Site-archief
Toen ik 12 jaar was
Leo Vroman
.
Pas kreeg ik een schoolfoto van mijn lagere school onder ogen, de zesde klas (of groep 8 zoals je nu zou zeggen). Wat was ik nog jong en onschuldig terwijl ik me kan herinneren dat ik me op die leeftijd toch al heel wat voelde. Dat deed me denken aan een gedicht van Leo Vroman (1915 – 2014) over een 12 jarige. Dat heb ik opgezocht en de titel is heel toepasselijk ‘Toen ik 12 jaar was’ en het komt uit zijn bundel ‘262 Gedichten’ uit 1974.
.
Toen ik 12 jaar was
.
Toen ik twaalf jaar was
hield ik het meeste
van bossen vol beesten
en van slapen in het gras.
.
Daar staan nu huizen, want
dat was duizend jaar geleden.
Wat bos was en weiland
is nu bebouwd en bereden.
.
Was ik maar een kilometer
lang, dan kon ik alles beter
overzien en misschien verdragen,
en dan kon ik mij vol behagen
uitstrekken over die daken
en die woninkjes fijn kraken
alsof ze schelpjes waren,
hun huisdiertjes uit mijn haren
kammen, miertjes die zo merkwaardig
menselijk waren
maar zoveel aardiger
zoals ook de wereld leek
wanneer ik de dom
van Utrecht beklom
en omlaag keek.
.
Valentijnsgedicht
Karel Kramer
.
In 2009 kwam van collega dichter bij uitgeverij De Brouwerij Karel Kramer, de bundel ‘Liefdesgedichten’ uit, en omdat het vandaag 14 februari is, Valentijnsdag, leek mij dit een mooie gelegenheid om deze bundel weer eens uit mijn kast te pakken en een gedicht uit de bundel met jullie te delen.
Dus heb je nog geen gedicht, kan je geen gedicht vinden of had je misschien helemaal niet gedacht aan een gedicht voor je lief, hier zijn er twee van Karel.
.
kom bij me
lig naast me
omarm me
vergeet
*
dan blijven we in bed
eten en drinken niet meer
de buurt verzorgt ons
regelt de toeloop
er gebeuren wonderen
een golf van vrede
trekt over de wereld
zij aan zij
worden we opgebaard
en begraven
op de steen staat
alleen de liefde
.
O, die wijze koeien
Recensie
.
In 2017 verscheen bij uitgeverij U.M. Zuider-Amstel de bundel ‘O, die wijze koeien’ van Chris de Valk. Na ‘Dichter op de huid’ (2010) en ‘Lichtscherven’ (2012) is dit de derde dichtbundel van deze pastor/dichter uit Peize.
Wat meteen opvalt is de zorgvuldige manier waarop deze bundel is uitgegeven. Een goede indeling ( Franse titelpagina, titelpagina, inhoudsopgave) wat misschien niet het belangrijkste is voor een bundel maar waaraan je wel kan afzien dat er aandacht is besteed aan alle aspecten van de bundel.
Dan de gedichten. Wat meteen opvalt wanneer je de poëzie van de Valk leest is de vormvastheid en rijm die in vrijwel alle gedichten voorkomt. Vaste versvormen en rijm zijn niet hip. Kijk naar de dichtbundels die de afgelopen jaren de poëzieprijzen winnen, kijk naar de dichters die het goed doen in verkopen en voordrachten en je ziet louter vrije vormen en vrijwel altijd zonder rijm. Maar dat betekent niet dat rijmende gedichten in vaste versvormen niet ook zeer genietbaar kunnen zijn.
De gedichten van de Valk gaan over gewone en alledaagse dingen als de kleuterschool, de koeien, een poes, een vaas, maar altijd weet de dichter in zijn gedichten iets ‘groters’ mee te geven. In een aantal gedichten is dat God of een hogere macht maar soms ook een menselijke eigenschap zoals in het gedicht ‘Arrogantie’.
.
Arrogantie
.
Het was een simpel rieten mandje
door vele handen heen gegaan.
Ik zag het bij de kringloop staan,
nog net geen afval. Op het randje.
.
Je kon het kopen voor een prikje,
blijkbaar vond niemand er veel aan.
Het hengsel was al half vergaan
net als het garen van het strikje.
.
Zou ik het kopen? dacht ik even.
Ik had nog wel een plekje vrij
tussen de liefdes die vergleden,
.
vergeelde foto’s, smeekgebeden.
Een stekje er in, wat vette klei.
Door mij werd niets ooit afgeschreven.
.
Hoewel ik persoonlijk juist erg gecharmeerd ben van poëzie in de vrije vorm, juist door de mogelijkheden die het spelen met de taal je dan biedt, kan ik (rijmende) poëzie in vaste vormen wel degelijk waarderen wanneer deze met zorg is gemaakt en wanneer deze poëtische zeggingskracht heeft zoals de poëzie in deze bundel. En de enkele verwijzingen naar de bijbel en het geloof heeft mij als agnost niet tegen gehouden deze bundel met veel plezier te lezen.
.
Gedeelde smart
Lévi Weemoedt, dichter van de maand
.
Van de dichter van de maand februari, Lévi Weemoedt, koos ik vandaag een gedicht uit zijn debuutbundel ‘Geduldig lijden’ uit 1977 getiteld ‘Gedeelde smart’.
.
Gedeelde smart
.
De hond ligt zachtjes snikkend in zijn mand;
droef peinst zijn baasje bij een glas genever.
Er hangen duizend boeken aan de wand:
’t Geluk was hier bepaald geen gulle gever.
Op straat waaien geluiden van een feest:
een schrille lach; er valt een glas aan scherven.
Maar binnen zingt het wenen van het beest
en zit zijn baas al uren te versterven.
Ik wed nu dat geen sterveling ooit raadt
wie nu die twee zo bitter treuren laat.
Maar stuur toch in: wat aanspraak doet ons goed.
Wij zien uw brief vol wanhoop tegemoet.
.
Dichter van de maand Februari
Levi Weemoedt
.
De dichter Levi Weemoedt (1948, Vlaardingen) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde in Leiden en heeft dertien jaar als leraar Nederlands voor de klas gestaan. Omdat hij hierin niet voldoende voldoening vond, stopte hij met lesgeven. Weemoedt is schrijver van tragi-komische korte verhalen en dito gedichten die veelal in en rondom Vlaardingen spelen. Ook was hij als medewerker verbonden aan het ‘Algemeen Dagblad’ en publiceerde hij in Renaissance dat in 1996 door Look J. Boden was opgericht. Verder was Weemoedt van 1976 tot 1979 redacteur van literair-satirisch studentenblad Propria Cures, later, in de jaren ’80 schreef hij in ‘Mare,’ het weekblad van de Rijksuniversiteit Leiden. Weemoedt debuteerde in 1977 met de dichtbundel ‘Geduldig Lijden‘, een jaar later gevolgd door ‘Geen Bloemen’ en ‘Zand Erover’ (1981). Zijn werk werd in 2007 verzameld in ‘Vanaf de dag dat ik mensen zag’. Na 1999 werd het stil rond Weemoedt tot in 2007 de verzamelbundel ‘Vanaf de dag dat ik mensen zag’ werd gepubliceerd met o.a. 40 nieuwe gedichten gevolgd door ‘Met enige vertraging’ in 2014.
Uit de bundel ‘Rijk verleden’ uit 1999 koos ik voor het gedicht ‘Brave soldaat van D.’ .
.
Brave soldaat van D.
.
Ik draag de hemden af van H. van Duijvenbroek:
KL-soldaat, zo laat het merkje mij weten.
Hij kwam in ’60 op, en hij verliet de troep
in ’62. Zo goed als niet versleten.
.
Van Duijvenbroek is in die twee jaar tijd
één maat gegroeid. Misschien beviel het koken
van de kazernekok. Zijn hemd bleef uit de strijd.
Er zit één gaatje in, maar dat is van het roken.
.
Op avonden dat ik te gast moet wezen
op lezingen of in de Boekenweek,
vraagt iemand soms: ‘Weemoedt, wat moet ik lézen?’
Dan zeg ik: ‘Sorry, ‘k ben een slechte bibliotheek….
.
Maar hoort u het ooit prijzen: vermijd beslist het boek
‘Oorlogsmemoires’. Door H. van Duijvenbroek.’
.
Wat ons had kunnen zijn
Poëzieweek 2018
.
De Poëzieweek van 2018 is alweer achter de rug. Een week boordevol aandacht voor de poëzie, wedstrijden, prijswinnaars, podia, voordrachten en artikelen over poëzie in vele verschillende media. Een week is al meer dan, alleen, een Gedichtendag maar nog steeds is alles wat met poëzie te maken heeft gepropt in die ene week. Ik pleit dan ook, nog steeds, voor een Maand van de poëzie. Zoals ze bijvoorbeeld in de Verenigde Staten kennen (The Poetry Month).
En natuurlijk is ook het Poëzieweekgeschenk weer weggegeven. Dit jaar was dit de bundelde van Peter Verhelst met de titel ‘Wat ons had kunnen zijn’.
Veel poëzieliefhebbers zullen in de poëzieweek een poëziebundel hebben aangeschaft, misschien wel om dit geschenk te verkrijgen. Twee voor de prijs van één. Maar er zullen ongetwijfeld ook een hoop liefhebbers van de dichtkunst zijn die dit niet hebben gedaan. Die mensen zou ik willen zeggen, ga alsnog naar je boekhandel, koop daar een poëziebundel van je keuze (er is zoveel moois om uit te kiezen) en vraag de boekhandelaar alsnog om de bundel van Verhelst.
Om je alvast n de stemming te brengen (en alsnog over te halen) hier een gedicht uit de bundel.
.
Souffleur
.
Wat ons had kunnen zijn:
.
onder al ons roepen zwijgt de man
die hier niet was
over de vrouw die hij heeft gekend,
.
en roept onder al ons zwijgen de vrouw
die hier is geweest
met de man die ze nooit heeft ontmoet.
.
We zitten elk in een kamer uit te kijken
over de zee naar wat daar opduikt, zonlicht,
maar we weten niet wie we zijn,
nooit zien we wie uit het water komen
en zonder onze naam te kennen naar ons kijken.
Tot de branding wit wordt
en ze weer wegzwemmen.
.
Zo graag
.
had ik iedereen behoed voor het ergste, maar
het beste moest nog komen.
.
Solliciteren
Ingmar Heytze
.
Het is alweer de laatste zondag van de maand en dus de laatste keer Ingmar Heytze als dichter van de maand januari.
Vandaag koos ik voor een wat ouder gedicht van Heytze uit zijn bundel ‘Alle goeds’ uit 2001 getiteld ‘Solliciteren’.
De dichter van de maand februari zal Levi Weemoedt zijn.
.
Solliciteren
.
Nog nooit zo tergend opgegeten
als tijdens dit gesprek
door een driedelige gedaste bidsprinkhaan.
Woorden stuiten op tafel, knikkers vallen
op een glasplaat. Hij neemt slokken
van mijn levensloop en boert onaangedaan.
Hij rolt mij in. Hij steekt mij aan
en rookt mij op. Dan mag ik gaan.
Later belt men mijn stoffelijk overschot.
Ik heb de baan.
Vos onder ijs
Dichter van de maand januari
.
Vandaag koos ik als gedicht van de dichter van de maand januari Ingmar Heytze het gedicht ‘Vos onder ijs’ dat ik las in de dikke verzamelbundel ‘Het grote dieren gedichten boek’ uit 2007 samengesteld door Guus Luijters. Dit gedicht verscheen eerder in o.a. ‘Alle goeds’ uit 2001.
.
Vos onder ijs
.
Deze winter, bij het schaatsen:
vos onder ijs.
Twee glazen ogen keken op
.
alsof hij zo omhoog zou springen
met open bek
als het plotseling zomer werd.
.
Ik vlucht voor honderd boeren.
Water breekt.
Ik zwem mij langzaam dood.
.
Mijn laatste woorden zijn gedacht
ik kan niet meer
en spreken gaat niet hier.
.
Het is eenzaam. Aan deze kant.
Van het papier.
Het is zo eenzaam hier.
.
Alle Poëten
Esther Jansma
.
In 1994 gaf de Arbeiderspers het bundeltje ‘Alle Poëten’ uit, 33 gedichten uit het poëziefonds van deze uitgeverij. Dit bundeltje werd samengesteld door Peter de Boer en Ed Leeflang en is daarom zo aardig, omdat het ook gedichten van nog redelijk onbekend (gebleven) zijnde dichters betreft. Toch staan er ook namen in die iedereen kent zoals Gerrit Komrij, Eva Gerlach en Anna Enquist. Ik koos voor een gedicht van dichter Eshter Jansma, zeker geen onbekende voor poëzieliefhebbers maar niet zo bekend dat iedereen haar naam meteen zal kunnen plaatsen.
De belangrijkste reden dat ik voor het gedicht ‘Hoogtevrees’ koos dat verscheen in haar bundel ‘Waaigat’ uit 1993 is omdat het zo’n leuk en grappig gedicht is.
.
Hoogtevrees
.
Ze ligt met een landschap van een man
in bed. Hij is enorm en zij
heeft nooit voor bergbeklimmer gestudeerd.
.
Verkleind tot een verliefde kleuter
klautert ze rond: tong in zijn oor,
spitse vingers in zijn maag, verder omlaag –
.
ze hoort niets. Een landschap praat niet.
Hooguit gromt het zachtjes, liggend
op de rug, zichzelf, waardig.
.













