Site-archief
Misschien moet alles eerst op tekening hersteld
Alja Spaan
.
Dichter Alja Spaan ken ik al jaren. Ooit was ik haar vriendelijke lezer, ik droeg voor bij haar thuis bij Alkmaar Anders, in haar huiskamer atelier, ze droeg voor het eerst voor op een podium van Ongehoord! (dat wist ik toen niet) en later nog eens en we brachten samen een bundel uit ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ in 2010 met prachtige illustraties van schilder-tekenaar Pierre Struys. Later won ze niet alleen de tweede prijs van de Turingwedstrijd maar ook won ze de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd in 2015 en stond ik op haar podium van Reuring.
En dan is er nu haar nieuwe bundel ‘Misschien moet alles eerst op tekening hersteld worden’, mooi uitgegeven door uitgeverij Watervis. Feitelijk is dit haar debuut als solodichter (eerder gaf ze ook al een andere bundel met Nina Barhorst) zo staat voorin de bundel maar volgens mij is dat haar bundel ‘De hand de beweging laten maken’. Omdat ik haar als mens en dichter goed ken, omdat ik haar ‘geschiedenis’ redelijk goed ken ( het overlijden van haar moeder, haar verhuizing naar Sint Pancras en de geboorte van haar eerste kleinzoon Scott David aan wie deze bundel is opgedragen) is het lezen van deze bundel voor mij een echt feest. Soms een feest van herkenning, dan weer een feest van poëtische vervoering, ontroering en genieten.
Waar in onze gezamenlijke bundel Alja nog niet een echte vaste dichtvorm had, daar heeft ze in de afgelopen jaren een heel duidelijk herkenbare stijl ontwikkeld waar ze bekend mee is geworden en die breed gewaardeerd wordt. Alle gedichten in deze nieuwe bundel bestaan uit strofen van twee zinnen of drie zinnen (de meeste twee zinnen) waarin, in een bijna vloeiende stijl, alsof het één lange zin is, het gedicht zich ontvouwt.
Prachtige beelden, zinnen en situaties schotelt Alja ons voor, steeds met een grote warmte en gevoel voor haar onderwerpen, de mensen in haar poëzie en de situaties die ze beschrijft. Zoals over haar moeder in ‘Koek’:
Ik zie haar weer in de winter, onherstelbaar
en zo half, naar opzij gevallen, niet meer
schuilend, zo laag bij de grond.
.
Of over haat terugkeer naar de stad, het vertrek uit het dorp van haar jeugd in ‘De echo’:
.
Niets is nog van mij of alles is verdeeld onder de
achterblijvers. Er hoefde niet
.
gedobbeld te worden. Mijn kleding gebukt onder
vele lagen stof, doordrenkt van
.
stadsdamp en snelverkeer, honderd mensen op een
vierkante meter.
.
In vier hoofdstukken met titels als ‘Opnieuw is de stilte weer oorverdovend, Alle portretten zijn levend geworden, Kokette neigingen en Ze is nog altijd bereikbaar geeft Alja ons een intiem kijkje in haar wereld. Een wereld die niet groots en meeslepend is maar voelt als een warm bad waarin je heel makkelijk wordt meegezogen. Dergelijke bundels laten je deel uitmaken van de kleine intieme wereld van Alja en nodigen je uit tot herlezen, keer op keer.
In het gedicht ‘Een andere prestatie’ komt haar huis in Alkmaar langs, de lange woonkamer met de hoge wanden waar je je bij binnenkomst meteen welkom en thuis voelde.
.
Een andere prestatie
.
Nu pas mis ik mijn witte, hoge wanden
voorgoed. In dit poppenhuis
.
waar rondom de bomen dunner worden,
de straat dichterbij terwijl
.
de hemel steeds verder lijkt, blijven de
korte muren vochtig, een
,
blauwzwarte tekening volgt als een ader
mijn melkwit lijf, achter
,
de kast waarin mijn schriften liggen, groeit
een grijze boom, dik
.
dit keer. De woorden liggen gelukkig nog
droog in hun bedding,
.
wat ze bedoelden lijkt in het vorige huis
achtergebleven te zijn, alsof
,
geschreven op die hoge witte muren die
in de storm blijven staan.
.
Magical Mystery Tour
Charles Bukowski
.
Mocht je denken dat deze blog over The Beatles gaat, helaas, dat is niet het geval. De titel doet wellicht iets dergelijks vermoeden maar in dit geval betreft het een gedicht van één van mijn favoriete dichters uit het Engelse taalgebied Charles Bukowski. In dit gedicht neemt Bukowski de titel letterlijk en fantaseert hij erop los over hoe zo’n mysterieuze magische rit eruit zou kunnen zien. Natuurlijk maken vrouwen en drank deel uit van zijn fantasie.
Behalve de tekst van Magical Mystery Tour ook een video waarin Tom O’Bedlam het gedicht voordraagt.
.
Magical Mystery Tour
.
I am in this low-slung sports car
painted a deep, rich yellow
driving under an Italian sun.
I have a British accent.
I’m wearing dark shades
an expensive silk shirt.
there’s no dirt under my
fingernails.
the radio plays Vivaldi
and there are two women with
me
one with raven hair
the other a blonde.
they have small breasts and
beautiful legs
and they laugh at everything I
say.
as we drive up a steep road
the blonde squeezes my leg
and nestles closer
while raven hair
leans across and nibbles my
ear.
we stop for lunch at a quaint
rustic inn.
there is more laughter
before lunch
during lunch and after
lunch.
after lunch we will have a
flat tire on the other side of
the mountain
and the blonde will change the
tire
while
raven hair
photographs me
lighting my pipe
leaning against a tree
the perfect background
perfectly at peace
with
sunlight
flowers
clouds
birds
everywhere.
.
Planeet jeugd
Rick de Leeuw
.
Al eerder schreef ik over Rick de Leeuw (1960), de voormalig zanger van de Tröckener Kecks (gestopt in 2001) toen over de bundel die hij samen met Erik Jan Harmens schreef ‘Echte mannen scheiden niet’. Dit keer las ik zijn bundel ‘Planeet jeugd’ uit 2003. Gedichten uit De laatste show, het Belgische tv-programma waar hij vaste studiogast was.
“Verwonderd beschrijft De Leeuw de wereld als een wedstrijd waarin we steeds aan het kortste eind trekken. Maar verliezen kun je ook met een glimlach.” Dat staat te lezen op de achterflap en eerlijk gezegd, in het gedicht ‘Briljant scheikundige’ lees ik dat wel terug. Teleurgesteld over zijn dromen maar vooral over het wakker worden en het besef dat hij gedroomd had, komt in dit gedicht heel treffend over.
.
briljant scheikundige
.
moegestreden en teleurgesteld
na weer een mislukte carrière
als wielrenner ditmaal
– briljant scheikundige was vorige week –
sleep ik me de badkamer in
en was de slaap van mijn gezicht
.
Vrouw
Jozef Deleu
.
De Vlaamse schrijver en dichter Jozef Deleu (1937) ziet in zijn poëzie als in zijn proza de mens continu geprangd tussen heden, verleden en toekomst. Het besef van de tijdelijkheid van alle leven verleent aan zijn werk een sterk melancholisch karakter. Deleu stelde naast zijn werk als schrijver en dichter ook verschillende bloemlezingen samen zoals ‘Het Groot Verzenboek, vijfhonderd gedichten over leven, liefde en dood’.
In een bloemlezing van Christine D’haen met de titel ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde uit 1980, staat dan weer een gedicht van Deleu met als titel ‘Vrouw’. Dit gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in ‘De stilte groeit’ uit 1974.
.
Vrouw
.
Van ieder woord
ben jij de pit
de harde korrel
in de bolle druif
het zachte vlees
van de amandel.
.
Je bent plantaardig
ring op ring
vormen zich de kringen
woord op woord
wordt harde hoorn.
.
Met de seizoenen
dubbel-zinnig
blauwe zomer
rode winter.
.
Mals en eetbaar
hard en bitter
pure pit.
.
Zó ben jij
van mij.
.
Zo ben ik.
.
De broer van Roos
Tim Hofman
.
In juni 2015 schreef ik over de, door Dennis Storm samengestelde, bundel ‘Achievers’ uit 2013 waarin hij namens uitgeverij Lebowski, een groot aantal talenten op het gebied van de Letteren mocht samen stellen.
Dat Dennis er kijk op had blijkt alleen al uit de namen op de voorkant van dit boekje. Stella Bergsma, Elfie Tromp, James Worthy en Özkan Akyol. Maar ook Tim Hofman staat met 15 gedichten in de bundel. Toen dus al. Het heeft dus nog 4 jaar geduurd voor de bundel ‘Gedichten van de broer van Roos, er kwam.
Destijds schreef ik over zijn gedichten: bijzondere poëzie, beetje rauw, humoristisch maar de moeite waard. Dat vinden inmiddels heel veel mensen. De laatste berichten zijn dat de bundel tweede staat in de bestseller top 60 en dat er inmiddels ruim 20.000 van zijn gedrukt wat voor een poëziebundel absurd veel is.
Volgens een interview met Tim in Trouw helpt zijn bekendheid en het feit dat hij op tv komt hierbij. Veel jongeren lopen weg met Tim Hofman en gezien de opkomst bij signeersessies, zoals afgelopen zaterdag bij Paagman in Den Haag kun je gerust stellen dat zijn lezers- en kooppubliek vooral tussen de 15 en 30 jaar zit.
Prima natuurlijk, elke vorm van aandacht voor poëzie is meegenomen. In Perdu, waar ik zaterdag was bij de bundelpresentatie van Antoinette Sisto, wist men mij te vertellen dat ze de bundel van Tim ook graag verkopen aan jong publiek dat poëzie wil leren kennen.
In het interview zegt Hofman over zijn thematiek: “Ze gaan over liefde, dood, depressie, seksualiteit, liefde voor taal. Het is een golfslag van lichte, zware en technische stukken.”.
Ik heb de bundel gelezen en kan dit dit beamen. In zijn spielerei met taal komt hij tot grappige vondsten zoals het ‘gedicht’ ‘Egocentrie’ en humor komt in een gedichtje als ‘Bijzonder hypochonder’ naar voren. Veel rijm ook in de gedichten, eindrijm, binnenrijm, beginrijm, Tim houdt van rijm maar tegelijkertijd speelt hij met vormen en stijlen. In het gedicht ‘Net verhuisd’ bijvoorbeeld speelt hij op een slimme manier met de aangeboren neiging op volgzaam in bijvoorbeeld een rijmschema mee te gaan terwijl de uitspraak van woorden die nu juist teniet doen.
Een bundel kortom voor tussendoor, voor liefhebbers van bijvoorbeeld het werk van Levi Weemoedt, of zelfs Toon Hermans, maar ook voor beginners in de poëzie, voor fans van Tim en voor jongeren door de gekozen thema’s. Ik begrijp die verkoopcijfers wel.
.
Egocentrie
j i j
i k i
j i j
.
Bijzonder hypochonder
.
huisarts
afgebeld
.
heb
me ziek
gemeld
.
Net verhuisd
.
’t is te veel wat je wilt, heel veel tegelijk
maar een beetje beleven lukt wel degelijk
.
Je voelt het, dat rauwe, de rand van de stad
de zon zacht verbranden vanachter een flat
.
het belicht nog voorzichtig terloops taferelen
treft mensen hun blikken en leest perikelen
.
hoe de gracht op de nacht wacht, jij op de tram
verdwaald als je bent, daar in dat Amsterdam
.
In ballingschap
A. Roland Holst
.
Van de kringloopwinkel dit keer een deel uit de Ooievaar reeks, nummer 16 uit 1955, ‘In ballingschap’ een keuze uit eigen werk door A. Roland Holst (1888 – 1976). In de Achteraf (dat vooraan in de bundel is opgenomen) schrijft Roland Holst:
“Mocht, niet alleen nu, maar nog na jaren, door iets van wat ik ooit schreef, een zweem van dat geluk in een ander mensch teweeg worden gebracht, dan ware mijn leven niet zonder zin geweest.”
Ik denk dat elke dichter deze gedachten wel eens heeft, in het geval van Roland Holst is deze hoop ook werkelijkheid geworden. In deze bundel verzen en proza. Ik koos voor een gedicht uit 1921 met de titel ‘De stervende’.
.
De stervende
.
Wie praat daarbuiten in zon en wind
van den ouden tuin?
De stem van een, die ik heb bemind,
kon niet lichter en lieflijker zijn.
.
En wie is de vreemde die met haar praat?
o, huiverend harte mijn,
de stem van een, dien ik heb gehaat,
kon niet schooner en donkerder zijn.
.
Moest dan alleen een droom, dien de wind verhaalt
aan het licht en het loover, zijn?
de wind gaat liggen…de avond daalt…
en het zal over zijn.
.
Verse taal
Mahsai Attai
.
In 2007 werd door uitgeverij De Brouwerij de bundel ‘Verse Taal’ uitgegeven. In deze bundel met CD staan de verhalen en gedichten van een aantal vluchtelingen dichters. Vluchtelingen van alle tijden (van Chili in de jaren zeventig) tot Irak en Kroatië begin van deze eeuw. Wat hen bindt is een gedeelde geschiedenis van vluchten voor onderdrukking, geweld en angst uit hun vaderland naar Nederland. Schrijfster Alejandra Slutzky, fotograaf Jan Kees Helms en muzikanten Wilma Paalman en Marcel van der Schot stelden deze bundel en CD samen.
Een aantal dichters uit deze bundel heeft als dichter of in de poëzie enige naam gemaakt. Zo staan onder andere Sallah Hassan, Juan Heinsohn Huala en de helaas veel te vroeg gestorven Pero Senda in deze mooi en met respect uitgegeven bundel.
Als gedicht en dichter kies ik vandaag echter voor een wat minder bekende, namelijk Mahsa Attai die destijds vluchtte uit Iran met haar gedicht ‘Het leven’. Het gedicht is al meer dan 10 jaar oud maar nog altijd pijnlijk actueel.
.
Het leven
.
Er is in feite geen plek waar God eindigt en je begint
En geen plek waarop je eindigt en ik begin
.
Oh, laten we leven in vreugde, in liefde onder hen die haten!
Laten we onder mensen die haten leven in liefde
.
Ik adem in en word rustig
Ik adem uit en glimlach
Op dit moment weet ik
Er bestaat geen ander moment
.
Alex Roeka
Liedtekstdichter
.
Zanger Alex Roeka werd geboren als Alex van Mourik. Hij studeerde psychologie, maar besloot na zijn kandidaatsexamen de grote vaart op te gaan. Tijdens een van zijn reizen langs Zuid-Europa en West-Afrika ontdekte hij de Portugese fadozangeres Farouka, waaraan hij zijn artiestennaam Alex Roeka ontleende.
Hij begon midden jaren negentig, liederen te schrijven en op te treden. Hij nam een demo op, die hij Jacques Klöters toestuurde, die het op de radio begon te draaien. Klöters bracht hem ook in contact met een platenmaatschappij. Zijn debuut-cd kwam in 1996 uit: ‘Zee van onrust’.
Drie jaar later won hij de Annie M.G. Schmidt-prijs voor het lied ‘Noem ’t geen liefde’. Sindsdien maakte hij diverse cd’s, trad op in vele theaters in Vlaanderen en Nederland en kwam er in 2007 een boek van zijn hand uit: ‘Mannenwoestijn’, verzamelde teksten met bijbehorende cd. Twee van zijn cd’s werden bekroond met een Edison: ‘Beet van Liefde’ in 2009 en ‘Gegroefd’ in 2013.
Veel van zijn fans roemen zijn poëtische teksten. Hier een voorbeeld dat je ook als gedicht zo zou kunnen lezen. ‘Als je blijft’ staat op de cd ‘Gegroefd’ uit 2012.
.
Als je blijft
.
Nee, ik zal niet meer drinken
In zwijmel verzinken
Althans niet meer zo lang
Niet meer nachten verdwijnen
Door de stad lopen deinen
Alleen zo nu en dan
Ik zal de tuin laten bloeien
De heg laten groeien om ons stille domein
De hond laten springen
Het huis laten zingen van ons geheim
Als je blijft, als je blijft
Ja, ik zal beter luisteren
Mijn oor aan je kluisteren
Ook al klets je maar wat
Mijn hand op je leggen
Met zachte stem zeggen
Dat je gelijk hebt schat
Ik zal het afval verbranden
De schuld en de schande, ons beider venijn
De vlammen vereren
En uit de kleuren leren hoe het terug zal zijn
Als je blijft, als je blijft
We zoeken de plekken weer op
De zomerse heuvel, de lange galop
Je weet wel, mooie, wat ik bedoel… Dat gevoel
Ik zal je lijf laten gloeien
Je heupen verschroeien, de demonen verslaan
Je mijn hart laten voelen
Je ermee overspoelen zodat je nooit meer wilt gaan
Als je blijft, als je blijft
.















