Site-archief
Klacht voor een gestorven concubine
Keizer Woe van Han
.
Een liefdesgedicht hoort ook bij vakantiepoëzie. Daarom uit een van de mooiste bundel over de liefde ‘De liefste’ onsterfelijke liefdesverzen samengesteld en vertaald door Paul Claes uit 1990 een gedicht van Keizer Woe van Han getiteld ‘Klacht voor een gestorven concubine’.
.
Klacht voor een gestorven concubine
.
Van zijden mouwen geen geruis.
In ’t jaden voorhof groeit het gruis.
Verlaten ligt de kille zaal.
Een blad viel in het voorportaal.
Ik weet niet waar mijn liefste is.
Zij voelt niet hoezeer ik haar mis.
.
De zomen van het licht
Ida Gerhardt
.
Een zomer vol vakantie poëzie kan niet zonder een gedicht van Ida Gerhardt. Uit haar bundel ‘De zomen van het licht’ uit 1983 het gedicht ‘Het volmaakte’.
.
Het volmaakte
.
Ik gaf mijn kind een zilveren bal.
het werd zijn één, het werd zijn al;
en hij die steeds met ieder deelt,
hij schreit als iemand er mee speelt,
.
Ik sprak tot hem met zacht vermaan;
hij zag mij lang verwonderd aan
en liet toen stil zijn tranen gaan.
.
Ik gaf mijn kind een zilveren bal:
bracht ik zijn onschuld nu ten val?
Of ben ik blind? – Het goddelijke kind
hield in zijn handjes het heelal.
.
Wie verliefd is..
Karel Eykman
.
Van de schrijver en dichter Karel Eykman (1936) verscheen in 1982 de verzamelbundel ‘Wie verliefd is gaat voor’ met honderden liedjes en gedichten die Eykman schreef voor het jeugdtheater, televisie en radio. Uit deze bundel het gedicht/liedje ‘Hij had een motor en wist er alles van’.
.
Hij had een motor en wist er alles van
.
Hij had een motor en wist er alles van
en ik hielp hem zoals een kind dat kan
(’t is jaren terug).
En zo van lieverlee werd hij een echte vriend
al was hij groot mens en was ik nog een kind
(dat vergeet ik niet vlug).
Ik werd vertroeteld, geknuffeld en verwend
zoals alleen iemand die je goed kent
(’t is jaren terug).
Ik had het fijn bij hem en was op mijn gemak
en ik begreep niet wat daar voor kwaads in stak
(dat vergeet ik niet vlug).
Hoe hij dan zei met zijn grappige gezicht
hoe hij dan praatte, net als een gedicht:
Jossie, lief Jossie, klein Jossie, goed Jossie
goed lijf Jossie, goed zicht.
.
En nooit vergeet ik wie hij toen voor me was
ik was toen dom en eenzaam in de klas
(’t is jaren terug).
En was ik droevig toen of wou ’t op school niet gaan
dan kroop ik zachtjes zo tegen hem aan
(dat vergeet ik niet vlug).
Toen zei m’n vader: ‘Wat moet jij met die miet?’
Toen was het uit, toen mocht het verder niet
(’t is jaren terug).
Al ben ik nu groot mens en jaren lang getrouwd
ik zorg ervoor dat ik hem goed onthoud
(dat vergeet ik niet vlug).
Hoe hij dan zei, met zijn grappige gezicht.
Hoe hij dan praatte, net als een gedicht:
Jossie, lief Jossie, klein Jossie, goed Jossie
goed lijf Jossie, goed zicht.
.
Charles Bukowski
De poëzie lezing
.
Ik heb op dit log al veel en vaak een gedicht of een stuk over één van mijn favoriete dichters Charles Bukowski gedeeld. Dus waarom in deze vakantie periode niet nog een. Daarom hier het gedicht ‘The Poetry Reading’ een heerlijk, tikje vilein maar eerlijk gedicht over het voordragen van gedichten.
.
the poetry reading
.
poetry readings have to be some of the saddest
damned things ever,
the gathering of the clansmen and clanladies,
week after week, month after month, year
after year,
getting old together,
reading on to tiny gatherings,
still hoping their genius will be
discovered,
making tapes together, discs together,
sweating for applause
they read basically to and for
each other,
they can’t find a New York publisher
or one
within miles,
but they read on and on
in the poetry holes of America,
never daunted,
never considering the possibility that
their talent might be
thin, almost invisible,
they read on and on
before their mothers, their sisters, their husbands,
their wives, their friends, the other poets
and the handful of idiots who have wandered
in
from nowhere.
.
I am ashamed for them,
I am ashamed that they have to bolster each other,
I am ashamed for their lisping egos,
their lack of guts.
.
if these are our creators,
please, please give me something else:
.
a drunken plumber at a bowling alley,
a prelim boy in a four rounder,
a jock guiding his horse through along the
rail,
a bartender on last call,
a waitress pouring me a coffee,
a drunk sleeping in a deserted doorway,
a dog munching a dry bone,
an elephant’s fart in a circus tent,
a 6 p.m. freeway crush,
the mailman telling a dirty joke
.
anything
anything
but
these.
.
Aarde
René Verbeeck
.
In de Poëziereeks van het Davidsfonds werd in 1968 de bundel ‘Gedichten 1968, een keuze uit de tijdschriften’ uitgegeven waarin een overzicht van bekende en minder bekende dichters met een gedicht in zijn vertegenwoordigd. Bijzonder is dat bijvoorbeeld Herman de Coninck in deze bundel nog onbekend is en als Leraar te Mechelen beschreven staat. René Verbeeck (1904-1979) staat in deze bundel met twee gedichten waaronder het gedicht ‘Aarde’. Verbeeck was medestichter en redacteur van De Tijdstroom (1930-1934) en Vormen (1935-1940). Hij was stichter en uitgever van de Bladen voor de Poëzie (1937-1944) en hij publiceerde verschillende dichtbundels.
.
Aarde
.
Aarde
meng nog lang
uw sterke kruiden in ons bloed
.
uw zout in ons verlangen.
.
dat wij niet spreken met gespleten tong
van hemel en van aarde
op de fijne festijnen van de geest:
.
ook de meest etherische bloem
met haar wortels in uw lichaam leeft.
.
Tweede vader
L.F. Rosen
.
De dichter L.F. Rosen kende ik niet maar uit zijn biografie en bibliografie blijkt dat hij inmiddels 5 bundels heeft gepubliceerd en dat zijn poëzie “behoedzaam en buigzaam is en waarin grote emoties wel omcirkeld worden maar nooit direct aangeraakt”. Uit de bundel ‘Onhandig hart’ uit 1998 het gedicht ‘Tweede vader’.
.
Tweede vader
.
Steeds strakker trok hij zijn cirkels om ons.
Hij was nooit ver. Nooit ver genoeg
dat wij ons buiten waagden zonder christendom.
Van Heere Heere zingend liepen wij door zijn jachtgebied,
keken niet op of om. Naderend tot zijn water
voelden wij zijn ogen die de sterren konden doven.
.
Later toen hij niet meer van je zijde week
en zelf een hart bezat waarin het spoken kon,
roep hij om ons door het plafond,
zocht vrede in onze dunne kelen vol ongeloof.
.
Foto: Pieter Vandermeer / Tineke de Lange
Laat
T. van Deel
.
Uit de bundel ‘Strafwerk’ uit 1969 van T. van Deel het vakantiegedicht ‘Laat’. Een gedicht in de vorm van een herinnering waarbij aan het einde van het gedicht ineens de dichter reageert vanuit het moment dat hij het gedicht schreef.
.
Laat
.
Op warme zomeravonden
als het laat nog licht was
zaten we in de tuin en mocht ik
langer opblijven omdat slapen niet ging.
Ik ving sprinkhanen
en stopte die in mijn moeders nek.
Dikwijls stond een buurman
over het hekje geleund te praten.
Het scheen grappig te zijn
want er werd gelachen –
dat hoor ik voor het eerst.
.
Blessuretijd
P.F. Thomése
.
Uit het literaire voetbaltijdschrift Hard gras, nummer 10 van april 1997, het themanummer over Johan Cruijff (naar aanleiding van zijn 50ste verjaardag) het gedicht ‘Blessuretijd’ van schrijver P.F. Thomése.
.
Blessuretijd
.
Ach Cruijffie, de tijden
die zo ras verglijden –
is ’t bijna voorbij dan?
Hoe bitter is ’t lot.
Want jij hebt gegeven
de zin aan het leven,
het voetbal verheven
tot liefde van God.
Als broer van de Heere
deed jij verkeren
het spel met de leren
in hemels genot.
Toen jij Zijn gezant werd
is ’t aanschijn veranderd,
want jij als geen ander
kon heersen op ’t veld.
Jouw kappen en draaien
deed backs pollen maaien,
de kieps bukken, graaien –
wij stonden versteld!
Nee, ’t is niet te verdragen
dat dit zal vervagen
en zelfs jouw grote dagen
op ’n dag zijn geteld.
.
Staatsmijn Wilhelmina
Manuel Kneepkens
.
In ‘Gedicht’ een driemaandelijks tijdschrift voor poëzie onder redaktie van Remco Campert, nummer 6 uit 1975 staat het gedicht van dichter, publicist, politicus en jurist-criminoloog Manuel Kneepkens (1942) met de titel ‘Staatsmijn Wilhelmina’.
.
Staatsmijn Wilhelmina
.
Zomers rolde je er met de bolderwagen of autoped
Moedertje Rusland in: de toendras en de steppen
van de Slikvijvers
die zwarte open wonden van de Hades, verraderlijk
achter hun camouflage van de prinsesmargrieten
.
op vrijdagavond, na werktijd, mochten de kompels er
tussen knoopkruid, bereklauw, de geur van kruizemunt
een kruiwagen slik weghalen, extra loon
.
eigenlijk waren die vijvers zwaar Verboden Toegang
want het Meisje van Hans Andersen, die van het
Wittebrood
was daar verdronken en ook de plompe groene kikkers
op late zomeravonden kwaakten er zo zwaarmoedig
dat men zich waande onder de grote grauwe
.
paddestoel
.
boven de verlaten parken van Hiroshima
.














