Site-archief

Kantoortuin 10

Angelika Geronymaki

 

In de nieuwste uitgave van het literaire magazine Deus Ex Machina, nummer 195 uit 2025 lees ik poëzie van Angelika Geronymaki (1986). Ik kende haar niet maar op haar website lees ik dat ze redacteur is bij Hard//hoofd en in 2022, na het winnen van de Poetry slam van Rotterdam in 2021, was ze finaliste van het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam (waar ze vierde werd). Ze publiceerde al in meerdere literaire bladen zoals Kluger Hans, Het Liegend Konijn, Hollands Maandblad, DW B en Samplekanon. Ze werkt op dit moment aan haar debuutbundel en maakt jongeren- en educatieprogramma bij Theater aan de Schie in Schiedam.

Het gedicht dat ik overnam uit Deus Ex Machina is geschreven naar ‘Onder de appelboom‘ van Rutger Kopland.

.

Kantoortuin 10

.

Ik kwam laat en nat aan,

het was al avond

en zeldzaam zacht voor de tijd van het jaar.

.

Ik zat te kijken hoe mijn collega

zich door dossiers aan het spitten was

de nacht kwam uit zijn laptop

een blauwer wordende schijn hing

zich op in de tl-verlichting.

.

Er was geen appelboom

om ons samen onder te plaatsen.

Dit is een cirkel dacht ik,

een neerwaartse spiraal zonder eind.

.

Ik ben verloren, als een ridder

in tijden van droneoorlogen.

Wat moet ik met dit zwaard op mijn rug.

.

 

Componisten

Dubbelgedicht

.

In de categorie Dubbelgedicht vandaag twee gedichten over componisten. Het eerste gedicht is van Erwin Steyaert (1959) en is getiteld ‘Scenario voor koffiereclame’. Het gedicht komt uit de bundel ‘Handleiding voor het betrappen van stilte’ uit 2015. Steyaert is een Vlaams dichter. Hij studeerde klassieke filologie en filosofie. Zijn werk verscheen reeds in diverse literaire tijdschriften waaronder De Brakke Hond, Het liegend konijn, Ons Erfdeel en Deus Ex Machina. Tegenwoordig doceert hij klassieke talen in middelbare scholen.

Het tweede gedicht is van Luuk Gruwez (1953), ook een Vlaams dichter, schrijver en essayist. Na het verwerven van een schrijversbeurs in 1995 is hij  fulltime-schrijver met dichtbundels en proza en daarnaast columns, eerst wekelijks in De Standaard, vanaf 2001 tot 2003 maandelijks in De Morgen. Zijn laatste dichtbundel ‘Balts’ is uit 2023. Het gedicht ‘God betreurt Mozart & co’ komt uit zijn bundel ‘Lagerwal’ uit 2008.

.

Scenario voor koffiereclame

.

Wolfgang, Ludwig, Joseph en Franz

drinken Douwe Egberts.

.

Ze lezen zwijgend elkaars partituren,

luisteren naar de muziek in hun hoofd.

Ze knikken instemmend,

denkend aan eigen stukken.

.

Af en toe schrapen ze de keel,

als om iets te zeggen, maar zeggen niets,

uit eerbied voor de stilte

die hen als gelijken behandelt.

.

Ver is de afgunst, ver de koorts in hun hoofd,

de haast van hun handen naar het klavier.

Hoe futiel, vinden ze nu, een leven lang

klanken te willen dwingen

.

tussen vijf lijnen op muziekpapier.

onooglijk smal lijkt de bandbreedte

van hun ontembaar verlangen

vergeleken met het wit van het blad.

.

Ze kijken elkaar aan, langdurig, ernstig,

alsof ze voor het eerst elkaars stilte horen.

Wat valt te verbeteren aan deze muziek?

Ze sluiten de ogen, drinken,

.

proeven rust die niet één wil verstoren.

.

God betreurt Mozart & co

.

Die Mozart had hij beter niet geschapen, de goede God:

massa’s overuren nodig voor een bestaantje van

maar vijfendertig jaar. hij had het bij de paradijselijke

sachertorte moeten laten of bij mozartkugeln

.

van Herr Fürst. Maar Mozart zelf? Welnee!

Ach, dat soort lastpakken met ADHD!

Voor elke fractie van hun dierbare seconden

vereisten zij een eeuwigheid of twee.

.

Velen leken tijdverlies en zeker niet de minsten:

jonge snaken als een Schumann of een Schubert.

En allemaal moesten zij aandacht, zoveel aandacht.

Artiesten meneer, nukkige en zeurderige kinderen

.

die maar blijven dreinen tot daar iemand roept

-gegarandeerd die ouwe Bach: ‘Wees toch eens stil,

ik kan mijn eigen Weinachtsoratorium niet horen

en net zomin mijn Goldbergvariationen.’

.

Hij had ze beter geen van allen geschapen,

had dat gegoochel met hun noten nooit begrepen.

Maar uitgerekend op die ene dag,

de dag der doodgewone alledaagse dingen,

 

toen er muziek ontsnapte uit de wereld

en toen de wereld daar heel stil van werd,

zat God eensklaps op blote knieën tot zichzelf

te bidden. Opdat toch niets verloren zou gaan.

.

 

 

Verjaardag

Ester Naomi Perquin

.

Vandaag is het mijn verjaardag en als klein cadeautje aan jullie (en mezelf) trakteer ik op een gedicht van één van mijn favoriete dichters Ester Naomi Perquin (1980). En wel met een toepasselijk gedicht (in ieder geval als het om de titel gaat)  ‘en voor de zoveelste keer’ genomen uit de allerlaatste editie van Het Liegend Konijn.

.

En voor de zoveelste keer

.

berekende mijn oudste broer het oppervlak, de jongste

zeurde van de honger, het eerste spitten viel nog mee

maar toen de brede waaikant zakte en

de jongste tot aan zijn kruin –

.

hij verdween al voor de eerste top zichzelf afgleed,

duingras kapseizend kapsel, we zagen niet precies

wat er was aangericht want de konijnen, god,

de konijnen.

.

Ze schoten alle kanten op.

.

Niet naar het water kijken

Merlijn Huntjens

.

De Limburgse dichter en maker Merlijn Huntjens (1991) ken ik al vanaf 2013 toen hij als jonge dichter voordroeg op een podium van poëziestichting Ongehoord! Na zijn voordracht kocht ik destijds zijn bundel ‘Ja, blokfluit’ met daarin 10 tracks (gedichten) en 1 bonustrack. Het verbaasde mij dan ook toen ik las dat zijn uitgeverij De Harmonie, zijn nieuwe bundel ‘Onder mij de mat’ als debuut afficheert. Helemaal omdat Merlijn in 2022 ook nog een scrapbook (met gedichten) bij Wintertuin uitgeverij heeft gepubliceerd met de titel ‘de zee waait terug’.

Dat Merlijn geen nieuwe naam in de poëzie is blijkt onder andere ook uit het feit dat hij al poëzie publiceerde in De Revisor, Het Liegend Konijn, Tirade, Kluger Hans en MUGzine #6. Daarnaast stond hij drie keer in de finale van het NK poetry slam en was hij één van de dichters die met de Poëziebus meereed in 2015. Hij is artistiek leider van PANDA, een collectief dat verhalen van Limburgse bodem op onorthodoxe wijze vertelt en literaire programma’s samenstelt. Het maakt zich tevens sterk voor literatuur en poëzie op scholen en creëert ruimte voor jong talent uit de regio.

Omdat er momenteel overal aandacht is voor zijn nieuwe bundel grijp ik nog even terug naar ‘de zee waait terug’. In deze bundel schrijft hij over een fictief eiland waar een gesloten gemeenschap woont. De mensen maken er onderdeel uit van een oud en magisch universum. De gedichten vertellen het verhaal van de teloorgang van deze oude wereld en de onzekere toekomst die erop volgt: wat is de invloed van technologische vooruitgang in een wereld van tradities en rituelen? Is er in een steeds donker wordende wereld nog ruimte voor individuele kwetsbaarheid? In de gedichten onderzoekt Merlijn hoe de eilanders omgaan met radicale veranderingen en het verlies dat daarmee gepaard gaat. Uit deze bundel het gedicht ‘niet naar het water kijken, niet naar het water kijken’.

.

niet naar het water kijken, niet naar het water kijken

.

demi wil ademhalen boven de wereld
naast een satelliet zwemmen in de ruimte
om dichterbij de droge maan te zijn.

haar eerste woning spoelde weg
doordat de zee het eiland opat.
ze herinnert zich dat ze door het gesprongen raam
met het matras als vlot naar buiten stroomde
in haar tuin opgevangen werd door een brandweerman.

haar opgevouwen telescoop past
in de kofferbak van de sedan van haar broer
ze hangt hem aan haar rugzak
wanneer ze het dak
van haar spiegeleihuis op klimt
via de boom die vlak naast het huis groeit.

demi is het hoogste punt van het eiland.
ze kijkt naar de maan.
ze denkt dat ze daarboven iets heeft gezien:
donkere kraters als koeienvlekken
kurkdroge vlaktes, nergens gras of verrassingen.

.

Honger, heteronormativiteit & het heelal

Lies Gallez

.

De Vlaamse schrijver, taaldocent aan migranten en dichter Lies Gallez (1990) was tot 2023 vooral bekend van haar verhalen. Ze behaalde in 2014 haar master Audiovisuele Kunsten Schrijven aan het RITCS in Brussel.  In datzelfde jaar won ze ook de publieksprijs van de A.L. Snijdersprijs, de Hendrik Prijs-prijs en de TOTAALprijs. Haar verhalen verschenen in onder meer De Gids, Kluger Hans en Deus Ex Machina. In 2021 verscheen haar bejubelde verhalenbundel Het water vangen en was ze ‘rijzende ster’ van het jaar volgens NRC Handelsblad.

Haar poëzie verscheen in Het Liegend Konijn en in 2023 verscheen haar debuutbundel als dichter ‘honger, heteronormativiteit & het heelal’, een persoonlijke maar kritische reflectie op conventionele waarden in drie delen. De bundel onderzoekt de zwaarte en complexiteit van het leven aan de hand van thema’s als homofobie, geweld, kapitalisme, overconsumptie en de invloed van sociale media.  Uit het eerste hoofdstuk ‘honger’ komt onderstaand gedicht.

.

je zegt niemand dat je dood wil, alleen dat je een kat wenst te adopteren tegen de leegte op je schoot.

je stiltes hebben nerven die eindigen bij je chronische angst om te struikelen. je wil het niet verliezen van de zwaartekracht. je weet: de zwaartekracht sterft nooit. je hink-stap-springt door de minuten. tussen je tenen zitten blaren.

je hebt een huis vol stopcontacten die je controleert, controleert, controleert. na de vierde ronde gaat die hyperactieve zee in je onderbuik misschien een hazenslaapje doen. je neuriet een liedje, prikt de blaren open met een naald.

je zegt: een lege schoot toont de afwezigheid van liefde. je wacht op windstilte. je wacht op een wapenstilstand. je wacht op een adoptieprocedure.

je zegt niemand dat je dood wil. de holtes tussen stiltes vul je. je kunt leren controleren. je kunt leren niet meer bang te zijn voor agressieve katten.

je wil geen kogel door je hoofd maar door je gedachten jagen. je naait een nieuwe huid over je blaren heen, noemt het een wapenstilstand. je zegt niemand dat je niet wil sterven met een lege schoot.

.

Activiteiten in de Poëzieweek

Koninklijke Bibliotheek

.

Van 29 januari tot 4 februari is de Poëzieweek in Vlaanderen en Nederland. In de weken tot het begin van de Poëzieweek zal ik regelmatig een activiteit eruit kiezen, hier belichten en voorzien van wat extra informatie. Vandaag een activiteit van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag die begint op 15 januari en eindigt op 28 februari. Je zal zien dat veel activiteiten zich niet strikt aan de Poëzieweek houden en dat is natuurlijk prima, ik pleit al veel langer voor een Maand van de Poëzie zoals in de Verenigde Staten het geval is..

De collectie van de Koninklijke Bibliotheek bevat duizenden dichtbundels. In de expositie naar aanleiding van de Poëzieweek kun je onder andere gedichten bewonderen die door kunstenaars zijn geïllustreerd met etsen, houtsneden, collages, zeefdrukken en litho’s. Zo worden de gedichten niet alleen een plezier om te lezen, maar ook om naar te kijken. Er is gekozen voor een selectie van 15 vrouwelijke dichters die allemaal belangrijke prijzen hebben gewonnen, zoals de P.C. Hooft-prijs.

Tijdens de Poëzieweek zelf organiseert de KB 2 leuke programma’s. Deze staan in het teken van punk-, pop- en performancedichter Diana Ozon en de vertegenwoordiger van spoken word en afscheidnemend Dichter der Nederlanden Babs Gons. Hun werk vind je ook in deze expositie. Daarnaast wordt werk van Ellen Deckwitz (1982), schrijfster van het poëziegeschenk 2026 getoond. Op de achterwand kun je bijzondere uitgaven van enkele generaties dichters bekijken, van Judith Herzberg (1934) en Hagar Peeters (1972) tot Hannah van Binsbergen (1993). Hun gedichten werden door kunstenaars geïllustreerd met etsen, houtsneden, collages, zeefdrukken en litho’s.

De expositie is gratis toegankelijk en te vinden in Club Erasmus op de eerste verdieping. Van de genoemde dichters koos ik Ellen Deckwitz (als dichter van het Poëzieweek geschenk). Uit Het Liegend Konijn, nummer 1 uit 2014  met als thema Oorlog koos ik haar gedicht ‘2011, Amsterdam’.

.

2011, Amsterdam

.

In dit hoekje ziet u luitenant Barney, die heeft PTSS

omdat hij zoveel schreeuwt. In de volgende zaal

vindt u de vrouw die altijd gelijk met het luchtalarm

afgaat.

.

Natuurlijk waren er kwade tongen die beweerden

dat het regelen van een levensverzekering minder

voorstelde dan het waarborgen van zeg maar

een pollepel uit het Derde Rijk, wel

.

de pers noemde de bejaardententoonstelling

een prachtige expo van live beelden.

.

Een prachtige expo van afbrandende opnames,

in dit hoekje vindt u een brandslang, ook

achter glas.

.

Vreemd vel

Mahlu Mertens

.

De sinds 2011 in Gent woonachtige Nederlandse dichter Mahlu Mertens (1987) is naast dichter ook theatermaker én doctor in de literatuurwetenschap werkt nu als postdoc aan de Universiteit Antwerpen. In 2019 debuteerde ze met de bundel ‘Ik tape je een bed’ bij uitgeverij Peeraer. Deze bundel won in 2019 de eerste Zeef Poëzieprijs. Haar gedichten verschenen eerder in Het gezeefde gedicht, het Liegend Konijn, Meander, de Poëziekrant en in bloemlezingen zoals ‘Zwemlessen voor later’, ‘Uit de Zeef’ en ‘De grote inkijk’. Dit jaar verscheen haar tweede bundel bij uitgeverij De Zeef met als titel ‘Brooddoosomhelzing’.

Taco van Peijpe schreef in zijn recensie van deze bundel op de website van Meander: “Mahlu Mertens biedt in deze bundel een verzameling toegankelijke gedichten in parlandostijl. De inhoud is veelal anekdotisch en ondubbelzinnig. Desondanks zijn het heel poëtische teksten dankzij de originele metaforen, de beeldende taal en de doordachte strofe-indeling.” Reden genoeg dus om een gedicht van haar hand uit haar debuutbundel hier te plaatsen.

.

Vreemd vel
.
Vanavond is de dresscode wit
in deze maatschappij. Morgen ook.
Met een kleur kom je het feest niet binnen.
.
Als je wil, mag je mijn vel wel aan.
Van kop tot teen, inclusief haar,
zolang je belooft vanuit je heupen te lopen.
Leg mijn lijf maar in de zetel.
.
Je zult je kleiner moeten maken
dan je bent, schouderbladen tegen elkaar,
ruggengraat gekromd, ietsje door de knieën,
maar je zult vrijer kunnen ademen
.
als je een politieagent passeert.
Probeer gerust een keer zwart te rijden,
maar oefen op je dommeblondjesblik.
Bouwvakkers zijn een ander verhaal.
misschien heeft je zus dat al verteld?
.
Blikken zullen anders over je heen dwalen
vertragen bij borsten, bij billen,
opzichtig je decolleté in glippen.
.
Veiligheidswaarschuwing: niet na zonsondergang gebruiken
in een donker park, korte rokjes op eigen risico.

.

Hier wordt gewerkt aan uw terugkeer

Twan Vet

.#

Ik las dat de debuutbundel van Twan Vet (1998) ‘Troostpogingen’ die dit jaar uitkwam het erg goed doet in de verkopen en als liefhebber van poëzie kan je daar alleen maar blij mee zijn. Blijkbaar wordt er dus nog wel degelijk poëzie gekocht (en niet alleen gelezen of geschreven). Van Twan Vet werden er in MUGzine #28 enkele gedichten gepubliceerd. Maar hij werkt al langer als dichter aan de weg. Zo werden zijn gedichten gepubliceerd in onder meer Het Liegend Konijn , Hollands Maandblad en NRC. Hij droeg voor op literaire festivals zoals Crossing Border en Dichters in de Prinsentuin.

En eigenlijk is ‘Troostpogingen’ feitelijk niet zijn echte debuut. Zo verscheen in 2022 ‘DEMarrage’ een poëzie chapbook met Sofie Verraest, in datzelfde jaar ‘Amersfoorts Heimwee’ (gedichten bij foto’s van Cas Oorthuys) en in 2024 ‘Dag stad’ verzamelde stadsgedichten die hij schreef als stadsdichter van Amersfoort in de periode 2021 tot 2024.

In 2021 richtte hij, samen met Sjors Nab en Wijnand Reijmerink, literair tijdschrift Landauer op. In 2023 werd in Landauer een gedicht van mijn hand opgenomen ‘Lijnen‘. In 2021 was Vet Ambassadeur van de Vrijheid van het Bevrijdingsfestival Utrecht. Maar zijn grootste bekendheid kreeg hij na optredens bij Eus’ Boekenclub en als deelnemer aan De Slimste Mens, beide in 2025.

Lezend in zijn bundel ‘Troostpogingen’ kwam ik bij het gedicht ‘Hier wordt gewerkt aan uw terugkeer’ een gedicht dat vet schreef nadat eind 2024 bekend werd dat Minister Faber deze cynische borden had willen laten plaatsen bij AZC’s. Zover is het gelukkig nooit gekomen maar het gaf Vet genoeg inspiratie voor dit gedicht.

.

Hier wordt gewerkt aan uw terugkeer

.

Wij wisten het land te liggen, kruisten hoopvol

een plaatsnaam aan en besloten om te gaan.

.

Alles wat we in de haast konden verzamelen

namen we mee: kinderen, kleding en elkaar.

.

Met elke kilometer leken we iets van thuis

te vergeten: hoe het licht viel in de straten,

.

de geur van onze pasgewassen lakens,

de taal die we met vrienden spraken.

.

Na zeven taaie dagen kwamen we ergens aan-

er stond alleen een spandoek voor ons klaar.

.

 

laat mijn egel met rust

Een recensie

.

Dichter Katelijne Brouwer ken ik al enige jaren. Zo waren we beide gastdichters bij de presentatie van de bundel ‘Hoe een zee een woord werd‘ van Antoinette Sisto in 2017, stonden we beide op het podium bij de Groene Fee in Breda in 2018 en 2021, en schreef ik al eerder over haar debuutbundel.

In 2018 debuteerde dichter Katelijne Brouwer (1966) met de bundel ‘De maagden moeten bloeden’. Eerder publiceerde ze korte verhalen en gedichten in onder andere De Optimist, Het Liegend Konijn en Op Ruwe Planken. Ook het digitale tijdschrift Pretpark Poëzie nam gedichten van haar op. Ze publiceert regelmatig in het tijdschrift Dichter van Uitgeverij Plint. Daarnaast geeft ze schrijfworkshops aan de IMC-weekendschool en bij Inloophuis de Kraanvogel. In 2023 won ze Plantage Poëzieprijs.

En nu is haar tweede dichtbundel verschenen bij uitgeverij De Harmonie getiteld ‘laat mijn egel met rust’. Een minder wonderlijke titel dan je verwacht wanneer je weet dat Katelijne graag in Artis komt. In deze bundel zijn 31 gedichten opgenomen en je verwacht het al, deze gaan allemaal over dieren, waarmee het overkoepelende thema van de bundel gelijk benoemd is.

Lezend in de bundel valt me meteen op dat werkelijk in elk gedicht een dier genoemd wordt. Maar, en daar zit het mooie van deze bundel, sommige gedichten gaan helemaal niet over een dier, zoals het gedicht ‘poolnachtdromer’ waarin vis wordt genoemd in combinatie met jenever waarvan een zeeman goed groeit. In weer andere gedichten kruipt Katelijne juist in de huid van een dier om vanuit dat perspectief de wereld te aanschouwen. Een mooi voorbeeld vind ik het gedicht ‘wij ijsberen eisen ijs’ waar ze in de huid van een ijsbeer kruipt en en passant ook nog eens een kritische noot kraakt over de opwarming van het klimaat en de daarbij behorende ellende die dat brengt

Waar je bij een eerste oppervlakkige lezing zou kunnen denken dat dit een dierenbundel is, of op zijn minst een dichtbundel waarin het dier centraal staat, daar kom je er bij een herlezing of nauwkeuriger lezing achter dat Katelijne ook gedichten geschreven heeft waarin wel een dier genoemd wordt (eekhoorns in ‘maagdenpalm en bosaardbeitjes’ of slang en konijntjes in ‘porta inferno’) maar waar dat slechts een detail, aanleiding of excuus is om een thema aan te raken dat veel persoonlijker is.  Tel daar een flinke portie humor bij en je weet dat dit een gelaagde, thematische maar persoonlijke bundel is geworden. Een bundel met gedichten die licht verteerbaar zijn, poëtisch, grappig en die ook gedichten bevat waar je verder moet lezen dan wat je in eerste instantie denkt te lezen. In alle opzichten is dit een fijne, leesbare bundel geworden die ik zeker nog zal herlezen, want je weet maar nooit wat er nog meer in te ontdekken valt.

Ik koos voor het gedicht ‘blauw haar is raar’ waar, als je het strikt neemt, geen dier in voorkomt maar een zeemeermin en zelfs dat niet.

.

blauw haar is raar

.

er zit een meermin in lijn tien

met een blonde en blauwe vlecht

uit haar oren stroomt de zee en vissig

ziltig, zeegroen kijkt ze door me heen

.

zou ze wel benen hebben

die zeemeermin in de tram

of is het meer een meisje met vinnen

een meerminmeisje?

.

ik durf er niet langs, bang voor

het zwiepen van haar zware, natte staart

en ben blijven zitten tot vlak bij het IJ

daar is ze het water ingegleden

.

 

Onderkoorts

Een recensie

.

De Vlaamse dichter Kris De Lameillieure (1962) publiceerde bij uitgeverij P zijn debuutbundel ‘Onderkoorts’. De bundel, zoals altijd bij P netjes uitgegeven, werd ‘geboren’ onder docentschap van een andere Vlaamse dichter Jana Arns, geen onbekende voor wie dit blog al wat langer leest. Voor dit debuut werden al verschillende van zijn gedichten  gepubliceerd in onder andere Het Gezeefde Gedicht, Het Liegend Konijn en De Schaal van Digther. Andere werden in wedstrijden genomineerd (Rob de Vos-prijs 2023, Boontje 2024) of bekroond als winnend gedicht (Sint-Gillis-Waas 2023, Ronse en Sint-Truiden 2024).

Dan de bundel. In 34 gedichten (volwassen verzen zo vermeld de binnenflap) geeft De Lameillieure in 4 hoofdstukken een inkijk in zijn dichterschap. Elk hoofdstuk wordt vooraf gegaan door een gedicht van Miriam Van hee (opnieuw een Vlaamse dichter) uit een van haar bundels.

Een eerste conclusie is dan ook snel getrokken; De Lameillieure omringt zich met niet de minste, en dat legt de lat al gelijk hoog. De opbouw van zijn gedichten is veelal dezelfde: strofen van twee regels en af en toe drie regels of een losse tussenregel. Maar wat verder meteen opvalt is hoe secuur De Lameillieure is in zijn beschrijvingen. Secuur en poëtisch. Het eerste hoofdstuk behandelt het afscheid en de dood. Op een liefdevolle manier, zonder sentiment.

De woorden die De Lameillieure gebruikt zijn zorgvuldig gekozen, dat is steeds het gevoel dat ik krijg wanneer ik de gedichten lees. Woorden met betekenis. Ik noteerde: gebreken, sterven, geslagen, onbewogen, wankel, verwart, voorbijschuift, vervreemd, scheuren in de plooien, de grond is ijl, kleuren verweerd, verwelken, verzinken, vermoeid en gerimpelde kilte. Hier wordt een palet geschilderd door de dichter dat aan de ene kant niets verbergt maar dat onder de oppervlakte de lezer meeneemt in de emoties die de afstand en het afscheid kleur geven.

De combinatie van onalledaagse verbindingen van woorden en hun betekenissen is een terugkerende factor in de poëzie van De Lameillieure. Een voorbeeld is het gedicht ‘Schaduwboksen’

.

Schaduwboksen

.

Herfst hangt uitgeteld in bomen en over muren

kruipt klimop verder dan voorheen terug.

.

Onze woorden met meeldauw bedekt, het blad

kleurloos en verkreukt, rijp voor het containerpark.

.

Wat rest aan oogst is doorgeschoten, het hart

verbloeid, nog goed voor zaad en overwintering.

.

Iemand in de spiegel houdt schijn  op, werkt zich in

nepzweet. Een stoot in het ijle, geen weerstand meer.

.

Bij twee gedichten op de site van Meander zegt De Lameillieure: “Mijn bedoeling en hoop was (en is) telkens dat het gedicht het persoonlijke overstijgt en de lezer even kan laten stilstaan. Poëzie is daarbij voor mij niet ‘levensnoodzakelijk’ maar een heel fijn ‘geschenk’. Ze mag mij tot verwondering leiden, tot verbazing en stilte, tot dankbaarheid en dikwijls tot diepe troost. Ik reken ze – in mijn gezonde egoïsme – tot een grote kostbaarheid.”

Uit deze uitspraak en uit de gedichten in de bundel blijkt voor mij dat De Lameillieure zijn  lezers en vooral ook zichzelf serieus neemt. In gedichten die qua poëtische elementen misschien hier en daar iets te wensen (of mogelijk te vragen) overlaat, ze zijn vrij in vorm maar vooral in expressie, wordt je als lezer steeds opnieuw uitgedaagd een gedicht te herlezen. Wat er staat bij een eerste lezing is niet noodzakelijk wat er een tweede of derde keer staat. De gelaagdheid en het spel met de taal maken de gedichten in deze bundel volwassen poëzie.

Op het eerste hoofdstuk na lijken de inleidende gedichten van Miriam Van hee in de volgende hoofdstukken wat willekeurig gekozen. Ik weet dat uitgeverijen en dichters graag thematische delen van een dichtbundel willen benoemen, ook als deze er op het eerste gezicht niet zijn. Ik vind dat geen probleem ware het niet dat ik dan toch naar de verbindende factoren op zoek ga. Als die er niet steeds blijken te zijn kan dat een teleurstellende conclusie opleveren. In ‘Onderkoorts’ is dat geenzins het geval. De gedichten zijn als unieke gedichten heel leesbaar en te genieten, ook zonder een leidraad of thema.

De Lameillieure levert met dit debuut een volwassen poëziebundel af, een bundel waarin veel te genieten valt voor de ware poëzieliefhebber. En voor mij geeft dit maar eens weer dat uitgeverij P een goede neus heeft voor dichters van deze tijd. Dichters die poëzie afleveren die een kop en een staart hebben, die niet gedreven worden door allerlei moderne ideeën over poëzie (prozagedichten, vormvereisten) maar gedichten afleveren waarbij je wat langer op kan kauwen en waar bij herlezing steeds nieuwe inzichten verschijnen.

Als voorbeeld het gedicht ‘Gouden uur’ dat is opgenomen in het hoofdstuk dat voorafgegaan wordt door het gedicht ‘Vakantie’ van Van hee.

.

Gouden uur

.

Voor elkaar zijn we klinisch, halen alles uit de kast.

We vegen het huis met een schop, knopen misverstanden

met sisaltouw tot bundels. Het snijdt de bloedtoevoer af

in ons bestand. De spankracht breekt.

.

In de kamer waait stof op bij elke zucht, blijft kleven

op het netvlies. we zeggen dat het wind is, wrijven de ogen

dieper in het rood, krassen op de lens. Kinderen zijn veilig

achter ons de kreukelzones.

.

Op mijn ribben draag ik je naam in blackwork. De inkt

puur en onverdund, de tekening in wervelingen.

Nog elke dag kruis ik jou, plooi mijn vingers in een kom

met barsten, was mij in zwerfkleuren.

.