Site-archief
Aan de kade staat een huis
Sjuul Deckwitz
.
Dichter, schrijver en feminist Sjuul Deckwitz (1952) is bekend van haar verhalen en gedichten maar heel veel over haar is er niet te vinden op het wereld wijde web. Overal en nog ergens zijn gedichten van haar te lezen zoals op DBNL.org Ze schrijft voor De Groene Amsterdammer en publiceerde in het lesbisch-cultureel tijdschrift ‘Lust en Gratie’, een Nederlands driemaandelijks tijdschrift met aandacht voor visuele kunst, literatuur en polemiek.
Ik kwam op haar spoor terecht omdat ik in een boekenwinkel de bundel ‘Niet wachten op ontspanning’ tegenkwam. Het gedicht dat ik daar las toen ik de bundel opensloeg maakte dat ik over haar wilde schrijven. Maar heel veel meer dan bovensdtaande informatie heb ik niet kunnen achterhalen.
Daarom uit de bundel ‘Niet wachten op ontspanning’uit 1985, het gedicht ‘Aan de kade staat een huis’.
.
Aan de kade staat een huis
.
Waar Zij niet heerst, de
harde Passie, heerst het Huisgezin.
(In welke vorm dan ook.)
.
Daar hangen broeken te drogen daar
staan pannen eten bewaard te worden-
tot morgen, tot overmorgen, daar
kan alles wachten.
.
Sebastiaan
Hans Warren
.
Zoals alles in dit leven staat ook de literatuur onder druk. Ik denk aan de boeken van Roald Dahl waarin, door de invloed van sensitivity readers in het Verenigd Koninkrijk, woorden en uitdrukkingen aangepast moesten worden, de controverse rond de vertaling van Amanda Gormans ‘The Hill We Climb’ door Marieke Lucas Rijneveld en pas geleden nog de ophef over het gedicht dat geschreven zou worden voor de Kinderboekenweek door Pim Lammers. Je zou bijna gaan denken dat poëzie en literatuur er toe doen.
Dat er in andere tijden anders gekeken en gedacht werd over allerlei zaken blijkt voor mij wel uit het gedicht ‘Sebastiaan’ van Hans Warren (1921-2001). Het gedicht werd overgenomen uit zijn ‘Verzamelde gedichten 1941-1981’ in de bundel ‘Ik droeg nog kleine kleren’ Het kind in de Nederlandstalige poëzie uit 1994. Ik vraag me af of de scherprechters van vandaag een dergelijk gedicht niet meteen gecanceld zouden hebben.
.
Sebastiaan
.
Sebastiaan was een knaap
zoals Michelangelo schilderde:
matte huid, befloerste ogen
onder een luifel zwarte krullen.
Hij had altijd iets droevigs
en zijn leden, hoe mooi ook,
waren net iets te zwaar van bouw.
Ontroerend, in een verlaten duinpan,
toen hij voor ’t eerst naakt lag,
zijn heel kleine geslachtsdelen,
nootjes van klootjes,
en in het groefje van zijn eikel
vonkte als diamant een druppel.
.
Haat
Gwendolyn Bennet
.
Gwendolyn B. Bennett (1902 – 1981) was een Amerikaanse kunstenaar, schrijver en journalist die heeft bijgedragen aan ‘Opportunity: A Journal of Negro Life’ , waarin de culturele vooruitgang tijdens de Harlem Renaissance werd opgetekend. De Harlem Renaissance was een intellectuele en culturele heropleving van Afro-Amerikaanse muziek, dans, kunst, mode, literatuur, theater, politiek en wetenschap, gecentreerd in Harlem in New York City, verspreid over de jaren 1920 en 1930.
Hoewel ze vaak over het hoofd wordt gezien, heeft ze zelf aanzienlijke prestaties geleverd op het gebied van kunst, poëzie en proza. Ze debuteerde in 1923 met het gedicht ‘Nocturne’ in Opportunity magazine. Haar gedichten werden in meerdere verzamelbundels opgenomen.
In de bundel ‘The Rag and Boneshop of the Heart’ a poetry anthology uit 1992 is ze opgenomen met het gedicht ‘Hatred’. Deze ruim 500 pagina’s tellende bloemlezing van poëzie van alle tijden en uit alle landen is een fantastische bron voor elke poëzieliefhebber. Hierbij het gedicht in het Engels en in een vertaling van mijn hand.
Hatred
.
I shall hate you
Like a dart of singing steel
Shot through still air
At even tide,
Or solemnly
As pines are sober
When they stand etched
Against the sky.
Hating you shall be a game
Played with cool hands
And slim fingers.
Your heart will yearn
For the lonely splendor
Of the pine tree
While rekindled fires
In my eyes
Shall wound you like swift arrows.
Memory will lay its hands
Upon your breast
And you will understand
My hatred.
.
Haat
.
Ik zal je haten
Als een pijl van zingend staal
Door stilstaande lucht geschoten
Bij gelijk tij,
Of plechtig
Omdat dennen nuchter zijn
Als ze geëtst staan
Tegen de hemel.
Jou haten zal een spel zijn
Met koele handen gespeeld
En slanke vingers.
Je hart zal verlangen
Naar de eenzame pracht
Van de pijnboom
Terwijl opnieuw het vuur
In mijn ogen
Je zal verwonden als snelle pijlen.
Het geheugen zal zijn handen
Op je borst leggen
En je zult het begrijpen
Mijn haat.
.
Met de Noorderzon
Aperitief
.
Het Noorderzon Festival of Performing Arts & Society (dat is de volledige titel van dit festival) is de ietwat curieuze combinatie van een groots zomerfeest en internationaal kunstenfestival. Op de website van de organisatie staat het als volgt omschreven: “Lokaal programma staat zij-aan-zij met avontuurlijke internationale podiumkunsten en maatschappelijke duiding. Cutting-edge theater en muziek, literatuur, moderne dans, lokale voorstellingen in intieme setting, nagesprekken en colleges. De stad als podium, het vrij toegankelijke en idyllische Noorderplantsoen als ontmoetingsplaats, dorp en podium ineen.”
Het festival bestaat sinds 1991. Het begon als een lokaal festival dat destijds bestond uit een aantal zeer geslaagde muzikale zondagen op verschillende plekken in de stad Groningen in combinatie met een afsplitsing van festival ‘De Parade’.
Ter gelegenheid van het live-programma ‘Arno’s Aperitief’ dat tijdens Noorderzon dagelijks werd uitgezonden door Radio Noord, het regionale radio- en televisiestation voor Groningen, verscheen in 2005 het bundeltje ‘Aperitief’ Noorderzon in gedichten. In dit bundeltje zijn gedichten opgenomen van 13 dichters die zich lieten inspireren door het festival in het Groningse Noorderplantsoen. Alle dichters droegen hun gedicht voor in het radioprogramma ‘Arno’s Aperitief’ dat dagelijks gepresenteerd werd vanuit de Spiegeltent door Arno van der Heyden.
Deelnemende dichters waren Mowaffk Al-Sawad, Jurre van den Berg, Anneke Claus, Maria van Daalen, Daniël Dee, Karen ten Haaf, Renée Luth, Stefan Nieuwenhuis, Ronald Ohlsen, Coen Peppelenbos, Kasper Peters, Nyk de Vries en Driek van Wissen.
Van Nyk de Vries is het gedicht ‘Stephanie’ uit de bundel.
Stephanie
.
Die avond reden we over de brede boulevards waar overal
mensen voor de cafés zaten en verkoelende drankjes
nuttigden. We stopten bij een kleurig verlichte zandstrand
en ik kocht bij een kiosk een pakje sigaretten. Stephanie
droeg een lange zwarte rok die strak om haar heupen
spande. We stonden dicht bij elkaar en die nacht sliepen
we samen. De volgende ochtend, toen ik wakker werd,
was ze echter al weer verdwenen. een zwaar gevoel van
teleurstelling bekroop mij, al legde ik me maar gauw bij
de feiten neer. Ze was immers zoals een spionnenmeisje
behoort te zijn: sexy, soepel en snel.
.
Liefdesgedicht
Willem R. Roggeman
.
De Vlaamse Willem R. Roggeman (1935) is ook prozaschrijver. Hij schrijft, naast gedichten, essays over literatuur en beeldende kunst. Hij debuteerde in 1958 met de bundel ‘Rhapsody in blue’ in Antwerpen waarna nog vele tientallen poëziepublicaties zouden volgen. Hij was lid van de redacties van de literaire tijdschriften Diagram (1963-1964), Kentering (1966-1976), De Vlaamse Gids (1970-1992), Argus (1978-1981), Atlantis (2001-2002) en Boelvaar poef (vanaf 2006).
Roggeman maakte deel uit van de ‘Vijfenvijftigers’ en de Honest Art Movement. Ook ontving Roggeman verschillende prijzen voor zijn werk zoals de Dirk Martensprijs van de stad Aalst, de Louis Paul Boonprijs en de Prijs van de stad Brussel.
Ondanks dit alles kende ik Roggeman niet. Het is dat ik een gedicht van zijn hand voor het eerst tegenkom in de bundel ‘Geen dag zonder liefde’. Het gedicht ‘Liefdesgedicht’ komt uit zijn bundel ‘De droom van een robot’ uit 1976.
.
Liefdesgedicht
.
Ik weet dat je mooi
dood zal gaan.
Met een glimlach
om je lippen b.v.
of met een bloem in je hand.
En in de volgende dagen
zal het stof wat dikker liggen
op de vensterbank.
Het zal heel mooi weer zijn.
Mooi en hard blauw.
Ik zal rondlopen
met vreemde gedachten
en het hoofd
nog wat dieper tussen de schouders.
Dan komt er een troostend woord
van iemand van wie
je het nooit had verwacht.
En verder
zal alles blijven
bij het oude.
.
Poëzieweek activiteiten
Poëzieweek in Rotterdam
.
De Poëzieweek komt eraan (27 januari – 2 februari) en ik wil hier graag aandacht besteden aan twee gratis activiteiten in Rotterdam op zondag 30 januari 2022, van 14:00–17:00 uur. Allereerst de activiteit van Dichters Daniel Dee, Rien Vroegindeweij, Marjoleine van Aperen en Inge ‘gruppo bombita’ Bonthond; Dichter bij Jan en Piet. De dichters verzorgen poëzieworkshops voorzien van praktijkvoorbeelden, de presentatie is in handen van Menno Smit. De workshops zijn in het Jan van der Ploeghuis aan de Hooglandstraat 67 in Rotterdam en de toegang en deelname is gratis.
Rondeel
.
Waarom vertrek je zonder om te zien?
Ik ben alleen vergeten hoe je heet
Ik kom er straks ook wel weer op misschien
En zeg nou zelf: het was een leuke date
.
De seks was om te smullen bovendien
We gingen urenlang als een komeet
Geen grond dus voor gemopper of gegrien
Ik ben alleen vergeten hoe je heet
.
Al noemde ik je net dan Evelien
Ik zei toch al meteen dat het me speet?
En doe nou niet of jij nooit wat vergeet
Kom op nou, moppie, tel gewoon tot tien
Ik ben alleen vergeten hoe je heet
.
Houston we have a problem
Lotte Dodion
.
De Vlaamse dichter, performer en polyvalent (veelzijdig, meer dan één waarde bezittend) teksttalent Lotte Dodion (1987) ken ik al sinds 2011 toen ze als jonge aanstormende dichter op het Ongehoord! podium stond in Rotterdam als (toen nog) Mander dichter. Een Meander dichter was een dichter die ons (van Ongehoord!) werd aangeraden om te programmeren omdat deze talentvol was. Lotte was toen 24 en inderdaad een aanstormend talent.
Daarna was ze één van de Vlaamse dichters op de Poëziebus in 2015 en programmeerde Ongehoord! haar opnieuw in 2016 op de jubileum editie in de Jacobustuin in Rotterdam. In maart van dat jaar verscheen haar poëziedebuut ‘Kanonnenvlees’ bij uitgeverij Atlas Contact dat zeer goed werd ontvangen.
Haar werk verscheen in bloemlezingen en in literaire tijdschriften als Plebs en Gierik NVT. Ze treedt op, verzorgt workshops en is inderdaad een veelzijdig woordkunstenaar. De laatste jaren werkte ze voor Vonk & Zonen, een literair productiehuis dat naast eigen producties ook een gastvrij huis is voor plannen van dichters en dromers. Een jonge literaire organisatie die sterk inzet op nieuwe vormen om literatuur te presenteren.
Vanaf 1 september dit jaar is ze echter weer terug op haar oude plek, als freelancer in de letteren. Op haar website https://www.lottedodion.be/ is alles over haar werkzaamheden te lezen. Daar staan ook gedichten van haar hand waaronder het mooie maar wrange ‘Houston we have a problem’.
.
Houston we have a problem
.
liefste
ik weet dat ge meer ruimte wilt,
maar hoeveel planeten wilt ge concreet?
hoeveel lichtjaren moet ik van u verwijderd zijn
opdat gij weer kunt zweven?
ge wilt mij niet langer met u meedragen
ge wilt weer gewichtloos zijn
een onbeduidende stip tussen zoveel andere?
is het een ander
een andere zon om rond te draaien?
weet ge dan niet dat we allemaal dezelfde zijn?
even vermoeiend even verschroeiend
evenveel pijn op termijn
ge hoeft geen vlaggen te planten
geen hemellichamen te veroveren
hier is het mijne
ik ben zwaartekracht
ik hou uw voeten op mijn grond
maar als gij per se de ruimte wilt
als ge denkt te zijn vastgeroest in uw baan
loop naar de maan
word vergeten.
Eddy’s verstrooiing
Anton Korteweg
.
Voor de rubriek dichters over dichters, kwam ik in de bundel ‘Ouderen zijn het gelukkigst’ uit 2009 van Anton Korteweg, het gedicht ‘Eddy’s verstrooiing’ tegen over de verstrooiing van de as van dichter Eddy van Vliet op 12 oktober 2002 in Watou in België.
Eduard Léon Juliaan (Eddy) van Vliet (1942 – 2002) was een Vlaams schrijver, dichter en advocaat. Regelmatig werd de poëzie van Eddy van Vliet als neoromantisch bestempeld of geplaatst in de literaire richting van de nieuwe romantiek. Neoromantiek is een synoniem van postromanticisme of laat romanticisme. Het is een langdurige beweging die begint aan het einde van de negentiende eeuw en het is een herleving van de romantiek in de kunst en de literatuur.
In 1971 won Eddy Van Vliet de Arkprijs van het Vrije Woord voor ‘Columbus Tevergeefs’. In 1975, mocht van Vliet de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen en in 1989 kreeg hij de Staatsprijs voor poëzie in België.
Anton Korteweg (1944) schreef het gedicht dus naar aanleiding van het verstrooien van de as van van Vliet in Watou, het kleine dorpje in West Vlaanderen, bijna op de grens met Frankrijk, waar tussen 1980 en 2008 de Poëziezomer Watou werd georganiseerd door Gwy Mandelinck – zelf een dichter – en zijn echtgenote Agnes Hondekyn. Het vormde al die jaren gedurende twee zomermaanden een unieke dialoog tussen internationale beeldende kunst en poëzie.
.
Eddy’s verstrooiing
(voor P.P.
‘Zoals een man pist, met de wind mee, zo
verstrooie men as.’
Chinese wijsheid
.
Maar andersom heeft ook wel wat: een zwarte,
gekromde regenjas met wapperende panden,
als boos tegen de storm optornend op een hoefpad
een man uitzaaiend, en daarachter wij,
.
een rijtje treurenden: wat mooie blonde vrouwen
met zonnebril, maar ook zwartharige zonder,
want Eddy was een te benijden echte
dichter geweest, steeds goed omringd, morsige
door drank – en dichtzucht aangetaste koppen en
hardlijvige vriendachtigen, – dat volk
woei de dichter toen in de gezichten.
.
We nipten daarna in De Hommelhof
zijn as van haar en huid, eigen en andermans,
en dachten bedremmeld die Eddy.
.
Ik was er trouwens niet bij
maar zie het weer duidelijk voor me.
.
grafmonument voor Eddy van Vliet in Watou
Mazen in de tijd
Wiel Kusters
.
‘Brabant, literaire reis langs het water’ uit 2011 uitgegeven door de Stichting Achterland uit Zeist. Deze uitgeverij profileert zich als bruggenbouwer tussen literatuur en maatschappij. Onder het motto ‘Op zoek naar de eigen plek’ bouwt Stichting Achterland sinds haar oprichting in 1992 aan een serie boeken over Nederlandse steden, streken en provincies, met thema’s als ‘een literaire reis door de tijd’ of ‘een literaire reis langs het water’.
In de boeken staan steeds twee tegenover elkaar liggende pagina’s, met links een foto van een markante plek en rechts een literair fragment (proza of poëzie) dat met de plek een directe of associatieve relatie heeft. De literaire teksten zijn overwegend van bekende Nederlandstalige auteurs, al wordt er soms ook voor vertaald werk gekozen of dat van minder bekende (vaak jonge) auteurs. Meestal betreft het bestaande teksten, soms ook werk dat in opdracht tot stand komt. Een literair-historische introductie en een woord vooraf van een gemeente-, provincie- of regiobestuurder gaan aan de ‘landmarks’ vooraf.
Van alle provincies zijn er boeken gemaakt en gepubliceerd. In dit geval heb ik het boek over Brabant ingezien en daaruit gekozen voor een gedicht van Wiel Kusters (1947) over de rivieren die door het Brabantse land meanderen.
.
Mazen in de tijd
.
Van Maas noch Moldau
van de Arno niet
niet van de Rijn
kunnen wij
getuige zijn.
.
Zij gaan aan ons
voorbij.
Nooit zijn wij
onszelf gelijk.
.
Op de over
wordt het later.
Met het water
stijgt de tijd.
.
Van jou noch mij
van anderen niet
niet van zichzelf
kan de Maas
getuige zijn.
.
Nooit is zij
zichzelf gelijk.
Wij stromen haar
voorbij.
.
In het water
wordt het later.
Op de oever
daalt de tijd.
.














