Op de nationale gedichtendag in januari heeft de provincie Vlaams-Brabant eens flink uitgepakt. Op deze dag hing men een spandoek van liefst 50 meter op het Provincieplein in Pamel met daarop een gedicht van de 95-jarige dichter Hubert van Herreweghen.
Site-archief
De Poëziebus
Komt naar je toe deze zomer!
.
De Poëziebus is een initiatief van Irene Siekman en Sven de Swerts en dreigt uit te groeien tot een fenomeen waarvan we nu de omvang nog moeilijk in kunnen schatten. Wat is de Poëziebus? Een project waarbij ruim 50 dichters langs 12 steden in Nederland en Vlaanderen trekken van 19 juli tot en met 26 juli 2015. Een week lang toert de bus langs deze steden waar vervolgens allerlei performances worden gegeven door de dichters.
Dichters die meedoen zijn onder andere Delia Bremer, Martin Beversluis, Jolies Heij, Theo Huijgens, Merlijn Huntjens, Martin M. Aart de Jong, Jaap Montagne, Simon Mulder, Rotterdamse Keet, Von Solo, Frans Terken, Frank Vingerhoets, Andrea van Herk, Ria Westerhuis en Marjolein van Aperen en uit Vlaanderen Gust Gils, Philip Volckaert, Gert Vanlerberghe, Runa Svetlikova, Wim Paeshuyse en Yannick Moyson.
De toer doet in Nederland de steden Rotterdam, Tilburg, Eindhoven, Delft, Maastricht, Denm Haag, Capelle aan den Ijssel en Amsterdam aan en in Vlaanderen Antwerpen, Turnhout, Brussel en Oostende.
Het poëtisch landschap zal na 26 juli niet meer het zelfde zijn!
Wil je weten waar de bus wanneer komt kijk dan voor (alle) informatie op de website http://www.poeziebus.nl
Ga ik zelf ook mee? Helaas (snik) ben ik dan op vakantie maar op de slot manifestatie op zondag 26 juli zal ik zeker aanwezig zijn.
Van een van de vele prachtige dichters die aan dit mooie nieuwe initiatief meedoen een gedicht van Runa Svetlikova die aanstaande 14 juni ook te zien en te beluisteren is op het Ongehoord! podium in de Jacobustuin in Rotterdam (zie elders op dit blog) met als titel ‘EHBO: eerste hulp bij onschuld’.
.
EHBO: eerste hulp bij onschuld
Sinds je spreekt en al mijn woorden naar me terugwerpt
kan ik niet anders dan bekennen dat wij niet meer zijn
dan een vage benadering van wat wij willen zijn.
En nu je leest en het laatste recht op onbevangenheid
kwijtspeelt hoor ik mijzelf voorzichtig suggereren
dat werkelijkheid een vloeibaar begrip is dat wij
in crikelredeneringen wonen dat spreken baren is
dat woorden of kinderen geen goed of slecht maar eigen
leven leiden en dat ik mij misschien ook nu vergis.
Nu je ons dagelijks in vraag stelt kan ik niet anders
dan bekennen dat je gelijk hebt: dit baren is buitensporig
maar ik neem geen woord terug.
.
En wat dan?
Jotie T’Hooft
.
Het verhaal van Jotie T’Hooft (1956 – 1977) is bekend, op de middelbare school ernstige aanpassingsproblemen; door zijn zwakke resultaten, opstandige karakter en zijn onhandelbaar gedrag van meerdere scholen gestuurd zocht hij zijn heil in drugs, literatuur, poëzie en muziek. Op zijn 14e was hij al verslaafd. Op zijn 17e ging hij op kamers wonen in Gent, verdwaalde daar nog verder in het drugsmilieu en deed hij een mislukte zelfmoord.
Zijn ouders namen hem terug naar zijn geboorteplaats Bevere. Daar brak een periode van relatieve rust aan. In 1975 trouwt Jotie met zijn nieuwe liefde Ingrid Weverbergh. Zijn schoonvader, directeur van uitgeverij Manteau, bezorgde hem niet alleen werk als lector bij deze uitgeverij, maar zorgde er ook voor dat zijn eerste bundel ‘Schreeuwlandschap’ in 1975 gepubliceerd werd.
Het drugsmisbruik bleef echter en in 1977 verlaat Ingrid Jotie en pleegt hij uiteindelijk zelfmoord door een overdosis cocaïne te nemen.
Jotie T’Hooft is in de eerste plaats een neoromantisch dichter en de thema’s in zijn werk zijn dan ook de thema’s uit de deze stijlperiode: het onvervulbare verlangen, de spanning tussen ideaal en werkelijkheid, de droom, het ontvluchten van de werkelijkheid, het verlangen naar zuiverheid. De belangrijkste thema’s bij Jotie T’Hooft, zijn die zaken die een rechtstreekse vlucht vormen voor het bestaan: druggebruik, dood en zelfmoord, erotiek en seks.
Het oeuvre van Jotie T’Hooft is door zijn dood op jonge leeftijd beperkt (tijdens zijn leven verscheen nog ‘Junkieverdriet’ en meteen na zijn dood ‘de laatste gedichten’) maar nog steeds wordt zijn werk verkocht en gelezen.
Uit de bundel ‘Schreeuwlandschap’ het gedicht ‘En wat dan?’.
.
En wat dan?
.
Op een dag zal ik weg zijn en
wat dan? Verdwenen zonder een
teken te geven of te nemen en
het puin dat ik achterlaat is
niet langer lachwekkend.
.
Want wie zoals ik nooit heeft
gebouwen laat niets achter dan
verwachting en verwarring en
wat dan?
.
Wellicht in uw herinnering zal ik
stollen verstijven, niet lang meer
blijven maar verbleken tot verleden
en wat toen? Te doen?
‘Het was waar’ zult gij zeggen ‘hij speelde
met woorden als geen ander maar wat
heeft dat te betekenen’. Zo bleek zal
ik zijn.
.
In u…
.
en wat dan…?
.
Jotie en Ingrid
Dichters, dichters, dichters
En muziek!
.
De stichting Ongehoord! (waar ik secretaris en penningmeester van ben) is de komende maanden weer behoorlijk actief. Op zondag 31 mei en zondag 14 juni staan twee podia gepland met vele dichters en muziek.
Maassluis
Op zondag 31 mei is er in Maassluis, in het Witte Kerkje aan de Constantijn Huygensstraat 1 in Maassluis een podium waar de volgende dichters zullen voordragen:
Roel Weerheijm, Mark Boninsegna, Geraldina Metselaar, Dennis Kras, Sabine Kars, Jaap van Oostrum, Nanneke Beekhuis en Marijke van Geest. Daarnaast is er muziek van Han Remmerswaal en Geza Hargitai. Zij zullen 2 sonates van Bach spelen op fagot en piano. Uiteraard is er voor aanslenterend en aanstormend talent de mogelijkheid 1 of 2 gedichten op het open podium voor te dragen.
Aanvang: 14.00 (Zaal open vanaf 13.00), toegang/koffie en thee: Gratis.
Rotterdam
Op zondag 14 juni is het jaarlijkse Zomerpodium in de Jacobustuin in Rotterdam aan de Jacobusstraat 103-109. Daar zullen de volgende dichters komen voordragen:
Runa Svetlikova en Evy van Eynde (beide uit Vlaanderen), Dean Bowen, Lennart Pieters en Jelou. De muziek komt van Marloes Brouwer. Uiteraard is er ook hier weer een open podium en worden en hapjes en drankjes geserveerd.
Aanvang: 14.00 (Tuin open vanaf 13.00), toegang gratis.
.
Het muzikaalste gedicht
Uit Nederland en Vlaanderen
.
Uit de muzikale bundel ‘Het muzikaalste gedicht, uit Nederland en Vlaanderen’ een gedicht van Menno Wigman. Al eerder plaatste ik hier een gedicht van Menno maar omdat zijn stijl me bijzonder bevalt vandaag dus éen uit deze bijzonder aardige bundel.
het gedicht heet ‘Koopmuziek’ en verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Zwart als kaviaar’ uit 2001.
.
Koopmuziek
.
De moedeloze geilheid van een V&D
op dinsdagmiddag, labyrint van geuren
en gezichten die er niet toe doen, zo vreemd
en leeg dat het je ogen geeft. Er speelt
van alles, het is niets, je hoort muziek
.
en weet niet meer wat erger is: die vieze
melodietjes met hun hese ik van jou
of jij die om een spookbeeld rouwt
en je in een goedkoop gezicht verdiept.
.
(Niet denken nu, niet denken aan die ene
die ’s nachts met haar benen in de lucht
de hemel van een ander openvouwt.)
.
Maar lopen, lopen en verbaasd voorover
vallen in de beste ogen van een ander ik.
.
Een zwemmer is een ruiter
Paul Snoek
.
Paul Snoek (1933-1981) was het pseudoniem van Edmond André Coralie Schietekat (Hij nam de naam van zijn moeder aan Paula Snoeck). Snoek was een van de bekendste dichters en prozaschrijvers van België. Hij debuteerde met de bundel ‘Archipel’ in 1954 en er verschenen in totaal 22 bundels van zijn hand. Tijdens zijn leven ontving hij onder andere de Jan Campertprijs (1971) en de Driejaarlijkse Staatsprijs voor de Vlaamse poëzie (1969) voor ‘De zwarte muze’.
Paul Snoek wordt gerekend tot de vijfenvijftigers (als een reactie op de vijftigers). Zij organiseerden zich rond het tijdschrift Gard Sivik, een naoorlogs avant-garde tijdschrift dat zich ook bezighield met het ethische. Zij zetten zich af tegen de ethische implicaties van de ‘Tijd en Mens’-generatie. Ze gingen op zoek naar meer esthetisch georiënteerde poëzie. Met andere woorden, het ethische was voor hen ondergeschikt aan het esthetische. Zij moesten niets meer weten van een direct engagement. Bij hun ging het om de schoonheid van de gedichten.
Zijn werk is moeilijk bij één stroming in te delen of valt moeilijk onder één noemer te vatten. Begonnen als romantisch dichter, evolueerde hij naar meer agressieve en cynische geschriften. Op het laatste werd hij een gelaten, pessimistisch dichter, in overeenstemming met zijn manisch-depressieve buien.
.
Uit de bundel ‘Hercules’ uit 1960 het gedicht ‘Een zwemmer is een ruiter’.
.
Een zwemmer is een ruiter
Zwemmen is losbandig slapen in spartelend water,
is liefhebben met elke nog bruikbare porie,
is eindeloos vrij zijn en inwendig zegevieren.
En zwemmen is de eenzaamheid betasten met vingers,
is met armen en benen aloude geheimen vertellen
aan het altijd allesbegrijpende water.
Ik moet bekennen dat ik gek ben van water.
Want in het water adem ik water
word ik een schepper die zijn schepping omhelst,
en in het water kan men nooit geheel alleen zijn
en toch nog eenzaam blijven.
Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn.
.
Hommage aan Paul Snoek van Jef Snauwaert (pasteltekening/schilderij op papier, 1983)
.
Met dank aan Wikipedia, DBNL.org en Poezie-leestafel.info
Belofte
Hilde Keteleer
.
De Vlaamse Hilde Keteleer (1955) is behalve dichter ook literair vertaalster uit het Duits en het Frans. Ze is docente aan de SchrijversAcademie in Antwerpen en de gemeentelijke Academie van Ekeren en ze begeleidt literatuurgroepen. In 2001 verscheen haar debuutbundel ‘Al wat winter is en waar’ gevolgd in 2003 door de tweetalige bundel ‘Entre-deux / Twee vrouwen van twee kanten’ die ze samen met Caroline Lamarche uitgaf. In 2004 volgt dan nog de bundel ‘Deuren’ en daarna blijft het stil op het poëtisch vlak. Ze publiceert daarna nog vele vertalingen van romans en verhalen en een eigen roman en reisverhaal maar geen poëzie meer.
Uit haar debuutbundel het gedicht ‘Belofte’.
.
Belofte
Zoals het blanke appelvlees
nog niet tevoorschijn gebeten,
zoals de grand cru in de fles
nog vol met gloed geweten,
zoals het eerste goede vers
nog enkel in het hoofd geschreven,
zoals jouw geschiedenis
nog niet met die van mij verweven,
zo is mij je oksel en je mond:
een geur, een onbetreden grond.
.
Met dank aan Knack.be en Wikipedia.
Het wezen van onderweg
Evy van Eynde
.
Al eerder besprak ik hier de bijzondere bundel ‘Wanneer kom je buiten spelen?’ van Evy van Eynde uit het Vlaamse Rotem. Evy schrijft poëzie zoals ik ze graag lees, het verwonderd en sprankelt. Op haar website https://evyvaneynde.wordpress.com/ staan verschillende mooie voorbeelden. Daarom nogmaals een gedicht van haar hand met als titel ‘Het wezen van onderweg’.
.
Het wezen van onderweg.
Nonsensgedichten
Nico Scheepmaker
.
Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘het lichte gedicht’ De grappiste en gekste gedichten van Nederland en Vlaanderen. In deze bundel tal van heerlijke nonsensgedichten als deze van Ingmar Heytze:
Short rap
De grootste motherfucker
is toch altijd nog je vader.
.
Of deze van Cees Buddingh
.
Zeer vrij naar het chinees
de zon komt op. de zon gaat onder.
langzaam telt de oude boer zijn kloten.
.
Kortom veel gedichten met een vrij hoog meligheidsgehalte. Maar ook prachtige voorbeelden van allerlei grote dichters uit het taalgebied zoals het gedicht ‘Wereldkampioen’ van Nico Scheepmaker.
.
Wereldkampioen
.
Dat hockey met een stokkie wordt gespeeld
en iedereen zich daarbij dood verveelt
is, dacht ik, nu wel algemeen bekend,
al is het een gedachte die nooit went.
.
Wij willen het niet weten, want zo’n sport
komt niet alleen in speelduur al te kort,
maar kampt ook met een uitgedund publiek
dat clublid is dan wel familieziek.
.
Alleen als onze meisjes moeten knokken
– in overigens verrassend korte rokken-
voor ’t wereldkampioenschap met de mof,
is het publiek nog wel bereid te komen
om even bij die meisjes weg te dromen,
al nemen zij de bal nooit op hun slof!
.
Vooruit, nog één om het af te leren van Bert Voeten.
.
Driewieler
geen vier
en geen twee-
daartussenin
.

























