Categorie archief: Favoriete dichters
De loon-poëet
Anton Hirschig
.
In het onvolprezen werk ‘Dichten over dichten’ bloemlezing uit de Nederlandse poëzie van de 19e en 20ste eeuw, samengesteld door Atte Jongstra en Arjan Peters uit 1994, is een gedicht opgenomen van dichter, kunstschilder Anton Hirschig (1867 – 1939). Het gedicht werd genomen uit ‘Objective en Subjective Poëzy’ van Isaac Marcus Calisch (1808 – 1885).
Wat bijzonder is aan Anton Hirschig is niet zozeer zijn werk als kunstenaar noch zijn literaire nalatenschap (daar is bitter weinig over te vinden) maar het feit dat hij bij Vincent van Gogh inwoonde in de Auberge Ravoux in Auvers- sur-Oise ten tijde van Van Goghs dood in 1890. Hij was niet alleen aanwezig bij de begrafenis van Vincent van Gogh maar hij hielp ook bij het regelen, het verzamelen van bloemen voor de kist en hij ging naar het nabijgelegen Méry om de lijkwagen te huren.
Ondanks dat zijn broer wel als amateurschilder is opgenomen in Pieter Scheens monumentale Lexicon Nederlandse Beeldende Kunstenaars 1750 – 1950 en zijn zus zelfs werd verward met hem in dat zelfde werk is Anton Hirschig dus vooral bekend door zijn relatie met van Gogh.
Desondanks kun je dus in een kwalitatief goede bloemlezing terechtkomen als dichter.
.
De loon poëet
.
Wat stoft ge, loon-poëet, dat ge andren moogt behagen?
En wat veracht ge hem, die slechts uit aandrift zingt?
Die niet zichzelv’ hergeeft, is ’t speeltuig aangeslagen,
Waan niet, dat die te regt naar Phaebus’ * straalkroon dingt.
.
Die prijsgezangen wrocht, behoort tot die minstreelen,
Die, vorstenslaven, ’t lied slechts stemden op bevel.
Wie louter voor zich zelv’ zijn geestrijk lied wil kweelen,
Misbruikt de Godsgaaf niet tot een eerzuchtig spel.
.
’t Heete objectiviteit, die zulke benten prijzen,
Zij doet zichzelv’ geweld en zingt slechts voor ’t publiek;
De Mammon spant haar en de gunst der pseudo-wijzen,
Die gissen naar het schoon, en leven van – kritiek
.
’t Is wel, als voor hun werk hun beeldtenis mag prijken;
Want zelfs geen trek van hen is in ’t gedicht vervat.
Lavaters* mogen zien, of zij naar dichters lijken,
Wanneer hun beeldtenis in ’t koper is gevat.
.
Een dichter kan alleen uit eigen aandrift zingen;
Zijn zang is subjectief in de objectieve stof;
Hij laat zich tot een lied zelfs door de goden dwingen,
En maakt nooit Recensent, noch Maecenaten ’t hof.
.
Die ’t zijne leest, zal ’t hart en ’t leven van hem kennen;
Hij leeft in elk gedicht, en daarom sterft hij nooit;
Moog’hem een valsche teelt van verzengoochlaars schennen,
Hij groeit bij ’t nageslacht, de toekomst maakt hem groot.
.
* Phaebus (bijnaam van Apollo) god van de zon, medicijnen, muziek, wetenschappen en poëzie.
* Johann Kaspar, Zwitsers schrijver, dichter, filosoof en theoloog (1741 – 1801)
Whatsappgedicht
Sylvie Marie
.
In het meest recente nummer van Deus Ex Machina (177) staat een bijzonder en nieuw fenomeen. Naast de door algoritmen gestuurde flarfgedichten staat er ook een Whatsappgedicht. In dit geval geschreven door Sylvie Marie (1984). Sylvie Marie debuteerde in 2013 met de bundel ‘Speler X’ waarna nog vier dichtbundels volgden.
Maar in Deus Ex Machina dus een Whatsappgedicht wat in feite een nieuwe vorm van een readymade is. Het gedicht kwam tevoorschijn in Whatsapp. Sylvie Marie hoefde daarvoor slechts de woordsuggesties te volgen. Alleen het eerste woord koos ze zelf: Een. Voor het vervolg kon ze telkens een keuze maken uit drie door de app zelf aangereikte woorden. Er werd niets aan de tekst gewijzigd, ook geen hoofdletters. Voor de leesbaarheid zijn wel enkele enters en witregels toegevoegd.
Je weet nu hoe het moet, dus maak er zelf eentje zou ik zeggen. Hier is haar Whatsappgedicht.
.
Een gezicht omzwachteld
Tot gedicht
.
Natte klei vol vingervegen
Zo zijn ook mijn gedachten
Over jou
Nog niet af
En best wel een zootje
.
Het water aan elkaar gekleefd
Knisperende ritselgolven rollen
Over mij heen
Zwaar zand word ik
Tenen persen zich een weg naar beneden
.
De wolken zijn slagroom
De wereld is een toetje
Het heelal een patisserie
.
Niet de macht over de nacht zal de mens uiteindelijk troosten
Wel het besef van zijn lach overdag
.
Mijn zoon kan een tijger zijn.
En nog moeilijk af te wassen ook
.
Op de trein terug naar de bomen
schudden wuiven dansen
en ik vraag me af of er wel twee soorten perfectie kunnen bestaan
ik vrees dat ik moet doorwandelen
de kast heeft geen deur
het hart is van de kast
en alleen van de kast
.
Brief uit Rotterdam
Mischa de Vreede
.
Schrijfster Mischa de Vreede (1936 – 2020) schreef vele romans, autobiografische boeken, kinderboeken en poëzie. En opnieuw een schrijfster waarvan ik ontdek dat ze ooit debuteerde met een poëziebundel. In 1957 debuteerde De Vreede als dichteres in het driemansbundeltje ‘Morgen mooi weer maken. In 1959 ontving zij de Herman Gorterprijs (voorheen Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam) voor het gedicht ‘Een jong meisje droomt’ uit de bundel ‘Met huid en hand’ (poëziereeks De Windroos) uit 1959. In 1968 verscheen een tweede bundel ‘Binnen en buiten’. Na een selectie uit deze twee bundels die in 1985 verscheen onder de titel ‘In plaats van praten’ verscheen uiteindelijk pas in 2001 een laatste dichtbundel met de titel ‘Zeestenen’.
In haar debuutbundel ‘Met huid en hand’ staat het gedicht ‘Brief uit Rotterdam’. Een gedicht uit een tijd toen er nog wel eens een brief geschreven werd (wie doet dat nog, wie ontvangt er nog weleens een brief?).
.
Brief uit Rotterdam
.
vrienden
waar ik mij bergen moet
weet ik niet
.
nacht
wordt het hier nooit
ontoegankelijk
blijft de hemel
blauw
.
in de wonden
van de stad
staat een koud soort water
.
redt mij
.
Vincent van Meenen
Vlaams dichter
.
Vincent Van Meenen (1989) is schrijver van drie romans, theatermaker, maker van audioverhalen voor o.a. KIFKIF en radio Klara en dichter. In 2014 studeerde hij af aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Daarna maakte hij twee jaar theater met vluchtelingen in Athene. In 2012 won hij WriteNow! en in 2016 verscheen zijn debuutroman ‘Licht en geluid’. Sinds 2017 woont en werkt hij in Antwerpen. Als doctoraal onderzoeker is hij verbonden aan Universiteit Antwerpen/Koninklijk Conservatorium en Academie voor Fijne Kunsten Antwerpen.
In het laatste nummer 2021/1 van Het Liegend Konijn staan een zevental gedichten van zijn hand. Hoewel er in dit tijdschrift staat dat hij nog geen dichtbundel heeft gepubliceerd gaf hij samen met wat vrienden al wel een geïllustreerde dichtbundel uit in eigen beheer. Van de 7 gedichten koos ik het laatstee uit zonder titel.
.
Ik ken de wereld niet. Ik ken de dertig
straten rond ons huis, en ik ken jou
een beetje, koffie-theetje, doof het licht.
.
Droom lief, droom lelie-lief, leg af de last,
het dagelijks verdriet. Slaap, slaap een brief.
Doorkruis de tropen, tijd, een eik. Verstuur
een rooksignaal, bericht uit een ommuurd
gebied met reuzenrad, klinkt daar muziek?
.
In schemertinten luister ik verliefd,
verzamel inktvis, echo’s, smeed een lied,
zet lijnen uit, vulkanen, kimono’s.
.
Als ik een vogeltje was
Clemens Brentano
.
Omdat het alweer even geleden is; tijd voor een liefdesgedicht. In dit geval van de 19e eeuwse Duiste dichter en schrijver uit de Romantiek, Clemens Brentano (pseudoniem van Clemens Brentano Wenzeslaus 1778 – 1842). Brentano, wiens vroege geschriften werden gepubliceerd onder het pseudoniem Maria, behoorde tot de Heidelberg-groep van Duitse romantische schrijvers, en zijn werken worden gekenmerkt door een overdaad aan fantastische beelden en door abrupte, bizarre uitdrukkingsvormen. Zijn eerste gepubliceerde geschrift was ‘Satiren und poetische Spiele’ (1800).
Richard Strauss zette zes gedichten van Brentano in ‘Sechs Lieder , Op. 68’ , in 1918, die ook bekend staan als zijn Brentano Lieder. Naar het werk van Brentano wordt verwezen in Thomas Manns roman ‘Doctor Faustus’. Een cyclus van dertien liederen, gebaseerd op de gedichten van Brentano, wordt in het 21ste hoofdstuk vermeld als een van de belangrijkste vroege werken van de componist.
In 1943 publiceerde Bertus Aafjes de bundel ‘De toverfluit’ met de vertaling van een gedicht van Brentano en zo werd ‘Wenn ich ein Vöglein wär’ ‘Als ik een vogeltje was’.
.
Als ik een vogeltje was
.
Als ik een vogeltje was
En ook twee vleugels had,
Vloog ik u toe;
.
Wijl ik die niet bezit,
Weet ik niet hoe.
.
Ben ik ook ver van u,
‘k Ben in de slaap bij u,
En praat met u;
Doch als ik wakker schrik,
Alleen ben ik…
.
De klok slaat even vaak,
Als ik des nachts ontwaak
En aan u denk,
Omdat gij mij uw hart
Gaaft als geschenk.
.
Tom Lanoye
Wara Avatara (Vlammenzwijn)
.
Erotische poëzie kan heel direct zijn, omfloerst, beschrijvend of juist of heel subtiel verwijzend zijn. Net als elke andere vorm van poëzie eigenlijk. Tom Lanoye (1958) schreef in zijn bundel ‘In de piste’ uit 1987 het gedicht ‘Wara Avatara (vlammenzwijn). dat openhartig is en een beetje van al deze elementen in zich heeft. Wat Wara Avatara (of Vlammenzwijn) betekent heb ik niet kunnen achterhalen. In de informatica is een avatar (ook bekend als een profielfoto of userpic ) een grafische weergave van een gebruiker of het karakter of de persona van de gebruiker. Als je Wara leest als Ware dan zou je hieruit een idee kunnen afleiden: het ware karakter van de dichter. De term Vlammenzwijn daar heeft denk ik iedereen wel een idee bij in deze context.
Hoe dan ook, het gedicht spreekt voor zichzelf.
.
Wara Avatara (Vlammenzwijn)
.
Ik ga het hier niet
hebben over seks, dit is
tenslotte poëzie, maar ook
als ik loop of zwem of
mijn gespannen lichaam in
een spiegel zie, krijg ik het
zo warm. Het lijkt wel transpiratie
.
maar dan vooral vanbinnen.
In het diepst van mijn zinnen.
Het vervelende is wel, dat je je
daar moeilijk wassen kunt. Het
wordt er dan ook dierlijker en
natuurlijker met de dag. Maar dat kan
me eigenlijk niet schelen. Ik vind het
.
heerlijk zo, ik weet dat alles mag.
.
Dementie
Jean Pierre Rawie
.
Komende week worden er in twee bibliotheken (waar ik van weet) dementheken geopend. Een dementheek is eigenlijk een punt in de bibliotheek waar informatie en boeken te vinden zijn met informatie over dementie. Met de vergrijzing is dementie een steeds vaker voorkomende aandoening en door een dementheek te openen willen de bibliotheken ook op dit gebied mensen informeren en helpen. Het is geen toeval dat er dan (op 21 september) twee dementeheken worden geopend, het is dan namelijk Week van de dementie (21 tot en met 27 september).
Ik zal bij de opening van de twee dementheken een gedicht voordragen dat ik schreef toen mij vader tekenen van ouderdomsdementie ging vertonen, je kunt het gedicht hier lezen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2015/07/06/nieuw-gedicht-42/
Dichter Jean Pierre Rawie (1951) heeft in zijn gedicht ‘Bejaardenhuis’ uit de bundel ‘De tijd vliegt maar de dagen gaan te traag’ uit 2012 hier ook over geschreven en dit gedicht wil ik hier, naar aanleiding van de week van de dementie, graag met jullie delen.
.
Bejaardenhuis
.
Ik ging ooit bijna elke dag
naar het bejaardenhuis, en zag
er telkens tegenop. Ik weet
niet of het haar genoegen deed
dat ik vaak kwam. Ik kwam gewoon.
Of zij nog wist dat ik haar zoon
was bleef onzeker, maar ze keek
mij aan of ik op iemand leek.
.
Het was een deftig huis. Zij had
een kamer met uitzicht, dat
ze koppig niet wou zien (ik wees
wel eens op iets, maar tevergeefs).
Ik kwam er jarenlang. De deur,
het trappenhuis, de gang. de geur,
herken ik met mijn ogen dicht.
Ik was haar zoon, ik deed mijn plicht.
.














Het nieuwe doen
22 sep
Geplaatst door woutervanheiningen
Paul van Capelleveen
.
De Nijmeegse dichter Paul van Capelleveen was enige jaren tegelijkertijd verbonden aan de Koninklijke Bibliotheek en aan het Museum Meermanno, beide in Den Haag. Hij is auteur van een reeks boeken en artikelen, met name over boekgeschiedenis. Hij publiceerde ook essays en gedichten die deels in beperkte oplagen zijn verschenen. In 1992 werd hij genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs met zijn poëziedebuut ‘Altijd commentaar’ (winnaar werd Anna Enquist dat jaar met ‘Soldatenliederen’).
In 2004 verscheen van zijn hand de bundel ‘Laatste metamorfosen’ bij uitgeverij Meulenhoff. Op de achterflap van de bundel wordt hij omschreven als “de messenwerper van de Nederlandse poëzie, zijn dolken treffen zijn lieftallige assistente, de Muze, altijd recht in het hart. Zijn verrassende en expliciete regels zijn opgestapeld als muzikale variaties op een thema, vermomd als definitie of nieuwsfeit. Alles lijkt te berusten op de travestie van de vraag: wat wil de lezer? De lezer wordt voortdurend uit zijn tent gelokt en uitgedaagd om weerwoord te geven.”
Volgens mij heeft hier een copywriter met een reclameachtergrond zichzelf overtroffen in overdrive maar leesbaar is de bundel zeker. Neem bijvoorbeeld het gedicht ‘Het nieuwe doen’.
.
Het nieuwe doen
.
Lees een gedicht, desnoods van mij.
Schrijf zomerbrieven. Evenaar
de poolnacht van een schone lei.
Niet, niet doen.
Voel je knoken,
doe wat je wilt – ik doe het ook.
Verwijder dagelijks smeerboel.
Niet, niet doen.
Maak je op voor de grote trek.
Doe je te goed aan het nieuwe jaar.
.
Dit delen:
Geplaatst in Bibliotheken, Dichtbundels, Favoriete dichters
Een reactie plaatsen
Tags: 'k Verzoek de zee, 1992, 2004, achterflap, Altijd commentaar, Anna Enquist, artikelen, auteur, boeken, boekgeschiedenis, C. Buddingh' prijs, copywriter, De Muze, dichtbundel, dichter, essayist, expliciete regels, gedicht, gedichten, gedichtenbundel, Het nieuwe doen, KB, Koninklijke Bibliotheek, Laatste metamorfosen, messenwerper, Museum Meermanno, muzikale variaties, nijmegen, Paul van Capelleveen, poëzie, poëziebundel, Soldatenliederen, uitgeverij Meulenhoff, vertaler