Site-archief

Buiten adem

Roger de Neef

.

Op zoek naar nog eens een liefdesgedicht (er is altijd plaats en tijd voor een liefdesgedicht vind ik) kwam ik in Het Liegend Konijn nummer 2 van 2021, een mooi klein liefdesgedichtje met een licht erotische ondertoon tegen getiteld ‘Buiten adem’ van de Vlaamse dichter, Kunst- en Jazzcommentator voor Radio 1 (VRT) en journalist Roger de Neef (1941). Uit zijn bundel ‘De gedichten voor Marinette’  uit 2020.

.

Buiten adem

.

Op kousenvoeten

Nadert zij doel

.

Verstuurde

Haar boodschap en haar vlees

In een wikkel

Van zon en zijde

.

En stolling van geur

In het bloed

Van lege bloemen

Haar hoge benen

.

En ik antwoord haar

Met die korte kleine duizel

Adem buiten adem en dood

.

Nu we er toch zijn

Erwin Hurenkamp

.

De Poëzieclubkeuze van poëzietijdschrift Awater is dit keer de debuutbundel van Erwin Hurenkamp getiteld ‘Nu we er toch zijn’. Deze bundel heeft als rode draad een dystopische wereld waar we met zijn allen op afstevenen, een wereld die het ene moment wordt geteisterd door hevige neerslag waardoor de woestijn die deze wereld is verandert in een grote modderstroom waarin feitelijk niet meer te leven is. ‘Nu we er toch zijn’ is geen weerspiegeling van onze huidige wereld maar een verkenning van de wereld zoals die zou kunnen zijn en die steeds waarschijnlijker wordt.

Erwin Hurenkamp (1993) studeerde literatuurwetenschappen en Cultural Analysis in Amsterdam. Gedichten van hem werden eerder gepubliceerd in Hard // hoofd en De Optimist.  Uit deze bundel met vooral prozaïsche gedichten koos ik voor een gedicht dat meer op een klassiek gedicht in de vrije vorm lijkt dan op de meeste prozagedichten in deze bundel getiteld ‘Kyrie 1.1’.

.

Kyrie 1.1

.

Valt de avond, tillen wij je op. Je zwalkt stomdronken

met je door stuifmeel benevelde kop

langs de bedden, raakt hier en daar iets aan:

.

salvia’s, floxen, kattensnorren. Gebruiksbloemen zijn we

allemansliefjes, bevriende havens, sloeries-

.

een hotel waarin de kamers doorgaans overdag

en tegen uurtarief worden verhuurd.

.

Je blijft maar rennen.

.

 

Vandaag begint het!

Poëzieweek 2024

.

Vandaag is de Poëzieweek 2024 begonnen. Wat ooit in 2000 begon met de Landelijke of Nationale Gedichtendag en in 2013 werd uitgebreid naar de Poëzieweek (en nu op naar de maand van de poëzie wat mij betreft) heeft als doel iedereen in Nederland en Vlaanderen de kans te geven in die week in aanraking te komen met poëzie. Dat kan op heel veel manieren, ik schreef er de afgelopen maanden al een paar keer over.

Ook schreef ik over de twee grote activiteiten waar ik persoonlijk direct bij betrokken ben: Weesgedichten en de MUGzine special. Afgelopen week vrijdag heb ik namens mijn bibliotheek samen met een paar collega’s en vrijwilligers bij verschillende mensen in het werkgebied van mijn bibliotheek weesgedichten op ramen van adoptieouders aangebracht. Ontzettend leuk om te doen en wat me opviel was de variëteit aan gedichten en dichters die men had geadopteerd. Ja de plaatselijke dichters die konden worden toegevoegd aan de lijst van gedichten waren allemaal geadopteerd maar opvallend genoeg ook meerdere Vlaamse dichters.

Zelf heb ik voor het raam van mijn woonkamer, bij de bibliotheek Den Haag, een gedicht van de Vlaamse dichter Shari Van Goethem (1988) geadopteerd.

Naast dit bijzondere initiatief dat werd overgenomen in samenwerking met de bedenkers van Weesgedichten, de Bibliotheek Aalst in België, komt vandaag ook de special van MUGzine uit. In de bibliotheken in Zuid- en Noord-Holland kun je gratis deze special ophalen. In deze special gedichten van de Vlaamse Lut de Block (1952), Meliza de Vries (1982), Anne van de Dool (1993), Lemuel de Graav (1998), Marianne Hermans (1973) en van mijzelf het gedicht ‘Wolk’. Deze editie werd mogelijk gemaakt door Probiblio, de ondersteuningsinstelling voor openbare bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland. In deze special staat ook een bericht over de Wolk app voor poëzie.

Ik wens iedereen een geweldig mooie Poëzieweek toe. Heb je geen idee waar je naartoe wil of kan kijk dan op de website van de Poëzieweek 2024 bij activiteiten. Om dit bericht niet zonder gedicht af te sluiten, een gedicht dat ook als ansichtkaart te krijgen is deze Poëzieweek van Judith Herzberg (1934), getiteld ‘Daglicht’ uit haar bundel ‘Zeepost’ uit 1963.

.

Daglicht

.

Uit chaos van lakens en
voorgevoel opgestaan, gordijnen
open, de radio aan, was
plotseling Scarlatti
heel helder te verstaan:
Nu alles is zoals het is geworden,
nu alles is zoals het is
komt het, hoewel, misschien
hoewel, tenslotte nog in orde.

.

Kaarten

De wereld wordt je huis

.

Poëzie en ansichtkaarten zijn een mooie combinatie van twee dingen die elkaar op een goede manier versterken. Een gedicht leent zich uitstekend voor de vorm van een ansichtkaart (tenzij een prozagedicht) en als boodschap naast wat je op de ansichtkaart op de achterkant schrijft aan degene die je de kaart toestuurt (zeg maar een dubbele ‘boodschap’).

Rutger Kopland heeft al eens in een gedicht verwerkt hoe je een ansichtkaart schrijft, MUGzine heeft een eigen ansichtkaart laten maken, de VSB Poëzieprijs kwam in 2014 met een set ansichtkaarten met daarop gedichten uit de vijf genomineerde bundels van dat jaar, dichters mogen graag gedichten op ansichtkaarten laten afdrukken (net als kunstenaars hun kunstwerken) en ook wordt de poëzie-ansichtkaart wel ingezet als reclame middel voor bijvoorbeeld bier.

En ook de organisatie van de Poëzieweek doet mee aan dit graag gebruikte middel om poëzie onder de mensen te brengen. Dit jaar, voor de Poëzieweek 2024, heeft men drie ansichtkaarten laten maken met gedichten van Jos van Hest, Esohe Weyden en Judith Herzberg. De gedichten sluiten aan bij het thema van de Poëzieweek ‘Thuis’. De mooi vormgegeven ansichtkaarten (illustraties van Leonard Cools) zijn bij bibliotheken en boekhandels gratis verkrijgbaar.

Het gedicht ‘De wereld wordt je huis’ van Jos van Hest verscheen eerder in het tijdschrift ‘Dichter’ nummer 6, Nieuwe buren, uitgegeven door Plint in 2017.

.

De wereld wordt je thuis

.

In de vensterbank bloeien de sterren

bij de voordeur groeit zeldzaam geluk

.

Nachten glanzen als zwarte parels

dagen glinsteren als goven in de zon

.

De wereld wordt een huis met open ramen

wolken zweven naar binnen en buiten

.

Geen land hoeft ooit nog op slot

er zijn kamers voor alle seizoenen

.

Einde van het jaar

Jorge Luis Borges

.

Vandaag, oudejaarsdag, kijk ik terug op een mooi jaar. Niet alleen is dit het 16e jaar dat ik dit blog schrijf maar er kwamen mooie poëtische dingen op mijn pad. Zo mocht ik plaats nemen in de jury van de Jana Beranováprijs (een door mij zeer bewonderd dichter), mocht ik als vakjurylid plaats nemen in de AMAI awards wedstrijd (poëzie en quotes) maar stond ik ook op mooie podia (Augusta Peaux festival, de Haarlemse Dichtlijn, Het Haagse Hofjesfestival, de bundelpresentatie van Joris Miedema).

Daarnaast mocht ik verschillende bundels recenseren en beleefde het mini poëziemagazine MUGzine, dat ik samen met Bart en Marianne maak, haar vierde jaar en staat de eerste Special van dit mooie, kleine en inmiddels in brede kring zeer gewaardeerde poëzietijdschrift op de rol voor de Poëzieweek 2024 (januari).

Ook in de stichtingen waar ik actief ben was veel en mooi werk te doen. Poëziestichting Ongehoord! met Dichter bij de Dood, Meander, De Zoek naar Schittering (Weesgedichten tijdens de Poëzieweek 2024).

Veel om dankbaar voor te zijn. En veel om naar uit te kijken. Ik wil jullie allemaal bedanken voor jullie betrokkenheid, reacties, complimenten, oplettendheid en goede zin en ik wens iedereen, lezers, poëzieliefhebbers, bloggers, een heel mooi en gelukkig maar vooral poëtisch nieuwjaar toe. Proost!

Geen blogbericht zonder gedicht. Daarom uit ‘Alle gedichten’ van Jorge Luis Borges uit 2014 het gedicht ‘Einde van het jaar’.

.

Einde van het jaar

.

Niet het symbolische detail

om van een twee een drie te maken,

niet die onvruchtbare metafoor

om een tijdsbestek dat sterft en één dat komt bijeen te roepen,

niet de vervulling van een astronomisch procedé

verwart en ondergraaft

de hoogvlakte van deze nacht

en dwingt ons om te wachten

op twaalf onherroepelijke slagen.

De ware reden is

het vaag en algemeen vermoeden

van het raadsel van de Tijd;

het is verbazing om het wonder

dat ondanks eindeloze lotgevallen,

dat ondanks dat wij zijn

de druppels van Heraclitus’ rivier,

er iets in ons volhardt:

onwrikbaar,

iets wat niet heeft gevonden wat het zocht.

.

En de winnaars zijn…

Rob de Vosprijs en MUGzine

.

De nieuwe editie van MUGzine, editie 20 alweer, staat helemaal in het teken van de winnaars van de Rob de Vosprijs 2023. Deze prijs, vernoemd naar de oprichter van de Meander literatuurwebsite, kent dit jaar drie prijswinnaars en een aantal genomineerden. Vanaf 15 april t/m 30 september mocht iedere deelnemer één gedicht insturen. Het is alweer voor de vijfde keer dat deze wedstrijd werd gehouden. Het thema van de wedstrijd was ‘Restwaarde’ en een jury bestaande uit Peter Vermaat (juryvoorzitter, recensent), Hettie Marzak (recensent), Onno-Sven Tromp (dichter, schrijver, recensent), Herbert Mouwen (schrijver, dichter, recensent), Hans Franse (letterkundige, publicist, recensent) en Jeanine Hoedemakers (dichter, recensent) nomineerde 10 gedichten waarvan er drie de prijswinnaars werden. Op de website van Meander is het juryrapport te lezen.

In samenwerking met Meander publiceert MUGzine in #20 de prijswinnaars en de genomineerde gedichten. Tien gedichten van 10 dichters, aangevuld met artwork van Lisa Pregent de uit Cincinnati in de Verenigde Staten. Natuurlijk met een fonkelnieuwe @l.uule en een voorwoord zoals alleen onze redactiefilosoof Marianne Hermans ze kan schrijven.

Natuurlijk is ook deze editie gratis te downloaden via mugzines.nl en is het mogelijk de papieren versie thuis gestuurd te krijgen. Stuur een mail naar mugazines@yahoo.com en voor € 4,- krijg je ‘m in de bus. Liever alle nummers van een jaar ontvangen? Dat kan ook. Word dan donateur voor € 20,- en je krijgt automatisch alle nummers van dat jaar via de post toegestuurd. Of wil je graag een MUGzine als cadeautje aan iemand sturen? Ook dat is mogelijk. Kies dan bijvoorbeeld voor een cadeauverpakking (Japanse enveloppe).

Elk jaar proberen we iets speciaals te doen voor onze donateurs (ansichtkaart, GUmzine) en komend jaar verschijnt een Special die alle donateurs (naast de 5 reguliere edities) uiteraard ook ontvangen.

Omdat inmiddels wel bekend is wie de Rob de Vosprijs heeft gewonnen, Steven Van Der Heyden (1974) uit Vlaanderen, die al in MUGzine #14 met een paar gedichten heeft gestaan en gedichten publiceerde onder andere Het Liegend Konijn, Het Gezeefde Gedicht, Meander, De Revisor, De schaal van Digther en Ballustrade, debuteerde in 2020 met de bundel ‘Tot ze koud is’ en in 2023 verscheen van hem ‘Filigraan’. Uit deze laatste bundel koos ik het gedicht ‘In een mens’ als voorproefje voor de nieuwe MUGzine.

.

In een mens

.

We zijn gekwelde atomen met een ingebouwd einde,
een losse constructie, haarscheuren in ieder van ons.

.
Elke ochtend stellen we ons samen.

.
Op straat stulpen onze maskers uit
alsof we opnieuw kieuwen ontwikkelen.

.
Wij zijn een spiegelpaleis
met semi-doorlaatbare wanden.

.

Achter de uitgesproken woorden
een oerwoud aan gedachten.
We zoeken asiel in onze verbeelding.

.
Als gewonde dieren druipen we af
uit een onbeslist gevecht, missen
het instinct om ons niet te snijden.

.

Je lippen zijn zo zacht

Eva Meijer

.

Meestal debuteren dichters na een periode van schrijven, voordragen, publiceren in tijdschriften of digitaal. Een enkele keer komt een debuut na een lang leven van publiceren van alles behalve poëzie. Zo’n geval is Eva Meijer (1980 ). Meijer is filosoof, kunstenaar, schrijver, en singer-songwriter. Ze schreef vijftien boeken – romans, essays en academische filosofie – en haar werk is vertaald in meer dan twintig talen. Haar werk werd meerdere keren genomineerd voor verschillende prijzen (Libris Literatuurprijs,  de ECI Literatuurprijs, de Vondel vertaalprijs en de International Dublin Literary Award) en ze won de Lezersprijs van de BNG Bank Literatuurprijs en de Halewijnprijs.

En nu, na alles wat ze al heeft bereikt op muzikaal, filosofisch en literair gebied, is er haar debuut als dichter met de bundel ‘Het witste woord’ dat pas geleden verscheen. Hoewel de bundel goed onthaald werd (zo was het de clubkeuze van poëzietijdschrift Awater) is er ook wel wat kritiek te horen. Zoals op het gedicht ‘Zee me’ (al zo vaak gedaan en daardoor niet verrassend of origineel) en op het eenregelige gedicht ‘Misschien’ dat wat nietszeggend is.

Gelukkig is er ook veel te genieten in deze bundel. Onder andere het gedicht ‘Je lippen zijn zo zacht’. Een liefdesgedicht Dat mij zeer kan bekoren.

 

Je lippen zijn zo zacht

.

Je lippen zijn zo zacht. Wat schud je met je hoofd?

Je vingers om mijn pols. Je zegt: niet weggaan. En gaat weg.

Je lippen zijn zo zacht.

.

Wat zich uitvouwt om ons heen. De regen en de velden, geel en grijs

en grijs en groen – je zij, je arm, je bovenbeen. Dat blauwe overhemd.

Het gras is hoog, het buigt.

.

Je lippen zijn zo zacht, je houdt mijn hand zo vast.

De hond loopt door een plas. We missen woorden voor het blijven.

.

Waarom kijk je naar het pad? En schuin en niet naar mij.

En ook niet naar de vogels.

Je huid zit achter stof.

.

Waarom kijk je zo naar mij? Er valt motregen op je woorden.

Je moet nog leren om te blijven. Leren kijken naar dat ene.

.

Maar we hebben alle tijd. En je lippen zijn zo zacht net als je ogen.

.

Wij hebben niets te willen

Elmar Kuiper

.

Als bezoeker van de Nacht van de Poëzie kun je een gratis Nachtbundel ophalen in Tivoli/Vredenburg. Ik was er dit jaar en ook ik heb zo’n leuk klein aandenken aan deze nacht opgehaald. Opgenomen in de bundel ’40ste Nacht van de Poëzie’ zijn gedichten van de deelnemende dichters. Een van die dichters is Elmar Kuiper. Voor mij een nieuwe naam. Kuiper (1969) schrijft naast poëzie ook korte verhalen en toneelwerken en is daarnaast ook nog eens beeldend kunstenaar, performer en filmmaker.

Kuiper maakt deel uit van het improvisatiecollectief (mooi Scrabblewoord) Tsjinlûd en is ook nog eens zanger van Tigers fan Greonterp. Naast zes Friestalige bundels schreef hij drie Nederlandstalige bundels waarvan de meest recente ‘Blauwe Hanen’ is uit 2023. Ik lees in de Nachtbundel dat Rob Schouten hem in Trouw ‘een onmiskenbaar dynamische dichter’ noemt en ‘zangerig en ruwhartig’. Kuiper publiceerde naast zijn bundels ook gedichten in poëzietijdschrift Awater en in De Revisor.

In de Nachtbundel is het gedicht ‘Wij hebben niets te willen’ opgenomen.

.

Wij hebben niets te willen

.

je verzoekt hem vriendelijk

te vertrekken

.

dit was de afspraak niet

wij hebben geen afspraak zegt hij

je moet de spitskool in partjes snijden

ma staat er alleen voor

.

het is niet echt

maar je wilt

dit niet

.

je wilt het laten rusten

maar hij grijpt je hand beet en

neemt je mee naar het koehuis

.

de kippen leggen best zegt hij

.

je moet de zak met fijn-

gemalen schelpen opensnijden

anders worden de doppen te dun

goed sul ook voor hun maagjes

.

dat weet ik heus wel pa

.

wil je nu weggaan

wij hebben niets te willen zegt hij

.

Topdog

Anne van Amstel

.

Ik las in de bundel ‘Trapezista’ van Anne van Amstel (1974) het gedicht ‘Alfaman’ en ik moest meteen aan mijn gedicht ‘Mannenman‘ denken. Hoewel anders van aard en toon gaan beide gedichten over een soort man dat, naar het schijnt, langzaam aan het uitsterven is. Ik geloof dat niet, dit soort mannen zullen er altijd zijn. En er zullen altijd, zo nu en dan, gedichten over worden geschreven.

Anne van Amstel studeerde maar liefst in drie richtingen af ( Engelse letterkunde, klinische psychologie en gezondheidszorgpsycholoog) en is werkzaam als hoofddocent aan de RINO in Amsaterdam, maar debuteerde desondanks in 2004 met de dichtbundel ‘Het oog van de storm’.  In 2009 verscheen de bundel ‘Vlinderslag’ waarbij een CD zat met het gelijknamige poëzie- en slagwerkprogramma dat ze samen met Rob Kloet ontwikkelde. In 2007 won Anne de VU-podium poëzieprijs en in 2015 een schrijversbeurs in de categorie poëzie van Hollands Maandblad.

Haar werk verscheen in verschillende verzamelbundels en (poëzie-)tijdschriften als De Tweede Ronde en Hollands Maandblad. In 2016 verscheen haar bundel ‘Geef me nu ik wil’ en in 2022 de bundel ‘Trapezista’ waar dus het gedicht ‘Alfaman’ in is opgenomen.

.

Alfaman 

.

alfaman al wat stram in de schouders

maar ongeslagen want zonder rivalen

.

spiegel ik je koude blik

dan spijt het je dat je niets voelt

.

je leeuwinnen zouden doden

als ze konden maar klauwen naar

zweepslag naar woorden naar lucht

.

geef me een lange haal van je tong

laat me lui tegen je aan liggen

tot je brult tot je gromt

.

wie zoekt er warmte

in de vacht van een leeuw

les lions ont peur aussi hein

.

ja ook leeuwen zijn bang

maar nog het minst in de slipjas

van mijnheer de dompteur

.

Dikke editie

Poëzie thuis ontvangen

.

Hij is uit. MUGzine #18 in een extra dikke editie van maar liefst 20 pagina’s. Poëzie van Rotterdamse makelij van dichters Daniël Dee, Myrte Leffring, Hans Wap, Peter Swanborn, Hester Knibbe en Amber Rahantoknam. In deze nieuwe MUGzine krijg je een doorkijkje van Rotterdamse poëzie in verschillende stijlen anno nu. De gedichten worden aangevuld met artwork van Andries Hoogenraad en natuurlijk wordt je getracteerd op een knetterverse  Luule en een voorwoord van onze redactiefilosoof.

Wil je nou dit kleinood vijf keer per jaar in je brievenbus vinden zodat je op elke gewenste plek en op elk moment de nieuwste en meest diverse poëzie tot je kan nemen, word dan donateur. Dat kan al vanaf € 20,- per jaar (meer mag) en dan heb je geen omkijken meer, dan ontvang je vijf keer jaar elke nieuwe MUGzine via de post.

Wij zijn aan het nadenken over wat geinige merchandise voor MUGzine en @Luule. Daarover binnenkort meer. Maar nu dus eerst nummer 18. Een voorproefje van de eerste dichter die voor de tweede keer in MUGzine staat wat een unicum is en voorlopig niet meer gaat gebeuren, Daniël Dee (1975). Uit zijn laatste bundel ‘[Plak hier uw titel]‘ uit 2019 het gedicht ‘En gesp je revolverholster om’.

.

En gesp je revolverholster om

hart van me je had slechts één taak
pompen tot in het oneindige

waarom tref ik je nu dan hier aan
onder de blubber op de bodem van de put

haveloos laveloos korstjes vastgekoekt aan
de mondhoeken van de hele nacht projectielbraken

schuimbekkend schuine moppen tappend
alle duivels uit de hel vloekend

waarom liet je haar niet links liggen
waarom kon je je klep niet houden

breek uit die kooi van verontwaardiging
wees een kerel een koiboi als john ween

niet zo jammer niet zo jammer
tuimelkruid rolt stilletjes langs de saloon

o hart van me brekebeen blubberkop
je had slechts één eenvoudige taak

zet je voeten evenwijdig aan de schouders
knieën lichtgebogen en pief paf poef

hart van me één ding weten we zeker
je bent het breken nog niet verleerd

.