Auteursarchief: woutervanheiningen
Laatste wens
Paul van Vliet
.
Op 25 april overleed Paul van Vliet (1935-2023), cabaretier, schrijver, zanger, stichter van het leukste (en kleinste) theatertje van Nederland Pepijn in Den Haag én ambassadeur van Unicef. Zijn teksten waren menselijk, gevoelig en herkenbaar voor een groot publiek. In De Posthoorn, aan het Korte Voorhout in Den Haag, waar regelmatig het poëziepodium Poëzie in de Posthoorn wordt georganiseerd, had Paul van Vliet een vaste tafel waar hij zijn teksten schreef (tafel 20 in het restaurant, tafel 60 op het terras). Dezelfde plek waar ook Wim de Bie en ook Paul Verhoeven regelmatig werden gespot.
Paul van Vliet schreef naast theaterteksten dus ook liedjes en hoewel deze liedjes geen hogere poëzie zijn, zijn ze wel degelijk poëtisch en hebben ze zich in het collectief geheugen van veel Nederlanders genesteld. Teksten zoals ‘Meisjes van dertig’, ‘Er is nog zoveel niet gezegd’ en ‘Meisjes van dertien’. In 2013 ontving van Vliet de Groenman-taalprijs omdat ‘hij alle lagen van onze taal aanboort en dat doet met een uitgebalanceerde combinatie van humor, weemoed en lichte spot’. Diezelfde lichtheid en milde spot klinkt door in ‘Laatste wens’ waarin hij vooruitkijkt naar zijn eigen sterven. Laten we hopen dat zijn wens geuit in dit liedvers is uitgekomen.
.
Laatste wens
.
Ik ben niet bang
Om dood te gaan
Ik ben alleen maar bang
Voor de manier waarop
Ja goed het is nog niet zover
En als je ‘t niet wilt
Daarover praten
Dat ik liever stop
Dan hou ik er meteen weer over op.
.
Maar toch, je weet het nooit
Het is natuurlijk onzin
Maar je denkt wel es van ‘als’
En ‘hoe’ en ‘wat’
En het is ook daarom dat…
Nee alles werkt nog goed
En functioneert nog
Zoals het moet maar toch…
.
Ja kijk, ik ben zo bang
Dat als het zover is
Dat er dan mensen
Gaan beslissen over mij
Mijn lichaam en mijn leven
En mijn dood
Omdat ze vinden dat ikzelf
Dat niet meer kan
En…dat zíj dat dan…
.
Dus daarom zeg ik het
Je toch maar liever nu
Voor het geval dat
Als ik dan…
Wou ik je vragen of
Jij…als het kan
Ervoor wil zorgen
Dat ik niet in zo’n ziekenhuis
Maar bij ons thuis
En in mijn eigen bed
Op de manier zoals ik wil…
.
Het laatste restje zelfrespect
Dat je een mens moet laten
Is toch, dat hij zelf mag zeggen
Hoe hij wil dat hij vertrekt.
Jij kent mijn lichaam beter
Dan zo’n dokter of zo’n
Zuster met een thermometer
En hoe het met mij gaat
Hoef jij niet af te lezen
Van zo’n apparaat
Jij hoeft mijn hartslag
Niet te meten
Jij zal na al die jaren
Beter weten
Hoe het daarmee staat…
.
Jij hebt het kloppen
Van mijn bloed
In jou gevoeld…, ja toch?
Jij kent mijn adem en mijn angsten en mijn zweet
Jij kent toch ieder plekje van mijn huid
En als iemand weet
Wat ik daaronder voel
Ben jij dat toch…?
.
Dus, als het zover is
Laat mij dan thuis
Dat jij niet op bezóek komt
Maar d’r bént
Gewoon zoals altijd
Mijn eigen bed, mijn eigen huis
Vertrouwd, bekend
.
Ja, God
Ik zit maar wat te zeuren
En het is nog niet zover
Maar goed
Dan weet je ‘t vast
Voor straks
Mijn laatste wens:
Mijn eigen huis
Mijn eigen bed
En jouw intensive care.
.
Sebastiaan
Hans Warren
.
Zoals alles in dit leven staat ook de literatuur onder druk. Ik denk aan de boeken van Roald Dahl waarin, door de invloed van sensitivity readers in het Verenigd Koninkrijk, woorden en uitdrukkingen aangepast moesten worden, de controverse rond de vertaling van Amanda Gormans ‘The Hill We Climb’ door Marieke Lucas Rijneveld en pas geleden nog de ophef over het gedicht dat geschreven zou worden voor de Kinderboekenweek door Pim Lammers. Je zou bijna gaan denken dat poëzie en literatuur er toe doen.
Dat er in andere tijden anders gekeken en gedacht werd over allerlei zaken blijkt voor mij wel uit het gedicht ‘Sebastiaan’ van Hans Warren (1921-2001). Het gedicht werd overgenomen uit zijn ‘Verzamelde gedichten 1941-1981’ in de bundel ‘Ik droeg nog kleine kleren’ Het kind in de Nederlandstalige poëzie uit 1994. Ik vraag me af of de scherprechters van vandaag een dergelijk gedicht niet meteen gecanceld zouden hebben.
.
Sebastiaan
.
Sebastiaan was een knaap
zoals Michelangelo schilderde:
matte huid, befloerste ogen
onder een luifel zwarte krullen.
Hij had altijd iets droevigs
en zijn leden, hoe mooi ook,
waren net iets te zwaar van bouw.
Ontroerend, in een verlaten duinpan,
toen hij voor ’t eerst naakt lag,
zijn heel kleine geslachtsdelen,
nootjes van klootjes,
en in het groefje van zijn eikel
vonkte als diamant een druppel.
.
Nieuwe poëzie
MUGzine #17
.
Eind april, begin mei wordt de nieuwe MUGzine gepubliceerd. Dit keer met poëzie van Marjolijn van Heemstra, Dirk Kroon, Annelies Van Dyck en Lamia Makaddam. Het artwork wordt dit keer verzorgd door Ingrid van den Brand (@ingrid_eyesnacks). Natuurlijk is er een nieuwe Luule en als altijd wordt je meegenomen in de poëzie door onze redactie filosoof Marie-Anne in het voorwoord. Dit keer is de richting die we kozen: Duizelingwekkende deeltjes die twee dingen tegelijk kunnen zijn. We hebben ons laten inspireren door de kwantummechanica en draaien poëtische rondjes om deeltjes die op mysterieuze wijze met elkaar verbonden zijn, ondeelbaar op twee plaatsen tegelijk, lichtjaren van elkaar verwijderd maar innig verstrengeld.
Als voorproefje voor nummer 17 hier alvast een gedicht van de Rotterdamse dichter Dirk Kroon (1946) die een aantal gedichten heeft bijgedragen. Het gedicht hieronder is uit zijn bundel ‘Verzamelde liefdesgedichten – het is nooit volmaakt’ uit 2015 en is getiteld ‘De jaren samen’.
Wil je de MUGzines op papier ontvangen (5 per jaar) lees dan hier hoe je dat regelt. Wil je een mooi overzicht van welke dichters met welke gedichten in de verschillende edities van MUGzine staan kijk dan op de website van het Poëziecentrum Nederland
.
De jaren samen
.
Wanneer ik later aan je denken moet
zoals je in de jaren samen bent geweest,
een warme zee of wiekslag, soms een feest,
lijkt alle pijn die wij ooit leden goed.
.
Het verleden wordt toch altijd zoet
– ik heb het telkens weer gevreesd –
wanneer ik later aan je denken moet
zoals je in de jaren samen bent geweest.
.
Wie zich herinnert, weet dat hij voorgoed
verdwaald raakt in de doolhof van zijn geest,
dat het vergeten toesloeg als een beest.
Ik weet waarvan mijn leven afstand doet
wanneer ik later aan je denken moet.
.
Haat
Gwendolyn Bennet
.
Gwendolyn B. Bennett (1902 – 1981) was een Amerikaanse kunstenaar, schrijver en journalist die heeft bijgedragen aan ‘Opportunity: A Journal of Negro Life’ , waarin de culturele vooruitgang tijdens de Harlem Renaissance werd opgetekend. De Harlem Renaissance was een intellectuele en culturele heropleving van Afro-Amerikaanse muziek, dans, kunst, mode, literatuur, theater, politiek en wetenschap, gecentreerd in Harlem in New York City, verspreid over de jaren 1920 en 1930.
Hoewel ze vaak over het hoofd wordt gezien, heeft ze zelf aanzienlijke prestaties geleverd op het gebied van kunst, poëzie en proza. Ze debuteerde in 1923 met het gedicht ‘Nocturne’ in Opportunity magazine. Haar gedichten werden in meerdere verzamelbundels opgenomen.
In de bundel ‘The Rag and Boneshop of the Heart’ a poetry anthology uit 1992 is ze opgenomen met het gedicht ‘Hatred’. Deze ruim 500 pagina’s tellende bloemlezing van poëzie van alle tijden en uit alle landen is een fantastische bron voor elke poëzieliefhebber. Hierbij het gedicht in het Engels en in een vertaling van mijn hand.
Hatred
.
I shall hate you
Like a dart of singing steel
Shot through still air
At even tide,
Or solemnly
As pines are sober
When they stand etched
Against the sky.
Hating you shall be a game
Played with cool hands
And slim fingers.
Your heart will yearn
For the lonely splendor
Of the pine tree
While rekindled fires
In my eyes
Shall wound you like swift arrows.
Memory will lay its hands
Upon your breast
And you will understand
My hatred.
.
Haat
.
Ik zal je haten
Als een pijl van zingend staal
Door stilstaande lucht geschoten
Bij gelijk tij,
Of plechtig
Omdat dennen nuchter zijn
Als ze geëtst staan
Tegen de hemel.
Jou haten zal een spel zijn
Met koele handen gespeeld
En slanke vingers.
Je hart zal verlangen
Naar de eenzame pracht
Van de pijnboom
Terwijl opnieuw het vuur
In mijn ogen
Je zal verwonden als snelle pijlen.
Het geheugen zal zijn handen
Op je borst leggen
En je zult het begrijpen
Mijn haat.
.
Smaak
Anna Enquist
.
Gisteren zat ik naar de onvolprezen podcast van Daniel Dee en Mark Boninsegna te luisteren. In de laatste aflevering bespraken zij dichters Huub Oosterhuis en de nieuwe Dichter des Vaderlands (aan te treden in september) Babs Gons. Hoe je ook over deze podcast denkt, ik weet dat er mensen zijn die er niets van moeten hebben, de heren geven hun eerlijke mening en laten zich niet beïnvloeden door de algemene smaak of heersende meningen. Dat komt, volgens Dee, doordat zij vooral geïnteresseerd zijn in poëzie die schuurt. Een mooi uitgangspunt vind ik, de algemene meningen over poëzie horen we toch wel en een ‘andere’ mening kan zo heerlijk verfrissend zijn. En ondanks dat ze soms met gestrekt been erin gaan worden hun meningen wel onderbouwd en sparen ze ook zichzelf niet.
Met deze uitzending nog in gedachten las ik de bundel ‘De tweede helft’ van Anna Enquist (1945) uit 2000. Een van haar gedichten is getiteld ‘Smaak’ en in dat gedicht neemt Enquist haar eigen smaak op de korrel, op een manier die elke dichter herkenbaar zal overkomen, mij in ieder geval wel en daar hou ik van.
.
Smaak
.
Het gedicht van de goede smaak
kiest woorden met dubbele bodem,
bescheiden binnenrijmen, beeldspraak
aan banden. Breng het groot
op een regiem van stijlfiguur
en stijgkracht, dan groeit het
met beleid, in slank bestek.
.
Het gedicht van mij vreet zich vol
met rotzooi. Niet doen, zeg ik,
niet die bittere prak, dat droevig
rantsoen verzwelgen. Maar het vers
barst uit de krappe ceintuur
van de regels en smijt zich
tegen de bladzij, onder mijn blik.
.
Nu het nog licht is
Tom van Deel
.
Betty van Rijk stelde voor om het gedicht ‘Dit moment’ van Tom van Deel hier te plaatsen in het kader van dichter op verzoek. Omdat ik dit gedicht al plaatste op 9 juni 2021 zal ik vandaag een ander gedicht van Tom van Deel hier plaatsen. Van Deel (1945-2019) was dichter en literatuurcriticus. Van Deel was van 1969 tot 2008 literair recensent van het dagblad Trouw. Ook was hij een van de oprichters van het literaire tijdschrift De Revisor, waar hij tot 1981 redacteur was. Van 1971 tot 2006 was Van Deel docent moderne Nederlandse letterkunde aan het Instituut voor Neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam.
Van Deel debuteerde in 1969 met de bundel ‘Strafwerk’ waarna nog vele andere dichtbundels zouden volgen. In 1987 ontving hij de Jan Campert-prijs voor zijn bundel ‘Achter de waterval’. Ik heb dus voor een ander gedicht gekozen en wel het titelgedicht van de bundel ‘Nu het nog licht is’ uit 1998.
.
Nu het nog licht is
Nu het nog licht is zou ik graag
een ander willen zijn, een haas
die zich een hoed opzet en man wordt.
Door de spiegel wil ik gaan, raadsels
van aangezicht tot aangezicht
bezien, en weten dat ik niet alleen
een haas ben maar in ’t licht van deze
spiegeling een man met hoed, een ander
dan men kent, niet bang voor jagers
of voor strikken, mijn eigen jager zelfs
mijn eigen strik verschijnt daar
in het licht als man met hoed.
.
Bijna 50
Peter van Lier
.
Peter van Lier (1960) studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam, maar besloot zich als dichter en essayist verder te ontwikkelen. Zijn werk verscheen onder meer in: Nieuw Wereldtijdschrift, Optima, De Zingende Zaag, De Gids, De Vlaamse Gids, Tirade, De Revisor, DW B, Het Liegend Konijn, Kluger Hans, Poëziekrant en Parmentier.
Van Lier debuteerde als dichter in 1995 met de dichtbundel ‘Miniem gebaar’. Voor zijn werk ontving hij de Poëzieprijs van de Vlaamse Gids ( voor zijn debuut) en de Jan Campert-prijs. Zijn bundel ‘Zes wenken voor muggen aan de deur’ was kwartaalkeuze van de Poëzieclub.
In 2016 verscheen zijn bundel ‘Laaglandse remedies’ waar een gedicht in staat dat voor een aantal personen dit jaar opgaat waaronder Marie-Anne, mede initiatiefnemer van MUGzine. Het gedicht is getiteld ‘Bijna 50’.
.
Bijna 50
.
Om te beseffen:
natuur piekert niet.
.
Mijn vriendin keert terug van een
cursus
enten,
.
zo
gedecideerd. Waarom treuren over de afwezigheid van
bijen, want
.
ook
in stilte zullen door de
knieën
.
gaan: de velen tot
watertanden bereid.
.
Onvast land
Michael Vandebril
.
In 2012 debuteerde de Vlaamse dichter Michaël Vandebril (1972) met de poëziebundel ‘Het vertrek van Maeterlinck’ waarvoor hij de Herman de Coninck Debuutprijs kreeg en een nominatie voor de C. Buddingh’-prijs. In 2014 schreef hij een jaar lang ‘achterafgedichten’ voor het dagblad De Morgen. Zijn poëzie werd in acht talen vertaald. In 2016 verscheen zijn tweede bundel ‘New Romantics’ en in 2021 zijn vooralsnog laatste bundel ‘Op de weg van Appia’. Ook maakt hij deel uit van het Europese poëzieplatform Versopolis, een Europees platform voor jonge en opkomende Europese dichters.
Ik schafte pas geleden zijn bundel ‘New Romantics’ aan, een bundel vol verraderlijke, bedwelmende gedichten die de geest ademt van romantische dichters als Gilliams, Rilke en Baudelaire en die tegelijkertijd verwijst naar de hypnotiserende new wave en synthpop uit eind jaren zeventig en begin jaren tachtig, zo lees ik op de achterflap. Als ik het omslag bekijk heb ik meteen een idee, ABC, Jean Michel Jarre, OMD, Ultravox, Blancmange, Culture Club, mijn LP verzameling kent al deze namen. In de bundel vele verwijzingen naar deze periode (de opdracht voorin is van Visage uit ‘Fade To Grey’ hear the notes from a distant song.
Uit deze intrigerende en ook herkenbare bundel (muzikaal gezien) een gedicht dat niet meteen aansluit bij deze stroming maar meer neigt naar de romantische dichters uit eind 18e en begin 19e eeuw stammen.
.
Onvast land
.
er welt een wereld in de krul van je lippen
waar geen kaart me naartoe leiden kan
de zee loopt leeg naar dit onvast land
waar kinderen en dieren verdrinken
ik lig erbij als een leeggespoelde schelp
en wacht tot de klokken luiden en ze luiden
helder en hard de echo’s van je hart
dat opent als een lotusbloem blad voor blad
kwade tongen verstommen in dit droomland
waar geluk een engel is die je vraagt
kan je mijn borsten voelen als ik je omhels?
veel meer dan dat (geschrapte regels)
.
Doe het toch maar
Babs Gons
.
Dichteres Babs Gons (1971) is vanaf september van dit jaar twee jaar lang Dichter des Vaderlands. Zij volgt in die functie Lieke Marsman op. Het selectiecomité voor de Dichter des Vaderlands noemt Gons „een dichter die bevlogen en betrokken woorden weet te geven aan wat er leeft in deze tijd, in een samenleving die zij vol overtuiging bij de poëzie betrekt”.
Gons is schrijver, performer, theatermaker en schrijfdocent. Ze treedt regelmatig met haar poëzie op in binnen- en buitenland, op festivals en literaire evenementen in onder meer Zuid-Afrika, Sudan, Curaçao en Brazilië.
In 2018 schreef ze naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen het gedicht ‘Als je niet gaat stemmen’, dat ik een zeer krachtig gedicht vind. In 2019 stelde ze ‘Hardop’ samen, de veelbesproken bloemlezing van Nederlandse spoken-word-poëzie. Ze ontving voor haar werk meerdere onderscheidingen, waaronder in 2018 een Black Achievement Award in de categorie Kunst en Cultuur. In 2021 schreef ze het Boekenweekgedicht ‘Polyglot’.
In 2021 kwam haar debuutbundel uit getiteld ‘Doe het toch maar’ waarmee ze haar naam vestigde. En nu is ze dus verkozen tot Dichter des Vaderlands. Uit deze bundel het gelijknamige (titel) gedicht.
.
doe het toch maar
zeg dat maar tegen jezelf
op die momenten dat je niet meer weet
waar je het voor doet
waarom je soms weken, maanden
soms zelfs jaren
aan het kauwen bent op een mond vol klank
waarom je zoveel moeite doet
om de beelden uit je hoofd te vertalen
en verhalen te vertellen
die zich door je huid
een weg naar buiten dringen
doe het toch maar
moet je af en toe in de spiegel fluisteren
als je ziet hoe de late avonden
de gebogen houding
de eenzaamheid
de felle lampen en
slecht geventileerde kleedkamers
hun sporen achterlaten op je lijf
op je huid van je gezicht
hoe je je keer op keer begeeft onder het oordeel
van een ieder wiens ogen
blijven haken achter wat ze zien
een ieder
die maar de behoefte voelt
iets van je te maken en te vinden
en dat hartgrondig te delen
met de rest van de wereld
doe het toch maar
ook al lachen ze je kunst uit
bezuinigen ze je werk weg
vinden ze je een linkse hobby
vinden ze dat je maar normaal moet doen
doe het toch maar
schrijft dat voor jezelf op een briefje
als de verleiding groot is om iets te gaan doen
waarvan je zeker weet dat je
volgende maand de huur kan betalen
en je zoon straks kan gaan studeren
doe het toch maar, herhaal het tegen jezelf
als je je weer eens realiseert
dat je de wereld nooit zal kunnen veranderen
met een handvol kunstzinnige gerangschikte zinnen
geen oorlog zul je ermee beslechten
geen hart zal door jou niet breken
je zal de eenzaamheid van de buurvrouw
niet kunnen wegschrijven
en de rot ziekte van een geliefde niet genezen
wat is het dan in hemelsnaam waard?
doe het toch maar
ook nadat je tot bloedens toe
op de deuren hebt geklopt die dicht voor je blijven
bouw je eigen huizen
wacht niet tot ze je uitnodigen
vier je eigen feestje
doe het toch maar
klim maar uit bed op die ochtenden dat
de vermoeidheid je hoop en ledematen lam legt
ook als je denkt dat de wereld je niet lijkt op te merken
en nog minder zitten wachten
op jou en je verhalen
vertel ze toch maar
doe het gewoon
want ergens weet je
dat dit het enige is waardoor je
in vrede met jezelf en de wereld kan leven
.
.













