Site-archief
Wonderland
Jules Deelder
.
Regelmatig kom ik in de stad of langs snelwegen advertenties tegen van Omdenken, de tegendraads denkende organisatie van Berthold Gunster, die anders kijken naar problemen en uitdagingen tot een verdienmodel heeft weten te maken. Ik moest hier weer aan denken toen ik in de bundel ‘Interbellum’ uit 1987 van Jules Deelder ( 1944-2019) het gedicht ‘Wonderland’ las. De omgekeerde wereld is waar het om draait in dit gedicht en volgens mij is dat waar het omdenken om draait: dat wat is op een andere manier bekijken. Jules Deelder was daar heel goed in.
.
Wonderland
.
Bij het pompstation
bleken acht van de negen
pompen SUPR te leveren
en één maar NORMAAL
.
Op mijn vraag of het geen
tijd werd te bordjes te ver-
hangen keek de pompbediende
mij niet begrijpend aan
.
Toen ik later in een
etalage op een bord las
dat men bij aanschaf van
vijf batterijen één
.
staaflantaarn cadeau gaf
begreep ik dat ik
in de omgekeerde wereld
was beland
.
Twee gezichten
Riekus Waskowsky
.
Over de Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932-1977) schreef ik al eerder. Pas geleden las ik in ‘Verzamelde gedichten’ uit 1985 en wat me opviel was dat Waskowsky zowel een serieuze dichter was getuige bijvoorbeeld het gedicht ‘Archeoloog’ uit 1966, maar ook een kant had die helemaal niet serieus was. Die laatste vrolijke kant van zijn dichterschap doet denken aan gedichten van Jules Deelder. Een voorbeeld van deze vrolijke kant is bijvoorbeeld het gedicht ‘Lourdes’ uit deze ‘Verzamelde gedichten’.
Om deze twee kanten van Waskowsky nog eens te benadrukken wil ik hier nog twee gedichten van hem plaatsen. Allereerst het gedicht ‘Park’ wat een serieus gedicht is, gevolgd door een gedicht zonder titel uit 1976 dat vrolijk maakt.
.
Park
.
Stadspark in de middag…
‘Ik ben nog maagd’
zegt de achterkant van een eik.
.
De spreeuwen op het grintpad
schrikken en vliegen weg.
De huisvrouw op de bank,
zij volle chinese godin
haar boezem bloost over en over,
zucht,
en staat op en gaat verder.
.
Koester dan traag de rode zon
een licht ontgoochelend gebeuren.
.
*
Een vrouw mag dan
pakweg duizend gezichten hebben
haar borsten
zijn op een hand te tellen
.
Gedicht in bad
Op zijn Rotterdamst
.
Aanstaande zondag (morgen) is er bij de NE studio’s op het Noordereiland in Rotterdam de aftrap van het project Raamwerk | Dichtwerk. In dit project werken dichters samen met kunstenaars en zijn op de ramen van de studio kunstwerken aangebracht in combinatie met de gedichten van de deelenemende dichters. Een keur aan Rotterdamse dichters doet mee. De aftraap van dit project is, behalve dat alle kunstwerken te bezichtigen zijn, een poëziefestival waar het grootste deel van de deelnemende dichter acte de présence geven.
Het programma kun je hier lezen. Ik zal het programma presenteren. Muziek wordt verzorgd door ‘gezelschap Marjolein Meijers’ (ja die van de Berini’s) en de toegang is gratis. Er is de mogelijkheid om poëziebundels te ruilen of aan te schaffen via de stand van Boekhandel Bosch & de Jong. Wees welkom. Omdat er uitsluitend Rotterdamse dichters op het podium staan wilde ik hier een gedicht plaatsen van de oer Rotterdamste dichter aller Rotteramse dichters Jules Deelder plaatsen.
Het betreft hier het gedicht ‘Gedicht in bad’ uit de bundel ‘Lijf- en andere gedichten’ uit 1991.
.
Gedicht in bad
.
Gezeten in het bad
het zwetend ik ontstegen
.
neemt men soms zich
zelve waar
.
met de ogen van
een vreemde
.
Alomvattend alomtegen-
woordig wezen
.
in zee van
onveranderlijk bewegen
.
De grenzen van het zijnde
verre overschreden
.
Riekus Waskowsky
Haikoe
.
Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932 – 1977) was dichter en vertaler van onder andere de gedichten van Pablo Neruda en Evelyn Waugh. Om in zijn levensonderhoud te voorzien, verrichte hij allerlei werkzaamheden. Tijdens een van zijn baantjes behaalde hij een diploma ‘uitslaan van plaatwerk’ waarop hij, naar verluidt, trots was. In 1968 won hij de Alice van Nahuys-prijs voor zijn debuut ‘Tant pis pour le clown’. Waskowsky was bevriend met Jules Deelder en kon net als hem korte grappige gedichten schrijven zoals de haikoe uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1985:
apropos, heb jij
soms
f 1000,-
In Maatstaf jaargang 13 (1956-1966) verschenen een aantal gedichten van hem zoals het gedicht voor Simon V. (Vinkenoog) ‘Uit onze advertentie’.
.
Uit onze advertentie
Voor Simon V.
.
Aan het woord
Joost Zwagerman
.
Toen in 2015 bekend werd dat Joost Zwagerman (1963 – 2015), schrijver van poëzie, romans, novellen, verhalen, essays en columns, een einde had gemaakt aan zijn leven, kwam dat voor heel veel mensen als een schok. Ik kende Zwagerman van zijn roman ‘Gimmick!’ uit 1989 waarna ik nog enige romans van hem las voordat ik erachter kwam dat hij ook poëzie schreef. Gek genoeg duurde het vervolgens nog best lang voor ik zijn poëzie ging lezen.
In 2005 verscheen zijn bundel ‘Roeshoofd hemelt’ wat bijzonder goede kritieken kreeg in de pers. Toch waren er ook recensenten die de bundel niet konden waarderen. Zo schreef Edwin Fagel op De recensent “Toegegeven, Zwagerman heeft een taalgevoel waar menig dichter jaloers op zal zijn, en de bundel is goed gecomponeerd. Maar hij is geen dichter en de bundel is op een verschrikkelijke manier mislukt.” In Trouw werd de bundel als een van zijn meest indringende bundels bestempeld. In 2007 kreeg Joost Zwagerman de Paul Snoek Poëzieprijs voor ‘Roeshoofd hemelt’ wat maar illustreert dat er verschillend gedacht werd over de poëzie in deze bundel.
Een deel van de kritiek begrijp ik wel, Zwagerman schrijft in Roeshoofd hemelt’ feitelijk een roman in poëtische verzen. De gedichten zijn wisselend van vorm wat het lezen niet makkelijker maakt. De bundel dient ook chronologisch gelezen te worden want los van elkaar missen de gedichten betekenis en context. Toch zijn er een paar gedichten die wel los van de rest gelezen kunnen worden zoals het gedicht ‘Aan het woord (1)’. Hoewel je kunt afdingen op het poëtisch gehalte van het gedicht (maar wie doet dat bij de poëzie van bijvoorbeeld Jules Deelder, die gelijksoortige gedichten schreef) is de situatie die Zwagerman beschrijft herkenbaar
.
Aan het woord (1)
.
Wilt u uw tas even openmaken?
Uw tas.
Mag ik de bon zien?
De bon.
De kassabon graag.
Dit hier staat dus niet op de bon.
En dit ook niet.
Wilt u met mij meegaan.
Als u nu even meewerkt.
Dat is voor ons allebei het gemakkelijkst.
Die deur door graag.
Hier naar beneden.
Straks komt er iemand bij u.
Weet ik niet.
Meneer. Dat zei ik net. Ik weet niet hoelang.
Nee, langer dan dat. Langer.
.
Chat GPT gedichten
Bukowski en Deelder
.
Er is een nieuwe ‘gamechanger’ op technologisch vlak. Na de introductie van het Internet en de I-Phone zal Chat GPT de wereld veranderen volgens de kenners. Wat is ChatGPT? Open AI ontwikkelde een chatbot op basis van artificial Intelligence (AI). Deze chatbot is gemaakt met behulp van een GPT(Generative Pre-training Transformer)machine learning-algoritme. Dit algoritme is speciaal ontwikkeld om teksten te kunnen schrijven, of genereren eigenlijk, die bijna niet te onderscheiden zijn van teksten die geschreven zijn door ons mensen.
Zo kan de Chatbot artikelen, teksten, liedjes, raps, poëzie en nog veel meer schrijven op basis van een opdracht die je hem geeft. Als je naar de website van ChatGPT gaat en daar een account aanmaakt kun je het zelf uitproberen. Enthousiast en ook nieuwsgierig gemaakt door vrienden en collega’s heb ik dit gedaan en hieronder vind je wat van mijn bevindingen.
Allereerst gaf ik de chatbot als opdracht: write a poem in the style of Charles Bukowski. Dit is het resultaat.
.
The neon lights glare on the street,
A symphony of honking cars.
The pavement’s wet, reflecting
The city’s constant stars.
.
The smell of cheap liquor,
And cigarettes in the air,
As I stumble out of the bar,
And into the downtown glare.
.
The world’s a cruel mistress,
But I love her just the same,
With her broken promises,
And her constant, never-ending game.
.
I take a swig from my bottle,
And light up my last smoke,
Thinking of all the people,
Who’ve given me the dope.
.
I’ve had my share of heartache,
And I’ve shed my share of tears,
But I’ll keep on living,
And facing my fears.
.
For life is just a journey,
A long and winding road,
And I’ll keep on walking,
Till the end of my load.
.
So here’s to the city,
And all of its nights,
Here’s to the losers,
And all of our fights.
.
For we may not have much,
But we’ve got our dreams,
And in this crazy world,
That’s all that it seems.
.
Wat me meteen opvalt als ik dit lees is de vorm van het gedicht. Charles Bukowski staat niet direct bekend als de dichter van de vaste vormen en de rijm, iets dat meteen opvalt in dit gedicht. Een andere observatie is dat het gedicht uit strofes van vier regels bestaat wat de vorm nog extra benadrukt. En, en dat wint me niet voor de Chatbot, het is geen gedicht in de stijl van Bukowski maar gaat over hem, of eigenlijk worden in dit stuk elementen uit zijn leven en boeken gebruikt als bewijs dat dit in de stijl is van Bukowski, en dat is het niet. Om te kijken hoe de Chatbot zich verhoudt tot Nederlandse dichters en poëzie gaf ik als opdracht: write a poem (in dutch) in the style of Jules Deelder. Dit is het resultaat:
Nacht in de stad,
straatverlichting schittert,
auto’s razen voorbij,
mensen haasten zich.
.
In de kroeg zit Deelder,
met een biertje in zijn hand,
rapt hij over leven en liefde,
over stad en over land.
.
De woorden rollen uit zijn mond,
als een rivier vol flow,
hij heeft geen script, geen plan,
maar improviseren, dat kan hij goed.
.
Zijn publiek luistert ademloos,
gehypnotiseerd door zijn taal,
ze zijn geboeid door zijn verhalen,
over straat en over maal.
.
Hij is de koning van de stad,
met zijn woorden als troon,
alleen de nacht is zijn bondgenoot,
en de straat zijn domein.
Een ode aan de Deelder,
de rappende dichter uit Rotterdam,
hij weet de stad te beschrijven,
als geen ander het kan.
.
En ook hier moet ik de conclusie trekken dat de Chatbot echt niets begrepen heeft van de stijl van Deelder. Ik koos niet voor niets voor Bukowski en Deelder juist omdat deze dichters zo’n heel specifiek idioom en stijl hebben. Opnieuw blijkt dat niet uit wat de Chatbot mij voorschotelt. Vaste vorm, alweer strofes van vier regels, en op rijm. En de mens Deelder wordt min of meer beschreven maar ook niet heel kenmerkend (met een biertje in zijn hand, de rappende dichter). Kortom opnieuw teleurstellend. Tot slot dacht ik, dat wat ik in een opdracht over dichters kan, dat kan ik ook over mijzelf maar helaas, blijkbaar ben ik geen dichter van betekenis want dit kwam eruit als resultaat:
.
Ik wandel langs de dijk,
de wind waait door mijn haar.
De golven slaan tegen de rotsen,
de zee is wild en woest.
.
De lucht is grijs en bewolkt,
de horizon is ver weg.
Maar toch voel ik me vrij,
want dit is mijn geliefde natuur.
.
Ik luister naar het geruis,
van golven die aanspoelen.
Het is een lied van de zee,
een lied dat ik als kind al kende.
.
Ik sluit mijn ogen en droom,
van oneindige verten.
Van eindeloze horizon,
waar de zon ondergaat in de zee.
.
En zo wandel ik voort,
in mijn eigen gedachten.
Met mijn voeten in het zand,
en mijn hart vol van de zee.
.
note: the poet Wouter van Heiningen is not exist, the poem is a general dutch poem in style of contemporary dutch poet that write about the nature, the sea and their feeling in front of it.
.
Mijn voorlopige conclusie over het gebruik van Chat GPT is dat het inderdaad iets nieuws is en zeker opmerkelijk. Of het de grote gamechanger is vraag ik me (nu) nog ernstig af. Poëzie schrijven is in ieder geval niet ‘zijn’ ding want de voorbeelden lijken allemaal op elkaar, doen geen recht aan de opdracht die je de Chatbot geeft, en, en dat is misschien nog wel de belangrijkste conclusie, de ‘gedichten’ die de Chatbot produceert zijn naar mijn mening op geen enkele manier poëtisch, verrassend, ze doen me niet in verwondering lezen wat er staat, er wordt geen spel met de taal gespeeld maar platgetrapte paden betreden en geïnspireerd word ik er al helemaal niet van. Nu schijnt dit pas het begin te zijn van een revolutionaire ontwikkeling. Ik hou het in de gaten maar mijn advies aan (beginnende) dichters is toch vooral: Schrijf je gedichten gewoon zelf! Lees veel poëzie van verschillende dichters, zuig poëzie op en kijk waar je eigen stem ligt en probeer niet met behulp van AI alle creativiteit uit je zelf te verdrijven.
Een pleidooi voor inspiratie
Overheid van nu over poëzie
.
Op de website Overheid van nu staat een interessant artikel van begin 2022 onder de titel ‘Alternatieve leestips: een pleidooi voor inspiratie’. Toen ik op het artikel stuitte en het had gelezen wist ik dat ik hier een blogpost aan zou wijden. In het kort is het artikel een aansporing aan professionals werkzaam bij de overheid om (meer) vrij te denken door het lezen van poëzie. Of, zoals het in het artikel wordt verwoord:
“Gedichten stimuleren je om vrij te denken, omdat er geen goed of fout is als het gaat om kunst. Er worden geen meningen gepresenteerd, maar vergezichten. Dat gunnen we alle professionals die interbestuurlijk samenwerken aan de grote maatschappelijke opgaven van nu.”
In het artikel wordt verwezen naar de bundel ‘Olijven moet je leren lezen’ van Ellen Deckwitz, de voormalig dichter des vaderlands (2013-2017) Anne Vegter wordt aangehaald en het artikel wordt geïllustreerd met regels en strofen uit gedichten van bovenstaande dichters en Lieke Marsman, Tjitske Jansen, Rodaan al Galidi, Hagar Peters en Joost Baars. Zo wordt er gesteld, en ik ben het daar zeer mee eens, dat: Wie poëzie leest, loopt het gevaar verliefd te worden op zinnen die je vervolgens de rest van je leven bij je draagt.
Ik denk dat iedere poëzieliefhebber een of meer dichtregels uit het hoofd kent omdat deze ooit een verpletterende indruk heeft gemaakt. Ook ik ken vele regels uit mijn hoofd, ik heb er al eerder over geschreven, uit gedichten van Judith Herzberg, Vasalis, Remco Campert en verschillende uit gedichten van Jules Deelder.
Het artikel eindigt met: “Poëzie neemt verschillende gedaantes aan: die van vergezicht, verdieping, vermaak, confrontatie, inspiratie of ontspanning. Die waarden gunnen we alle professionals die interbestuurlijk samenwerken aan de grote maatschappelijke opgaven van nu. Daarom dus poëzie als leestip op Overheid van Nu.” Een waardevolle tip lijkt me, elke dag poëzie lezen verrijkt je leven, je taal en je verbeeldingsvermogen. En ja sommige poëzie is niet meteen te begrijpen. Deckwitz schrijft hierover: “Beginnen met lezen van poëzie is ermee akkoord gaan dat je niet meteen alles begrijpt. Maar wel dingen gaat aanvoelen.”
Een compliment voor de (anonieme) schrijver van dit artikel, hopelijk wordt het door vele ambtenaren gelezen en in praktijk gebracht. Natuurlijk een gedicht, dit keer van Ellen Deckwitz getiteld ‘Fietsen’ dat gepubliceerd werd in literair tijdschrift Liter jaargang 12 in 2009.
.
Fietsen
.
Rotterdamse kost
Jules Deelder
.
In 2017 verscheen naar aanleiding van de Poëzieweek het poëziegeschenk ‘Rotterdamse kost’ van Jules Deelder (1944-2019), een uitgave van de CPNB, de club die het Nederlandse boek propagandeert met dank aan Poetry International. Nu zal de oplettende lezer weten dat ik als sinds begin jaren ’80 van de vorige eeuw een groot liefhebber ben van het werk van Deelder en dit kleine bundeltje kende ik niet. Tien pagina’s Rotterdamse gedichten en op de achterkant van de bundel een toegift: “lang leve de dichter!” “Waarvan?”
De gedichten zijn humoristisch en Rotterdams zoals je van Deelder mag verwachten. Daarom hier het gedicht zonder titel waar ik heel blij van werd.
.
De fricandel
is al sinds
.
jaar en dag
de favoriete
doodsoorzaak
in Rotterdam
.
en dat woue we
graag zo houe
.
omdat het anders
kankeren wordt
.
Portobello road
Jules Deelder
.
Voor een ieder die dit jaar op vakantie gaat naar Londen of gewoon een liefhebber is van de poëzie van Jules Deelder (1944-2019) een vakantiegedicht over een beroemde straat in Londen ‘Portobello road’ uit de bundel ‘Dag en nacht geopend’ uit 1970.
.
Portobello road
.
De oude vrouw – broodmager
en behaagziek – gaat gebogen over
’t kinderwagenwrak, waarin
een pathofoon pathetisch krast.
.
De dagen van weleer, toen ze
Caruso in een taxi zag en buiten
westen ging. De plaat
blijft steken en ze lacht.
.
















