Categorie archief: Dichter in verzet
120% Rotterdammer
Jeroen Naaktgeboren
.
Uit mijn boekenkast vandaag een heel aardig bundeltje met de titel ‘120% Rotterdammer’ gedichten en gedachten uitgegeven de SP in Rotterdam in 2005. De SP vroeg dichters, columnisten en andere creatievelingen stelling te nemen tegen de zogenaamde 120% regeling die alle Rotterdammers die minder dan 120% van het minimumloon verdienen tot ongewenste vreemdeling zou verklaren. Bekende en minder bekende Rotterdamse dichters gaven hieraan gehoor zoals onder andere Jana Beranová, Joz Knoop, Edwin de Voigt, Juan heinsohn Huala, Amir Afrassiabi en Menno Smit.
En Jeroen Naaktgeboren van de Woorddansers, de eerste stadsdichters van Rotterdam. Het gedicht ‘Percentagegewijs’ is het eerste uit deze bundel.
.
Percentagegewijs
.
De auto van mijn buurvrouw is voor 70% van haar
De tramconducteur heet voor 25% arbeidsongeschikt
In mijn buurt is 50,2% van de woonachtige mensen man
5% van de kinderen zijn meer op MSN dan op het plein
Het percentage werkzoekenden in mijn wijk is 15
5,3% van de Overschiese bevolking valt onder ‘overig rijk’
Met 2% van mijn huidige salaris kan ik op vakantie
Van Kralingen-Oost behoort 7,1% tot etnische minderheden
Voor mijn theorie-examen mocht ik 10% fout beantwoorden
In 2002 koos 6,5% van het Noordereiland voor de SP
.
Met vier bakken koffie en een bic pen
kon ik op papier niet duidelijk maken
hoe mijn buurman 120% moest zijn,
in de statistieken vond ik niets terug
.
we telden elkaar
één bij één op
kwamen tot twee,
te delen naar samen
.
100% tevreden
120% verbaasd
.
Een dichter in oorlog
Frederick William Harvey
.
Frederick William Harvey werd geboren in 1888 en volgde onder druk van zijn familie een opleiding tot advocaat. Omdat zijn hart bij de poëzie lag en niet bij het leven van een jurist zakte hij voor zijn examen. Hierop werd hij naar een intensieve rechtenopleiding in Londen gestuurd waar hij uiteindelijk slaagde in 1912. Bij thuiskomst begon hij met flinke tegenzin in zijn eigen advocatenpraktijk.
Op 8 augustus 1914, vier dagen nadat Engeland Duitsland de oorlog had verklaard, schreef Harvey zich in bij het leger. Waarschijnlijk schreef Harvey zich vooral in om aan zijn beroep als advocaat te ontsnappen. “Daarnaast was het normaal om als goed opgeleide man zich in te schrijven” vertelt hij. “Dit werd gezien als een zeer patriottisch iets om te doen.” De meeste mannen twijfelden dan ook geen moment en schreven zich zo snel mogelijk in. “Iedereen dacht ook dat de oorlog zo voorbij zou zijn. Dit wereldconflict zou uiteindelijk vier jaar duren.” Harvey, die zo hoog opgeleid was en daarom meteen officier had kunnen worden, weigerde deze functie en hij was niet de enige. “Naarmate de oorlog voortduurt werden veel mannen gepromoot tot officier maar sommigen weigerden deze functie. Zij bleven liever soldaat in de ‘gewone’ troepen.”
Harvey was niet zomaar een soldaat in de Eerste Wereldoorlog. Hij werd tijdens en na de oorlog geroemd om zijn poëzie. Daarnaast was Harvey’s streven naar gelijkheid tussen de soldaten zeer benoemenswaardig. Zo schreef hij zich in het leger in als een ‘gewone soldaat’, terwijl hij, vanwege zijn hoge afkomst, meteen officier had kunnen worden. Zijn werk had zowel tijdens en na de oorlog een grote impact op de samenleving.
Terwijl Harvey meevocht in de loopgraven tegen Duitsland, schreef de soldaat honderden gedichten. Zijn werk werd zelfs gepubliceerd, nog tijdens de oorlog. Harvey bracht twee collecties uit genaamd ‘A Gloucestershire Lad at Home and Abroad’ in september 1916 en ‘Poems from a German Prison Camp’ in september 1917. Vooral die laatste is heel erg bijzonder; het is de enige verzameling van gedichten van een soldaat die tijdens publicatie daadwerkelijk een krijgsgevangene was.
.
If we return
just England still to you and me?
The place where we must earn our bread?
We who have walked among the dead,
and watched the smile of agony,
and seen te price of Liberty.
Which we had taken carelessly
from other hands. Nay we shall dread,
if we return.
Dread lest we hold blood-guiltily
the things that men have died to free.
Oh, English fields shall blossom red,
for all the blood that has been shed,
by men whose quardians are we,
if we return.
Leo Vroman
Vrede
.
Na een week van liefdesgedichten zou ik bijna vergeten om een prachtig gedicht over de vrede te plaatsen. Na 4 en 5 mei is dat wel gepast. Met dank aan hetmooistegedicht.blogspot.nl een van de, volgens mij, mooiste gedichten over de oorlog en de vrede van Leo Vromans. Dit gedicht bevat een aantal van de mooiste zinnen uit de Nederlandse poëzie.
.
Vrede
Komt een duif van honderd pond,
een olijfboom in zijn klauwen,
bij mijn oren met zijn mond
vol van koren zoete vrouwen,
vol van kirrende verhalen
hoe de oorlog is verdwenen
en herhaalt ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.
.
Sinds ik mij zo onverwacht
in een taxi had gestort
dat ik in de nacht een gat
naliet dat steeds groter wordt,
sinds mijn zacht betraande schat,
droogte blozend van ellende
staan bleef, zo bleef stilstaan dat
keisteen ketste in haar lenden,
ben ik te dicht en droog van vel
om uit te zweten in gebeden,
kreukels knijpend evenwel,
en ‘vrede’ knarsend, ‘vrede, vrede’.
.
Liefde is een stinkend wonder
van onthoofde wulpsigheden
als ik voort moet leven zonder
vrede, godverdomme, vrede;
want het scheurende geluid
waar ik van mijn lief mee scheidde
schrikt mij nu het bed nog uit
waar wij soms in dromen beiden
dat de oorlog van weleer
wederkeert op vilte voeten,
dat we, eigenlijk al niet meer
kunnend alles, toch weer moeten
liggen rennen en daarnaast
gillen in elkanders oren,
zo wanhopig dat wij haast
dromen ons te kunnen horen.
.
Mag ik niet vloeken als het vuur
van een stad, sinds lang herbouwd,
voortrolt uit een kamermuur,
rondlaait en mij wakker houdt?
Doch het versgebraden kind,
vuurwerk wordend, is het niet
wat ik vreselijk, vreselijk vind:
het is de eeuw dat niets geschiedt,
nadat eensklaps, midden door een huis,
een toren is komen te staan van vuil,
lang vergeten keldermodder,
snel onbruikbaar wordend huisraad,
bloedrode vlammen en vlammend
rood bloed, de lucht eromheen behangen
met levende delen van dode doch
aardige mensen, de eeuwlange stilte voor-
dat het verbaasde kind in deze zuil
gewurgd wordt en reeds de armpjes opheft.
,
Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.
.
Michael Higgins
President van Ierland en dichter
.
Wat is dat toch, schrijvers en dichters en politiek. Op de een of andere manier blijken schrijvers en dichters zich in het openbare debat en zeker als er sprake is van verzet tegen een junta of dictatuur nogal te manifesteren. Dat is geen nieuw gegeven. Als er dan een democratiseringsproces op gang komt wil het nog wel eens voorkomen dat deze zelfde schrijvers en dichters actief zich in de politiek gaan begeven.
Een ander verhaal is het in het geval van Michael Higgins. Higgins (1941) werd geboren in het Ierse Limerick (een betere achtergrond om dichter te worden kun je je bijna niet wensen). Hij studeerde in Galway, doceerde politicologie en sociologie. Tijdens zijn studie werd Higgings politiek actief. Voor Labour, werd hij gekozen tot lid van de City Council van Galway. In latere jaren zou hij ook een aantal keer tot Lord Mayor (burgemeester) worden gekozen.
In 2011 werd hij gekozen tot President van Ierland. Voor die tijd publiceerde hij een aantal dichtbundels als ‘The Betrayal‘(1990), ‘The Season of Fire’ (1993), en ‘An Arid Season’ (2004).
In februari 2015 werd echter voor het eerst weer een gedicht van hem gepubliceerd sinds hij aantrad als president met de titel ‘The prophets are Weeping’. Sinds oktober 2014 heeft hij eraan gewerkt en het gedicht gebruikte hij op zijn officiële kerstkaart. Higgins werd voor dit gedicht geïnspireerd door de vluchtelingenstromen in Irak en Syrië. Zijn laatste bundel stamt alweer uit 2011 ‘New and selected poems’.
.
The Prophets are Weeping:
.
To those on the road it is reported that
The Prophets are weeping,
At the abuse
Of their words,
Scattered to sow an evil seed.
Rumour has it that,
The prophets are weeping.
At their texts distorted,
The death and destruction,
Imposed in their name.
The sun burns down,
On the children who are crying,
On the long journeys repeated,
Their questions not answered.
Mothers and Fathers hide their faces,
Unable to explain,
Why they must endlessly,
No end in sight,
Move for shelter,
for food, for safety, for hope.
The Prophets are weeping,
For the words that have been stolen,
From texts that once offered,
To reveal in ancient times,
A shared space,
Of love and care,
Poëzie en politiek
Lincoln Silva
Lincoln Silva (1945) is een schrijver, dichter en journalist uit Paraguay. Momenteel schijnt hij in Amsterdam te wonen. Naast twee romans (‘Rebelión despuéus’ uit 1970 en ‘General, General’uit 1975) schrijft hij ook poëzie. In zijn geschriften hekelt Silva op humoristische maar groteske wijze de politieke realiteit in Paraguay. Met name tijdens het bewind van generaal en dictator Alfredo Strössner.
Op de website http://www.doorbraak.eu/ vond ik een mooi strijdbaar gedicht van Silva. In dit gedicht komen gevoelens van woede en machteloosheid en de weigering zich neer te leggen bij onrecht duidelijk naar voren.
.
Woede
Ik neem geen genoegen meer met een schreeuw
met het heffen van een vuist
en me te pletter lopen tegen een muur
Mezelf nu in brand steken
is de helft van niets;
verkoold sterven
terwijl je je eigen as opeet.
Het is veel te weinig alleen maar Paraguayaan te zijn
nauwelijks een Zuid-Amerikaan
een wereldburger.
Wat betekent het nu om christen te zijn
en je wonden likkend
van deur tot deur te gaan.
Vandaag viert de ellende
zijn bruiloft van as
en luiden de klokken
voor al onze martelaren.
Ik neem er geen genoegen meer mee een mens te zijn
zonder in de anderen
mijn woede te ontsteken.
.
Vrijheid van denken en doen
Erich Fried
.
Op een dag als vandaag past alleen een gedicht over een groot goed namelijk de vrijheid. De vrijheid van denken, de vrijheid van doen en de vrijheid van uiten, daarom het gedicht van Erich Fried (1921 – 1988) over vrijheid en liefde uit de bundel ‘Een brief van jou, wel duizend brieven’ uit 2003 in een vertaling van Gerrit Kouwenaar.
.
Liefdesgedicht voor de vrijheid en vrijheidsgedicht voor de liefde
Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde
Wanneer het zogenaamde geluk mij dan na jaren
weer uit de afgesloten kast haalt
en zegt: ‘Nu mag je weer!
Laat maar eens zien wat je kan!’
zal ik dan inademen en mijn armen spreiden
en weer jong zijn en levenslustig
of zal ik dan naar mottenballen ruiken
en met mijn botten rammelen op de maat van een vreemde hartslag?
Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde
en met de liefde is het
net zoiets als met de vrijheid
.
Met dank aan http://www.amnesty.nl
Christmas Bells
Henry Wadsworth Longfellow
.
Henry Wadsworth Longfellow (1807 – 1882) was Amerikaans pedagoog en bibliothecaris (en die hebben bij mij een streepje voor). Hij was één van de Firesides poets.
De Fireside Poets (ook bekend als the Schoolroom of Household Poets) is de naam waarmee naar een groep van 19e-eeuwse Amerikaanse dichters uit New England wordt verwezen. Tot deze groep worden William Cullen Bryant, John Greenleaf Whittier, James Russel Lowell en Oliver Wendell Holmes sr. en dus Wadsworth Longfellow gerekend.
De Fireside Poets waren de eerste Amerikaanse dichters die zowel in de Verenigde Staten als in Groot Brittanië in populariteit konden wedijveren met de Britse dichters.
Henry Wadsworth Longfellow kreeg zijn inspiratie voor het gedicht Christmas Bells in 1863 tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog toen zijn zoon (tegen de wil van zijn vader in) zich aanmeldde bij de Noordelijke Staten. Dit gedicht gaat over het Kerstfeest maar er is een ondertoon die over de oorlog gaat (The Wrong shall fail, The Right prevail). Dit gedicht was de basis voor de Christmas carol ‘I heard the Bells on Christmas Day’.
.
Christmas Bells
.
I heard the bells on Christmas Day
Their old, familiar carols play,
And wild and sweet
The words repeat
Of peace on earth, good-will to men!
And thought how, as the day had come,
The belfries of all Christendom
Had rolled along
The unbroken song
Of peace on earth, good-will to men!
Till ringing, singing on its way,
The world revolved from night to day,
A voice, a chime,
A chant sublime
Of peace on earth, good-will to men!
Then from each black, accursed mouth
The cannon thundered in the South,
And with the sound
The carols drowned
Of peace on earth, good-will to men!
It was as if an earthquake rent
The hearth-stones of a continent,
And made forlorn
The households born
Of peace on earth, good-will to men!
And in despair I bowed my head;
“There is no peace on earth,” I said;
For hate is strong,
And mocks the song
Of peace on earth, good-will to men!”
Then pealed the bells more loud and deep:
“God is not dead, nor doth He sleep;
The Wrong shall fail,
The Right prevail,
With peace on earth, good-will to men.”
.
Hieronder the Christmas Carol gezongen door Casting Crowns.
.

















