Site-archief
Dichter van de maand Januari
Hagar Peeters
.
Ik wil dit jaar beginnen met iedereen die dit leest de allerbeste wensen over te brengen, op naar een mooi en poëtisch 2017!
Een nieuw jaar, een nieuwe dichter van de maand. Zoals vorige week al door mij aangekondigd is in januari Hagar Peeters dichter van de maand januari, Dus elke zondag in januari een gedicht van deze dichter.
Hagar Peeters (1972) studeerde Cultuurgeschiedenis en Algemene Letteren aan de Universiteit van Utrecht en was redacteur bij het ‘Historisch Nieuwsblad’. Haar performance op het Double Talk-festival in 1997 bleek voor haar de doorbraak: ze werd gevraagd op te treden bij De Nacht van de Poëzie en Crossing Border, nog voordat zij was gedebuteerd. Dat zou gebeuren in 1999, met ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’.
Naast poëzie schrijft Peeters ook proza. Maar omdat ze dichter van de maand is vandaag het gedicht ‘Ook wij, Titaantjes uit de bundel ‘Koffers zeelucht’ uit 2003.
.
Ook wij, Titaantjes
We hadden geen benul van hoe het liep.
We deden dingen omdat je dingen doet.
We richten daden aan en lazen soms een boek
om te vieren dat gedachten niet vergingen.
We gingen door omdat je verder moet
of bleven haken aan een onverwachte blik
omdat er blikken zijn waarmee iets wordt bedoeld,
vooral wanneer bedoeld was wat wij wilden.
We vingen aan en rondden ook wel af
maar wat in gang gezet was ging zijn eigen weg toch weer.
We maakten plannen, legden ons erbij neer
dat dingen gingen zoals ze niet waren voorvoeld.
We liepen af toen het eenmaal zo ver was
dat wat niet voorvoeld was onomkeerbaar bleek.
We lieten wat we hadden in de steek
en zochten naar wat ons verlaten had.
.
Gewoontedier
Else Kemps
.
Else Kemps (1995) is zo rond haar negende begonnen met het onderkliederen van haar K3-dagboeken met odes aan een onbereikbare jeugdliefde. Inmiddels studeert ze Creative Writing aan Artez Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Het liefst schrijft ze over jongeren die gemiddeld drie keer per week een grens overgaan, sporadisch ook over dode cavia’s in een sokkenla. Op dit moment woont ze in Arnhem in een huis waar ze maar liefst vier keer in de afstand van grond tot plafond past.
Dat staat te lezen op haar website http://hardcoreindestiltecoupe.blogspot.nl/. Dit jaar was Else Kemps (die ook elke week bij Giel Beelen op radio 3FM een gedicht voordraagt en de winnaar was van de Turing poëzieprijs) te zien en te horen op het Zomerpodium van Ongehoord! in de Jacobustuin in Rotterdam. Daar liet ze zien en horen dat, hoewel vooraf wat zenuwachtig, ze gemaakt is om haar bijzondere poëzie op haar heel eigen toon voor te dragen.
Van haar blog uit 2014 het gedicht ‘Gewoontedier’.
.
Gewoontedier
.
er zijn een aantal dingen die je eerder over mij had moeten weten:
dat ik het liefste slaap
met mijn handen op je buik
en mijn kop in het zand, en dan dingen zeg als:
de toekomst is een fase, we groeien
er wel overheen
.
dat ik mezelf de put uit lieg
als ik ganzenbord met je speel,
de regels niet onthouden kan
en soms langer stilsta dan nodig is
.
dat ik een gewoontedier ben
en mijn vriendjes al drie jaar verlies in dezelfde maand
aan dezelfde vijverrand met dezelfde reden
.
dat een ongedebuteerde dichter me leerde: verlies is een bezit
totdat het wordt vergeten
en dat ik sindsdien muren bouw om alles
dat dreigt weg te lopen.
.
Foto: Rob Hilz
Thuis is zo Treurig
Philip Larkin
.
In de bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ kiest schrijfster Mensje van Keulen voor het (vertaalde) gedicht ‘Thuis is zo Treurig’ (Home is so Sad) van Philip Larkin (1922-1985). De vertaling is van Harry G. de Vries.
Over het gedicht zegt Mensje van Keulen onder andere: “Hoe veelzeggend voor eindeloos veel huizen die ontzield achterblijven en de treurende, achterblijvende dierbaren.”
Hieronder de vertaling, het origineel en de uitvoering op YouTube voorgelezen door Philip Larkin zelf.
.
Thuis is zo Treurig
.
Thuis is zo treurig. het blijft zoals men het achterliet,
Gericht op het gerief van die het laatst zijn weggegaan
Alsof het ze terug wil winnen. het gaat echter teniet,
Beroofd van iemand om te behagen, terwijl het aan
Moed ontbreekt om zich de diefstal niet
.
Aan te trekken en terug te keren tot hoe het begon, als
Een speelse gooi naar wat het eigenlijk wezen moet,
Reeds lang buiten spel. Je kunt zie hoe het was:
Kijk naar de schilderijen en het serviesgoed.
De muziek in de pianokruk. Die vaas.
.
Home is so Sad
.
Home is so sad. It stays as it was left,
Shaped to the comfort of the last to go
As if to win them back. Instead, bereft
Of anyone to please, it withers so,
Having no heart to put aside the theft
.
And turn again to what it started as,
A joyous shot at how things ought to be,
Long fallen wide. You can see how it was:
Look at the pictures and the cutlery.
The music in the piano stool. That vase.
.
Nieuwe vrouwelijke dichters
Anne Rouse
.
In één van de vele charity shops die je overal vindt in Engelse steden kocht ik de bijzonder fraaie bundel ‘New Women Poets’ uit 1990. Samengesteld door Carol Rumens. In deze bundel staan maar liefst 25 vrouwelijke dichters uit Ierland, Wales, Schotland, Nieuw Zeeland, Zuid Afrika, Oostenrijk, Iran, Engeland en Amerika. Zij zijn door Rumens gekozen, niet om hun nationaliteit maar om hun frisse geluid en landstaal. Er zitten dichters tussen die in vaste vormen dichten en anderen laten zich juist meer leiden door alledaagse- en ongestructureerde taal.
Mijn keuze voor vandaag viel op een gedicht van Anne Rouse. Geboren in 1954 in Washington studeerde zij in Londen waar ze nu ook woont. Ze werkte als (psychiatrisch) verpleegkundige en is nu alweer jaren zelfstandig schrijver. Ze wordt door de International Poetry Society omschreven als een intelligent en vakkundig dichter. Haar gedichten werden onder andere gepubliceerd in The Guardian, The Observer, The Independent en the Times Literary Supplement.
Toen in 1990 dit boek werd gepubliceerd was Rouse vooral bekend van gedichten van haar hand die in magazines waren gepubliceerd. Vanaf 1993 verschenen er ook een aantal dichtbundels van haar. Uit de bundel ‘New Women Poets’ heb ik gekozen voor het gedicht Virginian Arcady’.
.
Virginian Arcady
.
My muse came up from the creek,
taller than a man
in the speckled shade
where crayfish imitate tiny stones
and the brisk water plays.
.
Reckon it was my muse,
being so ringlety and fair
with a child’s eye.
In her head-dress bitter, living grapes
nest on the wild vine.
.
We strolled the bog paths
from the lower fields,
apart by armlength.
She talked low, reproachful, pretty:
said I don’t lover her enough.
.
Over en over
Ellen Warmond
.
Tussen het klussen door even een kwartiertje een bezoek gebracht aan een kringloopwinkel en daar weer een paar mooie poëziebundels gekocht. Zoals ‘Persoonsbewijs voor inwoner’ van Ellen Warmond uit 1991. Op de achterflap staat geschreven dat dit haar derde bloemlezing is van haar gedichten.
Ellen Warmond (1930 – 2011) werd geboren in Rotterdam. Ze debuteerde in 1953 met de bundel ‘Proeftuin’. Ze schreef 18 gedichtenbundels en romans en novellen. Voor haar werk kreeg ze de Reina Prinsen Geerligsprijs (samen met Remco Campert) in 1953, de Jan Campertprijs in 1961 en in 1987 de Anna Bijnsprijs.
Uit de bloemlezing en oorspronkelijk verschenen in ‘Gesloten spiegels’ uit 1979 het gedicht ‘Over en over’.
.
Over en over
.
Taal toespitsen
tot huidloze speling
net nog tastbaar
.
tederheid meegedeeld
middels één ooghaar
.
dit is mijn bedoeling
bijna bewijsbaar.
.
Reïncarnatie
Patricia Lasoen
.
De Vlaamse schrijfster, dichter en essayiste Patricia Lasoen (1948) werd samen met dichters als Herman de Coninck Roland Jooris en Daniël Van Ryssel tot de nieuwe realisten gerekend. In haar werk gaat ze uit van de dagelijkse realiteit maar altijd vanuit een persoonlijk perspectief dat dienst doet als decor. Lasoen gebruikt in haar werk graag under- of overstatements. Daarnaast komen verhalende en surrealistische elementen voor in haar poëzie maar is ze daarin toch ook maatschappelijk geëngageerd.
In 1968 debuteert ze met de bundel ‘Ontwerp voor een Japanse houtgravure’. In 1977 ontvangt ze de Poëzieprijs van de provincie West-Vlaanderen voor ongepubliceerd werk voor de bundel ‘Veel Ach & een beetje O’. Haar laatste werk verscheen alweer enige jaren geleden.
.
Reïncarnatie
mijn voetjes warmend
hoog tussen je zachte dijen
denk ik plots
aan die kale man
die vroeger de piano stemde
en alleen maar melk en
regenwater dronk.
Hij geloofde aan reïncarnatie en
– verstrooid de snaren toetsend –
heeft hij op een dag verteld
dat ik vroeger een prinses was
of de dochter van een Indianenstamhoofd
en Kiruka heette.
Zelf zou hij terugkeren
als bruingestreepte kater.
.
Schapen in de mist
Sylvia Plath
.
De Amerikaanse dichter, romanschrijfster en essayiste Sylvia Plath (1932 – 1963) pleegde zelfmoord na een leven dat werd beheerst door een bipolaire stoornis. Connie Palmen schreef het prachtige boek ‘Jij zegt het’ over het huwelijk van Sylvia Plath en Ted Hughes. Hierover schreef ik op 7 september van het vorig jaar.
Nu wil ik uit haar bundel ‘Ariël’ die in 1965 verscheen een gedicht met jullie delen in het (oorspronkelijke) Engels en in de vertaling van Anneke Brassinga getiteld ‘Sheep in fog / Schapen in de mist’
.
Sheep in fog
.
The hills step off into whiteness.
People or stars
Regard me sadly, I disappoint them.
.
The train leaves a line of breath
O slow
Horse the colour of rust,
.
Hooves, dolorous bells-
All morning the
Morning has been blackening,
.
A flower left out.
My bones hold a stilness, the far
Fields melt my heart
.
They threaten
To let me through to a heaven
Starless and fatherless, a dark water.
.
.
Schapen in de mist
.
De heuvels stappen weg, het wit in.
Mensen of sterren
bezien me treurig, ik stel ze teleur.
.
De trein laat een streep adem achter.
O traag
Roestkleurig paard,
.
Hoeven, smartelijk gerinkel –
de hele ochtend
Is de ochtend zwarter geworden,
.
Een bloem in de kou.
Mijn botten zijn vol stilte, de verre
Velden smelten in mijn hart.
.
Ze dreigen
Mij de ingang tot een hemel
Sterrenloos, vaderloos, een donker water.
.
Slang-vertelling
Dorothy Porter
.
De Australische dichter Dorothy Porter (1954 – 2008) was een bijzonder mens. Als lesbiëne (ze had een relatie met collega schrijfster Andrea Goldsmith) werd ze door de website samesame.com.au tot één van de belangrijkste en invloedrijkste gays gerekend van Australië. Daarnaast was ze overtuigd heiden en zette ze zich in voor de principes van het heidendom als moed, stoïcisme, voor de aarde en schoonheid.
Haar werk omvat behalve poëzie ook romans, boeken voor young adults , libretti voor kamer opera’s en ze schreef aan een rock opera. Voor haar werk ontving ze verschillende prijzen.
Uit ‘Ze kwamen om een dichter te zien’ 2001 het door Maria van Daalen vertaalde gedicht Slang-vertelling.
.
Slang-vertelling
.
Dood, adder,
ga ik ooit nog leren
wanneer ik je onder mijn voeten heb?
.
In het donker
ruik ik je ritselend
droog molm verblijf
.
maar jou ruik ik niet.
.
Lig je te wachten?
.
Hoe leg ik ze af,
deze muffe huid van angst
en loop
met bestudeerd roekeloos
ontblote enkels?
.
Het zou zo eervol zijn,
de zegening
van je droom-diep venijn.
.
Met dank aan Wikipedia en ‘Ze kwamen om een dichter te zien’.
Over Emily Dickinson
Spelen met zeepbellen
.
Willy de Boo ken ik al lang. Ze schreef stukken in de plaatselijke krant van Maassluis en teksten. Pas geleden verraste ze me met de mededeling dat er van haar een bundel zou worden gepubliceerd. In eigen beheer met gedichten, poëtische teksten en korte verhalen. Deze bundel ‘Spelen met zeepbellen’ is een kijkje in het leven en de denkwereld van de schrijfster. Naast de verhalen en poëzie staan er leuke illustraties en afbeeldingen in dit charmante boekje.
Van de gedichten is het gedicht ‘I dwell in possibility’ toch wel mijn favoriet. In tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden is het geschreven in het Nederlands over het geboortehuis van Emily Dickinson (1830-1886), de Amerikaanse dichteres. Het boekje is verkrijgbaar bij de auteur en heeft als ISBN nummer 978-90-6824-056-6
.
I dwell in possibility
.
Wie poëzie verkiest
boven roem, is net als
Emily Dickinson en moet
naar Amherst reizen
om er te ruiken aan een sfeer
van eenvoud en gedichtjes schrijven
.
-dag in dag uit
over kleine zaken van formaat
dat is waar Dickinson
over praat, met groot besef van tijd
en zijn vergankelijkheid-
.
In dit geliefd familiehuis
schreef en schreef en schreef zij
ingekeerd, vol vlijt
toch stond er nooit te lezen
‘ik woon hier’
wel
‘ik woon in mogelijkheid’
.
















