Site-archief
Ik wil
Eva Cox
.
De Vlaamse dichter Eva Cox (1970) debuteerde in 2004 met de dichtbundel ‘Pritt.stift.lippe‘ welke genomineerd werd voor de C. Buddingh-prijs en de Vlaamse debuutprijs en werd bekroond met de Prijs van de Provincie Oost-Vlaanderen voor letterkunde in 2008. Voordat zij debuteerde was ze al een graag geziene dichter op diverse podia en in 2001 won ze de eerste Vlaamse Poetry Slam. Vanaf 1999 schrijft ze poëzie en ze was jarenlang actief bij het Poëziecentrum in Gent. Daarnaast studeerde ze Toegepaste Taalkunde aan de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Haar tweede bundel ‘een twee drie ten dans’ verscheen in 2009 en werd achtereenvolgens genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, de Ida Gerhardt Poëzie Prijs en de Herman de Coninckprijs. Gedichten van haar hand verschenen in Dietsche Warande & Belfort, Bunker Hill, Parmentier, Revolver, Komkommer & Kwel, Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, De Brakke Hond, Yang en Poëziekrant. Een aantal van haar teksten is vertaald naar het Engels, Frans en Duits, maar ook naar het Turks, Arabisch en Russisch.
Vreemd genoeg kan ik na 2009 niets meer van haar of over haar vinden. De website die haar naam draagt is ook uit de lucht. In haar tweede bundel ‘een twee drie ten dans‘ is ‘een kleine stoet poëzie, (ultra) kort proza, vertalingen, pastiches en een duet voor één stem’ opgenomen. Een wonderlijke bundeling van teksten en gedichten waar ik het gedicht ‘Ik wil’ uit heb gekozen om hier te delen.
.
Ik wil
.
een stad voor mijn verjaardag
met mensen huizen en een plein
een vijver met daarin een zwijn van
steen een kleine perenboom vol merels
en kerels wil ik van die potige met
kisten op hun schouders oude laarzen
en meisjes met mutsen van konijnenbont
en harde wimpers en gezoete lippen en
stippen wil ik in plaats van strepen
nee zebrapaden zijn zo dun dat
je hun ribben door het asfalt ziet
en brievenbussen wil ik niet en regen
vuilnisbakken kan ik heel slecht tegen en
baby’s die ruiken naar poeder en verdriet
nee ook baby’s kale bleke baby’s niet
.
Eén lettergreep
David Troch
.
De Vlaamse dichter, auteur, regisseur en schrijfdocent David Troch (1977) debuteerde in 2003 met de poëziebundel ‘liefde is een stinkdier maar de geur went wel’. publiceerde in tijdschriften als De Brakke Hond, Deus ex Machina, Poëziekrant, MUGzine en Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift. Naast zijn vele werkzaamheden was redactielid van het literaire e-zine Meander en van Gierik en Nieuw Vlaams Tijdschrift. Sinds begin 2009 maakt hij deel uit van de redactie van Kluger Hans. Sinds eind 2010 is David Troch ambassadeur van de Poëzie van de stad Gent waar hij ook stadsdichter was. Hij won verschillende prijzen waaronder de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd in 2012.
Naast dat Troch een hekel heeft aan hoofdletters, heeft hij ook een voorliefde voor woorden met één lettergreep. Zo verscheen in 2021 zijn bundel ‘voor jou wou ik een huis zijn’ met alleen maar éénlettergreepgedichten. Voor deze bundel kreeg hij een nominatie voor de Wablieft-prijs, een jaarlijkse prijs die wordt uitgereikt door de redactie van de krant Wablieft aan personen, projecten of organisaties die zich inspannen voor duidelijke taal en heldere communicatie. De prijs is bedoeld als erkenning voor het gebruik van heldere en eenvoudige taal, waardoor informatie voor iedereen toegankelijk wordt gemaakt.
De bundel ‘voor jou wou ik een huis zijn’ vormt een tweeluik met de bundel ‘een soort van troost’ die in 2024 verscheen. Uit die bundel koos ik het gedicht ‘taal’.
.
taal
.
zucht en schud het hoofd. keur elk woord
af. schrap. haal door. streep weg. gom uit
.
tot er niets meer rest. als prop is een blad
het best af. of scheur en vlok na vlok uit
.
tot het sneeuwt in huis. wees streng.
zie in dat het geen zin heeft.
.
het geeft geen pas
met de taal aan de slag te gaan.
.
ski de trap af. ga op je bek. breek een been.
nee, kleed het ook niet met zo’n beeld aan.
.
weet: naakt kan je de straat niet op.
trek op zijn minst een jas aan.
.
Liefdesgedicht
Hanna Kirsten
.
Opnieuw leer ik een dichter kennen; Hanna Kirsten (1947). Ik kende haar niet maar ik heb hier haar nieuwste bundel in handen, uitgegeven door uitgeverij P begin dit jaar. Hanna Kirsten, pseudoniem van Johanna Bral, was tien jaar werkzaam als lerares Nederlands en Verbale Expressie in Antwerpen. Ze publiceerde gedichten in tal van tijdschriften en werd met haar poëzie in verschillende bloemlezingen opgenomen. Ze debuteerde in 1973 met ‘Adem voor vogels’ en publiceerde ze nog ‘Het is erg wit wat er staat’ (1975), ‘De kou is uit de lucht’ (1979), ‘De lucht hangt nog vol dagen’ (1983), ‘Elders wonen’ (2003), ‘Korst en kruim’ (2005) en ‘Hoe sterk is de hechtzijde’ (2007).
En dan verschijnt er nu, 18 jaar na haar laatste bundel dus een nieuwe bundel ‘Voetafdruk van stilte’. Dichter Lut De Block schrijft in het voorwoord over deze bundel: “Voetafdruk van stilte bevat subtiele, intimistische gedichten over liefde en ouder worden, waarbij alle clichés over ‘starre oudjes, triomfantelijk ontkracht worden. de actuele gedichten (over asielzoekers, discriminatie, covid) lijken eenvoudig maar zijn diepmenselijk en geëngageerd. en zoals de winterwereld zachter oogt met een aarzelend laagje sneeuw, zo klinken de gerijpte ‘in memoriam’-gedichten nooit somber of doods. Ze krijgen een Szymborskiaanse lichtvoetigheid mee en getuigen vooral van het leven. ”
Dat belooft veel en ik moet zeggen dat Lut de Block de spijker op zijn kop slaat. In sobere, soms ingetogen maar heldere gedichten beschrijft Hanna Kirsten precies die onderwerpen. Ik ben vooral erg geporteerd van het hoofdstuk getiteld ‘jy is my liefling en ek is so bly’ een zin uit het gedicht ‘Allerliefste’ van de Zuid Afrikaanse dichter Breyten Breytenbach. Uit dat deel van de bundel nam ik het titelloze gedicht op pagina 35.
.
ik loop traag
een afdalende weg
droom van een zachte winter
.
mensen op leeftijd
dor hout?
.
zacht hout van naaldbomen
hun toppen door de wolken heen
.
onmacht en rusteloosheid
breken op als ijs dat gaat kruien
.
liefste, herinner me
aan je aanwezigheid
in het kleurveld van een dag
woorden zijn gevonden veren
.
zing van een lente
geen betere tijd
om te zoenen
.
Te water gelaten
Jotie T’Hooft
.
Omdat ik graag voor mijn boekenkast sta en daar zonder te kijken een bundel uitpak, om vervolgens een willekeurige pagina open te slaan en het gedicht dat ik daar dan lees met jullie te delen, heb ik dat vandaag opnieuw gedaan. Maar ik heb dit keer mezelf op een stoel gezet zodat ook bundels die zich niet op grijphoogte bevinden, ook een kans krijgen tot kortstondige aandacht.
Vandaag pakte ik de bundel ‘verzamelde gedichten’ van de veel te jong gestorven Vlaamse dichter Jotie T’Hooft (1956-1977) uit 1981 van de plank. Ik opende deze bundel op pagina 281 en daar staat het gedicht ‘Te water gelaten’ dat ik hier met jullie wil delen.
.
Te water gelaten
.
Sinds jaren liggend op het strand van proberen
en vervelen, ben ik gaan drogen in alle naden
van mijn lijf.
De zee ken ik slechts van horen ; geur van angst
die nu en dan komt aangewaaid op gelach
van meeuwen.
.
Dag aan dag reeg zich aaneen ; gestrand
als ik was begon ik zand te tellen
dat in mijn ongeneeslijke wonden kleefde.
Zo gingen de dagen voorbij.
.
Jij hebt nu mijn want bevolkt,
mijn zwarte zeilen gehesen
en de inham van je benen
is een vaargeul voor verdriet.
Je bent geheel en al mijn haven geworden,
van waaruit ik wegvaar, de storm tegemoet.
.
Ik zal zinken.
.
Toevallen
Bij de Dichters-top
.
Afgelopen zondag was bij Antiquariaat Colette de Dichters-top. Naar aanleiding van de NAVO-top (ook in Den Haag) van volgende maand hadden het Woordenrijk en Colette de handen ineen geslagen en een dichters-top georganiseerd met louter Haagse dichters (al was er ook een Vlaamse jonge dichter luisterend naar de naam Maria de Coninck bij). Het was een gezellige, interessante en zeer goed bezochte middag daar in de tuin achter het antiquariaat.
De hoogtepunten zaten wat mij betreft tussen 15 en 16 uur. Alexander Franken, Diann van Faassen, Dario Goldbach, Douwe Hovingh, Marilou Klapwijk en als uitsmijter de geweldige Kees ’t Hart. Kees bracht een gedicht over Asissië, consequent uitgesproken zonder umlaut, zonder microfoon en welluidend. Dit gedicht deed me onmiddellijk denken aan het gedicht over McDonalds dat Douwe Hovingh even daarvoor had voorgedragen. In de YouTube video hieronder kun je het gedicht beluisteren en bekijken vanaf 5.50 minuten, een opname van het Poëziecafé De Posthoorn van maart dit jaar.
Van deze dag hier enige foto’s van verschillende dichters. En natuurlijk een gedicht. In dit geval van diezelfde Douwe Hovingh getiteld ‘Toevallen’.
.
Toevallen
.
jouw fietsbel na
Een passant lacht om een grap
in jouw hoofd
Een schaduw valt op jouw schoot
Een lentejong gezicht valt op
in een voorbijgaande reflectie
Jouw moeder snijdt één keer haar vingers
Jouw moeder snijdt nooit meer haar vingers
zomaar zonder erbij stil te staan
Er valt een blad voor jouw voeten
Je ziet dezelfde eend voor de derde keer
je merkt het niet
Je ontmoet een vervreemde vriend
voor de eerste keer sinds
.
Alexander Franken
Diann van Faassen
Marilou Klapwijk
Kees ’t Hart
Rampverlof
Jana Arns
.
Vandaag voor één van mijn boekenkasten gaan staan (je kent de traditie inmiddels) en met de ogen dicht een bundel eruit gepakt. Dit keer was dat ‘Ten minste houdbaar tot‘ uit 2022 van de Vlaamse dichter Jana Arns (1983). Opnieuw met gesloten ogen de bundel geopend en meteen een verrassing: ik opende de bundel op twee pagina’s met foto’s van Jana. Geen probleem, gewoon nog eens doen. En nu opende ik de bundel op pagina 30 en daar staat het gedicht ‘Rampverlof’.
.
Rampverlof
.
De straat met zorgen aangelengd.
Wagens varen voorbij.
.
Recht onder ons slaapkamerraam
legt het cruiseschip aan.
.
Aan boord: duikplanken vol boeken.
De personages springen in het diepe.
.
Er komen woorden aangedreven:
wie zal de wolkbreuk spalken?
.
Men bouwde huizen met dominostenen.
Wij vouwen bootjes van verzekeringspapieren.
.
Literair Paspoort
Internationaal Poëziefestival
.
Tot 2013 had Den Haag een jaarlijks literair festival onder de naam Dichter aan huis. Het ene jaar dichters en het andere jaar schrijvers droegen in huiskamers voor uit eigen werk. Met een passe-partout kon je één of twee dagen naar hartenlust van poëzie genieten. De manifestatie ‘Dichter aan Huis’, die in 1991 als een éénmalige gebeurtenis was bedacht, en in 1993 nog eens éénmalig werd herhaald, was een dermate groot succes dat de organisatie er wegens succes een tweejaarlijkse traditie van maakte. In 2016 was nog eenmaal een herstart van dit festival maar daarna hield Dichter aan Huis op te bestaan.
Ik vind dit om twee redenen heel jammer. Allereerst is een festival als deze, bij mensen thuis in hun woonkamer, heel intiem en verrassend. Je bent met een kleine groep liefhebbers en de dichters zitten bijna bij je op schoot. Heel anders dan een groot festival waarbij de dichter op een podium in de verte staat (zoiets heeft uiteraard ook zijn charme). De andere reden dat ik het spijtig vind dat het ophield te bestaan is dat dit in de wijk werd georganiseerd waar ik woon. Ik had mijn huiskamer heel graag ter beschikking gesteld aan een optredend dichter.
En het waren niet de eerste de beste dichters die hier voordroegen: Jean-Pierre Rawie, Charlotte Mutsaers, Abdelkader Benali, Ilja Leonard Pfeijffer, Adriaan van Dis, F. Starik, Ilja Leonard Pfeijffer en Rutger Kopland zijn maar een paar van de namen die destijds meededen met dit festival.
De stichting Dichter aan Huis deed echter meer. Zo organiseerde men in ambassadeurswoningen het internationale poëziefestival Literair Paspoort in Den Haag en Wassenaar met tal van internationale dichters, waarbij samengewerkt werd met verschillende ambassades in de hofstad en de Nederlandse Taalunie. Het festival had drie edities: 1998, 2002 en 2004. De editie 2000 werd afgelast vanwege niet-toekenning van een deel van de benodigde subsidie.
Van elke editie werd een bundel samengesteld. Ik heb die van 2002 en 2004 pas geleden gekocht bij Colette. In de versie van 2002 staan vele prachtige internationale dichters uit alle delen van de wereld maar ook uit Nederland zoals Remco Campert, Gerrit Kouwenaar, Serge van Duijnhoven en K. Michel . Het is bijna een Poetry International programma. Uit deze bundel koos ik een gedicht van de Vlaamse dichter Geert van Istendael (1947) met het toepasselijke gedicht ‘Keukentafel’ want ik weet dat er ook aan de keukentafel gedichten werden voorgedragen.
.
Keukentafel
.
Er zit een gat in het blad. En het is krom.
Het heeft gewerkt en zij heeft laten werken.
Eenkennig werd zij nooit. Veelgodendom
van sap en bier en bloed was altijd welkom
binnen de kringen van haar heiligdom.
.
Haar stutten zijn geen zuilen. Het zijn poten,
viervuldig hun geloof, maar steeds oprecht.
Wat niet beweegt is wat het beste vecht.
.
Ik zie je nog altijd liggen
Herman de Coninck
.
Voor de nieuwe MUGzine zijn we in het kader van het nieuwe onderdeel ‘Muggenbeet’ op zoek naar gekruide uitspraken over dichters en poëzie maar ook naar mooie zinnen. En dat mogen zinnen zijn uit een gedicht maar juist ook uit proza, toneelwerken, desnoods managementboeken zolang ze maar poëtisch zijn. Voorwaarde is dat ze in het Nederlands zijn of vertaald naar het Nederlands. Dus mocht je een suggestie hebben laat deze dan achter in een reactie op dit bericht.
Uiteraard houden wij onze ogen ook open voor mooie zinnen. En lezend in de vuistdikke bundel ‘Ik ben genoemd meisje en vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde uit 1980, samengesteld door Christine D’haen. kwam ik bij het gedicht ‘Ik zie je nog altijd liggen’ van één van mijn favoriete dichters aller tijden Herman de Coninck (1944-1997) uit. De laatste strofe van dit gedicht dat oorspronkelijk verscheen in ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1978, is zo’n zin die blijft hangen en die in al haar poëtische schoonheid een mooi voorbeeld is van wat we bedoelen.
.
Ik zie je nog altijd liggen
.
ik zie je nog altijd liggen, je vingers
smal en paars als asperges,
deze hele bleke stille vorm van jezelf-zijn
die je altijd wel had,
een streepje gestold bloed uit je mond:
niks-zeggen was ook vroeger jouw manier
van gekwetst-zijn, ik denk: sluit nu maar
je ogen, kom, ik zal je helpen –
.
dit is al wat ik nog kan doen:
dit niet-meer-weten-wat-zeggen
en het zeggen.
.

















