Site-archief
Lieke Marsman
Man met hoed
.
Lieke Marsman (1990) debuteerde als dichter in Tirade. Haar eerste bundel, ‘Wat ik mijzelf graag voorhoud’, verscheen in 2010. Ze kreeg daarvoor de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs, de Liegend Konijn Debuutprijs en de C. Buddingh’-prijs. In 2014 verscheen haar tweede bundel, ‘De eerste letter’.
In de bundel ‘Man met hoed’ zijn deze eerste twee bundels van Lieke Marsman bijeengebracht. De bundels worden bovendien aangevuld met vroeg en minder vroeg werk, en met enkele vertalingen. Laura Demelza Bosma schrijft in haar recensie van deze bundel op Meandermagazine.nl :
“Hoewel de dichteres allerlei thema’s aansnijdt die stof tot nadenken (en navoelen) brengen, zorgt ze er eerst voor dat haar lezer met haar op één lijn komt zitten. Daarna komt ze met gedachtenladders, die kunnen alle kanten op maar beloven hoe dan ook diepgang én amusement. In een enkele zin kan Marsman ogenschijnlijke contradicties verenigen, zoals bijvoorbeeld kwetsbaar en cool.”
In april 2018 werd in Marsmans bovenrug een kwaadaardige bottumor ontdekt die met succes operatief kon worden verwijderd. Als gevolg van deze ingreep kon Marsman haar rechterarm weliswaar bewegen, maar niet meer omhoog doen. In ‘De volgende scan duurt 5 minuten’ uit 2018, beschreef ze dit proces. Deze dichtbundel werd in het Engels vertaald door de in Nederland opgegroeide Britse dichteres Sophie Collins.
In 2021 kwam van Marsman de dichtbundel ‘In mijn mand’ uit. In diezelfde maand werd zij voor de periode van 2021-2023 benoemd tot Dichter des Vaderlands. In 2023 verscheen de bundel ‘Ter gelegenheid van poëzie’ met gedichten en stukken die ze schreef als dichter des vaderlands.
Uit de bundel ‘Man met hoed’ komt het gedicht ‘Jarig’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘Wat ik mijzelf graag voorhoud’ uit 2010.
.
Jarig
.
Ik dacht dat ik mezelf een boek ging geven,
maar het werd een plant
Ik had geen plaats voor een plant,
want ik had er al veel te lang aan gedacht
.
Soms word ik ’s nachts wakker en kijk ik of mijn buik nog plat is
Meestal is het te donker om iets te zien
Dat is niet gek, het is nacht
.
Meestal is mijn buik vol
Zo vol als een buik nadat ik cake heb gegeten
Cake, mijn hele verjaardag lang
.
Druif
Joris Miedema
.
Afgelopen zondag mocht ik samen met nog 19 dichters de presentatie van het drieluik van Joris Miedema (1978), luister bijzetten. In de Alkenaer (waar ook het podium Reuring van Alja Spaan wordt georganiseerd) had Joris Miedema, samen met uitgeverij Opwenteling, een bijzondere presentatie bedacht. In het afgelopen jaar werden maar liefst drie dichtbundels van Miedema gepubliceerd: ‘Algen uit een andere dimensie’, ‘De vlucht van de levenloze libellen’ en ‘Sloppenwijk van het hiernamaals’.
Alle 20 dichters was gevraagd een gedicht uit een van de drie bundels te kiezen en dat tijdens de presentatie in een soort medley voor te dragen. In drie rondes (ca. 7 dichters per ronde) werden gedichten uit elke bundel voorgedragen. Elke ronde werd muzikaal voorgegaan door een klankkunstenaar Auke. Verschillende bekende dichters maar ook mijn collega, directeur van de bibliotheek in Alkmaar en een paar minder bekende dichters zorgden voor een mooie middag.
Het experiment van Joris en zijn vriendin werkte heel goed. Juist door de verschillende stemmen, de verschillende gedichten en vooral ook de bijzondere gedichten van Joris, was er sprake van een veelzijdig en interessant programma. Het was bijzonder leuk om hier deel van uit te maken. Ik koos uit de bundel ‘Sloppenwijk van het hiernamaals’ het gedicht ‘druif’, een gedicht met een twist, een beetje raar maar zo lekker. Als iets het werk van Joris Miedema kenmerkt dan is het zijn ongebreidelde fantasie, zijn licht surrealistische manier van denken en schrijven, maar vooral dat in al die kolder steeds een serieuze gedachte zit.
.
druif
.
elke dag vroeg een vrouw bij de groenteboer
aan mij of ik druif was
ze bedoelde
natuurlijk droef
tot er na een aantal dagen
ineens ’s morgens
op mijn kussen een druif lag
ik droomde normaal gesproken
abnormaal veel over fruit
.
zelfs de lagen achter de realiteit
waren van fruit
voor een schilder van stillevens als ikzelf
was het verschrikkelijk om de connectie
met een onderwerp te verliezen
wat ik ook probeerde
ik wist me ineens geen druif meer voor de geest te halen
wel een overvloed aan bananen, stervruchten
en soms granaatappels
.
toen ik naar aanleiding
van een eerdere scan
terug moest naar het ziekenhuis
omdat er een tumor gevonden zou zijn
bleek ik bij nacontrole
toch volledig schoon
gelukkig was ik al van het dak gesprongen
ik denk niet dat ik met zoveel geluk had kunnen leven
.
Levensgevaarlijk gedicht
Paul Snoek
.
Daags na de verkiezingen had ik een bericht klaar staan om te plaatsen maar in plaats daarvan heb ik voor een gedicht van Paul Snoek (1933-1981) gekozen met als titel ‘Levensgevaarlijk gedicht’. Dit gedicht van de Vlaamse dichter komt uit de bundel ‘Schildersverdriet’ uit 1982. Over woorden die sissen als slangen, levensgevaarlijk zijn, doorzichtig als kwallen en die giftige inkt in je mond spuiten.
.
Levensgevaarlijk gedicht
.
Er zijn woorden die sissen als slangen.
Vleesetende woorden met een muil vol tanden.
Woorden die gevaarlijk slapen onder hete stenen
Of die webben weven om hun prooi te vangen.
.
Sommige zijn doorzichtig als glazen kwallen
en spuiten giftige inkt uit je mond.
Andere zijn geslepen tot vlijmscherpe messen
of druipen als etter uit verzworen ogen.
.
Woorden dragen soms bedrieglijke maskers.
Zij kennen de knepen van de camouflage
om als wandelende takken vruchten te dragen
of om een ander woord bekoorlijk te betoveren.
.
Het is maar een woord voor een woord
om eensklaps van gedaante te verwisselen,
om als een tijdbom duizend eeuwen
te overwinteren in een klompje ijs.
.
Want leg ’s avonds een onschuldig woord
als een wicht in zijn wieg te slapen,
’s morgens stoot je tussen de lauwe lakens
op een koude, splinternieuwe handgranaat
.
Menhir in Mexico
Jan Bervoets
.
In 2009 nam Joris Lenstra afscheid van Ongehoord Rotterdam, een poëziepodium waar hij sinds 2006 in de organisatie zit. In 2007 wordt in de centrale bibliotheek van Rotterdam het eerste podium georganiseerd. De mensen die Ongehoord Rotterdam organiseerden waren naast Joris Lenstra, Hein van de Assem, Ton Huizer, Yvonne Koenderman en Frida Winklaar. In 2010, na het afscheid van Joris neemt een nieuw bestuur het over van deze club. Hein en Yvonne blijven, Corina Kappen en ikzelf treden toe.
Door de jaren heen heeft het podium van poëziestichting Ongehoord! vele goede en bijzondere dichters op haar podium mogen begroeten. Een selectie: Daniel Vis, Roel Weerheim, (Marieke) Lucas Rijneveld, Frans Terken, Daniël Dee, Elfie Tromp, Lotte Dodion, Gijs ter Haar, Alja Spaan, Els de Groen, Demi Baltus, Myrte Leffring, Joz Knoop, Meliza de Vries, Evy Van Eynde, Kira Wuck, Jana Beranová, Lies Jo Vandenhende, A.C.G Vianen, Judith Herzberg en natuurlijk de ons ontvallen Rieneke Minderman, Derrel Niemeijer en Wim den Hertog.
Hoewel de podia in de bibliotheek van Rotterdam inmiddels tot het verleden behoren, organiseert poëziestichting Ongehoord! nog steeds de Ongehoord! Poëziewedstrijd (twee jaarlijks) en worden er incidenteel podia georganiseerd in Maassluis, Den Haag en Rotterdam.
Toen Joris Lenstra in 2009 afscheid nam van Ongehoord Rotterdam verscheen een klein bundeltje met gedichten van dichters die ooit het podium betraden. Een van die dichters was Jan Bervoets (1942). Bervoets publiceerde vanaf de jaren ’80 in onder andere Maatstaf, De Revisor en De Gids. Van zijn hand is het gedicht ‘menhir in mexico’ opgenomen in de bloemlezing van Poëziepodium Ongehoord Rotterdam uit 2009.
.
menhir in mexico
.
verschrikkelijk zoals dit weer is voorspeld
met een saffieren mes
zijn ingewanden blootgelegd
en alle gieren vreten aan de wolken
.
welke tornado wil hier nog aarden
als zelfs de huizen onhandelbaar blijken
en er dagelijks doden vallen
in een ritmiese kadans
.
zoveel natuurgeweld lijkt wel retories
de geldigheidsduur van een ademtocht
is zevenmaal verzekerd
men staat in de rij voor het product
.
slechts een oude galsteen blijft nog achter
en wijst de laatkomers de weg
.
Neruda en de Coninck
Dichter over dichter
.
In de bundel ‘Met een klank van hobo’ uit 1980 van de Vlaamse dichter Herman de Coninck (1944-1997), staat een gedicht van hem over een andere dichter, namelijk de Chileense dichter Pablo Neruda (1904-1973). Het gedicht is getiteld ‘Neruda’.
In de categorie ‘dichters over dichters’ vind ik dit een mooi voorbeeld.
.
Neruda
.
Alles is gelijk, niet alleen mensen
onder elkaar, maar ook planten en mineralen
en poezen en regen en Vivaldi.
Ik breng de avond door met een vriend
en een glas wijn en een dode en verhalen
en schemer en minnestrelen.
Wij zijn met zeer velen.
.
Heeft de tijd je niets te leren?
Willem van Iependaal
.
De verkiezingen voor de Tweede Kamer der Staten Generaal zijn bijna daar. Woensdag 22 november mogen we weer van ons democratisch recht gebruik maken door onze keuze, middels een rode pen, kenbaar te maken. In de krant van afgelopen zaterdag las ik een column van Kustaw Bessems over de verkiezingen en dan met name het stuk over de 26 jarige klimaatactiviste Hannah Prins waarin ze droomt van een links kabinet (want voor klimaatidealen moet je nou eenmaal niet bij de rechtse partijen zijn) vond ik bijzonder om te lezen.
Dat komt omdat ik pas geleden nog zat te lezen in de bundel ‘Liederen van de zelfkant’ van de Rotterdamse dichter Willem van Iependaal (1891-1970) pseudoniem van Willem van der Kulk. In die bundel staat het gedicht ‘Heeft de tijd je niets te leren?’ en dat raakt aan de strekking van de column van Bessems. Hij schrijft in zijn column over de aanvallen van Volt, D66 en SP op Groenlink/PvdA lijstrekker Frans Timmermans. ” Zo gaat het vaker aan progressieve zijde: zuiverheid boven resultaat en herverdeling van een schrale oogst”. En over hoeveel moeite linkse partijen hebben om hun boodschap over te brengen. Linkse partijen die, uit hun partijprogramma’s blijkt, het beste van alle partijen voorhebben met mensen die in armoede leven. Als voorbeeld geeft hij de arme vrouw die in het SBS-debat woedend werd op Timmermans, ook al was hij van de aanwezige lijstrekkers degene die haar situatie wilde verbeteren.
Willem van Iependaals gedicht ‘Heeft de tijd je niets te leren?’ blijkt, ondanks dat het uit 1937 stamt (uit zijn bundel ‘De vink op de waslijn’) , verrassend actueel. Ik las op de achterflap van deze bundel: ‘Hij demonstreerde in vele verzenbundels en op vele planken, vanwaar hij kogelde met rijpe tomaten, zoals zijn pennevruchten met recht mogen heten. (De raap en de tomaat zijn beelden die bij deze ex-kwekersknecht-die-dichter-werd heel goed passen.). Weten we ook gelijk waar de tomaat van de SP vandaan komt.
.
Heeft de tijd je niets te leren?
.
Heeft de tijd je niets te leren,
Kerel, sta je in beraad
Of je ’t lot wel kan fourneren
Als de trekking tegenstaat?!
Ach, je houvast staat te kraken
En de Aard barst uit haar voeg…
Durf je oude sleur verzaken?
Heeft je hart nog fut genoeg?
.
Heeft de tijd je niets te leren?
Ja, je foetert en je laakt
En ik weet wel, dat begeren
Je verlammend heeft geraakt!
Kameraad, kom tot bezinnen!
Maak een vuist en breek je baan!
Zie! Een wereld is te winnen!
Kan je hart nog roffels slaan?
.
Heeft de tijd je niets te leren?
Maat, wat dunkt je van verzet?
Of wil jij de Houzeeërs keren
met je Zondagsblad in bed?
Op! Je sakkeren en zeuren
Over spijt en ongena’…
Ken je plaats in het gebeuren:
Kerel, maak een vuist en sla!!
.
Kerkhofgast
Jan Lauwereyns
.
Momenteel herluister ik de podcast ‘Nooit meer slapen’ waarin dichter en neurowetenschapper Jan Lauwereyns (1969) wordt geïnterviewd door Lotje IJzermans. Een bijzonder en interessante aflevering die ik iedereen kan aanraden. Jan Lauwereyns spraken MarieAnne en ik (initiatiefnemers van MUGzine) op Potery International en naar aanleiding van dat gesprek hebben we Jan gevraagd een bijdrage te leveren aan MUGzine #19. Vanuit Japan, waar hij werkt en leeft, heeft hij vervolgens een paar tankas opgestuurd en de MUGzines op papier hebben Japan inmiddels ook bereikt.
Teruglezend op mijn blog zie ik dat ik al een keer of wat eerder over Jan Lauwereyns heb geschreven zoals hier en hier. Om hier nog een keer stil te staan bhij zijn poëzie heb ik gekozen voor het gedicht waar Lotje IJzermans de podcast met Jan mee begint ‘Kerkhofgast’ uit de bundel ‘Zombie zoekt zielgeno(o)t’ uit 2023.
.
Kerkhofgast
.
Ik denk, ik ben
redelijk zeker dat ik niet weet
waar ik stierf.
.
Je zult het me een keer moeten tonen,
.
twee eerlijke paden met de glorie van het lijden,
of het derde, een kromme gladde snelweg.
.
Liefdesgedicht
Miklós Radnóti
.
Omdat het nooit kwaad kan om een liefdesgedicht te delen, en omdat het in deze donkergrijze natte dagen kan helpen om even wat verwarming te vinden in een liefdesgedicht, wil ik vandaag een gedicht plaatsen van Miklós Radnóti uit de bundel ‘Nachthemel, waak’ die begin van dit jaar uitkwam in een vertaling van Arjaan van Nimwegen en Orsolya Réthelyi. Deze ruime bloemlezing uit het werk van de Hongaarse dichter Miklós Radnóti (1909-1944) maakt de Nederlandse lezer bekend met de rijkdom van zijn poëzie.
In 2021 verscheen Het schriftje uit Bor, de laatste gedichten die de Hongaars-Joodse dichter als dwangarbeider noteerde in de weken voordat hij door zijn Hongaarse bewakers werd vermoord. Maar Radnóti’s poëzie bestaat niet alleen uit ongeëvenaarde meesterwerken van de universele Holocaustliteratuur. Ze omvat ook uitbundige liefdesgedichten, natuurlyriek en polemische verzen, al blijft het altijd, bijna profetisch, doordrenkt van de dood.
Radnóti’s reputatie als dichter was en is in Hongarije groot – zij het niet onomstreden: de huidige regering rangschikt hem onder de ‘minder belangrijke auteurs’. Ook politiek en maatschappelijk maakte hij in zijn korte leven een grote ontwikkeling door, van sensueel, paganistisch dichter werd hij, via christelijke invloeden, een ‘getuige van zijn tijd’. De dichter als ziener, als verantwoordelijke zonder enige vrijblijvendheid.
Uit deze bundel dus een liefdesgedicht met precies die titel. Een gedicht dat Radnóti schreef op 2 oktober 1939.
.
Liefdesgedicht
.
Daar talmt de z\on in de woelige, schuimende lucht,
wuift even koel, zwemt voorbij.
Hier in je ogen het parelend zonnezweem dat
blauw door de nevelen schijnt.
Voort gaat het goudgele pad,
lang overdekt al met blad.
.
Hier is het herfst. En de walnoten worden gekraakt,
stilte druipt al van de wanden,
zend nu de dromende druif op je schouder maar uit,
blad valt, de vorst is ophanden,
star is de akker, hij kantelt
en valt; hoor dat stille geluid.
.
Mild lief van mij. jou bemin ik, jij hoedt de seizoenen!
Nimmer bemin ik een ander.
.
Voordrachten
19 november en 29 november
.
Op zondag 19 november zal ik bij de bundelpresentatie van ‘Sloppenwijk van het hiernamaals’ van Joris Miedema (1978) en gedicht uit deze bundel voordragen. De bundel is een derde deel na ‘De oneindige oester’ (2022) en ‘Algen uit een andere dimensie’ (september 2023). Vanaf 15.00 uur is de presentatie in De Alkenaer in Alkmaar (Ritsevoort 36) . Ik zal uit het derde deel het gedicht ‘Druif’ voordragen. Ik ben één van 20 dichters die allemaal een gedicht uit één van de drie bundels zullen voordragen in een soort medley van gedichten van Joris.
Op woensdag 29 november zal de voordracht in het kader van Dichter bij de Dood, die zou plaats vinden op Allerzielen, maar toen niet doorging door de storm, op begraafplaats Oud Eik en Duinen alsnog plaats vinden. Twaalf dichters hebben een bekende Nederlandse dichter, schrijver of kunstenaar geadopteerd en daar een gedicht bijgeschreven. Zij zullen dit gedicht op 29 november voordragen. Ik heb de dichter Jan Prins (pseudoniem van C.L. Schepp, 1876 – 1948) gekozen en schreef er het gedicht ‘Tussen steden’ over. De toegang tot de begraafplaats is uiteraard gratis, de avond begint om 19.00 en duurt tot 21.00 uur. De begraafplaats ligt aan de Laan van Oud Eik en Duinen 40 in Den Haag.
Als voorproefje een gedicht van Joris Miedema dat eigenlijk heel mooi aansluit bij het thema van de andere activiteit van Dichter bij de Dood, uit ‘De dood en drie andere gedichten’ uit 2017 getiteld ‘Door de dood’.
.
Door de dood
.
in een interview zei een dokter
dat de dood niet zozeer een staat is
maar een ruimte
waarin je verkeert
je kunt er jaren in doorbrengen om jezelf
en anderen te vergeven
er staat een stoel voor je klaar en een tafel
waarop een pakje sigaretten ligt
.
je draagt geen jas in de dood
er is geen plek voor beleefdheden
je kunt alleen maar ziek worden
van jezelf
er groeien geen bloemen
omdat er geen vruchtbare grond is
als je verliefd wordt in de dood
is het verstandig om iets zwaars
op je buik te leggen
.

















