Categorie archief: Favoriete dichters
Bede
Martijn Teerlinck
.
Dichters kom ik op de meest voor de hand liggende plaatsen tegen maar ook regelmatig op minder voor de hand liggende plekken. Zoals in de rubriek ‘Heel prettig weekeinde’ in het Volkskrant Magazine van 5 maart. In die rubriek vertelt muzikant Blaudzun over zijn favoriete wijn, film, App, muzikant, albumhoes, fiets én dichtbundel. Die laatste is de bundel ‘Ademgebed’ van de op 26 jarige leeftijd overleden dichter Martijn Teerlinck (1987-2013). Teerlinck overleed aan het syndroom van Marfan, een chronische ziekte aan het bindweefsel.
Teerlinck won in 2010 het Nederlands kampioenschap Poetry Slam met zijn bezwerende en ritmische poëzie. In 2014 verscheen bij uitgeverij Lebowski postuum de bundel ‘Ademgebed’ met een voorwoord van Erik Jan Harmens. Chrétien Breukers noemt Teerlinck in zijn recensie van ‘Ademgebed’ op De Nieuwe Contrabas ‘de nieuwe Jotie ‘T Hooft van begin deze eeuw’. Hoe het ook zij, er is met het overlijden van Martijn Teerlinck een talentvol dichter heen gegaan die (volgens Blaudzun) ‘vanuit pijn en eenzaamheid een enorme menselijke veerkracht toont’.
Ui de bundel ‘Ademgebed’ is dit het gedicht ‘bede’.
.
bede
.
ook ik
ben een hond van
de sterren
.
ik bid richting
de grond
richting mijn mond,
mijn aardemond
.
ik bid mijn naam in,
mijn naam
die elke morgen
weer
omhoog komt
en mij wekt, wast
.
ik word gewassen
met bestrafte golven
.
bloemgebit, plantentong
zuurstofwoord, mijn zuurstofmoord
.
grootgeregend
pluk ik jou
mijn bek uit
.
Angst
M. Vasalis
.
Ik vroeg me af hoe vaak ik al over M. Vasalis (1909 – 1998) had geschreven (vaak zo bleek), naast dat ze in december 2016 Dichter van de maand was, heb ik veelvuldig aandacht aan haar en haar werk besteed. En terecht natuurlijk, zij is een van mijn favoriete dichters aller tijden. Nu zat ik te lezen in de bundel ‘Ik heb de liefde lief’ de mooiste liefdesgedichten uit de Nederlandse en Vlaamse poëzie, samengesteld en ingeleid door Willem Wilmink uit 1993, en daar las ik het bijzondere liefdesgedicht ‘Angst’ van M. Vasalis.
Nu denk je bij een titel ‘Angst’ niet meteen aan een liefdesgedicht (ik niet in ieder geval) maar al lezend wordt het duidelijk welke angst Vasalis hier beschrijft. En omdat je nooit teveel kan schrijven over zo’n bijzonder dichter hier het gedicht ‘Angst’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Parken en woestijnen’ uit 1940.
.
Angst
.
Ik ben voor bijna alles bang geweest:
voor ’t donker, voor figuren op het kleed,
voor stilte, voor de schorre kreet
van de avondlijke venter, voor een feest,
voor kijken in de tram en voor mezelf.
Dat zijn nu angsten, die ik wel vertrouw.
Er is één ding gekomen, dat ik boven alles vrees
en dat mij kan vernietigen; dat ik bedelf
onder een vracht van rede, tot het wederkeert:
dat is het nuchtere gezicht van mijn mevrouw
wanneer zij ’s morgens in de kamer treedt
samen met het ontluisterd licht en dat ik weet
wat ze zal zeggen: nog geen brief juffrouw.
.
Mooi
Maarten van Rozendaal
.
Op 2 maart 2022 werd, in het kader van de maand van de Nederlandse pop, het nummer ‘Mooi’ van Maarten van Roozendaal (1962-2013) door collega-muzikanten uitverkozen tot het allermooiste Nederlandstalige liedje ooit geschreven. VPRO’s radioprogramma 3voor12 deed een rondvraag bij vijftig Nederlandstalige muzikanten, die werden gevraagd naar de mooiste nummers in eigen taal. Dat muziek in de eigen taal populair is blijkt volgens 3voor12 uit het feit dat bij de 36 eerdere uitslagen sinds 1985 de top 3 namelijk nog nóóit eerder uit alleen maar Nederlandstalige liedjes bestond. Sterker nog, afgelopen jaar waren 8 van de 9 populairste liedjes Nederlandstalig. Een absoluut record: dit zijn de hoogtijdagen voor (alternatieve) popmuziek in moerstaal volgens de programmamakers.
De werkwijze: ze vroegen 50 van hun favoriete Nederlandstalige muzikanten om twee van hun favoriete liedjes in te sturen. Zo ontstond een longlist van meer dan honderd nummers, waaruit de deelnemende artiesten weer een top 5 konden kiezen. Daaruit destilleerden zij deze uiteindelijke top 50, een viering van de rijke Nederlandstalige muziekgeschiedenis.
In de lijst vallen een paar dingen op; Zowel hele nieuwe liedjes (S10 met ‘Adem je in’) als hele oude liedjes (Rika Jansen met ‘Amsterdam Huilt’ (Waar Het Eens Heeft Gelachen) staan in de lijst, is de Jeugd van tegenwoordig 4 x vertegenwoordigd (met Watskebeurt op nummer 3), Ramses Shaffy 3 x en staan Boudewijn de Groot, Eefje de Visser en Doe Maar allen 2 x in de lijst. Uiteraard hier de tekst van de nummer 1.
.
Mooi
.
Aan hun vers geschoren moeders
En hoe de jonge zwanen
Donzen in de zachte sloot
En hoe de zwoele wind de wolken waait
Tot pasgewassen luchten
Kan iets mooier dan het mooi is
Kan iets groter zijn, dan groot
Haar knoppen staan op barsten
Het nieuwe riet drinkt gulzig water
Uit de smalle vaart
Kan iets frisser dan het fris is
Wulpser dan het wulpste
Ach ik ben goddank dus nog een keer
Een jonge lente waard
Met hun stampers als koralen
Een varen rolt haar blaren
Als een leguanentong
En zie de veulens nou toch wankelen
En de vogels naar hun nesten
Kan iets verser dan het vers is
Kan iets jonger zijn dan jong
Onder de wijde wilgen
De puppies rennen rondjes
Bijtend naar hun eigen staart
Kan iets leuker dan het leuk is
Jeugdiger dan jeugdig
Ach ik ben goddank dus nog een keer
Een jonge lente waard
‘T is om te janken zo mooi
Mooi
Om te janken zo mooi
En het onkruid onbezonnen
En ik mezelf aftel
Van volwassen naar bejaard
Wordt het groener dan het groen was
Nu ik grijzer dan ik grijs ben
Ach ik ben goddank dus nog een keer
Een jonge lente waard
‘T is om te janken zo mooi
Mooi
Om te janken zo mooi
De sterren strak laat stralen
En ik buiten op mijn rug lig
Starend naar het firmament
Kan het stiller dan het stil is
Eeuwiger dan eeuwig
Dan ben ik goddank dus nog een keer
Gevangen in ’t moment
Dit is zo mooi
‘T is om te janken zo mooi
Mooi
Om te janken zo mooi
Mooi
Om te janken zo mooi
Mooi
Om te janken zo mooi
Zwaanzang
Anneke Brassinga over Lucebert
.
In de categorie dichters over dichters, vandaag het gedicht ‘Zwaanzang voor Lucebert’ dat Anneke Brassinga schreef. In de bundel ‘Huisraad’ uit 1998. Anneke Brassinga (1948) debuteerde als dichter in 1987 maar had toen al verschillende dichtbundels vertaald (zoals ‘Ariel’ van Sylvia Plath). Ze debuteerde met de bundel ‘Aurora’ waarna nog verschillende bundels zouden volgen. Brassinga heeft verschillende literaire prijzen op haar naam staan, zo kreeg ze onder andere de Herman Gorterprijs, de Paul Snoekprijs, de Ida Gerhardt Poëzieprijs, de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooft-prijs.
In haar bundel ‘Huisraad’ staat het gedicht van vandaag, ‘Zwaanzang voor Lucebert’ dat op het eerste oog misschien wat raadselachtig klinkt maar als je weet dat de motieven in deze bundel allusies (toespelingen of zinsspelingen) zijn op andere literatuur (die van Lucebert in dit geval), natuurbeelden, de interesse in woordconstructies en ironie om de eigen persoon op afstand te houden, dan krijgt dit gedicht al meer betekenis.
.
Zwaanzang voor Lucebert
.
Ons gevederd vriendje kan niet meer fietsen
wij voeren een leeg rijwiel mee aan de hand-
van ons kanarie zijn de pootjes afgeknipt
door een vroegoud kind met tuinschaar dat hem
op de roltrap naar den hoge heeft gepleurd
vanuit de broeihoop, bijenkast, vliegengodkast.
.
Onder het negenenzestigen is hij verrast.
Laat ons hopen dat hij zich volledig heeft gebeft
aan de wijbeense zwerk en de eenvouds verlichte
klatering hem nu ontsluit als veren een zwaan
in het buitendijks onvertogene. Van tedere woede
zijn wij beroofd.
.
Kattepoten
Rudy Kousbroek
.
Ik woon in een huis waar sinds eind van de zomer van vorig jaar twee poezen zijn ingetrokken. Nou ja, we hebben ze een woning geboden. Twee van die schattige bolletjes wil je wel in huis hebben. Afgelopen week waren ze (twee zusjes) elkaar aan het liefkozen zoals waarschijnlijk alleen poezen dat kunnen. Op een manier waarop ooit onze kat zijn twee poten om de nek van mijn dochter legde, zo lagen ze gearmd in elkaar. Ik moest meteen denken aan een gedicht dat ik ooit las in de hele fijne bundel ‘Het grote dieren gedichten boek’ uit 2007 samengesteld door Guus Luijters. In ruim 400 bladzijden komen gedichten van zo ongeveer elk denkbaar dier voorbij. Uiteraard met een groot aandeel van poezen (en honden) gedichten.
Na even zoeken bleek het om het gedicht ‘Kattepoten’ (ja zo schreef je dat toen nog) van Rudy Kousbroek (1929 – 2010) te gaan uit de bundel ‘Varkensliedjes’ uit 1996. Hier de foto die ik van het dartele duo maakte en het gedicht.
.
Kattepoten
.
Tel de kattepoten een voor een,
Tel ze alle en vergeet er geen,
Tel ze alle!
Tel ze een voor een,
en ge ziet Gods goedheid en genade alleen.
.
In het raam
Roelof ten Napel
.
De in Friesland geboren Roelof ten Napel (1993) is schrijver, dichter, en essayist. In 2014 debuteerde hij met de verhalenbundel ‘Constellaties’ waarvoor hij het C.C.S. Crone-Stipendium kreeg uitgereikt. In 2018 debuteerde hij in de poëzie met de bundel ‘Het woedeboek’ waarvoor hij enkele malen genomineerd werd voor poëzieprijzen en waarvoor hij in 2019 de School der Poëzie Jongerenprijs kreeg. In 2020 verscheen de bundel ‘In het vlees’ en in 2021 de bundel ‘Dagen in huis’. In de pers werd hij al omschreven als een van de grootste jonge schrijvers van het moment en een van de meest interessante auteurs van de nieuwe generatie.
In ‘Dagen in huis’ gaan de gedichten over precies dat wat de titel belooft; dagen in huis. Hij beschrijft zaken die zich in zijn kamer bevinden en gebruikt die om gedichten in algemenere zin te schrijven. Zelf vind ik het gedicht ‘In het raam’ heel bijzonder omdat het me doet terug denken aan mijn eigen jeugd. Ik kon als geen ander, hangend uit het raam, mij urenlang ‘vervelen’ zonder er erg in te hebben zoals ten Napel schrijft.
.
In het raam
.
Om gelukkig te zijn, zei iemand,
hoef je andermans geluk maar
in te beelden. Je beeldt het je in
en het zwelt in je op,
alsof die voorstelling binnenglipt langs de rand
van het halfdoorzichtige gordijn
waarmee je de verbeelding best kan vergelijken.
En als je nog een voorstelling zocht:
.
een jongen in een open raam, hangend
in zijn eigen armen, kin op zijn pols.
Hij verveelt zich, maar heeft er geen erg in.
het is nog niet zo laat.
.
Als een zachte steen
Marleen de Crée
.
In de Poëziekrant nummer 1 uit 2022 lees ik dat de Vlaamse dichter en plastisch kunstenaar Marleen de Crée in oktober 2021 is overleden. Marleen de Crée-Roux (1941 -2021) kende ik nog niet zolang als dichter. Voor het februarinummer van MUGzines #6 vroegen we haar als bijdragend dichter. Ze reageerde heel spontaan en enthousiast en we konden de drie gedichten die ze aanleverde plaatsen in het magazine. En nu lees ik dat ze aan een ongeneeslijke ziekte leed. Ook haar man Jean leed aan een ongeneeslijke ziekte en ze zijn samen uit het leven gestapt.
Marleen en Jean waren overal present in het Vlaamse culturele leven. Zij woonden tal van presentaties bij van collega dichters, ze verzorgden de stand van uitgeverij P en Poëziecentrum op de jaarlijkse Antwerpse Boekenbeurs. Marleen was een dichter die haar werk rustig en zonder opsmuk voordroeg, de teksten moesten voor zich spreken.
Ze debuteerde met de bundel ‘Ofelia speelt met de maan‘. Haar poëtisch oeuvre telt meer dan 20 dichtbundels waarvan verschillende bekroond werden met o a de Maurice Gilliamsprijs, de August Beernaertprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en de prijs van de Vlaamse Poëziedagen.
Uit de bundel ‘Passage’ uit 1987 komt het gedicht ‘langzaam, als een zachte steen’.
.
langzaam, als een zachte steen…
langzaam, als een zachte steen,
rol ik aan de flarden van je naam.
sprakeloos wil je me overnachten.
ik stapel bed en ogen vol met wachten
op je grillig haar, je stem, het branden
aan de bakens om me heen.
ik denk: er is geen onschuld langer
dan de kamer, mijn mond, je hart
dat beeft, het ruilen van gedachten.
dan rol ik langzaam als een zachte steen.
.













