Site-archief

Dit is de avond niet

Literaire prijs van de stad Sint-Truiden

.

In Vlaanderen is het niet ongebruikelijk dat een gemeente een dichtwedstrijd uitschrijft. Dit kan zijn omdat bijvoorbeeld een bekende dichter er woonde (Linter, Tienen en Landen: dichter Julia Tulkens was daar ereburger) of geboren was (Oudenaarde: Waar dichter Jotie ‘T Hooft is geboren) maar ook omdat men poëzie van belang vindt. Zo weet ik van verschillende gemeenten dat ze dichtwedstrijden uitschrijven waar ook regelmatig Nederlandse dichters aan meedoen, ik zelf incluis. Hierbij kun je denken aan gemeenten en steden als Ichtegem, Vlassenbroek, Sint-Niklaas, Sint-Truiden, Avelgem en Zwevegem,

In 2022 werd in Sint-Truiden ook weer een wedstrijd uitgeschreven. Ik denk dat dit de laatste wedstrijd was waar ik een inzending voor deed want ik kreeg via de post een brochure met daarin alle prijswinnaars. Maar liefst 410 inzendingen waren er in de categorieën Jongerenprijs voor poëzie, Guido Wulms-prijs voor poëzie Guido Wulms woonde in Sint Truiden), Simon Michaël Coninckx-prijs voor poëzie en nog twee prijzen voor korte verhalen.

De jury van de Guido Wulms-prijs bestond dit keer uit Herman Fabré, Herman Rohaert, Katrien Frederix en Marleen Wulms (de oudste dochter van Guido Wulms). Dit laatste, een familielid in de jury, zie je bijvoorbeeld ook bij de Jotie ‘T Hooft-prijs waar de weduwe van Jotie in de jury plaats heeft. In de jury van de Jongerenprijs voor poëzie komen we ook bekenden tegen: Lotte Dodion, Anke de Vrij en Joost Stockx. De mooiste naam uit de juryleden vind ik persoonlijk die van Margot Delaet, niet zozeer om haar naam maar om het gegeven dat zij Fruitdichter is, wat nieuwsgierig makend is.

De Guido Wulms-prijs ging in 2022 naar Leen Pil met het gedicht ‘Dit is de avond niet’ waarover de jury schrijft: ‘De originaliteit,  heel mooie beeldspraak, maar vooral de ruimte voor interpretatie (gaat het over oorlog, een (bijna) verkrachting?) maakte het verschil.

.

Dit is de avond niet

.

Ontering houdt geen einde in, het is een doorgeefspel

zijdelings en zonder aankijken. Halverwege spreekt een

twijfelaar eerder over tasten en begrijpen. Een getuige

.

is er ook maar blijft niet lang. Wat blijft zijn buren

en gelaatsuitdrukkingen, wat blijft is brein, voorspelt

het landschap snel, poetst schutting weg tot pantserglas.

.

Blauw licht rukt uit en spant de adem over straten

tot een dunne zuurstoftent. In het midden beweegt

een steen. Of is het angst die niet meer waarrond,

.

waarheen? De flits keert terug, haakt zich in het uur,

aan jonge vogels die in stille parken dekking zoeken,

aan snelle meisjes die om doel en bomen heen lopen.

.

Leen Pil (derde van links) met de andere prijswinnaars

Gedenk te overstromen

De MUG en het klimaat

.

In editie 16 van MUGzine (nu gratis te lezen en bekijken op de Website ) hebben we dit keer de dichters gevraagd aan te haken bij de richting die we ze hebben meegegeven ‘Gedenk te overstromen’. De dichters David Troch, Els de Groen, Sara Eelen en Alex Gentjens zijn niet zomaar gevraagd, ze maken allemaal onderdeel uit van snel groeiende beweging van Klimaatdichters die met poëzie in al haar verschijningsvormen strijden voor een klimaatvriendelijke wereld.

Het artwork is dit keer van de jonge illustrator/kunstenaar Els van den Bosch en natuurlijk is #16 van de MUGzine weer voorzien van een poëtisch voorwoord en een kakelverse Luule. Wil je MUGzine op papier ontvangen? Dat kan. Stuur een mail naar mugazines@yahoo.com en maak jezelf donateur. Je ontvangt dan elke editie een jaar lang via de post (5 edities).

Om je alvast in de stemming te brengen hier alvast een gedicht van een van de dichters uit #16 Alex Gentjens.

.

Een leeg wit hoofd

Ik bewaar mijn zeven dromen
van de laatste negen nachten
in een leeg wit hoofd.

Er is nog plaats voor twee keer
jouw gezicht. Ik zie jou zondag
wel verschijnen.

Er valt geen geld meer met ons
samen te verdienen. Jij jouw kermis,
ik de mijne.

Ik schud je schubben van mij af.
Ik pluk je scherven van de vloer
en doe alsof ik onweer was.

.

MUGzine wordt gemaakt door Marie-Anne HermansBart van Heiningen en Wouter van Heiningen i.s.m. een onafhankelijke redactie.

 

 

Verzameling

Annelies van Dyck

.

De Vlaamse dichter Annelies Van Dyck (1980)volgde les bij de eerste stadsdichter van Gent, Roel Richelieu van Londersele en daarna bij dichter Peter Mangel Schots. Ze publiceerde gedichten in Op Ruwe Planken, in de scheurkalender van de Sprekende Ezels 2020, Meander en op Het Gezeefde Gedicht waar ze ook de 3e Zeef Poëzieprijs won voor haar debuutbundel ‘We doen alsof het helpt’ uit 2022.

Annelies Van Dyck is burgerlijk ingenieur en doctor in de natuurkunde. Later volgde ze de opleiding Schrijfdocent bij Creatief Schrijven en feedbackcursussen bij Wisper.
Die interesses combineert ze nu beroepshalve: ze is verbonden aan KU Leuven als docente wiskunde en werkt daarnaast als zelfstandige coach bij schrijfprocessen, met een bijzondere interesse in schrijfblokkades.
Op de binnenflap van de bundel lees ik ‘Ze ontroert zonder sentimenteel te worden, snijdt diepe vraagstukken aan zonder pathetiek en legt ze in een overtuigende compositie’. Woorden die de jury van de Zeef poëzieprijs aan haar bundel gaf. Op haar blog is meer werk van haar te lezen maar ik koos uit ‘We doen alsof het niet helpt’ het gedicht ‘Verzameling’.
.
Verzameling
.
Ik ben een logboek, hou de gaten bij
die punaises prikten in de muur van mijn meisjeskamer
.
late geuren: lauwe pils in bekers, wankele planken
in juligras waarop ik mijn jonge splinters verzamelde.
.
Tussen mijn vellen droog ik de tijd.
Ik zoek soms nog de handen onder mijn bloesje.
.
Wie dreigt te vervagen, wrijf ik in mijn bladen
tot een rorschachvlek.
.
Ik heb regels
maar ken ze niet.
.

Mondmaskerpoëzie

Michiel van Opstal

.

Voormalig stadsdichter van de gemeente Hoogstraten (provincie Antwerpen) Michiel van Opstal (1992) heeft in zijn periode (2019-2021) als stadsdichter verschillende activiteiten georganiseerd naast het schrijven van stadsgedichten. Zo organiseerde hij een zoektocht naar het middelpunt van Hoogstraten middels poëtische wegwijzers, schreef hij een stadsgedicht in het plaatselijke dialect én zorgde hij in Coronatijd voor poëzie op doosjes mondmaskers.

Het bedrijf DeSter, gespecialiseerd in de productie van bestek en verpakkingen voor de luchtvaartsector, schakelde tijdens de voorbije coronacrisis over naar de productie van chirurgische mondmaskers. De schoonvader van Michiel van Opstal werkt bij dit bedrijf en dat gaf hem het idee om een coronagedicht de wereld in te sturen. “Het idee achter het gedicht is adem, want die houden we voor ons achter het masker”, zei Michiel Van Opstal hierover. “Ik hang een beeld op dat je adem het kostbaarste is, een soort schat, die je steeds moet beschermen.”

Michiel van Opstal was één van de deelnemende dichters aan de toer van de Poëziebus 2016. Toen wilde hij al stadsdichter worden, hetgeen hem dus gelukt is.

Dit is het gedicht dat op het doosje was afgedrukt.

.

Als je jezelf beschermt

begin dan met iets kostbaar

iets waardevol

waar alles mee begint

je adem

die hevig na het sporten hijgt

of rustig al zittend deint

in en uit

de sleutel tot rust

en tot gezond

als je de jouwe

achter dit masker houdt

.

Gebreken

Dubbel-gedicht

.

Vandaag twee gedichten over lichamelijke gebreken. Het eerste gedicht is van dichter Ed. Hoornik (1910-1970), en is getiteld ‘Bochel’ en komt uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1950. In het hoofdstuk ‘Eerste verzen (1933-1936) is het in deze verzamelbundel opgenomen, het gedicht stamt dus van voor zijn debuut in 1936 met de bundel ‘Het keerpunt’.

Het tweede gedicht is van Herman de Coninck (1944-1997), is getiteld ‘Braille’ en komt uit ‘Met een klank van hobo’ (1980) en gaat uiteraard over hoe blinden en slechtzienden kunnen lezen middels braille.

.

Bochel

.

Een speelde cello in een strijkkwartet:

een bokkig kind,

de andre had zich in zijn kring gezet

en dronk absinth.

.

Een pauw is ijdel en ontplooit zijn praal,

zoo deed de een;

toen joeg de onrust van de spiegelzaal

door de ander heen.

.

En in dat wreed en bliksemsnel moment,

van oog tot oog,

rees het publiek geestdriftig overend,

-de bochel boog.

.

Braille

.

Zoals ik zonder kijken tussen mijn boeken

‘het houdt op met zachtjes regenen’ weet te staan,

zo hoef ik jou niet meer te zoeken,

alleen te vinden.

.

Jou bij mekaar tastend als een blinde

een andere blinde. Maar ziende, ziende,

en mekaar begrijpend zonder er wat van te verstaan.

Liefde is houden van mekaars gebrek eraan.

.

Is het soort gemak van binnen,

ach, ben jij het maar.

En een paar uur later van: ik ben moe,

.

kom jíj maar klaar.

En terwijl ik nadien al sliep

jou nog horen zeggen: slaap nu maar.

.

Nieuwe poëzie

#16 van MUGzine

.

Zeer binnenkort (binnen nu en twee weken) verschijnt alweer #16 van MUGzine, het leukste en meest eigenzinnige poëzietijdschrift van Nederland en Vlaanderen. Dit keer is de richting die de dichters meekregen ‘Gedenk te overstromen’. Dichters David Troch, Els de Groen, Alex Gentjens en Sara Eelen (haar debuutbundel ‘Het nodige breken’ is eind vorig jaar verschenen) schreven zeer uiteenlopende gedichten en kunstenaar/illustrator Els van de Bosch (@els.illustration) verzorgde het artwork. De dichters behoren allemaal tot de zogenaamde Klimaatdichters.

Mugzines is zoals altijd gratis te lezen op de website en de ware liefhebber ontvangt de papieren editie gewoon via de post thuis. Wil je ook de papieren editie ontvangen? Word dan donateur (vanaf € 20,- per jaar ontvang je 5 edities plus elk jaar een extraatje) of mail naar mugazines@yahoo.com voor een editie (al dan niet in een cadeauverpakking). Was je donateur vorig jaar en wil je verzekerd zijn van weer een jaar mugzines ontvangen, maak dan je donatie over.

Om alvast in de stemming te komen hier een gedicht van Els de Groen (1949) uit haar bundel ‘Hebben mollen weet van zonsondergangen?’ uit 2020 van uitgeverij In de Knipscheer.

.

Zij die gaan sterven

.

Beseft het laatste dier nog wat voor dier hij was?
Zal hij te rechter tijd nog in het water kijken
en, enig in zijn soort, met niets te vergelijken
de laatste partner vinden onderin een plas?

.

Als hij haar dorstig aanraakt, spat het spiegelglas
zodat de ander plots een zelfportret zal blijken.
Hoe tragisch het zou zijn, het zou hem ook verrijken
je eigen kop te kennen komt immers van pas.

.

Voortaan zal hij bevroeden wat voor lief te zoeken:
vier poten, zachte wangen en een slanke nek.
Ja, vader zal hij worden, zij een prachtig moeke.

.

Helaas het zoeken eindigt in een hok met hek
in observatieruimten en notitieboeken.
Want hij is echt de laatste, er is geen comeback.

.

 

Mugzine wordt gemaakt door MarieAnne Hermans (Poetry Affairs) Wouter van Heiningen (MUGbooks) en Bart van Heiningen ( @brrt.graphic.design) i.s.m. een onafhankelijke redactie.

Wat maakt een gedicht?

Gemeenschappelijke kenmerken van poëzie

.

Ik mag graag rondzwerven op het wereldwijde Internet op zoek naar hoe men denkt en schrijft over poëzie. Ik schreef er al over in 2019nogmaals 20192017, 2015, en 2013. En als je goed zoekt waarschijnlijk nog wel vaker. Lezen over poëzie kan je helpen bij het zelf, beter, schrijven van poëzie. Maar wat het allerbeste werkt is heel veel poëzie lezen, het vakmanschap door je eigen ogen binnen halen en daar je eigen draai aan geven.

Op Literacyideas.com kwam ik het volgende artikel tegen. Voor het gemak heb ik de belangrijkste gemeenschappelijke kenmerken van poëzie voor je uit het artikel geplukt en vertaald. Natuurlijk is dit geen uitputtende lijst van gemeenschappelijke kenmerken. Als je meer over poëzie leest mis je er al snel verschillende (verdichten van tekst, aanspreken door de dichter, enjambement – het afbreken van zinnen en woorden-, gebruik van witregels etc.) maar zo’n eerste korte lijst kan je al wat houvast geven. Dit is wat Literacyideas zegt over de gemeenschappelijke kenmerken van een gedicht:

● Het ziet eruit als een gedicht – als het eruitziet als een gedicht en leest als een gedicht, dan is de kans groot dat het inderdaad een gedicht is. Poëzie bestaat uit regels, waarvan sommige volledige zinnen zijn, maar veel niet. Bovendien lopen deze regels meestal niet consequent uit tot in de marge, zoals in bijvoorbeeld een roman. Dit alles geeft poëzie een onderscheidende en herkenbare uitstraling op de pagina.

● Het heeft vaak een onderliggende vorm die dingen bij elkaar houdt – hoewel dit niet altijd waar is (bijvoorbeeld in sommige vrije verzen), voldoet veel poëzie aan een voorgeschreven structuur, zoals in een sonnet, een rondeel, een haiku enz. Tegenwoordig gaat dit steeds minder op want het ‘vrije vers’ is bovenliggend.

● Het maakt gebruik van beelden – als een dichter serieus is, zullen deze proberen om beelden in de geest van de lezer te creëren met behulp van veel zintuiglijke details en figuurlijk taalgebruik.

● Het heeft een zekere muzikaliteit – we zouden kunnen denken dat de natuurlijke incarnatie van poëzie het geschreven woord is en zijn habitat, de pagina, maar het gedrukte woord is niet waar de oorsprong van poëzie ligt. De vroegste gedichten werden mondeling gecomponeerd en in het geheugen vastgelegd. We kunnen nog steeds zien hoe belangrijk de klank van taal is als we gedichten hardop voorlezen. We zien het ook terug in de aandacht voor muzikale middelen die in het gedicht zijn verwerkt. Poëtische hulpmiddelen zoals alliteratie, assonantie en rijm bijvoorbeeld. 

Doe er je voordeel mee zou ik zeggen maar vergeet niet dat de beste dichters vaak ook de beste lezers (van poëzie) zijn. Daarom hier een gedicht over poëzie, met als titel ‘Poëzie’ van één van de beste dichters uit het Nederlands taalgebied, mijn favoriet, de Vlaamse dichter Herman de Coninck (1944-1997) uit ‘De gedichten’ uit 1998.

.

Poëzie

.

Zoals je zegt ‘Val maar, sneeuw’

als het al een half uur sneeuwt,

.

zo heb ik er 45 jaar over gedaan

om er 45 jaar over te doen,

.

zo zeg ik ‘slaap maar’

tegen een dochter die al lang slaapt

.

en heb het daar twee uur later

nog altijd een beetje warm van,

als een thermos.

.

Autistisch gedicht

Jan Geerts

.

Uitgeverij P uit Leuven geeft al 30 jaar poëzie uit. Zij begeven zich op het gebied van nieuw talent, voor gevestigde waarden en buitenlandse coryfeeën die hun Nederlandse stem vonden. Naast deze hedendaagse kring van vooraanstaanden vergeet Uitgeverij P ook de grote klassieke roergangers van de poëzie niet, in bijzondere tweetalige edities.

In de loop van de jaren heb ik al verschillende bundels van deze sympathieke uitgeverij gelezen en gerecenseerd (Jana Arns, Peter J. Brouwer) en schreef ik vaker over dichters uit het fonds van uitgeverij P (Marleen De Crée, Charles Ducal, Yerna Van Den Driessche, Hubert van Herreweghen, Willy Spillebeen). Momenteel lees ik ‘De schaduw van Morandi’ van Antoon Van den Braembussche waar ik later deze maand een recensie over ga schrijven.

Ik heb heel veel respect voor uitgeverijen die zich volledig op poëzie richten. Het uitgeven van boeken is al; geen eenvoudige opgaaf en het uitgeven van poëzie biedt nog enige andere uitdagingen, maar uitgeverij P doet dit dus al; dertig jaar en timmert nog steeds goed aan de weg.

In een van hun laatste uitgaven van 2022, de bundel ‘Hoe er dan iets helders ontstaat’ van de dichter Jan Geerts las ik een gedicht dat me op de een of andere manier maar niet los wilde laten.De Vlaming Jan Geerts (1972) is schrijfdocent en dichter. Hij publiceerde gedichten in diverse literaire tijdschriften (Het liegend konijn, The Low Countries, Poëziekrant, Gierik & NVT). Hij debuteerde in 2004 met de verrassende bundel ‘Tijdverdriet en andere seizoenen’. Daarop volgden ‘Een volle maan met onze handen ernaast’ (2005) ‘De n van iemand’ (2008), Zwerfsteen’ (2008) , ‘Dat het blijft duren’ (2017) en nu dus ‘Hoe er dan iets helders ontstaat’.

In deze laatste bundel zoals ik hierboven als schreef, het gedicht ‘Autistisch gedicht’. Op de flap voorin de bundel staat te lezen dat het hier een aantal van de prachtigste liefdesgedichten die in onze taal geschreven zijn betreft. Ik heb gezocht naar de betekenis van de titel. Ik denk dat de kwetsbare lijn tussen er zijn voor de ander en er niet (steeds) zijn, het verschil tussen weten en merken door Jan Geerts hier (inderdaad) prachtig is verwoord. Het gedicht is opgedragen aan Kato, die zal het zeker begrijpen.

.

Autistisch liefdesgedicht

                                                        voor Kato

.

Van alle mensen

maar vooral van jou

was ik liever alleen

.

tel jij dus maar voor twee

en heb me nodig

want ik kan dat niet

.

kom niet te dicht

mijn huid is dus

en jij doet zo zeer

.

maar blijf bij mij

want zonder jou

ben je er niet

.

noem me niet

met de woorden

die de liefde gebruikt

.

want woorden

zoals hartendief

en voor altijd

.

die betekenen

te veel en maken

mij ziek

.

zie me dus graag

maar doe het

niet

.

Prosper aan Guido

Prosper van Langendonck

.

Bij het lezen van de naam Prosper moest ik onwillekeurig denken aan Foleor van Steenbergen, de ons in 2021 ontvallen toondichter, maar dat heeft vooral met de ietwat ouderwetse naam te maken, dat weet ik. De naam Prosper van Langendonk kwam ik tegen toen ik las in de bundel ‘Dichters van vroeger’ een bloemlezing uit acht eeuwen Nederlandse poëzie, samengesteld door Garmt Stuiveling uit 1977. Ik realiseer me dat 1977 voor veel mensen al ‘vroeger’ is maar veel van de namen in deze bundel zijn herkenbaar, al is het maar omdat vele straten en lanen genoemd zijn naar de grote dichters uit ons verleden.

Prosper van Langendonk (1862-1920) was een Vlaams dichter hetgeen me verraste, uit de ondertitel van deze bundel zou je verwachten dat het Vlaamse smaldeel buiten de selectie is gehouden. In de Aantekeningen en Verklaringen staat ook niets van deze dichter opgenomen, alsof hij illegaal mee is gelift.

In 1893 richtte Van Langendonck samen met August Vermeylen, Emmanuel de Bom en Cyriel Buysse het literaire tijdschrift ‘Van Nu en Straks’ op, het tijdschrift dat de Vlaamse literatuur vernieuwde. Zijn opstel uit 1894 ‘De herleving van de Vlaamse poëzij’ gold als manifest van de literaire vernieuwing. Binnen de redactie van het tijdschrift had hij als enige rooms-katholiek wel meer voeling met de traditionele stijl. De thema’s die hij vanuit zijn achtergrond beschreef werden op een romantische, nogal zwaarmoedige manier, met naar moderne oren omslachtig taalgebruik, worden verwoord. Later in zijn leven, kwam er meer weltschmerz in zijn werk waarschijnlijk door de schizofrenie waaraan hij leed.

Van Langendonk schreef vooral voor Van Nu en Straks maar er werd ook werk van hem opgenomen in Dietsche Warande en Belfort. De reden dat ik hier over deze dichter schrijf is tweeledig. Allereerst is het een (bijna) vergeten dichter maar daarnaast is in de bundel een gedicht opgenomen dat hij schreef ‘aan Guido Gezelle’ ook al een Vlaamse dichter die is opgenomen met werk in deze bundel. De ondertitel had dus waarschijnlijk beter ‘een bloemlezing uit acht eeuwen Nederlandstalige poëzie’ kunnen heten.

.

Aan Guido Gezelle

.

Zwaar peinzend hoofd, met eeuwigheid omtogen,

doorgroefd van voren, door de idee geleid,

diep over al dat werelds wee gebogen,

dat, staag opwellend in uw boezem schreit;

.

schoon hoofd, wars van versiering, los van logen,

wijdstralend brandpunt van ál-menselijkheid,

waarop, nu ’t aardse leven is vervlogen,

een glans van eeuwig leven ligt gespreid;

.

in laaie liefdesvlammen gaan ons harten

tot U, die al hun liefd’ hebt voorgevoeld,

en duizendvoud doorvoeld hun fijnste smarten,

.

met gal gelaafd, door ’t waanwijs volkje omjoeld,

waarop gij nederschouwt, met zielvolle ogen,

groots van vergiffenis en mededogen…

.

 

Hoe nu verder?

Poëzieweek

,

Vandaag, 1 februari, is de laatste dag van de poëzieweek 2023. Een week waarin er heel veel aandacht was voor poëzie. Dit jaar geen grote meeslepende aandacht op televisie (of ik moet iets gemist hebben) maar vooral veel lokale projecten en activiteiten waarbij het zwaartepunt, zeker als je jezelf er even in verdiept, vooral in Vlaanderen lag. Neem bijvoorbeeld Weesgedichten, het oorspronkelijk uit Aalst afkomstige initiatief, maar dit jaar door de meerderheid van de Vlaamse bibliotheken in het hart gesloten en uitgevoerde project waarbij bibliotheken raamgedichten aanboden aan een ieder die dat wilde. Ik heb heel veel van de uitgevoerde raamgedichten voorbij zien komen op alle social media kanalen. Een echt mooi succes waarvan ik hoop dat het de grens kan oversteken.

Maar er was meer. Zo werd schrijver, dichter, theatermaker Elfie Tromp de nieuwe stadsdichter van Rotterdam, werd de benoeming van de nieuwe dichter des vaderlands uitgesteld (wat is daar aan de hand?), traden de twee dichters van het Poëziegeschenk ‘Er staat te gebeuren’ Hester Knibbe en Miriam Van hee onder andere op bij de startshow van de Poëzieweek en waren er talloze kleine, poëzie gerelateerde activiteiten her en der in Nederland en Vlaanderen.

Ook ik zie elk jaar het effect van de poëzieweek op dit blog. Het aantal bezoekers verdubbelt en de lijst met zoektermen waardoor men op dit blog komt is uitgebreider en diverser in januari. Al met al zou je kunnen stellen dat de poëzieweek leeft in den lande. En toch bekruipt me steeds meer het gevoel dat, met name in Nederland, een grote partij wordt gemist die het verschil kan maken. Laat ik voorop stellen dat het geweldig is wat de samenwerkende partijen in de Poëzieweek voor elkaar hebben gekregen, maar het zou zo mooi zijn als de Poëzieweek, door wat extra mensen, middelen en aandacht nog meer de plek zou krijgen die het verdient.

Als ik zie met hoeveel liefde en enthousiasme overal in Nederland activiteiten worden georganiseerd, de poëzie wordt gevierd, dan verdient dit een grotere en stevigere basis van waaruit, bijvoorbeeld, een betere marketing en communicatie gedaan zou kunnen worden. Wat dat betreft wordt de bijdrage van een partij als het CPNB nog steeds node gemist.

Toch wil ik hier niet in mineur eindigen. Volgend jaar is er ongetwijfeld weer een poëzieweek en zullen er door poëzie enthousiasten weer allerlei poëzie activiteiten worden georganiseerd. Ik hoop alleen, en die hoop heb ik elk jaar, dat met de laatste dag van de Poëzieweek, niet ineens elke vorm van interesse voor poëzie verdwijnt om weer de kop op te steken halverwege januari 2024. Ik zal, met dit blog en mijn andere poëzie activiteiten, elke dag aandacht blijven vragen voor poëzie. En zoals elke dag doe ik dat ook vandaag met een gedicht van Hester Knibbe, één van de dichters van het Poëzieweekgeschenk, uit 2015 uit haar bundel ‘Archaïsch de dieren’.

.

En hij bestond

.

En hij bestond. We pakten hem
op, zwierden hem in het rond en
nog eens en hij kraaide want hij was
in lievelingshanden en toen was het

.
hup de wereld in met je hart
dat men afpakken kan, kan breken
in een hoek smijten: niks waard zo’n

.
hart geen porselein of goud, meer een roestig
soort klei en je hebt er zoveel van, ook het jouwe
gaat straks op de schroothoop. Maar hij

wilde niet weg, hij wilde
groeien en blijven waar het goed was en goed
wilde hij worden met vileine streken. Schulp

.
is een woord als schuld, de kom waarin elk
rondkruipt, telkens opnieuw het lichaam
verkent: ben ik dat, een soort groot

.
gebaar waarmee ik soms iemand
in het gezicht sla?

.