Categorie archief: Bibliotheken

Spoken word

Myron Hamming

.

Ik schrijf zo nu en dan over spoken word. Nu is dat ook niet meteen mijn specialiteit of heeft het mijn voorkeur als het gaat om poëzie, maar interessant vind ik het wel. Toen ik nog poëziepodia organiseerde met poëziestichting Ongehoord! in de bibliotheek van Rotterdam nodigden wij ook met enige regelmaat spoken word dichters uit. Ook de deelnemers van de Poëziebus die daar optraden hadden vaak een spoken word achtergrond.

Spoken word zie ik als afdeling van het warenhuis dat poëzie is (met al haar onderdelen, variëteiten, afdelingen en shop-in-shops) maar er zijn verschillen met de klassieke poëzie (ook die in de vrije vorm). Bij spoken word gaat het om de voordracht. Om de performance en het ritme. Je vertelt een verhaal  waarvoor je niet alleen je woorden, maar ook je lichaam en gezichtsuitdrukking gebruikt. Dat kan heel mooi en indringend zijn, een totaalbeleving, theatraal en overtuigend, maar ik zie toch te vaak dat al deze elementen tenkoste gaan van de poëtische kracht van de tekst.

Spoken word dichter Myron Hamming (1994) zegt daarover in de Flow: “Je zou spoken word poëzie met een verhaal kunnen noemen. Een persoonlijk verhaal, verteld met het hart, ‘met soul’. Spoken word is allereerst geschreven voor het podium, voor een publiek. Ritme is daarom belangrijk net als klank en timing. In een samenleving die verhardt, biedt spoken word hoop en verbinding.”

Ook dichter der Nederlanden Babs Gons (1971) is begonnen als spoken word dichter en performer. Maar uiteindelijk is zij ook als gepubliceerd dichter gedebuteerd in 2021 met de bundel ‘Doe het toch maar‘. Blijkbaar is de wens van veel spoken word dichters toch om ooit vereeuwigd te worden op papier. Op video is dit natuurlijk veel makkelijker; je begint een YouTube kanaal en filmen maar.

Dat de verstrengeling tussen de twee, of zoals ik al schreef spoken word als deel van de poëziefamilie, steeds meer vorm krijgt blijkt ook uit de podia en festivals waar dichters acte de présence geven en gevraagd worden. Ook in de teksten van spoken word dichters zie ik iets veranderen, ze worden minder persoonlijk en verhalend en meer poëtisch en verdichtend. Dat zie je ook in het gedicht ‘We zagen lichtpuntjes in de verte en noemden ze toekomst’.

.

We zagen lichtpuntjes in de verte en noemden ze toekomst’

.

hier binnen in de ruimte
die je herinnert met groots gemak
leg ik alles neer dat je mist
alles dat je voelde
alles dat je zag

vouw ik hier zacht in de naden en kieren
hier binnen
schijnen wij nog
omdat jullie weigeren te vergeten
want enkel hier
geloof ik niet in eindes

zolang ik durf te wachten op het eerste dauw
durf te verlangen
en te flirten met het eerste licht
als lichtpuntjes flikkerend in de verte
als steden op randen van kusten
om op te vallen

in die verte
aan dezelfde kust
aan dezelfde rand van het podium
zijn we weer een avondlang ons eigen dorp
onze eigen stad onze eigen wereld en dat verhaal vertellen we
samen als één gezicht één stem
door de bas die in oren zoemen blijft
door de kelen schor en de stemmen weg

waar zich een wereld afspeelt en waar dat ook is
waar de klok even vergeet mee te slaan
waar de tijd even hikt en hapert
waar het niet uitmaakt hoe donker het buiten is
het licht blijft hier

in die tussentijd vertellen we samen ons verhaal
kijken we samen uit over de lichtpuntjes flikkerend in de verte
en noemen ze toekomst
en doen we dit
voor dat ene moment
en dat moment is ons alles waard
want daar zijn we nooit echt weggeweest
daarvoor ligt hier
teveel van ons achtergelaten
en is hier
teveel dat op ons wacht

.

Vingersporen

Iduna Paalman

.

Afgelopen week liep ik in de boekwinkel die samen met de bibliotheek Amstelveen gehuisvest is in een gezamenlijk pand en dan ga ik altijd even op zoek naar de poëzieafdeling. Nou ja afdeling, meestal zijn het een paar plankjes met poëziebundels. In het geval van deze boekhandel waren het drie plankjes, niet veel maar wie het kleine niet eert.

Tussen de bekende titels ook een aantal titels van plaatselijke dichters en de bundel ‘bewijs van bewaring’ van Iduna Paalman uit 2022. Nu heb ik deze bundel maar op dit exemplaar was een ‘Libris-tip aangebracht (op een wikkel om de bundel). Ene Nikki Srofice schreef daarop: “Al sinds 2019 ben ik fan van Iduna Paalman om haar teksten die maatschappelijk zo urgent voelen en me dwingen om steeds opnieuw te lezen en steeds iets nieuws te ontdekken + winnaaer J.C. Bloem-Poëzieprijs”.

Dat laatste heeft Nikki er denk ik bij geschreven als extra bewijs dat deze bundel echt de moeite waard van het lezen is. Dat ben ik met haar eens. Thuisgekomen heb ik deze bundel van Iduna Paalman (1991) er nog eens bij gepakt en wat Nikki schrijft dat klopt wel. Daarnaast bevat deze bundel prachtige gedichten zoals het gedicht ‘Vingersporen’. Of wat Nikki schreef ook voor dit gedicht opgaat weet ik niet maar dat doet er ook eigenlijk niet toe. Een fraai gedicht is het.

.

Vingersporen

.

Je hebt me intussen in de gaten

ik speel voor doedel en voor droel op het schavot

er zijn maar weinigen die zelfs het gat bezaten

van mijn hemd want alles vernielt zichzelf eerst zachtjes en is dan gewoon kapot

.

ik weet: ik ben de afgeleide van de publieke smaak

een voetenbank voor alles wat loom naar ontwarring ligt te happen

ik veracht de oude planken en bemin ze veel te vaak

ik struikel nooit maar krijg wel bijna wekelijks de klappen

.

er is iets wat je weten moet maar ik vertel het niet

het doet al lang de ronde in twee stilgelegde magen

er is altijd eentje die met valse tong het hoogste biedt

en het is waar: ik herken de kiezen en het slikken en de kalme vragen.

.

Heet me welkom, weet: ik houd voor jou al jaren mijn vingersporen bij

en er is niemand voor wie de strafverhoging feller blonk dan nu, voor mij.

.

Gelijk de Phoenix

Jaap van Yperen

.

Van mijn collega kreeg ik een, door de bibliotheek Rotterdam, afgeschreven tijdschrift met de titel ‘Vlaardingen vooruit’ dat werd uitgegeven ter gelegenheid van de grote tentoonstelling , welke gehouden werd van 3 tot en met 14 augustus 1946. Volgens het redactionele stukje voorin had dit blad tot doel de ontwikkeling der gemeente Vlaardingen in de loop der jaren te demonstreren. Van een klein vissersdorp aan de Maas werd Vlaardingen tot de derde (!) zeehaven van Nederland en een belangrijk industriecentrum.

Toen ik dit las moest ik meteen aan iets denken uit 1997. In dat jaar werd ik directeur van de bibliotheek Maassluis en Maasland. In de bibliotheek stond een kast vol boeken in het Fries. Ik verwonderde mij hierover en mijn collega’s wisten mij ook niet meer te vertellen dan dat er veel vraag was naar Friese boeken. Later begreep ik dat na de tweede wereldoorlog er heel veel mensen uit het noorden van Nederland (Groningen, Friesland en Drenthe) naar het Rijnmond gebied waren getrokken omdat er hier heel veel werk was te vinden. Het belangrijke industriecentrum in Vlaardingen zal hierin ongetwijfeld een rol hebben gespeeld.

Terug naar ‘Vlaardingen vooruit’. Op pagina drie onder het redactioneel commentaar en de woorden van de toenmalige burgemeester is een gedicht geplaatst van ene Jaap van Yperen (1901-1972). Jaap van IJperen (van Yperen was zijn pseudoniem) schreef voornamelijk sonnetten. Hij was zeeman en arbeider op een scheepswerf. Hij debuteerde in 1945 met de bundel ‘Blauwe lucht’ en pas in 1956 verscheen zijn tweede bundel ‘De Aeolusharp’. In 1968 verscheen ‘Twee vrienden op een havenhoofd’ maar daarvan ben ik niet zeker of het poëzie was en in 1971 verscheen, onder auspiciën van de Culturele Raad van Vlaardingen, ter gelegenheid van de 70e verjaardag van de dichter ‘Archief 70 gedichten’.  In 2001 verscheen ten slotte postuum nog, in beperkte oplage, in Vlaardingen een bundeltje ‘Heimwee’.

In ‘Vlaardingen vooruit’ is zijn sonnet ‘Gelijk de Phoenix’ opgenomen, een gedicht dat vlak na de oorlog, nog duidelijk de oorlog als onderwerp heeft.

.

Gelijk de Phoenix

.

Ik hoor de lichte golfslag breken tegen

De sterke kademuren waar voorheen

Je vissersvloot zo dikwijls heeft gelegen

Maar ach, dat is al weer zo lang geleên

.

Toen is de oorlog over ons gekomen,

De vijand nam je schepen één voor één.

Zullen wij van ’t verleden blijven dromen

Of onze blik der toekomst richten heen?

.

Nu loop ik langs je lege kaden, zoekend,

Vergeefs misschien, ’t verloren paradijs.

Maar een legende die ik eenmaal las

.

Spookt door mijn hoofd, en in mijzelve vloekend

Den ik; mijn oude Vlaardingen herrijs,

Gelijk de Phoenix uit zijn eigen as.

.

 

Jonge stadsdichter

Anu Soerjoesing en Govert van de Velde

.

Al verschillende malen uitte ik mijn ongenoegen over het feit dat na Harry Zevenbergen (1964-2022) die stadsdichter was van Den Haag van 2007 tot 2009, er geen stadsdichter meer is geweest in de hofstad. Daar is sindsdien en ondanks mijn oppositie (en die van verschillende dichters) niets aan veranderd. Maar er gloorde hoop toen in 2023 Chelsy Valentina de eerste jonge staddichter van Den Haag werd, gevolgd in 2024 gevolgd door Adelina Ignat.

En nu, in 2025 zijn twee nieuwe Stadsdichters gekozen uit een groep van acht finalisten van vijftien middelbare scholen die dit jaar meededen aan de Jonge Stadsdichter Scholenwedstrijd, door de vakjury van dit jaar, bestaande uit Amara van der Elst, Mahat Arab en Dichter des Vaderlands (Dichter der Nederlanden) Babs Gons.

De twee nieuwe jonge stadsdichters zijn Anu Soerjoesing (16 jaar) en Govert van de Velde (13 jaar).  De organisatie Jonge Stadsdichter is een samenwerking van de gemeente Den Haag, Huis van Gedichten, Bibliotheek Den Haag en het Literatuurmuseum.

Het gedicht waar Anu Soerjoesing mee won is getiteld ‘Ik weet’ en het winnende gedicht van Govert van de Velde is getiteld Wat is Den Haag? Of beter wie is Den Haag?

.

Ik weet

.

het landschap van boven
Straten kijken toe
Het licht straalt als een grasveld
De stappen zijn zwaar, een hand raakt de wolken aan
Ik ben de reus die lacht, vloeiend
en genadeloos

.

De grond trilt onder mijn voeten
maar de vogels vliegen niet weg
Mijn schaduw strekt zich uit over de wereld
het licht schijnt door

.

De wind raast over mijn lichaam
danst in mijn longen
een bekende tol van zuurstof

.

Niemand mag mijn vrijheid afpakken
zelfs niet ik

.

Het licht inspecteert
nieuwsgierig en stil
maar ik weet dat het groene licht
stiekem, naar mij lacht

.

Ooit ga ik vliegen

.

De laatste dichters

The Last Poets

.

Ik ben de roman ‘De laatste dichters’ van Christine Otten (1961) aan het lezen uit 2004. Deze roman gaat over een groep dichters uit die bekend zijn geworden onder de naam ‘The Last Poets’. Ze beschrijft hun levensverhalen, over hun jeugd in de getto’s, hun liefdes, successen en nederlagen. Het boek springt van de jaren ’50 naar de jaren ’00 naar de jaren ’70 en weer terug naar de jaren ’60 enzovoorts. In het boek leer je de dichters kennen. mensen  als Omar Ben Hassen, Felipe Luciano,  Abiodun Oyewole, Gylan Kain en David Nelson komen voorbij maar ook allerlei mensen als producers, journalisten en familieleden. De verhalen lopen door elkaar heen en al lezend begin je een rode draad te zien van verhalen van een aantal hoofdpersonen.

The Original Last Poets werden opgericht op 19 mei 1968, de geboortedag van Malcolm X , in Mount Morris Park (nu bekend als Marcus Garvey Park ) in East Harlem , New York City. De oorspronkelijke groep bestond uit Gylan Kain, Alafia Pudim (Felipe Luciano) David Nelson en Abiodun Oyewole. De groep ontstond via een Harlem writers’ workshop uit 1969, bekend als East Wind. Op 24 oktober van dat jaar trad de groep op in het baanbrekende New Yorkse televisieprogramma Soul! . The Last Poets droeg “Wake Up, Niggers” bij aan de soundtrack van ‘Performance’ , een film uit 1970 met Mick Jagger.

In de jaren 80 en daarna kreeg de groep echter bekendheid met de opkomst van hiphopmuziek , en werd vaak genoemd als grootvaders en oprichters van deze, toen nieuwe beweging. In de loop der jaren wijzigde de formatie nog al eens onder andere door gevangenschap (Oyewole) en overlijden (Sulaiman El-Hadi). Toch bleven veel van de leden actief tot ver in de 21ste eeuw. Door de jaren heen bleven Jalaluddin Mansur Nuriddin ( Lawrence Padilla) en Suliaman El-Hadi als kernleden over terwijl andere leden kwamen en gingen.

‘De laatste dichters’ bevat niet alleen de levensverhalen van The Last Poets, maar ook veel van hun teksten en gedichten. Een van deze gedichten (niet toevallig over een bibliotheek) wil ik hier met jullie delen. Het betreft ‘The Library’ uit 1968 geschreven door Felipe Luciano, een van de originele grondleggers van de Last Poets, van het album ‘Right On!’  uit 1968.

.

The Library

.

I’ve kissed books before

Held them close to my brown skin

Learning when my mother got moody at the end of every month

But they never taught me how to fight

Or how to run from cops

Zig zag

Zig zag

Taught me to know

But not to believe

Mum’s believe is in God

I believe in revolution

We both believe in something devoutly

.

Schatplicht

Albert Hagenaars

.

Van de in Bergen op Zoom geboren en wonende dichter Albert Hagenaars (1955), die als dichter een bijdrage leverde aan MUGzine #25, kreeg ik een aantal bundels opgestuurd. De eerste die ik ter hand nam was meteen ook zijn meest recente uitgave (2023) getiteld ‘Schatplicht’. Dit keer geen dichtbundel maar een bloemlezing van zijn literaire werk aan de hand van fragmenten uit boeken, ongepubliceerd werk als dagboekbladen en reisverslagen, overzichtslijstjes, interviews en tal van foto’s.

Deze bloemlezing omvat alle hierboven genoemde onderdelen van 1977 tot 2023. Het boek begint met een stuk over A.I. Niet de A.I. die je verwacht (artificial intelligence) maar die van Aanschaf Informatie. De eerste keer dat ik van Albert Hagenaars hoorde was toen hij de A.I. schreef voor NBD Biblion (op basis van aanschaf informatie bepalen bibliotheken welke boeken ze kopen) van mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert‘. Inmiddels heeft hij meer dan 1400 aanschaf informaties geschreven, aanvankelijk over poëzie, met name Vlaamse dichters, later ook over kunstboeken (Hagenaars is naast dichter ook beeldend kunstenaar en galeriehouder) en reisliteratuur.

Verder een aantal interviews (Haagse Courant, Meander, met een Engelse interviewer Neil Leadbeater), dagboekfragmenten, Hagenaars visie op een passie hebben voor boeken, over recenseren en over poëzie vertalen. Een stukje over de twee keer dat hij deelnam aan een poëziewedstrijd (en beide keren in de prijzen viel), een overzicht van zijn poëzie in de openbare ruimte ( in Bergen op Zoom kom ik regelmatig een gedicht van zijn hand tegen op een gevel van een gebouw), romanfragmenten en zo kan ik nog wel even door gaan.

Als je een interessant boek wil lezen over een dichtersleven met alle ins & outs dan kan ik je ‘Schatplicht’ zeer aanraden. En om het helemaal af te maken zijn ook nog eens een groot aantal gedichten opgenomen die in de loop der jaren verschenen in zijn poëziebundels. Maar ook het gedicht ‘Onder de sneeuw’ dat verscheen op de website van Meander bij een interview dat Alja Spaan met Albert Hagenaars had in 2022.

.

Onder de sneeuw

.

Paul Celan

.

De woorden verliezen warmte

en kleur, zetten zich schrap

op de richel van de zegging,

.

schrappen dan elkaar

weg

waar ze winnen aan belang.

.

Hij schrijft zich uit de sneeuw

en verduistert wat hij zag

toen ze hem zagen.

.

Pijn is geen emotie, liefde

.

geen redding.

.

Charlotte Van den Broeck

Plakboel

.

Afgelopen zaterdag was ik ’s middags in de bibliotheek Utrecht aan het Neude. Er was daar een programma in het kader van de Poëzieweek 2025 met onder andere een lezing van Steven Van de Putte over zijn boek ‘Iedereen stadsdichter’ (dat ik helaas niet redde) en Charlotte Van den Broeck (1991) zou haar Poëzieweekgeschenk ‘Plakboel’ komen voordragen. Hoewel er wat ruis was (het was in de openbare ruimte van de bibliotheek) deed dit niets af aan hoe prachtig de performance was van Charlotte. Zo mooi dat ik ben blijven zitten nadat ze het een keer had voorgedragen om het nogmaals te beluisteren.

Charlotte vertelde dat ze deze performance een keer eerder had gedaan in een klein theater. Dat het daar nog beter tot zijn recht komt is zeker. Ik heb oprecht genoten van deze bijzondere performance van poëzie en muziek. Gelukkig voor jullie heb ik een kort fragment gefilmd dat je hieronder kun bekijken en beluisteren.

.

 

New York Botanische tuin

Poëziewandeling

.

In de Botanische tuin van New York is het mogelijk een African American Garden Poetry Walk te lopen. Op de website van het NYBG geeft Dante Micheaux, programmadirecteur van de Cave Canem Foundation, een introductie. Hierin staat hij stil bij de betekenis van de bijdragen aan de Amerikaanse poëzie door vertegenwoordigers van de Caribische literatuur en hoe zij die verbinden met de flora en fauna (hij spreekt tenslotte vanuit zijn functie bij de botanische tuin).

Als eerste voert hij Derek Walcott uit Saint Lucia op. Hij schrijft over hem: “Hoe zijn poëzie bewijst dat het Caribische leven en de cultuur doordrenkt zijn van de natuurlijke wereld. Zijn voorlaatste bundel gedichten, ‘White Egrets’, werd in feite geïnspireerd door de flora bij de huizen van zijn dochters, ‘soms puta-bomen of flamboyanten of immortelles’, die in hem een ​​fysieke sereniteit teweegbrengen. In een gesprek sprak hij over gedichten die een herinnering van verwachting bevestigen en het is deze houding die ik hoop dat de gedichten die zijn samengesteld voor  African American Garden: The Caribbean Experience zullen overbrengen; dat de flora die in de gedichten verschijnt, en ook in de tuin zelf, plaatsen van herinnering en portalen worden naar een tijd of plaats die speciaal is voor elke individuele bezoeker.”

De gedichten die in de tuin zijn aangebracht zijn in het Engels, Spaans en Haitiaans Creools, van dichters als Desiree C. Bailey, Louise Bennett, Gustavo Pérez Firmat, Rico Frederick, Jane Alberdeston Coralin en Marie-Ovide Dorcely.

Desiree C. Bailey komt uit Trinidad en Tobago en Queens, New York. Ze debuteerde met de bundel ‘What Noise Against the Cane’, dat de Yale Series of Younger Poets Prize won en een finalist was voor de National Book Award for Poetry. ‘What Noise Against the Cane’ stond op de longlist voor de International Dylan Thomas Prize en de OCM Bocas Prize for Caribbean Literature en werd geselecteerd als een van de beste boeken van 2021 door de New York Public Library.

Desiree was de eerste Writer-in-Residence aan de Clemson University van 2022-2024. Ze is assistent-professor poëzie in de MFA for Poets and Writers aan de University of Massachusetts Amherst. Het gedicht ‘A Retrograde’ komt uit haar debuutbundel.

.

A Retrograde

.

She crept into my room, took me outside into the mosquito night thick with the gutted hums
of fishermen’s wives, piercing the flesh of a sleep walking sky.She taught me that cobwebs are hammocks for spirits, a stop along the way to rest their weary
skins, a knot on the thread of their pilgrimage to a place they had almost touched once.

In those days, a village could grow legs. Wedge itself deep into the throat of mountains
where horses couldn’t smell it, where footsteps couldn’t sear its memory onto
peeling roads.

                             The orchids have teeth
the machetes are ornaments
rusting upon the walls.
Dear mama:       I want to build you a temple
                             The orchids have teeth
the machetes are ornaments
rusting upon the walls.
I want to build you a temple
.
                              On the ocean roams a shadow of splinters
the fish are hurling themselves onto the shore
the shore will break into birds of dust
Dear mama:       the scales are mirrors
blinding the sun.
On the ocean roams a shadow of splinters
how will I swim to you
when the day is done?
.

Albert Hagenaars

Snijpunt Snijvlak

.

Albert Hagenaars (1955) ken ik al lang als dichter, schrijver en recensent van NBD Biblion (werk dat, schande!, tegenwoordig door AI wordt gedaan), zo schreef hij de aanschaf informatie voor mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’.  Maar ik ken hem ook uit Bergen op Zoom waar hij zijn culturele activiteiten als beeldend kunstenaar en galeriehouder begon (en waar ik regelmatig een gevelgedicht van hem tegen kom).
In 1980 koos hij echter voor de literatuur. Literair werk van zijn hand verscheen in tijdschriften als De Tweede Ronde, Literair Akkoord, Maatstaf en Raster. En nu ook in MUGzine nummer 25

Enkele bundels verschenen integraal in een andere taal: het Engels, Frans, Indonesisch en Roemeens, losse gedichten ook in het Duits, Pools en Spaans.
In MUGzine #25 verschenen twee nieuwe gedichten (een dubbelgedicht) van hem getiteld ‘Snijpunt Snijvlak’ te lezen op mugzines.nl  en uiteraard in de papierenversie van MUGzine. Omdat niet iedereen dit leest hieronder deze gedichten.

.

SNIJPUNT

Dit woord of die woorden?

Deze borst en benen of dat lijf?

Taal kent geen grenzen,

zij steekt ze in gedachten over

in andermans verstijven.

Liefde zonder keuze is taal

gezwollen van tekort

in man na man na vrouw,

op het snijpunt van het lot.

Albert Hagenaars

SNIJVLAK

Deze woorden of dat woord?

Dit lijf of die borsten en billen?

Liefde kent grenzen,

hij denkt aan andervrouws taal

tussen zwellende lippen.

Niet talen naar een keurslijf

is graaien voor wie zich verliest

in vrouw na vrouw na man,

op een snijvlak van een toeval.

Albert Hagenaars

.

Siberië

Bart Moeyaert

.

Ik was van de week weer in Het Predikheren, de bibliotheek van Mechelen in Vlaanderen en uiteraard bezoek ik dan de poëzieafdeling. En het is met recht een afdeling want meerdere kasten vol poëziebundels. Daar bladerde ik door een bundeling van Vlaamse dichters en kwam het gedicht ‘Siberië’ van Bart Moeyaert (1964) tegen. Bij het lezen van een titel als ‘Siberië’ kun je allerlei gedachten hebben. Ik ook, maar de gedachte aan liefdesgedicht was daar, moet ik eerlijk toegeven, niet één van. Toch weet de Vlaamse dichter Bart Moeyaert in zijn gedicht een aspect van Siberië te nemen om een liefdesgedicht mee te schrijven; de kou.

Het gedicht komt oorspronkelijk uit de bundel ‘Verzamel de liefde‘, zijn debuutbundel uit 2003.

.

Siberië

.

Geef me je jas

van bont van teddyberen.

Sla je arm om me heen

en al je winterkleren.

Zoen me tot ik warm word.

Zoen me tot ik spin.

Trek je eigen huid dan uit,

stop mij eronder in.

Sus me met je hartslag.

Wij ons wij ons wij ons.

Maak van dit veel te grote bed

een heel klein fort van dons.

.