal op haar blog op https://aljaspaan.nl/ te lezen waren (en zijn).
Ik ken de poëzie van Alja heel goed, al jaren volg ik haar blog, publiceerde samen met haar de bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ ook al over de liefde en in elk gedicht herken ik, of denk ik Alja te herkennen. Dat maakt het soms moeilijk voor me om de gedichten te lezen en te interpreteren, omdat ik geneigd ben een gedicht aan een persoon of een gebeurtenis of tijdsvlak te koppelen. Wanneer ik dat loslaat en haar poëzie als woorden en zinnen tot me neem valt op dat Alja een heel zintuiglijk dichter is. In deze bundel zal je geen afstandelijke gedichten vinden, en hoewel redelijk vormvast (de meeste gedichten bestaan uit 14 regels, een paar uit 21 regels) bij Alja geen rijm of vormvastheid in versvormen. Haar gedichten lijken vloeibaar, in één keer opgetekend door de dichter, vanuit haar hoofd en haar hart.
In sommige gedichten herken ik beelden die ze tekent in woorden; de spleten in de houten vloer waarin zich iets verbergt, de (zwarte) jurk, het zweet op haar lichaam. Alja stelt zich in haar poëzie bloot aan de lezer zonder dat je precies te weten komt in welke hoedanigheid of in welke omstandigheid het gedicht zich precies afspeelt. Van de behoedzaamheid in de titel lees ik niet veel terug, hier is een dichter aan het woord die zichzelf de vrije ruimte geeft en gunt.
In de gedichten zijn er herkenningspunten; op een boot, bij haar ouders thuis, in de slaapkamer, maar de hij of de jij/je figuur wisselt van identiteit, dan weer de vader, dan weer de man, de vriend, de minnaar, het loopt door elkaar heen zonder verwarrend te zijn. Of zoals op de achterflap valt te lezen: “De gedichten nemen ons mee op sleeptouw en al lezende genieten we van het ritme, de klanken en de inhoud, om vervolgens ons eigen verhaal er naast te leggen”. En altijd is Alja aanwezig, als verteller, als alwetende beschouwer en regelmatig ook als onderwerp van haar gedicht. Zoals in het gedicht ‘als ik een dier was zou ik bijten en scheurend trekken’.
.
als ik een dier was zou ik bijtend en scheurend trekken
.
Er gebeuren wel ergere dingen. Ruiken hoe de zomer is en
haar niet kunnen vasthouden, voelen hoe
.
teveel kou blijvend in je botten huist, hoe je bewegingen trager
worden naarmate rondom je de geluiden
.
aanzwellen, opzwellen, als een te heet dik lijf in de zon dat sist
en puft en zich onwelvoeglijk draait. Je ziet
.
al haar delen. Ruiken hoe zijn geur het pand verlaat, tergend
langzaam bijna zoals zijn lakens van je
.
afgleden, zijn sporen droogden, zijn haren dood tegen de koele
badkamertegels, hoe zichzelf zijn is binnen die
.
doordringende aanwezigheid van derden. Ruiken hoe het oude
huis binnen deze muren past, haar kunst, haar
.
zweet, haar openheid, haar recept, het wierook van de offeranden
maar haar veiligheid nooit meer te voelen.
.
Zoals ook dit gedicht zich bijna laat lezen als een lange zin met bijzinnen, zo zijn veel van de gedichten in deze bundel opgebouwd. Ik merkte bij het lezen dat ik de tekst voorlas, om de cadans, het ritme van de zinnen beter tot zijn recht te laten komen. Al met al is dit opnieuw een bundel van Alja die zeer de moeite waard is, die uitnodigt om te lezen en te herlezen. Misschien niet een bundel om in één ruk uit te lezen maar zeker een bundel om gedoseerd tot je te nemen.
.

















