Site-archief
losse honden
Een recensie
.
Na 3 bundels in eigen beheer te hebben uitgegeven volgde haar officiële debuut met ‘Misschien moet alles eerst op tekening hersteld’ uit 2017, gevolgd door ‘tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid’ uit 2018 is er dan nu haar nieuwe bundel ‘losse honden’. uitgegeven door uitgeverij Aspekt. De bundel ‘losse honden’ heeft als ondertitel ‘gedichten over de omgeving veraf en dichtbij.
De 42 gedichten in de bundel zijn verdeeld over twee hoofdstukken; dichtbij en veraf. Ook in deze bundel geen verrassingen als het gaat om de vorm van de poëzie van Alja, steevast gedichten die bestaan uit tweeregelige strofes die meanderend in elkaar overlopen. De omslag van deze bundel vind ik heel goed gekozen. In eerste instantie dacht ik nog; waar kijk ik hier naar? Maar na lezing van met name het eerste hoofdstuk is de beklemming, het zicht op een blinde muur (uitzichtloos) heel goed gekozen voor in ieder geval het eerste deel van de bundel.
In het hoofdstuk ‘dichtbij’ word ik meteen (weer) getroffen door het opmerkelijk scherpe oog dat Alja heeft voor haar omgeving. Haar zintuigen staan altijd aan, lijken overuren te draaien, zoals in het gedicht ‘tien over negen’ zelfs de kleinste details ontgaan haar niet.
.
‘Een vriendelijke lezer laat de zegen van de Heer op me vallen, ik
voel bijna de lange wijde en zwarte mouwen
.
van een voorganger, terwijl op straat iemand schreeuwt dat je
het zelf moet doen. Twee mannen op de brug.
.
hebben het over consequenties en dat wat er overblijft, een heeft
een muts tot ver over zijn ogen, voorbij holt een
.
shirtloze man. een nieuwe ijsheilige
.
Dat het dichtbij is blijkt voor mij onder andere uit de voetballers en de door kinderen gemaakte doelpalen die ik een paar keer voorbij zie komen, het is alsof de dichter haar directe omgeving observeert, beschouwt en overdenkt, waarna er een gedicht wordt geschreven waarin deze beelden en details worden vermengd met herinneringen aan wat geweest is.
In dit hoofdstuk komt ook zo nu en dan de situatie van het afgelopen jaar naar voren met Corona, zonder dat dat met name genoemd wordt. Dat maakt de geboden poëzie nog herkenbaarder. Want als ik een ding zou moeten noemen over de poëzie van Alja dan is dat herkenbaarheid, alledaagse onderwerpen uit het leven gegrepen maar op een bijzondere en poëtische manier verwoord.
In het hoofdstuk veraf verschilt de poëzie niet veel van die in het hoofdstuk dichtbij al zijn de thema’s en onderwerpen die Alja hier aansnijdt wat veelomvattender, minder dichtbij huis, er wordt gereisd, nagedacht over de grotere onderwerpen van dit leven. Hoewel Alja in mijn mening altijd heel open schrijft voel ik het verschil wel tussen de twee hoofdstukken. Alsof de gedichten in het eerste hoofdstuk vanuit huis, de straat en de directe omgeving zijn geschreven en die van het tweede hoofdstuk op plaatsen daarbuiten, met meer ruimte en horizon, zoals wordt verwoord in het gedicht ‘de rechterboom’.
.
De dagen van bezinning zijn voorbij, kopt een krant. Het is alsof
alles een misverstand was, de lente, de
.
liefde, de leider, de toekomst. Het verleden misschien ook wel.
De wegen zijn glad, het dak is wit en de rook
.
uit de schoorsteen is een veeg teken.
.
Of zoals in het gedicht ‘dezelfde orde van grootte’: ‘Tussen flarden van koele lucht hangt een andere tijd’. Uit de gedichten blijkt dat deze geschreven zijn tot augustus 2021 zoals in de verantwoording blijkt. Een tijd van redelijke zorgeloosheid, van mogelijkheden, van ruimte, licht en reizen. De trein die in meerdere gedichten langskomt, de zee, de natuur, het zitten in het gras, een vrolijk optimisme proef je in de gedichten van het hoofdstuk ‘veraf’. In het gedicht ‘wat extra’s’ komt dat duidelijk naar voren, alsof Alja de gedichten van hoofdstuk een nog eens langs loopt en er een conclusie aan vastknoopt.
.
Wat extra’s
.
Alsof we verslaafd zijn en geprobeerd hebben daar vanaf te
komen, nu weer een trekje nemen of een
.
slok en meteen weer terugvallen. Eerst nog denken dat een hapje
geen kwaad kan, die serie, dat spelletje,
.
een aflevering en dan weer, maar steeds opnieuw onszelf voor
de gek houden. We zouden het anders
.
doen maar kijk, we doen het precies hetzelfde. Er was even frisse
lucht, stilte, bezinning en nu lijkt dat een
.
grapje. Er was een vriend dood maar er leven er nog tien en ons
gebeurt vast niets. En als we terug hollen,
.
lijkt het net alsof er niets gebeurd is ooit. We gillen door elkaar
heen, duwen omver, hebben haast.
.
En we zoenen. Zo was dat dus, huid op huid, adem tegen adem,
zweet op zeet, high fives!
.
Bij het lezen van de poëzie van Alja heb ik altijd het gevoel alsof een familielid mij een inkijkje geeft in haar leven, de figuranten in haar gedichten vage bekenden zijn, de omgeving en haar gevoelsleven herkenbaar zijn als het ware dat van iemand die je heel goed kent. Nu ken ik Alja waarschijnlijk iets beter dan de meeste mensen die slechts haar poëzie lezen maar toch kan ik me niet voorstellen dat ook die lezers niet een zelfde herkenning ervaren.
Ik heb deze bundel met veel plezier gelezen, fijn ook dat de gekozen periode waaruit de gedichten stammen er een was die eindigde in een tijdvak waarin er hoop gloorde. Daardoor lees je in de gedichten naar een steeds hoopvoller einde. De taal van Alja is als altijd heel toegankelijk, de beelden die ze in taal schildert veelkleurig en de onderwerpen herkenbaar. Nog een laatste observatie wat betreft haar taal, het viel me op dat ik maar liefst driemaal stofzuigeren in plaats van stofzuigen las, en misschien is stofzuigeren wel een veel mooier alternatief.
.
Krottenbuurt in de winter
Louis Lehmann
.
Op 29 november stond in de Volkskrant een artikel over dichter Louis Lehmann omdat er een nieuwe biografie en bloemlezing verschijnt. Mijn aandacht werd meteen getrokken door twee korte, Luule-achtige gedichtjes.
Derde zoon van een koning
Dat lijkt ook wel fijn
Om zomaar om niets
Belangrijk te zijn.
en
De blikjes
Onder de lekken
Zeggen: pak, pek, peung.
Vooral het tweede gedichtje deed me erg denken aan een Luule die verscheen op het instagram account van @l.uule:
Wasmasjien
Tif.
Zip.
Tif. Zip.
Ding Ding Ding
Dong.
Zop.
Tuf. Zop.
Wat. Sop?
Genoeg om me eens verder te verdiepen in wie deze Louis Lehmann nou was.
Dichter, schrijver, essayist, vertaler en scheepsarcheoloog Louis Th. Lehmann (1920-2012) was een originele dichter die veel verscheidenheid in zijn werk toont, met veel burleske humor en een door ironie doorkruiste romantiek. Hij debuteerde op achttienjarige leeftijd in de almanak ‘In Aanbouw’, in 1939 uitgegeven door Kees Lekkerkerker. In de Tweede Wereldoorlog werkte hij onder meer mee aan het surrealistische en dadaïstische tijdschrift ‘De Schone Zakdoek’. In 1964 won hij de Jan Campert-prijs voor ‘Who’s who in Whatland’. In zijn latere poëzie geeft hij blijk van meer nuchterheid. Zijn verhalend proza heeft soms een toon van ontgoocheld idealisme.
In het tijdschrift ‘Werk’ jaargang 1 uit 1939 verscheen een aantal van zijn gedichten waaronder het gedicht ‘Krottenbuurt in de winter’
.
Krottenbuurt in de winter
.
De kleine meisjes die hier ’s zomers zwemmen
in te groot badpak of in onderjurk,
kunnen nog lang niet aan de winter wennen,
zijn warm als veren en licht als de dobber
.
voor ’t wrakke vletje van de hengelaar,
een voorpost die de vlag ook heeft gestreken,
achter rot hout voelt men zijn ogen klaar
voor in de zwijgende falanx der stegen.
.
Maar als ’t verstijfde drek niet stinkt, het hout
verstard is door ijstanden die het klieven
en brokkelgaten gaafgesneeuwd zijn, gaan
.
de meisjes, hun schaatsbanden zwaargeknoopt,
tot waar het ijs niet bruin ziet, vleermuis licht
trekken zij onbegrepen hieroglyphen.
.
Doodsbeenderenboom
Rinske Kegel
.
In de nieuwe MUGzine, #10 die half december wordt gepubliceerd staan naast dichters Laura Mijnders en Jabik Veenbaas ook dichter Rinske Kegel (1973). Schrijver van poëzie en kort proza. Rinske heeft in verschillende literaire bladen publicaties gehad, waaronder Revisor, het Liegend Konijn, De Gids en Op Ruwe Planken. Op dichtsite Meander is een interview met haar te lezen. Ook is haar werk in verschillende verzamelbundels gepubliceerd, waaronder ‘Dichters uit de bundel; De moderne Nederlandstalige poëzie in 400 gedichten.’ Samengesteld door Chretien Breukers en Diewertje Mertens.
Daarnaast was Rinske een tijdlang Dichter bij de Dag bij het radioprogramma Dit is de Dag op radio 1 van de E.O. Waarbij ze live in de uitzending een gedicht op maat maakte en heeft ze op een aantal festivals opgetreden waaronder Dichters in de Prinsentuin en Onbederf’lijk Vers. Van Rinske zijn 4 bundels/boekjes verkrijgbaar; twee bij uitgevers en twee gemaakt in eigen beheer. Op haar website kun je nog veel meer lezen over haar en haar werk.
Bij uitgeverij De Zeef verscheen in 2019 de bundel: ‘Als het maar en vacht heeft’. Uit deze bundel komt het gedicht ‘Doodsbeenderenboom’.
.
Doodsbeenderenboom
.
We waren er allemaal behalve hij en iedereen
zei hetzelfde en niemand wilde het horen en mijn neefje
wilde slagroom op de chocomel maar dat hadden ze niet
en hij bleef lang boos en eigenlijk waren we allemaal boos.
Boos op de koning en boos op de lakeien
ook al kregen we extra koekjes en vlogen buiten de bijen af en aan
als kleine traumahelikopters.
Onder een van de bomen in het park waar we net gewandeld hadden
lagen grote zwarte peulen, binnenin de peulen rammelde het.
.
Leesletters
Remko Ekkers
.
Ik schrijf hier vrijwel altijd over poëzie voor volwassenen en adolescenten, maar er wordt ook regelmatig poëzie voor kinderen geschreven die zeer de moeite waard is. Zo heeft in de bundel ‘Leesletters’ Elseline Knuttel vijftig gedichten opgenomen over letters, lezen, boeken, voorlezen, leren lezen, bibliotheek, boeken zonder en lezen in bed. Een bloemlezing voor jong en oud. De bundel is geïllustreerd door Ceseli Josephus Jitta en bevat gedichten van bekende dichters als Herman de Coninck, Joke van Leeuwen, Hans Kuyper en Ted van Lieshout maar ook van minder bekende dichters als Leendert Witvliet en Gerard Berends.
In de bundel, uitgegeven door uitgeverij De Inktvis in 2011, staat ook het gedicht ‘Eerste woord’ van de dit jaar overleden dichter Remko Ekkers (1941 – 2021) dat ik hier graag met jullie deel.
.
Eerste woord
.
Mijn eerste woord was r aa m.
Het hing in de eerste klas
vlak onder het raam.
Later zag ik ook d eu r.
.
Je kon naar buiten
dan waren de woorden weg
maar hun beeld zweefde
nog in mijn hoofd.
.
Ik leerde dat de letters
van het woord vrij
konden fladderen
maar deze bleven samen.
.
Tot ik een naam
gaf aan bijna alle
dingen in de klas.
het raam ging open staan.
.
Rokers voor de deuren van het ziekenhuis
Editors
Were smokers outside the hospital doors’ is voor mij zo’n zin. Een prachtige zin waarbij iedereen meteen een beeld heeft of een herinnering en, vaak, ook meteen een mening.
So your eyes can’t see
Now run as fast as you can
Through this field of trees
You have ever known
You are not gonna see them
Ever again
My dirty hands, have I been in the wars?
The saddest thing that I’d ever seen
Were smokers outside the hospital doors
Can I start this again?
With our mouths wide shut
‘Cause you stopped us from singin’
My dirty hands, have I been in the wars?
The saddest thing that I’d ever seen
Were smokers outside the hospital doors
Can I start this again?
Now someone turn us around
Can we start this again?
Our broken parts left smashed off the floor
If I can’t hear you
I can’t believe you
If I can’t hear you
From what we were
Our broken parts
Smashed off the floor
We’ve all been changed
From what we were
Our broken parts
Smashed off the floor)
(We’ve all been changed
From what we were)
Can I start this again?
(Our broken parts
Smashed off the floor)
Now someone turn us around
(We’ve all been changed
from what we were)
Can we start this again?
(Our broken parts
Smashed off the floor)
Nummer 10
Jabik Veenbaas
.
Behalve dat we een geboortedag delen is Jabik Veenbaas (1959) dichter, schrijver, vertaler en filosoof. Hij schrijft in het Nederlands en in het Fries. In de nieuwe MUGzine editie 10, staan gedichten van zijn hand, evenals van Laura Mijnders en Rinske Kegel.
Veenbaas vertaalde veel filosofisch werk, maar ook veel poëzie, onder meer ‘Grashalmen’ van Walt Whitman en ‘Lyrische balladen’ van William Wordsworth en Samuel Coleridge. Veenbaas publiceerde tot nog toe acht dichtbundels, vier Friestalige en vier Nederlandstalige. Zijn meest recente bundel was Soms kijkt de aarde me aan uit 2020. Zijn Nederlandstalige poëzie verscheen in onder meer Het liegend konijn, Poëziekrant en Hollands maandblad.
Naast poëzie van deze drie dichters bevat de nieuwe MUGzine natuurlijk een Luule en fotokunst van Esther Wijntje. Het kleinste poëziemagazine van Nederland en België verschijnt op mugzines.nl en is daar gratis te downloaden. En natuurlijk worden er van nummer 10 ook weer honderd papieren exemplaren gedrukt. Deze worden automatisch verstuurd naar onze donateurs. Ook donateur worden? Ga dan naar deze pagina.
Uit de bundel ‘Brieven aan mijn kind’ van Jabik Veenbaas uit 2007 komt het gedicht ‘de aarde’.
.
de aarde
.
de aarde, een zware geur van groen en water,
bleef me toch altijd na, ook als ik
wegdreef, met mijn spinragwieken
over de ijle, wijkende hemel
of wakker werd
in haar vorstige lente, aan een boos
en visloos diep, een ijsharde hand op mijn
knokige schouder
meer dan eens ontkwam ik
het laatste verse brood in een slip van mijn jas
dat ik verborg, een paar vluchtige stonden, in
het hazenleger van een vrouw
en tenslotte terugvond
in jouw kindergezicht, mijn boom en mijn wortel.
toen wist ik: ik was het zelf, steenoude oergrond,
broer van zon en sterren, sterk als een berg,
en ik zou jou bergen
.
Laatste keer dichter van november
E.E. Cummings
.
Het is vandaag de laatste zondag van november dus de laatste keer dat E.E. Cummings dichter is van de maand. Dit keer koos ik voor een gedicht waarin de eigenwijze manier van dichten en zijn typografisch non-conformisme, goed naar voren komt. Het gedicht zonder titel komt uit ‘XAIPE’ uit 1950.
‘Here’s a poem. If you don’t like it (taste, which some people have called ‘courage’, being a rarest virtue) please return my poem immediately. If you do like it, fine & dandy’ Met deze zinnen stuurde Cummings dit satirische gedicht over het controversiële onderwerp van de Amerikaanse buitenlandse politiek ten tijde van de zogenaamde Winteroorlog (Finland en Nazi Duitsland tegen de Soviet Unie) ter publicatie toe. Het zou in 1944 worden gepubliceerd.
.
o to be in finland
now that russia’s here)
.
swing low
sweet ca
.
rr
y on
.
pass the freedoms pappy or
uncle shylock not interested
.
De tijdvrouw
Velimir Chlebnikov
.
In 2015 kreeg ik de bundel ‘Verzameld werk’ Poëzie 1 van Velimir Chlebnikov en ik schreef daar destijds al een stuk over. De gedichten in deze bundel van de Russische dichter Chlebnikov (1885 – 1922) zijn geschreven tussen 1904-1908 en in een vertaling van Willem G. Weststeijn.
Ik koos voor een gedicht zonder titel uit 1907 met als eerste zin ‘Ik bereikte de tijdvrouw’ of in het Russisch ‘Vremjanin ja’ omdat ik het woord ‘tijdvrouw’ zo’n bijzonder woord vind. In dit geval een vrouw die hem in zijn droom bezocht.
.
Ik bereikte de tijdvrouw,
Tijdeling, ik
En schiep met haar
Een kusogenblik.
En toen werd ik wakker
En vloog ervandoor
En dook in de diepte
En raakte te loor.
En vaardig met vleugels
Put ik de daggodin,
Uit de voorraad van het blauw
Put ik de watergodin.
.
Zwemmen
Mao Tsetung
.
In de laatste weken van 2021 wil ik regelmatig poëziebundels in mijn bezit wat extra aandacht geven. Met andere woorden; ik zal regelmatig voor mijn boekenkast gaan staan en daar een bundel uitpakken en erover schrijven. De eerste bundel die ik pakte was de bundel ‘Poems’ van Mao Tsetung (1893 – 1976). In 2015 schreef ik al over deze bundel, toen ik deze net gekocht had in een kringloopwinkel. De bundel is uitgegeven door Foreign Languages Press in Peking in het jaar dat Mao overleed.
Dat het hier een prachtig staaltje Chinese propaganda betreft zal niemand tegenwoordig meer verbazen maar de samenstellers hebben hun best gedaan de gedichten van Mao in een breder historisch perspectief te zetten. Zo staat achterin de bundel onder de titel ‘Note on the verse form’: All the poems in this volume are written in classical Chinese verse forms. Those which carry the subtitle “to the tune of…”belong to the type of verse called ‘tzu’. The rest are either ‘lu’ or ‘chueh’ two varieties of the type ‘shih’.
In de bundel gedichten over historische gebeurtenissen (slagen, campagnes, marsen) maar ook wat gedichten over de natuur en personen. Het gedicht dat ik uitkoos is een gedicht over, wat later een historische gebeurtenis zou blijken. Mao zwemt graag en in 1956 zwemt hij onder andere de Yangtze over, waar dit gedicht over gaat. In 1966 zwemt de dan al 72-jarige Mao Zedong (zoals hij in Nederland bekend is) opnieuw de rivier de Yangtze over. Toch zo’n vijftien kilometer, vol met draaikolken en toen ook al behoorlijk smerig. Het is meer een magistraal stuk politiek theater dan een sportieve zwemwedstrijd.
.
Swimming
.
-to the tune of Shui Tiao Keh Tou
June 1956
.
I have just drunk the waters of Changsha
And come to eat the fish of Wuchang.
Now I am swimming across the great Yangtze,
Looking afar to the open sky of Chu.
Let the wind blow and waves beat,
Better far than aidly strolling in a courtyard.
Today I am at ease.
“It was by a stream that the Master said –
‘Thus do things flow away!'”
.
Sails move with the wind.
Tortoise and Snake are still.
Great plans are afoot:
A bridge will fly to span the north and south,
Turning a deep chasm into a thoroughfare;
.
Walls of stone will stand upstream to the west
To hold back Wushan’s clouds and rain
Till a smooth lake rises in the narrow gorges.
The mountain goddess if she is still there
Will marvel at a world so changed.
.














