Site-archief

Babylon

Zbigniew Herbert

.

De Poolse dichter Zbigniew Herbert (1924 – 1998) was behalve dichter ook toneelschrijver en essayist. Herbert verwerkte in zijn poëzie regelmatig ervaringen uit de oorlog of hij grijpt terug op de klassieke geschiedenis. Lijden, geweld, onderdrukking, verzet, de menselijke waardigheid en de noodzaak van de waarheid te getuigen zijn belangrijke thema’s in zijn werk. In Polen wordt Herbert beschouwd als een klassiek dichter, hoewel hij maar weinig steunt op metrum en rijm. Hij is ‘klassiek’ in zijn waarnemingen, zowel van de broosheid van mensen als van de ‘trouw der dingen’. Zijn poëzie wordt gekenmerkt door beheersing, beknoptheid, eerlijkheid en soberheid, soms ook door een speels-filosofische toon.

T. van Deel schreef ooit in Trouw over het werk van Herbert: “Het is moeilijk over Herberts poëzie in analytische zin te schrijven. De ontroering en de zwiepers die zijn gedichten teweegbrengen, zijn slecht over te dragen. Het is de toon die hier de aangrijpende muziek maakt “. Zijn werk is in vrijwel alle Europese talen vertaald en is herhaaldelijk bekroond met belangrijke nationale en internationale literaire prijzen. Uit de bundel ‘Rapport uit een belegerde stad ; gedichten’ dat in 1994 door De Bezige Bij werd uitgegeven, het gedicht ‘Babylon’.

.

Babylon

.

Toen ik na jaren in Babylon terugkwam was alles veranderd

de meisjes die ik had bemind de nummers van de metrolijnen

ik wachtte bij de telefoon de sirenes zwegen hardnekkig

.

troost door de kunst dus – Petrus Christus’portret van een jonge

dame

werd steeds platter had zijn vleugels gevouwen voor de slaap

de lichten van de ondergang en van de stad naderden elkaar

,

het festival van de Apocalyps fakkels een valse Sibylle

vergaf de dronken menigten aanhangers van de overvloed

het vertrapte lichaam Gods werd meegesleurd in triomf en in stof

.

zo voltrekt zich het wereldeinde overladen Etruskische tafels

in wijnbevlekte hemden zich onbewust van hun lot vieren ze feest

tot slot komen de barbaren om de slagader door te snijden

.

ik heb je niet de dood toegewenst stad zeker niet zo’n dood

want met jou verzinken de zoete vruchten van de vrijheid

en alles moet beginnen bij de bittere kennis het gras

.

Ode aan de kapsalon

Gino van Weenen

.

In de prachtige bundel ‘Wij dragen Rotterdam’ uit 2014, de eerste papieren uitgave van MUG books, staan 9 Rotterdamse dichters die hun liefde voor Rotterdam bezingen en beschrijven in verschillende gedichten. Een van die dichters is Gino van Weenen, een dichter die ik toen nog niet kende maar inmiddels een aantal jaar verder, ken ik hem wat beter en zijn we ook nog eens in het zelfde beroepsvlak werkzaam naast de poëzie (namelijk in de openbare bibliotheek). Hioe veelzijdig Gino is en met welke projecten hij bezig is lees je op zijn website https://ginovanweenen.com

In de bundel ‘Wij dragen Rotterdam’ staat zijn ‘Ode aan de kapsalon’ die vette caloriebom die in Rotterdam ooit is bedacht.

.

Ode aan de kapsalon

.

Er zit niks meer tussen dat wat ik liefheb en dat wat ik consumeer. Dit is de

vrijheid van de Rotterdamse gevangenen, geen concessies en bovenal geen

hokjes meer. Of ik nu Westkruis, Hilledijk, Kleiweg of Schiedamseweg

ben, dit is mijn smaak.

Er zit eenvoud en diepgang in een kolos als deze. Het is een meervoudig pad

waarin de tijd ingeeft waar mijn binnenste goed voor is.

.

In aluminium gegoten alsof men ijzer aan het smeden is. Wij Rotterdammers

hebben het schuim op de bek en de buiken vol van mannen die ons tot diep in

de nacht bedienen van doordrenkte frieten en in saus verzopen vlees.

.

De loempia, al jaren overleden. Broodje kroket, geef die maar aan opa. Tosti

ham kaas, jongens ik wil echte vulling. Geen halve maatregelen en zeker geen

leugens over de meeslepende misselijkheid van de volgende ochtend.

.

Als de knoflook mij de das omdoet en sambal achter op de tong brand dan

weet ik dat ik meer had moeten drinken. In complete staat van alcohollepsie

donder ik over toonbanken met luid en duidelijk 1 boodschap!

Kapsalon, de grootste en met veel saus!

.

Amalia Rodriguez zingt

Hubert van Herreweghen

.

De Vlaamse dichter Hubert van Herreweghen (1920 -2016) wordt samen met generatiegenoten als Anton van Wilderode en Christine D’haen gezien als dichters van de bezettingsgeneratie. Hij debuteerde in de oorlog (1943) met de bundel ‘Het jaar der gedachtenis’ en in 2015, op 95 jarige leeftijd, verscheen zijn laatste bundel ‘De bulleman en de vogels’. Hij werkte als onderwijzer, journalist en bij de Vlaamse televisie. Naast dichter was van Herreweghen redacteur van enkele literaire tijdschriften, waaronder Podium (1943-1944) en vanaf 1947 van Dietsche Warande & Belfort. In dat laatste tijdschrift verschenen vrijwel al zijn gedichten. Daarnaast was hij samensteller van bloemlezingen van gedichten. Van 1965 tot 2000, 36 jaar lang, verzorgde hij voor het Davidsfonds een selectie van 50 gedichten uit de poëtische jaarproductie in tijdschriften. Hubert van Herreweghen ontving tijdens zijn leven verschillende literaire prijzen waaronder de Prijs van de provincie Brabant (1945), de driejaarlijkse staatsprijs voor poëzie (1962) en de Prijs voor Letterkunde voor de Vlaamse Provincies voor zijn gehele oeuvre (2006).

Uit ” Vleugels’ Poëtisch Erfdeel der Nederlanden uit 1962, koos ik voor het gedicht ‘Amalia Rodriguez zingt’ vooral omdat dit bij mij een herinnering naar boven bracht aan mijn ouders die naar haar luisterde.

.

Amalia Rodriguez zingt

.

I

Hartstochtelijk uit de ellende klagen,

tegen vernedering steigerende trots,

om hemel en aarde uit te dagen

en de oneindige barmhartigheid Gods.

.

O nooit nooit in het leven te dulden

wat ons tot droeve narren verminkt,

berusten nooit, maar schelden op schulden

en klagen om wat in ’t graf verzinkt.

.

Voor de ongeborenen is er het leven,

voor levenden is er schande en dood;

en tot wij liggen in dezelfde schoot

zullen de doden geen teken geven.

.

II

Klagen zoals de tortels klagen

diep in ’t van koeren ronkend bos,

de dove echo ondervragen,

maar niets komt uit de stilte los.

.

Klagen zoals al wat geschapen

is, klaagt, en jankt en kermt,

klagen zoals de schapen blaten

totdat de slachter zich ontfermt,

.

klagen zoals de golven klagen,

schreeuwen zoals de zeemeeuw schreeuwt;

duizend gedoofde huilen dragen

zeeën en wind. De stilte geeuwt.

.

.

Haar mond

Hugo Claus

.

Op de onovertroffen website https://www.dbnl.org lees ik over de poëzie van Hugo Claus dat deze ‘in de tijdsleutel van de agressie staat, het is een poëzie van drift en actie’. Voor wie het werk van Hugo Claus kent zal dit niet als onbekend voorkomen. In ‘De Oostakkerse gedichten’ uit 1995, van Hugo Claus, die voor het eerst onder de titel ‘Nota’s voor een Oostakkerse cantate’ in het tijdschrift Tijd en Mens werden gepubliceerd staat het gedicht ‘Haar mond’ . In dit gedicht komt de drift en de actie duidelijk terug.

.

Haar mond

.

Haar mond: de tijger, de sprong, de tol

Om en om naar zeven maanden Zomer.

Haar lijf:”de liane die te laaien lag,

Korenschelp.

.

Vlak is mijn wit,

En wit als een stenen vis.

Onthuisd is mijn vel.

Ontvolkt ben ik.

.

Zij is een ander geworden. Mijn oog ontwend,

Die hoog als de zee en stollend in mijn nekvel woonde.

.

Kleermaker

Herman Leenders

.

De Vlaamse dichter Herman Leenders werd in 1960 geboren in Brugge. Hij studeerde Germaanse filologie. In 1992 debuteerde hij met de bundel ‘Ogentroost’ waarvoor hij de C. Buddingh’-prijs en de Hugues C. Pernath-prijs won alsmede de Prijs van de Provincie West-Vlaanderen.  Ook publiceerde hij een verhalenbundel en twee romans. In 2016 – 2017 werd hij aangesteld als vrije Brugse stadsdichter. In zijn werk behandelt hij vooral de spanning tussen droom en werkelijkheid. Hij doet dat in een directe taal die beeldend en zintuiglijk is. Uit zijn bundel ‘Landlopen’ uit 1995 het gedicht ‘Kleermaker’.

.

Kleermaker

.

Hij meet de afstand tussen mijn kruis en de grond.

Hij legt zijn centimeter om mijn hals als een strop.

Zijn vingers betasten de stof.

.

Ik hou mijn armen stijf uiteen:

een vogelschrik in de binnenkant van kleren.

De naalden prikken door de voering heen.

.

Ik word opgemeten als een partij land.

Zijn vrouw stelt mij te boek.

Hij dicteert haar.

.

-de spelden in zijn mond-

drie rijen getallen

die nooit zullen krimpen bij het wassen.

.

Poeticaal

Gerrit Kouwenaar

.

In 1974 publiceerde Gerrit Kouwenaar bij uitgeverij Em. Querido de bundel ‘landschappen en andere gebeurtenissen’ uit. Ik heb deze bundel gekocht in een kringloopwinkel en achterin zit een getypt (!) vel waarvan ik vermoed, dat ie van iemand is geweest die aan de universiteit colleges heeft gevolgd over de poëzie van Gerrit Kouwenaar.  Volgens de schrijver van dit vel zijn een aantal gedichten in deze bundel expliciet poeticaal (poëtisch zouden we nu zeggen). Een gedicht dat hier genoemd is kun je hieronder lezen. Over het al dan niet poeticaal zijn van de gedichten wordt een uitspraak aangehaald van Kouwenaar waaruit blijkt dat vrijwel alle gedichten poeticaal lijken te zijn. Deze uitspraak gaat over de relatie van gedicht en werkelijkheid en luidt:

“Maar wat al die werkelijkheden betreft, het schrijven berust – voor mij althans – op een gebruikmaken, een uitbuiten van de spanning tussen de empirische werkelijkheid en de werkelijkheid van de taal. De vraag hoe deze werkelijkheden op elkaar botsen, ergens zijn te verzoenen en toch niet zijn te verzoenen, toch altijd door het papier gescheiden blijven. Daar gaat het bij mij toch een beetje om, geloof ik.”

Ik zou zeggen oordeel zelf aan de hand van het volgende gedicht dat volgens de opsteller van dit schrijven poeticaal of poëtisch is.

.

Als de dood: men is

daar even stil gaan liggen

in die foto

en daar ligt men nu eeuwig

.

het gehoor hoort zich doof, zien

kijkt een blinddoek, stof vult

de alles ontkennende mond

.

deze sekonde stikkend van zonlicht: hoe lang

duurt de kou van die wolk?

.

even gaan liggen en meteen onophoudelijk

vergeefs op het punt staan van opstaan

in vlees

.

op papier –

.

Bij benadering misschien dit

Een recensie

.

Elbert Gonggrijp (1965) publiceerde in november van dit jaar alweer zijn zesde bundel in eigen beheer met de titel ‘Bij benadering misschien dit’ in de Aescha Reeks. Sinds 2005 publiceert Gonggrijp dagelijks gedichten op zijn blog http://natuurgedichten.blogspot.com/. De bundel “Bij benadering misschien dit’ is met zorg vormgegeven en ziet er prima uit, een mooie harde kaft, overzichtelijk, goede bladspiegel, prima.

De dichter licht het thema van de bundel: “Het geschrevene kan de werkelijkheid nooit volledig benaderen” vanuit verschillende invalshoeken toe.

In het hoofdstuk ‘Nabij’ doet hij dat dichtend over de liefde, over een ik en een jij, hele intieme portretten van een liefde tussen twee mensen. In het hoofdstuk ‘Toenadering’ staan mensen, dichters, centraal die belangrijk voor Gonggrijp zijn of waren. Het hoofdstuk begint met drie gedichten over zijn moeder gevolgd door gedichten voor S., L.N., J.S., dichter J.M. en Rutger Kopland. Wie er achter deze initialen schuilgaan blijft verborgen.  In het hoofdstuk ‘Bij benadering’ zoekt de dichter naar zichzelf, in zichzelf maar altijd in relatie tot de ander. Een mooi voorbeeld zijn deze zinnen:

‘ Wat je niet koos gebeurt je, / wat ons uitvond hoeft niet te / worden gezocht -‘

In het hoofdstuk ‘In zekere zin’ komt de liefde van Gonggrijp voor de natuur sterk naar voren. Veel buiten, tuinen, gras, tuinen, mussen, vlinders, insecten, kievit, zwanen, kastanjes, populier, spreeuw, merel, longkruid, bladeren en hommels. Ik las ergens dat Gonggrijp ook wel als natuurdichter wordt betiteld, wat op zichzelf niet vreemd is, gezien de titel van zijn gedichtenblog. Ik zou zover niet willen gaan, de natuur speelt een rol in deze gedichten maar is niet overheersend, het heeft eerder een dienende rol in zijn poëzie.

In het hoofdstuk ‘Raaklijn’ verkend Gonggrijp het water en met name de zee. In het gedicht ‘Dit is de zee’  komt zijn poëzie tezamen, de dichter, de wereld, de ander. “De nagalm van de stilte, het moment voorbij het moment zoals het zich aanbood” Dat is het moment waarop de dichter zijn realiteit vat in woorden. De lijnen die Gonggrijp in elkaar vlecht in deze bundel; de liefde, de natuur, de zee, de ander, komen nog een maal terug in een retrospectief gedicht ‘Slotakkoord’ dat een heel hoofdstuk mag heten.

Al met al een zeer leesbare en genietbare bundel.

.

Dit is de zee

.

Jezelf te overwegen, achter elke stap de waterstanden

vermoeden, mijn eigen eb en vloed. Is dit waarnaar ik

zocht, alsof je kon weten wie je was toen de zon zich

heenspoedde? De golven omspoelen mijn voeten,

dichterbij dan hier kom ik niet verder

dan voorbij te gaan.

.

Jezelf te ijken. Dit ben jij, dit is de zee, zout, branding, het

zoveelste intermezzo van leven. Een vage bespiegeling,

het innerlijk betoog van het zuiverste nakijken. De nagalm

van stilte, het moment voorbij het moment zoals het

zich aanbood. Te raden welk gezicht

het zich uiteindelijk verkoos,

.

stukslaand in de branding, hier

waar ik sta, daar waar ik haar

bedenk: dit, dit is –

.

 

 

Horizon

Hugo Claus

.

Zondag in december betekent een gedicht van de dichter van de maand Hugo Claus. Dit keer het gedicht ‘Horizon’ uit de bundel ‘In geval van nood’ uit 2004. Een typisch Claus gedicht wat mij betreft maar oordeel zelf.

.

Horizon

.

De horizon is de taal, de taal die ik word
geacht te delen met
het verminkte kind,
met de jongeling die soldaat geworden is
en zo fier op zijn laarzen,
met de grijsaard met zijn gescheurde darmen
in zijn armen.

Het regent fosfoor en sirenes

De stemmen van mijn land
meestal in de televisie.
Moordzuchtige families.
Misdadig gezang.

En alom de bloedslurpende goden

.

De poëzie komt vroeg in 2019

Poëzieweek in Maassluis

.

Op zondag 27 januari organiseren Theater Koningshof, de Bibliotheek en stichting Jambe en Ongehoord! een poëziemiddag met workshops, interessante dichters en muziek in Theater Koningshof aan de Uiverlaan 20 in Maassluis. Natuurlijk is er ook een open podium.

Programma

Eind januari is het weer Poëzieweek in Nederland. In Maassluis kun je op zondag 27 januari terecht voor workshops poëzie, de dichter Ingmar Heytze, poëzie en muziek van Henk Boogaard en natuurlijk is er een Open Podium. Het programma begint om 14.00 uur en duurt tot 17.00 uur. Voor wie zelf aan de slag wil gaan met poëzie is er van 11.00 tot 13.30 een workshop poëzie schrijven met dichter Henriette Faas. In twee delen geeft ze uitleg, tips, en helpt zij je verder op je eigen poëtische pad. Deze workshop is voor jong en oud.

 Workshops, Open podium en feedback gedicht

Geef je van te voren op voor de workshop via info@theaterkoningshof.nl met als onderwerp “Workshop”. Wil je graag drie gedichten voordragen op het open podium, bijvoorbeeld als je de workshop hebt gevolgd of als je al wat langer bezig bent met poëzie, geef je dan op via info@theaterkoningshof.nl met als onderwerp “Open Podium”. Schrijf je al wat langer poëzie en wil je graag feedback op je gedichten ontvangen van Henriette mail dan je gedicht naar info@theaterkoningshof.nl met als onderwerp “feedback gedicht”.

Aanmelden

Aanmelden voor de verschillende onderdelen kun je doen via de mail en voor 15 januari 2019

Kosten

Entree kaarten voor deze poëziemiddag zijn € 7,50 te koop via www.theaterkoningshof.nl of aan de balie van Theater Koningshof. Voor de activiteiten moet je je apart aanmelden (zie hierboven). Wil je gegarandeerd zijn van een plek meld je dan snel aan.

.

Om in de stemming te komen alvast een gedicht van Ingmar Heytze, hoofdgast op 27 januari, uit zijn bundel ‘ Alle goeds’ uit 2001, het gedicht ‘ Mammoet’.

.

Mammoet

.

Het is heel koud in dit gedicht.
Zo koud – voorzichtig met je netvlies –
dat je blij mag zijn om het alleen
te hoeven lezen.

Het is gemaakt van zwarte vingers
en bevroren inkt. Het staat in gletsjers
om me heen verrezen.

Ik heb er lang in rondgedwaald.
Ten slotte ben ik opgegeven,
door de wind in slaap gefluisterd,
weggedoken in de tijd –

Sindsdien kijk ik omhoog door ijs
en luister naar de eeuwigheid.

.

Het was voorspeld

De mooiste gedichten over weer of geen weer

.

In de loop der jaren zijn er veel, heel veel poëziebundels verschenen rondom een bepaald thema. Inmiddels bezit ik er al vele tientallen van. Zo zijn er bundels over muziek, voetbal, dieren, moeders, kinderen, tuinieren, seks, Europa, het geloof, de oorlog (wereldoorlog I en II), de vrede, katten en ga zo maar door. Het aardige van dit soort bundels vind ik de variëteit in dichters en vormen van poëzie die samenstellers bij elkaar weten te vinden. Pas geleden heb ik weer een nieuw exemplaar aan mijn verzameling kunnen toevoegen, dit keer met als thema ‘het weer’, Nederlandser kun je het bijna niet krijgen.

In 2004 gaf uitgeverij Mozaïek uit Zoetermeer, de bundel ‘Het was voorspeld’ uit met als ondertitel ‘de mooiste gedichten over weer of geen weer’. Deze zelfde uitgeverij gaf al eerder themabundels uit over koeien en rivieren en dijken. Deze bundel werd samengesteld door Rien van den Berg en Liesbeth Goedbloed en bestaat uit gedichten van bekende dichters (Gerrit Achterberg, Herman de Coninck, Anna Enquist,Judith HerzbergToon tellegen, Vasalis en Willem Wilmink) en minder bekende dichters (Peter van Lier, Lenze L. Brouwers, Koos Geerds en Rouke van der Hoek). Onderwerpen zijn vormen van neerslag, de maanden, de seizoenen, weermannen maar ook de wind, de wolken en de zon.

Ik koos voor en gedicht van dichter Menno Wigman getiteld ‘Stil maar, wacht maar’.

.

Stil maar, wacht maar

.

Wat een geluk dat Holland niet bestaat.

Alleen een tenger land van mist en klei,

alleen miljoenen doden zonder steen,

alleen het ultimatum van de zee.

.

En wat een troost dat er geen morgen is,

dat er nooit sprake was van sneeuw en hagel,

zon en voorjaarswind – helemaal niks.

.

Alleen het ultimatum van het licht.

.

Tot zover het weerbericht.

.