Categorie archief: Vlaamse dichters

Dit hier

Esther Jansma

.

Van de week op het strand moest ik denken aan het gedicht ‘Dit hier’ van Esther Jansma (1958) uit haar bundel ‘Hier is de tijd’ uit 1998. Vooral de ‘geërodeerde bergen’ herinnerde ik me. Wanneer je er even de tijd voor neemt en het zand op het strand wat beter bekijkt begrijp je deze woorden heel goed. Zo anders dan bijvoorbeeld het zand uit een zandbak of uit een meertje.

De titel van deze bundel ‘Hier is de tijd’ werd ontleend aan de laatste regel van het gedicht ‘Archeologie’. Deze regel is afkomstig uit het gedicht ‘Meisje’ van een van mijn favoriete dichters, de Vlaamse dichter Herman De Coninck (zoals Jansma zelf in de ‘Aantekeningen’ achterin vermeld). Deze bundel bevat – in tegenstelling tot de eerdere bundels – langere gedichten, waarvan enkele tegen het prozagedicht aanleunen. Zo niet het gedicht ‘Dit hier’.

.

Dit hier

.

Je loopt op het strand: de zee, de einder,
het geluid dat de kom van de wereld
tot de rand toe vult – nee, kleiner.
.

Je zet je schoenen in het zand: koeienhuid,
geërodeerde bergen, het een laat
een afdruk na in het ander – nee, anders.
.

Je bent ergens, het doet er niet toe
waar, altijd aan een rand, dit keer tussen
land en water, het gaat over nu – nee
.

je ligt op je buik. Zand zingt zich voort
zoals water, geribd. Je kiest de kleinste rib.
Berg. Je kiest de kleinste korrel. Aarde.

.

Flessenpost

Stoppen met roken in 87 gedichten

.

Het komt voor dat ik voor mijn boekenkast sta en dan een dichtbundel zie waar ik bij aankoop en lezing heel erg enthousiast over was, maar helemaal vergeten was dat ik de bundel had. In het geval van ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’ van Dimitri Verhulst uit 2017 weet ik nog heel goed dat ik de bundel kocht en waarom. Tijdens de 35e Nacht van de Poëzie 2017 in Utrecht lazen meer dan twintig dichters poëzie voor. Op Radio 1 werden deze voordrachten uitgezonden door de VPRO. Een van die dichters was de Vlaamse dichter Dimitri Verhulst (1972) en ik herinner me dat ik meteen werd getroffen door zijn voordracht van het gedicht ‘Laten wij al afscheid nemen’.

Nu ik de bundel weer ter hand neem en lees ben ik opnieuw onder de indruk van het dichterschap van Verhulst. Daarom wil ik graag opnieuw een gedicht delen uit de bundel. Het zijn de nummers 1 en 2 uit het hoofdstuk ‘Flessenpost’ dat ook nog de gedichten 3 en 4 omvat.

.

1.

laat mij het zijn die subiet overblijft
wanneer je gaat
zo ben jij het die het wordt bespaard
te zien dat winters blijven komen
ook als wij ons niet meer kunnen warmen
aan elkaar
.
laat mij je overleven, zij het niet te lang
zodat ik je missen kan
en ik zal er mij van vergewissen dan
dat het duister zuigt, de leegte trekt
niets ergers dan te moeten wachten
en toch klaar te zijn voor het vertrek
.
laat mij het zijn die straks alleen ontbijt
met stompe tanden naast de krant
ik kom je dagelijks tekort
sleep mij van spleen naar wee
en wil vooral niet dat het beter wordt
mijn lief, mijn lief, mijn lief

.
2.
geef mij de rouw, ik zal ze dragen
voorbij mijn kunnen, in alle koppigheid
ik drentel door mij al te lange dagen
van kop tot teen gehuld in ochtendgrijs
en ik zal drinken hoewel ik ’t niet verdraag
op ons, dat we mochten, eventjes bestaan
.
ga jij mij voor maar in die domme dood
ons bed ligt slechter dan het graf
ik zal naar je tasten in de nacht
je wordt de leegte die mijn schoot niet past
de mens een muur die duizend malen horen zal
hoezeer ik jou heb liefgehad
.
geef maar aan mij de eenzaamheid
en ik zal onbedaarlijk wenen
wanneer ik met mezelf ga spelen
aan ons denkend, hoe het was,
‘k zal van je dromen in detail
en daarna komen en kapotgaan bovenal

 

 

Tijgerbrood

Ruth Lasters

.

De Vlaamse dichter en schrijfster Ruth Lasters (1979) debuteerde als dichter met ‘Vouwplannen’ welke bekroond werd met de Debuutprijs Het Liegend Konijn in 2009. In 2015 verscheen haar tweede dichtbundel ‘Lichtmeters’, waarvoor ze de Herman De Coninckprijs kreeg. De bundel werd ook genomineerd voor de VSB-poëzieprijs.  In februari 2023 verscheen haar derde poëziebundel ‘Tijgerbrood’ welke ook de keuzebundel is van poëzietijdschrift Awater deze maand.

Ruth Lasters was ook als dichter te gast bij Poetry International in Rotterdam en ook daar maakte ze een bijzondere indruk op mij. Alle reden dus om nog een gedicht van haar hand uit haar laatste heel mooie bundel hier te plaatsen. Ik koos voor het gedicht ‘Oor’ waarmee Lasters maar weer eens bewijst dat een dichter over elk onderwerp een gedicht kan maken.

.

Oor

.

Hierbij alvast – je weet maar nooit – mijn condities

voor de transplantatie van een kopjesoor

naar mijn stukke, favoriete theemok.

.

Het hoeft geen oor van Delfts of Kantonees porselein te zijn.

Een simpel kopjesoor van aardewerk in om het even welke kleur

zal eerst volstaan zoals jij mij altijd volstaan hebt,

vol en dus ook wel met mindere schijngestalten.

.

Het kopjesoor graag aanzetten met Bindulin Kontaktzement:

fraaie tubes en echt ijzersterk.

En dat je tijdens de aandruktijd met gesloten ogen denkt

.

aan mijn buik tegen jouw rug. Al lig of lag ik

eigenlijk liever met mijn hoofd aan de buitenkant,

een binnenzeeënmens is snel beklemd.

.

Zo, als je morsig hebt gewerkt zoals ik je ken,

zitten je duim- en wijsvingertop nu aan elkaar vastgelijmd

tot een vingercirkel. Eigenlijk is dát het enige kopjesoor

dat ik werkelijk wens en dat je misschien verzinnen kan in de lucht

.

aan een mok die er niet is als je

me mist, eerst als een oude Chevrolet ontvreemd

van zijn diafragmaveer. En dan steeds minder

totdat een ‘nieuwe’- geloof je dat nou echt? – liefde aan je trekt.

.

Weet dan dat het goed is, dat het toch ook niet

aan de theebuiltjes ligt dat men ze nooit als zandzakjes

voor de gevels zet. Er bestaan geen miniscule overstromingen.

.

Poëzie verkoopt niet

Poëzie is populair

.

Ik kan je bijna horen vragen huh? Bij de aanhef van dit stuk over poëzie staat ‘Poëzie verkoopt niet’ en meteen daaronder ‘Poëzie is populair. Dat lijkt een tegenstelling en toch is het dat niet. In ‘Schrijven magazine’ van februari dit jaar staat een lang artikel over poëzie. Dat poëzie leeft maar slechts mondjesmaat wordt verkocht.

Het artikel begint, zoals zo vaak, met het onderzoek dat Kila van der Starre deed in 2017 over de belevenis van poëzie door de Nederlander. Uit dat onderzoek blijkt dat maar liefst 97% van de Nederlanders in aanraking komt met poëzie. Kila plaatste nog gisteren een post op Instagram dat ze benaderd werd door de Telegraaf over dat zelfde onderzoek, 6 jaar na verschijnen. Dat in aanraking komen met poëzie gebeurt, je raadt het al, vooral buiten het boek. Op gebouwen, Internet, in kranten, in theaterzalen op de radio enzovoorts komen de Nederlandsers poëzie tegen.

Veel (vooral jongeren) lezen poëzie online. Zoals via InstagramUit een zoekwoord analyse van Arjan Jonker blijkt dat er maar liefst 2,4 miljoen keer per jaar op gedichten of poëzie wordt gezocht online. Omdat dat natuurlijk niet alleen de termen zijn waarop men zoekt ligt het totaal van zoekopdrachten nog veel hoger (denk aan dichter, dichtbundel etc.).

Een andere conclusie is dat Vlamingen en Nederlanderspoëzie vaker gezamenlijk ervaren, veelal auditief, dus door ernnaar te luisteren. Overigens staan de top 10 van best verkochten bundels van Vlaanderen en Nederland ook geplaatst in het artikel. Opvallend vind ik dat van de 10 er in Nederland maar liefst 6 in staan van buitenlandse dichters (vooral Rupi Kaur drie keer) en in Vlaanderen slechts drie (allemaal van Rupi Kaur). In Vlaanderen staan ook hedendaagse dichters als Delphine Lecompte (op 1 en op 6), Lieke Marsman (op 3), Maud Vanhauwaert (op 7), David Troch (op 8) en Leo Bormans (op 10). Terwijl in Nederland Lieke Masrman (op 1 en 5), De Poëzieboys (op 9) en Merel Morre (op 10 staat). In bedie landen staat alleen in Vlaanderen op 4 een klassieke held uit de poëzie namelijk het verzameld werk van Paul Celan.

Uit het onderzoek van Kila blijkt dat mensen dichtbundels lezen om: geraakt te worden (25%) of om een gedicht uit te zoeken voor een gelegenheid (20%). De verkoop van dichtbundels loopt al langere tijd terug. Dat is deels te verklaren doordat met name jongeren steeds minder boeken lezen en in toenemende mate online maar ook blijkbaar omdat het aantal mensen dat intrinsiek gemotiveerd is om poëzie te lezen om de schoonheid of de taal erg klein is en kleiner lijkt te worden.

Een voorzichtige conclusie van de hoofdredacteur in zijn redactionele stuk is dat poëzie definitief is losgeraakt van het papier. Is dat erg? Ik denk van niet, mis je iets als je geen poëziebundels leest? Ik denk van wel, de ware liefhebber zal begrijpen wat ik bedoel. Maar zoals de science fiction al jarenlang het kleine stiefzusje is van de lietartuur maar wel gelezen wordt door een kleine maar enthosuaiste groep liefhebbers, zo is het ook met de poëzie. Tel daarbij de aandacht voor poëzie buiten het boek en ik denk dat de conclusie moet zijn  dat A.: poëzie inderdaad steeds minder verkoopt en B.: dat poëzie populair is.

Geen blogbericht zonder gedicht dus daarom een gedicht over poëzie.   In dit geval het gedicht van Rogi Wieg (1962-2015) getiteld ‘Poëzie’ uit zijn bundel ‘De zee heeft geen manieren’ uit 1987.

.

Poëzie

.

Nu is het dus dat ik niet meer weet

hoe bang zijn was. Ik zal niet langer vijand

zijn van zoveel vormen goedheid. Maar vergeet

niet wat je was: ogen, haar, een hand

.

om mee te schrijven. En wat moet ik zeggen,

de stadsweg waarover je naar huis gaat,

mijn huis zelfs is zo liefdevol voor mij. Verleggen

van dit leven is gewichtig. dat je hier bestaat

.

alsof je altijd zal bestaan lijkt eigenaardig,

– en al die mooie dingen dan –

om alles weg te gooien voor wat poëzie is te lichgtvaardig.

.

Er is weinig taal in mij om zaken

te omschrijven zoals duit gebrek aan angst;

dus noem ik maar wat afgebroken wordt om nog iets goed te maken.

.

 

Libretto

Peter Holvoet-Hanssen

.

‘Libretto’ Lied- en muziekdoosgedichten uit 2022 is een bloemlezing van liedgedichten en ‘muziekdoosgedichten’ uit eerdere werken van de Vlaamse dichter Peter Holvoet-Hanssen (1960). Holvoet-Hanssen debuteerde in 1998 met de bundel ‘Dwangbuis voor Houdini’. Hiervoor ontving hij in 1999 de Vlaamse Debuutprijs. In 1999 verscheen ‘Strombolicchio. Uit de smidse van Vulcanus’ waarvoor hij in 2001 de Dirk Martensprijs ontving. Naast deze blijken van waardering ontving hij ook nog onder andere de Louis Paul Boonprijs voor ‘Blauwboek’ in 2019 en de Paul Snoekprijs voor ‘Navagio’ in 2010.

In 1994 richte hij samen met zijn partner Noëlla Elpers het Kapersnest op om interesse voor (jeugd)literatuur en (kunst)geschiedenis bij kinderen aan te wakkeren. Noëlla Elpers verzorgde ook de samenstelling, het voorwoord en de pentekeningen in ‘Libretto’.  Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Wolk van de Zwarte God’.

.

Wolk van de Zwarte God

.

het regent op Watou

in de verte roept een pauw

‘Claus! Claus!’

en iedereen is moe

.

het blaft en het waait

stap over de stormgrens

een man in pyjama

loopt zijn voordeur achterna

.

dan zwaluwt de kerk

hier drinkt Gerrit op de hoek

daar zinkt Eddy in het gras

gedichten doe de luiken toe

.

zing van het korreltje zand

en bevlieg dit dodenland

hop dans duivencirkels tien

de weg is anders dan voorzien

.

Kunst- en Dichtproject

Raamwerk | Dichtwerk

.

De kunstenaars van de NEstudio’s op het Noordereiland in Rotterdam organiseren deze zomer voor de tweede keer het project Raamwerk. Zo’n 40 dichters en beeldend kunstenaars maken per duo een raamkunstwerk op de ramen van de ateliers van NE Studios in de Prins Hendrikstraat.

Maar daarnaast organiseren zij dit jaar ook het project Dichtwerk. Een bijzondere poëziewedstrijd, niet alleen voor eilanders, maar voor dicht- en spoken word-talent in heel Rotterdam.

Behalve deze wedstrijd biedt Dichtwerk ook een aantal workshops en masterclasses aan van professionals op het gebied van poëzie schrijven en voordracht. Die workshops worden gehouden in Huizen van de Wijken en bij de bieb. Iedereen kan zich hier gratis voor aanmelden. De data & locaties zijn te vinden op de website van het de NE studio’s.

Op 25 juni zal een keur aan Rotterdamse dichters (die meedoen in dit bijzondere project) voordragen op een podium naast de NE studio’s. Naast dichters als onder andere Daniel Dee, Iris Brunia, Hans Wap, Hester Knibbe, Peter Swanborn, Maureen Ghazal, Benzokarim en Mark Boninsegna zullen de winnaars van de poëziewedstrijd hun winnende gedichten voordragen en er is muziek. Ik zal dit podium presenteren. Om alvast in de stemming te komen een gedicht van Herman de Coninck (1944-1997) uit ‘De lenige liefde’ uit 1969 waarin ‘een raam om naar de werkelijkheid te kijken’ een rol speelt.

.

Je truitjes en je witte en rode

sjaals en je kousen en je slipjes

(met liefde gemaakt, zei de reclame)

en je brassières ( er steekt poëzie in

die dingen, vooral als jij ze draagt)-

ze slingeren rond in dit gedicht

als op je kamer

.

Kom er maar in, lezer, maak het je

gemakkelijk, struikel niet over de

zinsbouw en over de uitgeschopte schoenen

gaat u zitten

.

(Intussen zoenen wij even in deze

zin tussen haakjes, zo ziet de lezer

ons niet.) Hoe vindt u het,

dit is een raam om naar de werkelijkheid

te kijken, alles wat u daar ziet

bestaat. Is het niet allemaal

als in een gedicht?

.

Poollicht

Maarten Inghels

.

De Vlaamse dichter, schrijver en multidisciplinair kunstenaar Maarten Inghels (1988) maakt boeken, video’s, performances en installaties. Op zijn website zijn verschillende van zijn projecten te zien en te lezen. Van 2016 tot 2018 was Inghels stadsdichter van Antwerpen. Hij werd gekozen voor zijn engagement en zijn hedendaagse poëzie.

Inghels debuteerde in 2008 met ‘Tumult’, het zeventiende deel in de Sandwich-reeks van oud-Dichter des Vaderlands Gerrit Komrij. In 2011 verscheen ‘Waakzaam’ waarin zijn bibliofiel uitgegeven bundel ‘Het abattoir van het afscheid’ uit 2009 integraal werd opgenomen. Inghels is coördinator van de Eenzame uitvaart in Antwerpen. In 2013 verscheen ‘De eenzame uitvaart’ veertig verhalen en gedichten bij het vergeten leven.

In De Gids nummer 4 uit 2015 verschenen twee gedichten van Inghels. Het gedicht ‘Inktbloedingen’ wil ik hier graag delen. Bij de titel moest ik meteen denken aan de Mariabeeldjes die uit hun ogen bloeden (wat meestal door de warmte kwam waardoor was smolt) maar Inghels geeft er een heel andere invulling aan. In dit gedicht is het taalgevoel van Inghels heel duidelijk aanwezig in de samenvoegingen en zijn beeldtaal.

.

inktbloedingen

.

Doorgaans aard ook ik niet in gezelschappen dus liep ik
met een emmertje oogstend door imaginaire tuinen,
de inktbloedingen in het binnenland van mijn hoofd.

Ik fantaseerde over ontmoetingen met waterberen
en houtvissen. Verdwaalde als een voetnoot
onder aan een heuvel en leerde de bosbessentaal.

Ik schrok wakker in de lawaaimaag van een walvis
en luisterde naar zijn fluitende geheimen.
Spaarde olifantentranen als amuletten,

vlooien in mijn haar waren talismannen.
Mijn lichaam werd een opgesmukte serre.
Ik was een arrogante wonderdwaas die mythes spuwde.

Met een botervloot ging ik langs de scharnieren
opdat de knarsetandende aarde was ingevet.
Ik zat op de rug van een reuzenschildpad

en hobbelde rond de continenten
om overal mijn bloedneuzen te laten zien.
(Waar ik ook kwam kaderde men mijn zakdoeken in —

rorschachtesten van mijn grootheidswaanzin.)
Uiteindelijk ben ik blauw in de badkuip leeggelopen,
tegen de emaillen graftombe galmde mijn ego na.

.

Gelukstraat

Groeten uit België

.

In de jaren ’80 van de vorige eeuw verkocht, ik meen, Art Unlimited ansichtkaarten met daarop een verhaal in vreemde straatnamen in Vlaanderen. Dat ging van de Zakstraat, Zaadstraat naar de Wipstraat en uiteindelijk geloof ik naar iets met zwangerschap. Ik kan de kaart die ik toen in mijn bezit had niet meer vinden maar onderstaande kaart was uit die zelfde serie ‘Groeten uit België’. Volgens mij was een van de straten die op de kaart stond de ‘Gelukstraat’.  En laat de Vlaamse dichter Stefan Hertmans nou een gedicht hebben geschreven over deze straat in Gent.

Schrijver, dichter Stefan Hertmans (1951), is een van de meest vooraanstaande hedendaagse dichters in het Nederlands. Hij publiceerde romans, verhalen, essays over literatuur en filosofie, theaterteksten en poëzie. In 2015 was hij op zijn verjaardag  te gast in het literair programma ‘Uitgelezen’ in de balzaal van Kunstencentrum Vooruit in Gent. En uitgerekend op die feestelijke dag werd zijn autobiografisch gedicht ‘Gelukstraat, Gent’, opnieuw aangebracht op de zijgevel van Vooruit (Sint-Pietersnieuwstraat), bij de toegangstrap van het terras. Het gedicht werd voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘Annunciaties’ (1997) en vanaf 2000 opgenomen in de Gentse Poëzieroute. Het tooide toen de grote zijgevel van Vooruit. In februari 2013 verdween het gedicht door de uitbreidingswerken voor een terras aan de Vooruit. En nu is het dus te lezen op de zijgevel van het centrum.

.

Gelukstraat, Gent

.

Het was in een oud schooltje,
en de ramen waren hoog, dat zich
de schaduw van een man tot in de
lichtkring van oud stof voorover boog.

.
Linden, kinderen in een onverstaanbaar
nieuwe taal, herkenning van een uitzicht
bij het raam; en binnen trekt het pleisterwerk
zijn eigen krijtkring in een oud lokaal.

.
De schim van lang verloren leven
kan iemand in de armen nemen,
maar niet het waaiend lichtland
in zijn hoofd.

.
O paradijselijk vergeten op gewone
dagen, zij geloofd. En bij het poortje,
in de wind, staat nog een ander kind –
dat, wat ooit zijn moeder was beloofd.

 

Onvast land

Michael Vandebril

.

In 2012 debuteerde de Vlaamse dichter Michaël Vandebril (1972) met de poëziebundel ‘Het vertrek van Maeterlinck’ waarvoor hij de Herman de Coninck Debuutprijs kreeg en een nominatie voor de C. Buddingh’-prijs. In 2014 schreef hij een jaar lang ‘achterafgedichten’ voor het dagblad De Morgen. Zijn poëzie werd in acht talen vertaald. In 2016 verscheen zijn tweede bundel ‘New Romantics’ en in 2021 zijn vooralsnog laatste bundel ‘Op de weg van Appia’. Ook maakt hij deel uit van het Europese poëzieplatform Versopolis, een Europees platform voor jonge en opkomende Europese dichters.

Ik schafte pas geleden zijn bundel ‘New Romantics’ aan, een bundel vol verraderlijke, bedwelmende gedichten die de geest ademt van romantische dichters als Gilliams, Rilke en Baudelaire en die tegelijkertijd verwijst naar de hypnotiserende new wave en synthpop uit eind jaren zeventig en begin jaren tachtig, zo lees ik op de achterflap. Als ik het omslag bekijk heb ik meteen een idee, ABC, Jean Michel Jarre, OMD, Ultravox, Blancmange, Culture Club, mijn LP verzameling kent al deze namen. In de bundel vele verwijzingen naar deze periode (de opdracht voorin is van Visage uit ‘Fade To Grey’ hear the notes from a distant song.

Uit deze intrigerende en ook herkenbare bundel (muzikaal gezien) een gedicht dat niet meteen aansluit bij deze stroming maar meer neigt naar de romantische dichters uit eind 18e en begin 19e eeuw stammen.

.

Onvast land

.

er welt een wereld in de krul van je lippen

waar geen kaart me naartoe leiden kan

de zee loopt leeg naar dit onvast land

waar kinderen en dieren verdrinken

ik lig erbij als een leeggespoelde schelp

en wacht tot de klokken luiden en ze luiden

helder en hard de echo’s van je hart

dat opent als een lotusbloem blad voor blad

kwade tongen verstommen in dit droomland

waar geluk een engel is die je vraagt

kan je mijn borsten voelen als ik je omhels?

veel meer dan dat (geschrapte regels)

.

Dichter op verzoek

Maud Vanhauwaert

.

Vandaag is het zondag, dus Dichter op verzoek. Dit keer een verzoek van Magda Haan voor dichter Maud Vanhauwaert (1984). Nog maar pas geleden mocht ik het genoegen hebben met onder andere Maud deel uit te maken van de vakjury van de AMAI awards. Een zeer gewaardeerd dichter, ook door mij. Het gedicht zonder titel komt uit De Revisor, jaarboek voor nieuwe literatuur 1 uit 2010.

.

dat de vader schimmelt tot schim
draderig uiteen te trekken als suikerspin
je eerste rimpel slap grijnzend op de stoep wacht
zich als sjaal omdoet
met u gaat wandelen
dat is normaal. De lucht is cataract
.
een emmertje kraakbeen voor de knieën voor de trap
voor als je vijfenzeventig
een frisse paling voor om de hals voor als het te warm
voor op een bankje. En toch
.
blijft de glimlach van een dode
de ontspanning van een spier
zakken mijn gesloten handen
door het wakke dijbeenvlees
.
schudden de bomen van nee, de bomen schudden van nee
in de herfst
.
.