Site-archief
Ereburger
Luuk Gruwez
.
Luuk Gruwez (1953) is een Vlaams dichter, essayist, columnist en prozaschrijver. In 1973 debuteerde hij met de bundel ‘Stofzuigergedichten’.
De poëzie van Gruwez wordt wel eens tot de neoromantiek gerekend, een stroming die als reactie op het nieuw-realisme van de jaren ’60 weer aandacht opeiste voor de grote gevoelens omtrent leven, liefde, ziekte, vergankelijkheid en dood. Bij Luuk Gruwez gaat deze vorm van romantiek altijd gepaard met een flinke portie (zelf)ironie. In zijn latere poëzie valt op dat de onderwerpkeuze breder wordt en de vorm meer verhalend.
Gruwez is een dierbaar ingezetene (geweest) van Deerlijk daar hij al in 2004 tot ereburger is benoemd (hij bracht er zijn jeugd door) en in 2011 ontving hij de culturele trofee van de gemeente als erkenning nadat hij in 2009 de Herman de Coninckprijs voor zijn gedicht ‘Moeders’ ontvangt. In 2009 schreef Gruwez het gedichtendag-essay ‘Pizza, peperkoek & andere geheimen’.
Van Luuk Gruwez het gedicht’Het troostconcours’ uit 1995 uit de bundel ‘Vuile manieren’.
.
Het troostconcours
.
Er werd een wedstrijd in troosten gehouden.
Eén bracht een zondag mee met gregoriaans.
een worgengel, een zoon van God
en drie heel knappe jonge priesters.
Een schip naar Paramaribo.
Gezoen achter een sleutelgat.
– Men geeuwde zeer voornaam en hij verloor.
Eén bracht er mee: een kindertijd
met voetzoekers en knalbonbons,
de geur van jute en van boenwas.
Zijn lang bewaarde eerste kies
en al zijn nederlagen in de liefde.
De mooiste ziektes, roem, de fraaiste graven.
– Het kon de jury niet bekoren.
O wat het allemaal niet deed:
een doedelzak, een hangbuikzwijn,
een heroïnehoer van vijftien jaar,
het hoofd van een gestorven meisje
met nog confetti in het haar.
En het plezier van obers voor hun dienblad
om zowat vijf voor middernacht.
Een laatste bracht er tranen mee en groot applaus,
een spraakgebrek, wat kippenvel, zichzelf.
Hij won, maar niemand weet waarom,
hij won en weende. Levenslang.
Met dank aan Wikipedia, Gedichten.nl en http://versindaba.co.za/
Liefdesgedicht voor de vrijheid en vrijheidsgedicht voor de liefde
Erich Fried
.
Erich Fried (1921 – 1988) was een Oostenrijks schrijver, dichter en essayist van Joodse afkomst. Het grootste deel van zijn leven woonde hij in Engeland maar hij schreef steeds in het Duits. Erich Fried was het enig kind van Joodse ouders. Toen zijn vader werd vermoord tijdens de Anschluss in 1938 vluchtte zijn moeder met hem naar Londen. Daar hield hij zich staande met allerlei baantjes waaronder die van bibliothecaris.
Vanaf jongs af aan kwam zijn schrijftalent naar voren maar het duurde tot 1958 toen hij eerste bundel publiceerde “Gedichte” dat hij echt als schrijver doorbrak. Vanaf die tijd publiceerde hij vrijwel jaarlijks een dichtbundel maar ook romans, novellen essays en vertaalde hij werk van o.a. Dylan Thomas, T.S. Elliot en Graham Greene naar het Duits.
In 2003 verscheen ‘Een brief van jou, wel duizend brieven’ in vertaling van Gerrit Kouwenaar. Uit deze bundel het gedicht ‘Liefdesgedicht voor de vrijheid, vrijheidsgedicht voor de liefde’.
.
Liefdesgedicht voor de vrijheid en vrijheidsgedicht voor de liefde
Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde
Wanneer het zogenaamde geluk mij dan na jaren
weer uit de afgesloten kast haalt
en zegt: ‘Nu mag je weer!
Laat maar eens zien wat je kan!’
zal ik dan inademen en mijn armen spreiden
en weer jong zijn en levenslustig
of zal ik dan naar mottenballen ruiken
en met mijn botten rammelen op de maat van een vreemde hartslag?
Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde
en met de liefde is het
net zoiets als met de vrijheid
.
Met dank aan Wikipedia
Ter nagedachtenis aan Alexander
Aleksej Poerin
.
Aleksej Poerin (1955) is een dichter uit Sint Petersburg die zich na een studie scheikunde geheel aan de literatuur heeft gewijd. Hij is thans dichter, essayist, literair criticus en poëzieredacteur van het literaire tijdschrift ‘Zvezda’ (De ster) Hij schrijft kritieken en vertaalt buitenlandse poëzie (Rilke, Nijhoff) in het Russisch. Als dichter treedt hij in de voetsporen van van onder andere Mandelstam en Koesjner. Hij oogstte vooral veel lof voor zijn cyclus ‘Eurazië’, een lyrische studie van het leven in militaire dienst.
.
Ter nagedachtenis aan Alexander
.
Weelderige, stevige, nog niet beschimmelde Perzische rozen
en zware violette, net niet volmaakte ovale druiven
in volle trossen; en op vettig-glanzend lover verpozen
sluimerende libellen, en koele marmergewelven huiven
.
in lange enfilades die de sjahs in Herate bewaken;
en een helder-transparante vijver in de dikke, geoliede hitte
en een landschap vol kreukels, bezweet, als een liefdeslaken,
en motieven van moerassige tapijten, en het fijnmazige, witte
.
kant tegen azuur met parachutes, waar helikopters zwenken,
en geglazuurde minaretten die op paddenstoelen lijken
en weeë melodieën waarbij je aan Radji Kapur mjoet denken
en blikkerende ballonnen van aluminium , die blijken
.
te dienen voor de gaswinning ; en het gehele verleden
en de toekomst, en de onsterfelijkheid daarenboven;
dat heet allemaal Azië en om een onbekende reden
wordt het in een blikken, verzinkte grafkist geschoven.
.
Uit: Optima, 1997
Herman de Coninck
Nog meer liefde
.
In het kader van de liefdespoëzie vandaag een gedicht van Herman de Coninck. Herman de Coninck (1944 – 1997) was een Vlaams dichter, essayist, journalist en tijdschriftenuitgever. Hij staat bekend als ‘De man die zijn volk poëzie leerde lezen’. Hij wordt ook gezien als de vader van het nieuw realisme omdat hij gewone taal en het gewone leven laat doorklinken in zijn poëzie.
.
*
.
middenin de vlakte van juli
kwam ik je tegen, ik woon hier, zei je.
ik keek naar de bloemen. ja dat zie ik, zei ik.
.
je was lenig; en je woorden waren zo
doorschijnend, ik kon je er helemaal
door zien.
en daar lag ik al in het gras
en wat hield ik in mijn hand?
een oortje, waarin ik het lange woord
‘Lieveling’ uitgoot, zonder morsen.
.
Uit: Onbegonnen werk, 1984
Willy Spillebeen
Dichter, schrijver, vertaler, bloemlezer, essayist
.
Afgelopen zaterdag, op de bundelpresentatie van Hervé Deleu (zie post van afgelopen maandag) had ik de eer om voorgesteld te worden aan één van Vlaanderens grootste dichters/schrijvers Willy Spillebeen. Willy (81 jaar) is een allervriendelijkste bescheiden man. Nog vol plannen en ideeën voor romans en nieuwe uitgaven. Zo vertelde hij me dat in het voorjaar van 2014 een aantal liefdesgedichten van E.E. Cummings (een van mijn favoriete dichters) in zijn vertaling op de markt komen.
Willy Spillebeens oeuvre bezit een opvallende eenheid qua thematiek en levensbeschouwing. De sleutelbegrippen tot de gedichten keren terug in de romans en verhalen. De vaak sterk symbolisch geladen beelden uit zijn poëzie zijn ook terug te vinden in zijn proza en worden daar aangevuld met een naturalistische natuurbeschouwing. Schrijven is de zingeving van zijn bestaan. De werken van Spillebeen kunnen worden gezien als een geschreven zoektocht die gaat van chaos naar orde, van verbrokkeling naar eenheid en van metafysieke twijfel naar een vrijzinnig geloof in de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens. (bron: Wikipedia).
In totaal bracht hij 11 poëziebundels uit, 34 romans, 11 essays, 10 vertalingen, 5 bloemlezingen en vele kritische bijdragen over poëzie. Voorwaar een groot schrijver/dichter waar best weer eens wat aandacht aan besteedt mag worden.
Hieronder een prachtig gedicht van zijn hand.
Vlieger
.
Ik spit in mijn tuin van heden
en het handvat van mijn spade
wordt plots de houten klos –
het vliegertouw schiet los
en de vlieger op een windvlaag
springt als een vis in de hemel.
.
We liepen die middag over de stoppels
van de keiheuvel
bij het kastanjebos.
Het was de laatste augustusmaand
van mijn kinderjaren en ons spel
duurde niet langer dan een uur.
Maar dat ene uur bleef leven
en zoveel latere jaren zijn dood.
.
Plots brak een onweer los.
De wereld leek te vergaan.
De vlieger werd doorweekt.
Hij is nooit meer omhooggegaan.
.
uit: Land van vergeten, (Gent, Poëziecentrum 1995)
Met dank aan http://www.poezie-leestafel.info
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 84: Op een ring
.
Poëzie als sieraad, waarom niet? Al eerder schreef ik over poëzie als tatoeage (ook een voorbeeld van een versiering) en dan nu poëzie op een ring.
De eerste ring is gemaakt door Jeanine Payer en de inscriptie luidt: “What lies behind us and what lies before us are tiny matters compared to what lies within us.” van Ralph Waldo Emerson.
De tweede ring, ook gemaakt door Jeanine Payer, heeft een deel van een gedicht van Ian Burgham als inscriptie: and you, a windrose, a compass, my direction, my description of the world
.
Erotische poëzie
Door Sarah Kain Gutowski
.
Op zoek naar een gedicht van E.E. Cummings kwam ik op http://poetrycrush.com/tag/e-e-cummings/ een aardig artikel tegen van Sarah Kain Gutowski over haar favotiete erotische gedicht. Sarah (dichter en associate professor aan de Suffolk County Community College) beschrijft in dit artikel dat haar favoriete erotische gedicht niet gaat over de fysieke kant van de erotiek maar over het aanschouwen of zien van het ongrijpbare in een ander persoon. Als voorbeeld geeft ze het gedicht Silk of a soul van Zbigniew Herbert.
.
Silk of a Soul
Never
did I speak – with her
either about love
or about death
only blind taste
and mute touch
used to run between us
when absorbed in ourselves
we lay close
I must
peek inside her
to see what she wears
at her centre
when she slept
with her lips open
I peeked
and what
and what
would you think
I caught sight of
I was expecting
branches
I was expecting
a bird
I was expecting
a house
by a lake great and silent
but there
on a glass counter
I caught sight of a pair
of silk stockings
my God
I’ll buy her those stockings
I’ll buy them
but – what will appear then
on the glass counter
of the little soul
will it be something
which cannot be touched
even with one finger of a dream
.
Sarah Kain Gutowski schrijft een blog over poëzie op http://mimsyandoutgrabe.blogspot.nl
.
Zbigniew Herbert (1924 – 1998) was een Pools dichter, toneelschrijver en essayist.
.
Sarah Kain Gutowski
Zbigniew Herbert

















