Categorie archief: jonge dichters
De grom uit de hond halen
Iduna Paalman
.
Iduna Paalman (1991) is een jonge dichter die naast poëzie ook proza en toneelteksten schrijft. In het najaar van 2019 debuteerde ze met de dichtbundel ‘De grom uit de hond halen‘. In de Volkskrant werd ze vervolgens uitgeroepen tot literair talent van het jaar. Haar werk werd onder meer gepubliceerd in De Gids, De Revisor, Het Liegend Konijn, Kluger Hans, NRC Handelsblad en op VPRO.nl. Iduna Paalman was actief bij De Nacht van de Poëzie, Lowlands, Geen Daden Maar Woorden en Dichters in de Prinsentuin.
Ze studeerde Duitse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam en aan de Humboldt Universität in Berlijn, en voltooide de geschiedenismaster Duitslandstudies. Naast het schrijven werkt ze als presentator en docent.
In haar debuutbundel staat het gedicht ‘De waarheid’.
.
De waarheid
.
De waarheid is: ik ben je zwembroek vergeten
en een pak sap, mijn zakmes ook, ik heb
alleen een handdoek voor mezelf, de waarheid
is: ik sta bij een heel andere plas, bij een heel andere
man, eentje met een hond, eentje die het water zelf heeft uitgegraven
zo met zijn handen door al die lagen, de waarheid is: ik laat me dragen
.
er is een picknickkleed met grasmotief en een schoonmoeder plukt ergens een boeket
schenkt de wijn bij, zegt verder weinig, een gil van een kind dat
voor het eerst te water raakt, mijn leven heb ik daar gelaten
waar het mij onmisbaar heeft gemaakt
.
daar zit je, niets te drinken, zo nat, zo naakt
het brood een onafgeschoten kogel op de grond
geen hond die op ideeën komt.
.
Reine De Pelseneer
Doorgrond
.
Speciaal voor Poëzieweek heeft de Vlaamse dichter en schrijfster Reine De Pelseneer een gedicht geschreven in het kader van de bedrijvencampagne getiteld ‘Een punt’. Het gedicht is via https://www.poezieweek.com/bedrijf/utm_source=Newsletter&utm_medium=email&utm_content=Start+Po%C3%ABzieweek%3A+doe+mee+met+%23Gedichtendag&utm_campaign=CPNB20+-+Week+5+-+BI te downloaden.
Reine De Pelseneer (1982) is germaniste. Ze werkt deeltijds als redactrice. Daarnaast schrijft ze als zelfstandig auteur recensies, verhalen voor eerste lezers, kinderboeken en poëzie. Haar gedichten verschenen in diverse literaire tijdschriften en werden meermaals bekroond. In 2005 verscheen bij Uitgeverij P haar debuutbundel ‘Doorgrond’. Op haar website http://www.reinedepelseneer.be/ schrijft Reine het volgende over deze bundel:
Of het nu gaat om fysieke nabijheid of gemis, de dichteres geeft allerlei menselijke ervaringen vrank en vrij weer in beklijvende verzen. ‘Doorgronden’ wil ze, ervaren ‘hoe diep het leven raakt’. In haar zoektocht botst ze op de ontoereikendheid van de taal, ontwaart ze de lichtheid van relaties en schippert ze tussen het vertrouwde en het nieuwe.
In het gedicht ‘Doler’ uit deze bundel komt dit heel treffend naar voren.
.
Doler
.
Ooit een reiziger, nu een man
aan de vaat. Het sop verdroogt
zijn handen tot ze schraler zijn.
.
Intussen breit zijn vrouw
tegen de klok. Zolang ze tikt
blijft zij nog op.
.
In bed liggen de lakens vlak. Hij draait
zich zoekend op zijn zij en luistert
naar sirenen in de nacht.
.
Marloes Robijn
Gedicht voor zuster Bertken
.
Marloes Robijn (1985) schrijft verhalen en gedichten, organiseert culturele evenementen en bedenk en voert literaire activiteiten uit. Zo bedacht ze geblinddoekte poëzie-audiotoers en literaire speurtochten. Daarnaast richtte ze Shut Up & Write Utrecht op. Daarnaast geeft ze ook nog Zweedse les. Haar poëzie droeg ze voor bij Onbederf’lijk Vers, Dichters in de Prinsentuin en bij de Literaire Nachtclub in Tivoli in 2014. In 2014 en 2015 deed ze mee aan poetry slams en bereikte ze twee keer de finale van het NK Poetry Slam.
Op haar website https://www.kanelbullekreaties.nl/ (die gek genoeg maar is bijgewerkt tot en met 2015) staan voorbeelden van haar activiteiten en van haar verhalen en poëzie zoals het gedicht ‘Gedicht voor zuster Bertken ter ere van de 500-jarige sterfdag’. Op 25 juni 2014 was het 500 jaar geleden dat de Utrechtse non en schrijfster Suster Bertken is gestorven. Tien jonge dichters lieten zich inspireren door het leven en werk van deze zuster, die een van de eerste Nederlandstalige vrouwelijke dichters was. Marloes Robijn was één van hen.
.
Gedicht voor Suster Bertken ter ere van de 500-jarige sterfdag
.
Barrevoets het kerkhof over.
Je laatste vogelmoment, nu
.
past enkel een hoofd, één hand
in het kader van je eenkluizig bestaan.
.
Vergat je niet je lichaam te
vergeven, iemand je andere hand
.
en je schoenen en je straten
te bewandelen, hoe warm was je
.
houten vuur? Jouw hemellichaam
bidt en dicht en in een hoekje
.
spaar je geruchten van het venster
op de stad, eronder stof en sleutelhonger.
.
Je ziet ze klussen: het hoogkoor wordt gewit,
maar later als jouw tussentijd is verlopen
.
worden kerken afgebroken. We dempen je botten
met een winkelstraat, fluisteren leemte in de muren.
.
.
Jotie T’Hooft
Ansicht
.
In 1981, vier jaar na zijn vroegtijdig overlijden aan een overdosis heroïne , verscheen bij uitgeverij Manteau in Antwerpen de bundel ‘ Verzamelde gedichten’ van Jotie T’Hooft (1956 – 1977). In deze bundel zijn de drie bundels die tijdens zijn leven werden gepubliceerd opgenomen, een boodschap die door zijn uitgever als Laatste gedichten werd gepubliceerd en een aantal ongepubliceerde gedichten opgenomen. Deze ongepubliceerde gedichten waren talrijk (honderden) en daarom werd een selectie gemaakt op basis van de literaire of de poëtische waarde van elke gedicht. In totaal omvatten alle gedichten in deze ‘Verzamelde gedichten’ zo’n tien jaar van het leven van Jotie.
Ik lees nog met enige regelmaat in deze bundel en elke keer sta ik weer versteld van het talent van deze jonge dichter. Hier wil ik het gedicht ‘ Ansicht’ met jullie delen uit de sectie ‘ Verspreide gedichten’.
.
Ansicht
.
Van vele reizen ben ik al teruggekeerd :
verbrand, verbleekt, verschroeid en stukgevroren
toch met al mijn breuken en gebreken duidelijker
deel van een geheel. Een reis is een wonde
die nooit meer geheel geneest en in zijn litteken
.
dat trekt en teugelt, de weg terug toont
naar waar het goed was, maar bij herhaling
nooit meer worden zal. Want de mens vat vlam
in zijn schede en woedt onzichtbaar geruis-
loos verder.
.
In den vreemde wordt de beschuit van stilte
verkruimeld tussen vingers van zonlicht
en lawaai : de herinnering verbleekt, drijft
tenslotte met de stroming als een strandbal
weg en wordt nauwelijks nagezwommen.
.
Terugreizen wist geen sporen uit :
wij zijn geen strand en leven haveloos verder
binnen onze bange dijken, ons huis is veranderd
onder de zonnebrand van tijd en ruimte,
huisdieren aan de wand geprikt, gestorven
.
en vergeeld.
.
Frans Vogel poëzieprijs
Dominique De Groen
.
In september werd bekend gemaakt dat de Vlaamse dichter en schrijver Dominique De Groen (1991) de Frans Vogel Poëzieprijs heeft gekregen. Haar werk werd gepubliceerd in Deus Ex Machina, Kluger Hans, Gierik & Nieuw Vlaams tijdschrift, op Samplekanon en hard/hoofd. In 2017 debuteerde ze met de bundel ‘Shop Girl’ en in 2019 volgde ‘Sticky Drama’.
In haar poëzie spreekt engagement met een wereld die op drift is geraakt en waarin niets ongeschonden blijft. Voor de Optimist schreef ze aan de hand van een regel uit de roman van Hiromi Ito ‘ Wild grass on the Riverbank’ ( even as a corpse her calling was stil to protect children) het gedicht ‘Rites for aan abortive spring’.
.
Rites for an abortive Spring
i.
Ik heb alle dode dieren
ten grave gedragen:
IJsbeer, gevallen engel, uitgemergeld in smeltende toendra
Bij, misleid door bloemen van olie en vlees
Olifant, verminkt door slaapwandelende markten
en oogst van tanden glanzend in de hitte
van een beenharde zon.
Ik heb een massagraf gedolven
in de natte, zwarte aarde
tussen mijn schaamlippen
de gezwollen karkassen verslonden
met pulserende tentakels.
ii.
De begrafenisriten:
mijn naakte, opgevulde lijf
uitstrekken op de heide
onder de wassende maan
met draad van stug, dor gras
de grafkuil dichtnaaien.
In mijn baarmoeder klotsen
de bij voorbaat doodgeborenen
in een danse macabre
van druipende kadavers.
Ik draag wildvreemden op
hun hand op mijn buik te leggen
om de beweging te voelen
walgend deinzen ze terug
van de knekeldans
onder hun vingertoppen.
iii.
Volle maan
en tijd om te baren:
ik rijt de grafkuil open
kots mijn uterus leeg
een grijze processie van ondode dieren
glibbert uit de tombe
hobbelt en hinkelt de nacht in.
Ik baar een kubus
van samengeperste dode dieren
ieder vlak
een massa-extinctie
en blaas het blok nieuw leven in
met rituelen van trieste magie.
Lichamen maken zich uit de kubus los
onsterfelijk en schitterend.
iv.
Een grauw dier
met bleke ogen
en aaneengekoekte vacht
likt stollend bloed en slijm van mijn huid
drukt me tegen haar vochtige, warme buik
tot mijn hart weer klopt, mijn cellen weer pulseren.
Dan verdwijnt ze, het uitdijende bos in.
Zelfs als lijk was haar roeping nog steeds het beschermen van kinderen.
.
Jonge dichter
Lisette Ma Neza
.
De jonge Vlaamse dichter Lisette Ma Neza (1999) uit Schaarbeek schopte het als jongste deelnemer tot Belgisch Kampioene Poetry Slam 2017 – zowel met de jury- als de publieksprijs – en kaapte later in de Europese finale in Parijs een mooie tweede plaats weg. Momenteel studeert zij filmregie aan LUCA-School of Arts. In een interview voor de Poëzieclub met Merlijn Huntjens zegt ze over performance en dichten: “De tekst moet goed zijn. Je hoeft volgens mij niet de beste schrijver te zijn om de beste performance te kunnen geven; iemand die magische woorden schrijft en ze gewoon opleest van papier, kan mij ook in vervoering brengen.”
Op de vraag, in dat zelfde interview, hoe ze zichzelf ziet (dichter, slammer, podiumdichter, spoken wordartiest, papieren dichter) antwoordt ze: “Ik zou mezelf eerder een narrator noemen, een verteller dus.” In het gedicht ‘Hoe we het deden’ komt dit tot uitdrukking.
.
Hoe we het deden
hij heeft al vijf jaar niet.
ik maar vijf. weken.
ik zeg dat mannen mij gebruiken.
hij dat ik dat. bij hem
en ik vertel het hem viervoudig, achtzijdig en een paar keer dubbelgevouwen. dat ik liever niet
aan zijn piemel zit.
en hij vertelt het mij maal duizend dat het liefde is.
.
Fake News!
Jonge dichter des Vaderlands
.
Maaike Rijntjes (1997) was in de periode 2014-2016 Jonge dichter des Vaderlands. Hiervoor won zij ‘Doe Maar, Dicht Maar’, de wedstrijd voor jonge dichters. Na haar jaren als Jonge dichter des Vaderlands heeft ze op verschillende podia gestaan en zijn er gedichten van haar gepubliceerd in verschillende tijdschriften, zoals ‘Het Liegend Konijn’. Inmiddels studeert ze filosofie in Groningen en schrijft gedichten voor radioprogramma El Mundo. Het wekelijkse radioprogramma El Mundo wordt behalve in Harderwijk ook uitgezonden op lokale radiostations in Zwolle en Deventer. Gedichten van haar hand zijn te lezen op http://maaikerijntjes.tumblr.com
In 2018 deed ze mee met WriteNow! Groningen en won ze de derde prijs met een aantal gedichten. Een van deze gedichten is heel actueel en is getiteld ‘Fake news’.
.
Fake news
.
Vrouwen zijn gemaakt om vast te houden,
mannen om te winnen.
.
De wereld is een eiland en
op zee is het makkelijk drijven:
golven likken stranden schoon,
zout hoeft niet te branden in je ogen.
.
Je kunt bouwen om mensen
prikkeldraad oprollen de stenen ook
in de grond verbergen, zeggen: je kunt
niet meer naar huis,
dit alles zonder het ‘gevangenis’ te noemen.
.
Kinderen zijn veilig als je ze jong genoeg leert
altijd terug te schieten
het probleem zit in schedels
ligt niet in hun handen.
.
Poëzie Lagogo
Gratis poëzie festival
.
Op zondag 1 september tussen 13.00 uur en 18.00 uur, organiseert dichter, organisator, schrijver en collega bij De Poëziebus Edwin de Voigt aan de Bergse Voorplas in Hillegersberg het gratis toegankelijke poëziefestival Poëzie Lagogo. Op de Weissenbruchlaan 149 (op het gras naast Mendoza), treden bekende dichters en lokale helden uit Rotterdam en Hillegersberg-Schiebroek op. Er is muziek en er zijn poëzieworkshops voor kinderen (8-12 jaar), een stille kids-poetry-disco vanaf 4 jaar en een zweefmolentje voor de kleintjes. Een programma kortom voor het hele gezin. Geheel in jaren’20 stijl, poëzie, wijntjes en biertjes op een prachtige locatie.
Dichters die tijdens het festival komen voordragen zijn Ingmar Heytze, Jana Beranová (oud-stadsdichter van Rotterdam), Elfie Tromp, Demi Baltus en Dean Bowen (stadsdichter van Rotterdam) maar ook Von Solo, Lisa Heinsohn Huala, Ramona Maramis, Jeroen Sloof en Piet Janssen. Er is muziek van Mariachi orkest Los Mezcales en er zal jong talent op het podium te zien en horen zijn.
Om alvast in de stemming te komen hier een gedicht van Elfie Tromp uit 2018.
.
Victorieverdriet
.
Ik ben altijd alleen als ik je schrijf
de woorden waarmee ik je overwon
werden op een eiland geschreven
waar ik nauwelijks nog mens was
veroverwoede slaat
eenmaal ingelost
om in victorieverdriet
was dit nou alle ophef waard?
een paar meter stenen, modder en gras
had me bijna mijn leven gekost
het is grootheidswaanzin om mezelf met Napoleon te vergelijken
het is grootheidswaanzin om Napoleon te zijn
voor jou doe ik mijn bloedjas uit
ik ben meer dan de achterkant van een heer
het snavelhondje ligt op mijn schoot
honderd titels draag ik over
je mag eruit kiezen om o.a.
Napoleon te zijn
.
We komen van ver
Carmien Michels
.
De Vlaamse dichter/schrijfster Carmien Michels (1990) beweegt zich tussen pen en podium, tussen urban en klassiek. Ze studeerde Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. Als afstudeerproject schreef ze haar debuutroman ‘We zijn water'(2013) waarmee ze de shortlist van de Debuutprijs en De Bronzen Uil 2014 haalde. Haar tweede roman ‘Vraag het aan de bliksem’ verscheen in 2015. Na deze twee romans debuteerde in 2017 met haar eerste gedichtenbundel ‘We komen van ver’. Carmien won in 2016 het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam en behaalde op het Europees Kampioenschap een derde plaats, wat haar literaire optredens opleverde over het hele continent. Ze heeft ook een eigen Poetry Slam-collectief onder de noemer Eigen Wolk Eerst.
Uit haar debuutbundel ‘We komen van ver’ komt het gedicht ‘Liefdessonnet XI’ dat geïnspireerd is op ‘Honderd liefdessonnetten’ van de Chileense dichter Pablo Neruda.
.
Liefdessonnet XI
.
Ik wacht op de mist in je mond
blind en stom ril ik bij de eerste zon
de nacht valt, de dag wordt bedacht
in onzichtbare struiken danst je lach
.
Ik tast naar de doornen die je in me stak
naar de sporen van je huid die paarlemoeren blonk
naar je zouten geur van Japanse pruimen
ik wil niet huilen als een eenzaam bos
.
Ik wil ruiken en bergen je schemerblos
roosteren de vissen in je diepste dok
alsof het sneeuw is de schilfers van je wimpers ruimen
.
En vleugellam val ik als een koekoek uit een klok
hongerig naar jou, naar je uitgestorven stem in de bergen
naar de woorden die je velde, de kilte van Quitratúe*
.
















