Site-archief

Het kind en de boodschappentas

Henk Puister

.

Literaire en/of poëzietijdschriften zijn een mooie bron van informatie als je wil weten hoe het er met het literaire- of poëzielandschap voorstaat in Nederland en Vlaanderen. Ik schreef hier al eens een uitgebreid stuk over op dit blog en in een ander stuk ging ik in op een scriptie over de functie van het literaire tijdschrift in de literaire wereld. Voor wie geïnteresseerd is in poëzie zeker de moeite waard.

Net als het regelmatig inzien van literaire en of poëziemagazines. En dat heb ik de afgelopen week weer eens gedaan. Mijn bevindingen zijn dubbel. Ja er worden door verschillende poëziemagazines en -kranten prachtige gedichten geplaatst. En daar staat naast dat ik in een aantal gevallen vooral proza lees waar men het verkoopt als poëzie. Noem me een ouwe lul maar een gedicht is voor mij de verdichting van taal, het terug brengen van een verhaal naar de poëtische essentie. In de ‘gedichten’ die ik las was dat verdichtende element volledig verdwenen. Ellenlange teksten werden mij daar verkocht voor poëzie terwijl ik alleen maar kon denken:  Welk stuk van welke roman zit ik hier te lezen?

Gelukkig zijn er ook nog wel degelijk magazines en tijdschriften die een duidelijk onderscheid maken. En één van de leukste (de leukste is uiteraard MUGzine) is het kleine tijdschrift Weirdo’s  uit Vlaanderen. Weirdo’s bestaat sinds 1986 en de geschiedenis van dit eigenzinnige blad kun je hier lezen. Zoals de auteur van het stuk het schrijft: “Het tijdschrift heeft géén veranderingen teweeg gebracht in onze literatuur. Het heeft slechts enkele rimpelingen op de vijver van de Vlaamse literaire wereld veroorzaakt en kreeg hier en daar zelfs enkele voetnoten op Wikipedia of enkele eindverhandelingen.” Een fraai resultaat me dunkt en voor de liefhebbers (en die zijn er genoeg) elke keer weer een plezier om te lezen.

Ik las de laatste editie (nummer 151) en daarin staat een gedicht van Henk Puister (1953). Hij schrijft verhalen, gedichten en liedteksten in het Gronings en in het Nederlands. Hij is medewerker van de literaire tijdschriften ‘Krödde’, ‘Toal en Taiken’ en ‘Noachs Kat’. Zijn gedicht in Weirdo’s ‘Het kind en de boodschappentas’ is een fijne aanklacht tegen social media.

.

Het kind en de boodschappentas

.

Het kind stuit op een boodschappentas

uitpuilend in de verse sneeuw.

Onwetend van de witte neerslag

tracht ze de uitgegleden hoogbejaarde heer

uit al haar fragiele macht overeind te helpen.

Een lachende man maakt een filmpje.

Filmpjes zijn belangrijk voor sociale media

en voor het nageslacht.

.

Hij komt, hij komt..

Nummer 30

.

Hij komt inderdaad, het laatste nummer van 2025, de nieuwe MUGzine. Dus als je nog geen cadeautje hebt voor Sinterklaas of Kerstmis is dit de uitgelezen (no pun intended) mogelijkheid om geliefden eens iets echt origineels te geven. En zoals je van ons gewend bent doen we er altijd een klein presentje bij. Dus geef iemand een MUGzine cadeau (gewoon of in een speciale MUGzine Japanse enveloppe) of nog beter, geef een jaar lang MUGzines in de brievenbus (5 exemplaren) en word donateur.

Het december nummer van MUGzine is weer een fraai exemplaar geworden. Met poëzie van Trudy Dijkshoorn, Elbert Gonggrijp, Dietske Geerlings en Jan Kleefstra. Het muggedicht is dit keer van Bas Belleman en de kunstenaar is dit keer Mark Fayot. Natuurlijk is er ook een kakelverse Luule en wordt je weer getrakteerd op een poëtisch voorwoord van Marianne.

Als opwarmertje hier alvast een gedicht van Jan Kleefstra (1964). Deze Friese dichter verschenen gedichten  in bloemlezingen als ‘Dichters in de Prinsentuin’ (2006), ‘Kastanjegedichten’ (2006), ‘Schoonheid’, Hernehim (2007), ‘Mengelwerk Drentse open’ 2007, ‘Openbare Bibliotheek Amsterdam’ (2007), ‘7e Regenboog, Breedevallei Dichters’ (2008), ‘Haarlemse Dichtlijn’ (2008), ‘Inkijk, interieurs in de Hollanderwijk’ (2009) en ‘Giftige simmer’ (2009). In 2008 kwam zijn Friestalig debuut uit, ‘Fragminten’, wat niet een vertaling is van de voormalige Nederlandse bundel met dezelfde naam.

.

Bloei kent geen denken

teder tot een eind gebracht

 

ongehavend op zwarte modder

zonder zomerstof gekmakend

vingerzacht groen op de wangen

 

langs het spoor van de achterblijver

het rag om roestige spijkers slaan

 

verwaaid zingen aanklampen

 

een stroomdraad spannen

.

Charlotte Van den Broeck

Winnaar Boekenbon Literatuurprijs

.

Afgelopen donderdagavond werd bekend dat de Vlaamse schrijver en dichter Charlotte Van den Broeck (1991) de winnaar is van de Boekenbon Literatuurprijs van maar liefst € 50.000,-. Een terechte waardering voor haar werk. In dit geval kreeg ze de prijs voor haar boek “Een vlam Tasmaanse tijgers’ het verslag van een reis die Van den Broeck ondernam uit nieuwsgierigheid naar de Tasmaanse tijger en die voert langs archieven, musea, laboratoria, dierentuinen en natuurgebieden uit 2024.

De jury noemde haar in het juryrapport de dichtende journalist heb ik begrepen van Marianne (van MUGzine) die bij de prijsuitreiking aanwezig was. Ik schreef hier al vaker over Charlotte en haar werk. En na het zien en horen van de, door haar voorgedragen, volledige tekst van ‘Plakboel’ in de bibliotheek van Utrecht afgelopen jaar (iets dat ze tijdens de Nacht van de Poëzie nogmaals herhaalde) is mijn bewondering en waardering voor haar alleen maar gestegen.

Uiteraard feliciteer ik Charlotte met deze prachtige prijs maar omdat dit blog over poëzie gaat (maar lees ‘Een vlam Tasmaanse tijgers’ het is echt heel erg de moeite waard) wil ik hier een gedicht van haar plaatsen. In dit geval het gedicht ‘Nachtroer’ het titelgedicht uit haar gelijknamige bundel uit 2017 die ze opdroeg aan Remco Campert.

.

Nachtroer

                                                                     Voor Remco Campert

Avond
en het breeklicht in je ogen en je kijkt
het breekt oranje op in je ogen het vloeiende licht
waarin ik wist wat ik later nooit zou weten
hoe een woord zomaar

een ander woord kan gaan betekenen
en dat dat alles

buiten hangt de avond steriel en laat al, de lome rook
besluiteloos tussen ons in en je kijkt
en wat dat oproert in een avond, in mij, rode glanzende mieren
honderden, even nog, voor het licht krimpt, de jeuk
de laaiende jeuk van je ogen het laat niet af

ook niet nu het licht al

want op het hellingsvlak tussen nu en straks
wacht ons een kamer zonder muggen of aarzeling
het kan niet anders want boven mij hangt je hand

die me niet aanraakt maar me de mogelijkheid geeft
om mezelf ertegen op te drukken de tomeloze mogelijkheid
om mezelf op te drukken tegen een hand die me niet
aanraakt, maar me de mogelijkheid geeft om

wachten en zwellen
zijn bijna hetzelfde, bij de kniklijn
loopt het in elkaar over wat ik wil
en wat ik weet in het neonlicht

het kleurenspectrum in een regenplas even
is het waar geweest en feloranje
het kan niet anders soms

denk ik nog bij de hand een avond
een mond een schouder een geslacht
en dat het alles

en dat jij de mieren niet en de zwellende kleuren niet
dat kleur maar stof en licht dat nauwelijks nog het licht
de avond feloranje even nog

laat het nog even

tot het licht niet langer tot ook het kijken
niets meer dan de richting van je ogen wordt

.

Omdat ik schrijf

Roger de Neef

.

In 2021 schreef ik over een nieuwe dichter die ik had ontdekt. Voor mij was het een nieuwe dichter, niet voor Vlaanderen, daar was Roger M.J. de Neef (1941) al vele jaren lang een gevestigde naam in de poëzie. Daarna kwamen gedichten van zijn hand terug op dit blog. Een liefdesgedicht, een gedicht over een kindertekening en natuurlijk als deelnemende dichter aan MUGzine nummer 22 (2024).

Bij mijn ontdekking van Roger de Neef schreef ik over hem: “De Neef schrijft een sterk mythische poëzie die de rituele en archetypische dimensies van het bestaan poogt te doorgronden; vooral de plaats van het individu in de maatschappij en zijn afhankelijkheid van het verleden komen hierbij aan bod. Zijn poëzie maakt een hermetische indruk, mede door de vaak duistere beeldspraak en de elliptische of ongrammaticale zegging”.

Maar Roger de Neef heeft ook een geëngageerde kant. In de bundel ‘Wie nu zwijgt moet alles vrezen’ waar ik al eerder over schreef, is in het hoofdstuk dat handelt over het indelen van mensen op basis van huidskleur, het gedicht ‘Omdat ik schrijf’ opgenomen. Nog steeds in zijn geheel eigen stijl maar wel uitgesproken.

.

Omdat ik schrijf

.

Omdat ik schrijf

De dingen aanraak en benoem

Word ik voor een paria aangezien.

.

’s Avonds wanneer ik

Door de straat loop

Voel ik het voluit:

Ik ben dan vollediger

Want mijn lichaam

Bestaat uit vele soorten mensen.

.

Kijk maar

Als ik snel genoeg

Om mijn as wentel

En van continent verander

Worden al hun kleuren

Wetmatig wit als ik

.

Van woede wit.

.

Einde van een tijdperk

Jozef Deleu

.

Via diverse kanalen kwam het bericht tot mij dat Het Liegend Konijn, tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie, het geesteskind van Jozef Deleu (1937). Op 30 oktober 2025 verschijnt het laatste nummer. Deleu schrijft over het verschijnen van dit laatste nummer: “Poëzie is drager van originaliteit, vrijmoedigheid en zelfstandigheid. Dichters blijven machthebbers erop wijzen dat woorden ertoe doen en dat taal niet ondergesneeuwd mag raken onder het verbalisme van de politiek en de commercie. Het Liegend Konijn was een open en ongebonden huis voor onze poëzie. En soms was daar enige moed voor nodig. Voor Het Liegend Konijn en mij is de tijd van gaan gekomen. De jager wacht op de kim.”

Uit het nest geroofd, zo omschreef Deleu zijn werkwijze. Twee keer per jaar – van 2003 tot 2025 – bracht het blad een gevarieerd beeld van de Nederlandstalige poëzie. Het bevatte uitsluitend nieuwe, niet eerder gepubliceerde gedichten. Honderden dichters uit het hele Nederlandse taalgebied werkten mee aan Het Liegend Konijn. Ze vormden een bont gezelschap van jonge debutanten, rijpe poëten en oude meesters. Diversiteit en respect voor uiteenlopende poëtica’s lagen aan de basis van een unieke mix waardoor ieder nummer een kleurrijke waaier bood van onze hedendaagse poëzie.

Bij dit nieuws had ik meteen twee gedachten. De eerste was dat ik nooit uit het nest geroofd zou worden, mijn nieuwe bundel (die al te lang op zich laat wachten) komt daarvoor te laat. De tweede gedachte was dat het minipoëziemagazine MUGzine dat ik samen met onder andere Bart van BRRT.Graphic.Design en Marianne van Poetry Affairs maak, nu nog iets urgenter wordt. Toen ik las van het gezelschap van jonge debutanten, rijpe poëten en oude meesters wist ik dat wij van MUGzine een zelfde visie hebben en nastreven. Nu ben ik de laatste die MUGzine met Het Liegend Konijn wil vergelijken, omvang, frequentie en aanzien zijn van een geheel andere orde, laat staan de reputatie die Het Liegend Konijn 22 jaar lang heeft opgebouwd, daar kan 6 jaar MUGzine nog een puntje aan zuigen. Maar voor ons van MUGzine is de uitdaging wel sterker geworden om van ons minipoëziemagazine een langjarig succes te maken (maar dat waren we al van plan hoor).

Rest mij, samen met poëzieminnend Nederland en Vlaanderen, slechts woorden van dankbaarheid en waardering voor Jozef Deleu die poëzie mede op de kaart heeft gezet en aan de wieg van carrières van menig dichter heeft gestaan. Dat Jozef Deleu zelfs een niet onverdienstelijk dichter was mag inmiddels duidelijk zijn en daarom een gedicht van deze grote Vlaming. Uit zijn bundel ‘Hazen troepen samen’ uit 2000 het gedicht ‘Waar het op aankomt’. Want als er een ding is waar Jozef Deleu om geroemd mag worden is het het feit dat hij weet waar het op aankomt; De Poëzie!

.

Waar het op aankomt

Waar het op aankomt
de trein die niet
voortijdig stopt
in het station
de zon die niet ongezien
wegzinkt in zee.

Waar het op aankomt
een werkwoord vervoegd
in een goede zin
een vraagstuk opgelost
zonder vermogen
en zonder verlies.

Waar het op aankomt
een verlicht meer
en verliefd tot over
de oren. Het gaat voorbij
maar er blijft
overschot.

Waar het op aankomt
gerijpt in een eiken
vat reisvaardig
voor de overtocht
zonder overkant
als het moet.

.

De blob, een recensie

Anouk Smies

.

Van de uitgeverij Opwenteling kreeg ik de nieuwe bundel van Anouk Smies (1975) toegestuurd. Ik volg Anouk al langer als dichter. Zo schreef ik in 2020 voor het eerst over haar werk, gevolgd door een recensie van haar bundel ‘De drang om niemand af te maken‘ in 2021. Vanaf toen was ik fan van haar poëzie. In datzelfde jaar vroegen we haar gedichten bij te dragen voor MUGzine en dat deed ze voor nummer 9 (waar ook Mark van Tongele, Bianca Boer en Kreek Daey Ouwens in bijdroegen) en in 2024 schreef ik nog een bericht over haar bundel ‘mijn cloud, die de uwe is’. Mijn verwachtingen waren dan ook hoog gespannen toen ik de nieuwe bundel ‘De blob’ ging lezen. En alvast een spoiler, het viel me niet tegen.

De bundel, die opnieuw fraai is vormgegeven (dit maal door Osman Akin) begint met een regel: Google verklapt dat de blob voor communistische dreiging staat. Een zin die nog niks verklapt maar wel nieuwsgierig maakt. Het eerste gedicht ‘Beginscène van de filmklassieker ‘The blob’ uit 1958′ geeft meteen al meer richting. Er wordt hier verwezen naar een film uit 1958 die gaat over een alien levensvorm die alles verzwelgt dat op zijn pad komt en daardoor alleen maar in omvang toeneemt. Een mysterieus wezen, lijkend op een gigantische gelatinepudding arriveert op aarde in een komeet. Een aantal tieners zien dit, waarschuwen de bewoners van het nabijgelegen dorp, maar niemand gelooft hen. Desondanks groeit de blob in omvang en vormt al snel een bedreiging voor het dorp.

De google regel waarmee de bundel begint verwijst naar de politieke situatie in 1958, toen het communisme in het westen als groot gevaar werd gezien. In 2025 staat dit volgens mij voor iets anders, voor iets (een gevaar) van deze tijd (AI?). Terug naar het openingsgedicht. Het begint met de zinnen ‘Een meteoriet valt op de aarde / waaruit een roze drap druipt / het lijkt op niks dat iemand zich kan voorstellen’.

Op de achterkant van de bundel staat de tekst: ‘Roze wordt over de hele wereld onderschat en zullen we vanaf nu omschrijven als de waarheid’. Deze zinnen komen uit het derde gedicht ‘Overpeinzing bij roze’. Lezend in ‘De blob’ was ik in het begin wat verward. Stond de blob symbool voor Artificial Intelligence (AI)? Voor fake nieuws? Voor desinformatie? voor complotdenkers, voor autonomen, oorlogstuig, social media? Al snel vormde bij mij het idee dat de blob staat voor ‘het slechte’ in deze wereld, voor zaken die deze wereld bedreigen, die de waarheid bedreigen, voor een dystopische toekomst en dat wat wij (de dichter) als waardevol beschouwt. Dat was bij verdere lezing mijn uitgangspunt.

In het hoofdstuk ‘De denkbare blob in het tijdperk Poetin’ verwijzen de gedichten naar de afgelopen jaren en de macht en het misbruik dat Poetin daarin tentoonspreidde. Bekende zaken komen langs zoals het gif (het dodelijkste zenuwgif dat er is) novitsjok waarmee onder andere Navalny werd vermoord, de nostalgie naar een groot Russisch rijk en de angstterreur in Rusland.

In het hoofdstuk ‘De nieuwe autonoom’ onderzoekt Smies het fenomeen van de autonomen, van hun ideeën, hun vermeende recht om in totale vrijheid te leven in een wereld van regels en die regels te gebruiken wanneer het hen uitkomt. Kenmerkend is de laatste zin in het gedicht ‘Statement’ die een keer herhaald wordt: Wij doen een beroep op het juridische systeem waarvan wij het gezag niet erkennen’. In het gedicht ‘Helemaal niemand is bevoegd in Nederland’ wordt door de dichter scherp neergezet hoe een fenomeen als autonomen kan verworden tot een vorm van complotdenken.

.

Helemaal niemand is bevoegd in Nederland

.

Een vrouw zakt door haar hakken wanneer de camera haar vangt

Ze zegt: Onze grondwet is niet geldig sinds WO2

en daarom is het betalen van huur

een fantastisch archaïsch idee

Alle revoluties waren archaïsch en de premier is een ketter

.

Hierna loenst ze in de camera

Sinterklaas is een deepfake

zegt het kind aan haar hand

terwijl hij met zijn hand de plastic letters op zijn borst lospulkt

Child Lives Matter

.

In het hoofdstuk ‘De drone en de blauwe bessen’ komen in 7 gedichten voor mij allerlei actuele dingen voorbij. Het geloof in technologie maar ook het geloof in powerfood (de blauwe bes). In ‘De Facebook-medewerkster’ gaat het dan weer over AI, algoritmes, big tech en gaat Smies heerlijk helemaal los op alle facetten van Facebook, de verslaving aan social media, chatbots, het gevaar van het gebruik van algoritmes, fake news en wat het werken voor een bedrijf als Meta met een mens doet.

In het laatste hoofdstuk ‘Deze informatie is iets voor jou’ tenslotte komen alle onderwerpen en personen (Poetin, Trump) die een belichaming zijn van de hedendaagse roze blob nog een keer voorbij. Het laatste gedicht in de bundel 10. stelt niet gerust maar waarschuwt nog een laatste keer.

.

10.

.

Uiteindelijk stort de voedselketen in elkaar

door een ultrasoon strijdlied

een vette hondenfluit uit de wolken

.

Het geluid bekt fantastisch

en reageert niet op argumenten

Het dringt huishoudens binnen dan keukens dan kinderen

.

De melodie kent vraatzucht die niet bedaart

maar haar maaltijd bestaat

uit het uitstoten van losgezongen tonen

en het doorslikken van de eigen staart

.

‘De blob’ is geen optimistische bundel, maar biedt troost door te wijzen op de gevaren op een zeer creatieve en bij tijden humoristische wijze. Tel daar het taalvaardige plezier van Anouk Smies bij op en je hebt een moderne, actuele en, ja ik ga het gewoon zeggen, urgente bundel die helemaal van deze tijd is. Smies heeft haar plek in het poëtisch landschap in Nederland meer dan verdiend en ik zou haar een plek op De Nacht van de Poëzie gunnen en deze bundel een poëzieprijs. Dit is poëzie die anders is dan veel van de mainstreampoëzie die tegenwoordig verschijnt. Anouk Smies durft stelling te nemen en daarmee is ze soms tegendraads maar altijd uniek. Tel daarbij haar rijke taalgebruik en fantasierijke beeldtaal op en je begrijpt waarom ik opnieuw onder de indruk ben van haar poëzie. Ik  wens haar en poëzie-liefhebbend Nederland en België een groot publiek toe.

.

huis-thuis

Dubbelgedicht

.

Vandaag was ik mijn bureau aan het opruimen en onder een stapel papieren kwamen een aantal ansichtkaarten tevoorschijn. Het waren ansichtkaarten die ter gelegenheid van de Poëzieweek in 2024 zijn uitgegeven en verspreid. Het thema van de Poëzieweek 2024 was ‘Thuis’ vandaar dat de drie kaarten dit als thema van de gedichten hebben. Ik heb er twee uitgekozen als dubbel-gedicht.

Het eerste gedicht is van Jos van Hest (1946) schrijver, dichter, publicist, poëziedocent. organisator van poëziepodia en collega bij Meander. Het gedicht is getiteld ‘De wereld wordt je huis’ en verscheen in het magazine Dichter nummer 6 in 2017 bij Plint met als thema Nieuwe buren.

Het tweede gedicht is van Esohe Weyden (1999) Vlaams schrijver, dichter, presentator en jurist. Het gedicht getiteld ‘thuishaven’ verscheen in haar bundel ‘Tussentaal’ uit 2022.

.

De wereld wordt je huis

.
In de vensterbank bloeien de sterren
bij de voordeur groeit zeldzaam geluk

Nachten glanzen als zwarte parels
dagen glinsteren als golven in de zon

De wereld wordt een huis met open ramen
wolken zweven naar binnen en buiten

Geen land hoeft ooit nog op slot
er zijn kamers voor alle seizoenen

.

thuishaven

onthaarde pleintjes
waar ’s zomers billen kunnen branden
waar het leven over de stenen struikelt
en top-down het hart verwarmt
misschien wat klapstoelen verspreid
met benen over elkaar geslagen
gesprekken gespuwd en geslikt
met een glas tussen drie vingers geklemd

.
tussen deze bakstenen gangen
verliest de zwaarte haar adem groeit
er ruimte om te bouwen
aan de hersenspinsels als spinnenwebben
achter onze ogen vastgeplakt
dit station brengt naar en van
fluistert ideeën wanneer je beweegt
en wanneer sirenes in de verte
neuriën in je slaap

.

Els de Groen (1949-2025)

Wereldverbeteraars

.

Gisteren bereikte mij het verdrietige bericht dat Els de Groen (1949-2025) is overleden. Nog begin dit jaar had ik contact met haar via de mail dat ze ernstig ziek was maar dat ze in behandeling was. Ze had mij eerder benaderd met de vraag wat ik voor haar kon betekenen in het uitgeven van een dichtbundel via Mugbooks, mijn facilitaire poëzie uitgeverij.  Ondanks haar ziekte klonk ze nog steeds optimistisch. Het bericht van haar overlijden viel mede daarom nogal rauw op mijn dak.

Ik leerde Els kennen tijdens een optreden bij poëziestichting Ongehoord! in december 2016. Ik was al onder de indruk van haar verleden als Europarlementariër voor Groen Links en als schrijver van jeugdboeken en poëzie. Ik schreef een recensie over haar  dichtbundel ‘Wakker vallen‘ uit 2018, waarin ze blijk gaf van een grote mate van engagement. Ondanks het feit dat er van haar boeken (vertaald in 13 talen) maar liefst 1.750.000 exemplaren verkocht zijn was ze altijd heel benaderbaar en reageerde ze zelfs heel enthousiast toen we haar vroegen om gedichten aan te leveren voor MUGzine #16 die als richting had ‘gedenk te overstromen’ en waar naast Els ook andere klimaatdichters als Alex Gentjens, Sara Eeelen en David Troch bijdroegen.

Het klimaat en de klimaatveranderingen gingen haar aan het hart. In een interview met Els door Cora de Vos op de Meandersite zegt ze onder andere hierover: “Er gebeurt zoveel om ons heen waar we geen notie van hebben, omdat we ons boven het ecosysteem geplaatst hebben waarvan we onderdeel zijn en dat we in onze onnozelheid naar de barbiesjes helpen.”

Op de rouwkaart van Els is het gedicht ‘Wereldverbeteraars’ uit haar bundel ‘Wakker vallen’ geplaatst dat ik hier graag wil delen. Het is een prachtig voorbeeld van hoe Els tegen de wereldverbeteraars (en dus zichzelf) aankeek. Met het overlijden van Els de Groen wordt de wereld een klein stukje minder mooi.

.

Wereldverbeteraars

.

Bespot ze niet

de dromers

demonstranten

spandoekdragers

Ze hebben je hoon niet nodig

.

Uitlachen doen ze zichzelf wel

in hun momenten van twijfel

die het diepst zijn

wanneer hun geweten spreekt

en het jouwe zwijgt

.

Mijn lievelingsuitrusting

Daniël Dee

.

Bij het poëziepodium De Groene Fee kocht ik de bundel ‘Vierendeel’ uit 2005 van de Rotterdamse dichter Daniël Dee (1975). Nu had ik al het vage gevoel dat ik de bundel al in bezit had (klopte, bij thuiskomst geconstateerd) maar alsnog een goede reden de bundel weer eens door te lezen. Ik deelde al eens een gedicht uit deze bundel naar aanleiding van de bijdrage die Daniël leverde voor MUGzine #2, de eerste MUGzine waarin dichters gevraagd werd bij te dragen.

Na lezing van ‘Vierendeel’, een fraaie maar bescheiden (in omvang) bundel, bleef ik wat langer hangen bij het gedicht ‘Mijn lievelingsuitrusting’. Ik vind dit een typisch Daniël Dee-gedicht, ik hoor het hem bij wijze van spreken voordragen. Genoeg reden om dit gedicht hier met jullie te delen. En die dubbele bundel? Die vindt zijn weg wel naar een nieuwe poëzieliefhebber.

.

Mijn lievelingsuitrusting

.

geen herriejuwelen lippenstifttics maar ingesmeerde

dragende benen tot aan haar zoet taboetje het sleutelgat

in haar bolle buikje peeping hole dronkenmakende roemer

maar anders het zijn de woorden niet hoe verover ik je

hart en ja ja ja ook je onderbuik zing ik voor haar

een leven lang te weinig want er is nog zoveel meer

vogelvrij privé-terrein

.

En wat ik haast vergeten zou

Bas Belleman

.

Journalist, essayist, dichter, vertaler en Shakespeare-kenner Bas Belleman (1978) studeerde cultuur- en wetenschapsstudies aan de Universiteit Maastricht. Naast recensies over proza in Trouw schreef hij over poëzie in Passionate Magazine, de Groene Amsterdammer en het poëzietijdschrift Awater. Ook was hij columnist van dagblad De Gelderlander, schreef hij essays en columns voor Filosofie Magazine en verzorgde hij de programmering van de Maastricht International Poetry Nights. Enkele jaren was Belleman jurylid van de AKO Literatuurprijs. In 2021 verscheen poëzie van Bas in MUGzine #7.

In 2003 debuteerde hij met de bundel ‘Nu nog volop ventilatoren’, deze bundel werd genomineerd voor de Cees Buddingh’-prijs voor beste debuutbundel,  gevolgd jij door ‘Hout’ in 2006 en ‘De drift van Sneeuwwitje’ in 2014. In 2020 verscheen de Nederlandse vertaling ‘Shakespeares Sonnetten’ met daarin de 154 sonnetten en ‘A Lover’s Complaint’. In 2021 won hij voor dit werk de Filter vertaalprijs.

Uit zijn debuutbundel ‘Nu nog volop ventilatoren’ onder redactie van Gerrit Komrij, koos ik het laatste gedicht uit de bundel getiteld ‘En wat ik haast vergeten zou’.

.

En wat ik haast vergeten zou

.

Nog even dit:

.

het woord ‘vervreemdend

.

(een tafel een pen een scheur

in de vitrage voor het raam en ergens

ter lande valt een bonte vogel dood;

zéér vervreemdende regels!)

.

sturen we met liefde naar

de Eeuwige Papierversnipperaar.

.