Categorie archief: websites over poëzie
3 kleine broertjes
Floortje Schoevaart
.
Via een vriend werd ik gewezen op dichter Floortje Schoevaart. Ze is schrijver voor onder andere Sesamstraat, dagvoorzitter, sneldichter en columnist. Samen met Guido Bootz ontwikkelde ze https://www.gevondengedicht.nl/ is een kennismaking met poëzie in drie lessen en een website. GevondenGedicht wil kinderen nog beter laten kijken, zich nog vaker laten verwonderen en nog meer laten dichten. In de drie lessen leren kinderen poëzie herkennen, doen ze schrijfoefeningen en maken ze een gedicht bij een zelf gevonden voorwerp.
Op haar website https://www.floortjeschoevaart.nl/ kun je lezen wat een duizendpoot Floortje is. Op haar website ook een aantal teksten en een prachtig treurig gedicht met de titel ‘Drie kleine broertjes – voor Klaas’.
.
Drie kleine broertjes – voor Klaas
.
Twee kleine broertjes,
een moeder, een vader
in het mooie huis aan het water.
In de winter het ijs, in de zomer de kikkers:
zo was de bedoeling en zo moest het blijven.
Dus ik was er nog niet,
ik kwam later.
.
Twee kleine broertjes:
één grote, één kleine.
En later dan zouden ze spelen.
De kleine die kon nu alleen nog maar huilen,
maar dat gaf niet, de grote die wachtte wel even.
Hij ging wel vast
z’n speelgoed verdelen.
.
Twee kleine broertjes:
één kleine, één grote.
De grote die kon toen al lopen.
En dat liet hij ook zien dus, op papa’s verjaardag,
door de kamer met mensen die praatten en lachten.
En de zon scheen
de tuindeuren open.
.
Eén van de broertjes,
een strak blauwe hemel
en het gras net zo groen als het water.
Dan, plotseling, stoppen de kikkers met kwaken,
verhuizen de eendjes naar twee sloten verder.
Niemand hoort het
geschrokken gesnater.
.
Twee kleine broertjes.
En iedere winter
weer schaatsen waar hij was verdronken.
.
“Mama, als je toen geweten had
hoe hard ik nou kan schaatsen,
hadden jullie mij er toch wel bijgenomen?
Ja, maar ik kan ook al bijna
zeven meter onder water
en ik ben zellef op de fiets uit school gekomen.
Mama, kijk! Ik kan een scherpe bocht
en met twee voeten remmen.
Weet je, eigenlijk ben ik voor mij
dan wel een beetje blij
dat hij nog niet kon zwemmen.”
.
Twee kleine broertjes,
een moeder, een vader
In het mooie huis aan het water.
Zo groeiden we op en we speelden en huilden.
En ik ging steeds meer snappen dus steeds minder vragen,
maar iedere zomer
wordt het weer een jaar later.
.
Begin van het einde van een regime
Ion Monoran
.
Op 16 december 1989 was het dertig jaar geleden, dat de revolutie tegen Ceaușesc ontketend werd in Timisoara, Roemenie. Ik herinner me dit nog goed, ik had in die periode een boek gelezen over het bizarre regime van Ceaușesc. Via collega dichter Serge van Duijnhoven ontving ik informatie over de dichter die de val van het Ceaușesc regime in gang zette. Uit een bericht op zijn website https://sergevanduijnhoven.wordpress.com/ : Een moedige dissidente dichter genaamd Ion Monoran, had de euvele moed een trolleybus te kapen. En met zijn verzen op te roepen op te staan tegen het “Genie van de Karpaten” en diens misdadige ultra-communistische regime. Binnen een dag leidde de pop-up opstand van Monoran tot veertig doden die voor de kathedraal van Timisoara werden neergeschoten door de Securitate en een dag later verbrand op last van Elena Ceaușesc in Boekarest. De rest is geschiedenis.
Ion Monoran (1953–1993) werd geboren in het dorp Petroman in Timis, Roemenië. Hij was journalist, dichter en uitgever. Zijn eerste gedichten werden in 1976 gepubliceerd in het tijdschrift Forum studenţesc. Hij gaf les in de literaire kring ‘Pavel Dan’ van het Studenten Cultuurhuis in Timişoara en hij werkte samen met en publiceerde in de literaire tijdschriften Orizont, Amfiteatru, Echinox en Luceafărul. Geen van zijn boeken zijn tijdens zijn leven gepubliceerd. Monoran was een icoon onder de Boheemse kunstenaars van Timişoara en werd een culturele held na de revolutie. Zijn prijzen zijn onder andere de Orizont-tijdschrift Poëzieprijs (1987), de Nichita Stănescu-prijs voor hedendaagse poëzie (1987), de prijs voor literaire creatie (Satu Mare, 1987) en de Literaire Unie Debuutprijs. Voor zijn werk, Locus periucundus, werd hij geëerd door de gemeente Timișoara door hem ereburger te maken.
Na zijn dood werd Monoran pas gepubliceerd in een poëziebundel. Deze bundel ‘Locus Periucundus’ bevat gedichten uit de periode 1975-1989. Deze biografische poëzie geeft de impulsieve, abrupte en vaak tegenstrijdige teksten van Monoran de ervaring van een ‘vrije geest’. Uit deze bundel het gedicht ‘Locus Periucundus (1)’ (wat zoveel betekent als (tweede) Kamer voor meineed in het Latijn). In een vertaling van Marius Surleac en Marc Vincenz.
..
Locus Periucundus (I)
.
Before
becoming a village
this cluster of ruins
gently sloped beneath the trees, beneath bending
boughs, so that from place to place
fragments of wall peer out of the foliage,
a clutter of refuse
collapses into silence,
interrupted only by the murmur of countless
flowing streams
on winding narrow streets
and by the chatter of villagers
or the wide-eyed, ignorant
shepherds
menacingly dangling their clubs
above the hill’s crest,
behind their herds,
and among the brambles and blackberries
that impede the ewes’ ascent.
.
It is essential
to venture up there
amid the vineyards dull and bright,
to admire the hills
bombarded with rural echoes,
and to roam the dung-speckled grasslands
to reach
these Loci Periucundi
as Pliny would say—
places infused with the mysterious
presence of spirits
which give you an unsettling feeling
even when they are spelled out on paper,
not to mention to encounter them here
frightening and cheerful,
throbbing
in a slow affected ostentation
on the muddy footpaths shaded by thickets
from which curious news arrives
in light and shadow,
sweetened by bird song
or muffled by a profusion
of serpentine creeper vines
winding through trees.
.
Time
perfected
this green daedal country
dominated
by the language of birds and flowers,
a country prepared to take back its fauns and satyrs
concealed in the rocks
overgrown with ferns and wild roses—
as if designed in mad disarray
by a frivolous gardener
and in chaotic succession,
as if especially intended for lovers
seeking a hidden place for love.
.
In these places,
ruling for millennia,
hawk, bat, or cuckoo
have fulfilled their roles as augurs,
as angels and archangels, but now
hang as simple decorations
or as red penalty cards,
torn apart by weather and neglect.
.
Despite
the urgency of this beautiful,
almost Rousseauian spontaneity,
churches still loom
abundantly
in the oppressive religiosity
of the peasants
who, notwithstanding their kindness and courtesy,
are more renowned
for the quality of their wines and brandy
than any worship of saints
or their practice of the Mysteries
dedicated to Zamolxis or Dionysus.
.
The peasants are simple,
a living material
of farmers or miners or shepherds
and live their lives in these villages
built from these high walls and rubble—
rather more medieval than ancient.
And only my imagination
helps me see them
dissolve into the dream-light of an antiquity
that swarms everywhere,
reviving from these stones
with uncertain meaning,
the great towers of an almighty
Dacian stronghold,
which, in their long-lasting wanderings,
the Romans besieged.
.
Ongehoord! poëziewedstrijd 2020
Nieuwe editie
.
Stichting Ongehoord! komt terug. Na in 2019 alleen een (zeer succesvol) podium te hebben georganiseerd in de Jacobustuin zal er in 2020 opnieuw een poëzie- of gedichtenwedstrijd worden georganiseerd. De Ongehoord! poëziewedstrijd beleefde haar eerste editie in 2012 en beleefde haar voorlopig laatste editie in 2017. Door allerlei ontwikkelingen en bestuurswisselingen lag deze wedstrijd in 2018 en 2019 stil.
Maar er is dus goed nieuws! Volgend jaar is er opnieuw de mogelijkheid om het felbegeerde beeldje (de eerste prijs van deze wedstrijd) te bemachtigen door mee te doen. De voorwaarden en het thema zullen medio januari (rond de Dag van de poëzie) worden bekend gemaakt op de website van stichting Ongehoord! en op dit blog.
Prijswinnaars van deze wedstrijd zijn:
2012: Hervé Deleu
2013: Anneke Wasscher
2014: Alja Spaan
2015: Gerard Scharn
2016: Hein van der Schoot
2017: Gijs Smit
.
Wil jij je naam aan dit rijtje toevoegen hou dan de website van Ongehoord! https://stichtingongehoord.com en/of dit blog in de gaten. Uiteraard zullen we bij de start van deze wedstrijd de publiciteit zoeken en er volop ruchtbaarheid aan geven. Om je alvast een beetje in de sfeer te brengen heb ik een gedicht van de eerste (Vlaamse) winnaar van deze wedstrijd uitgekozen. Het is niet het gedicht waarmee Hervé in 2012 won, dat kun je hier lezen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/11/12/verslag-van-een-prijsuitreiking/ maar een gedicht uit zijn in 2013 verschenen bundel ‘De geur van de maan’ getiteld ‘Tango’.
.
Tango
.
Ze strijkt gracieus haar haren strak,
glimmend veld in ravenzwart,
siddert als een espenblad
wanneer haar kleed haar lijf omvat.
.
Ijdel glijdt z’haar schoenen in,
de hak als fallus opgericht,
staccato stampt ze putten in
’t parket dat kraakt als een gedicht.
.
Hij leidt haar dwingend in het rond,
zij is het vuur, hij is de lont,
hun lijnen smelten tot één romp
die wentelt tot de passie komt.
.
Hun blikken haken elkaar vast,
’t begeren in haar schoot gevat,
door ’t overrijpe breekt de bast,
zij wordt een vrucht in eigen nat.
.
Synchroon bewegen ze hun lijf,
uit elke vezel druipt het geil,
de tango geeft hen lust en pijn
tot ’t eind hen rukt
uit hun verzadigd zijn…
.
Parken en woestijnen
M. Vasalis
.
Ik kan nog steeds heel enthousiast worden van een bundeltje dat ik ergens voor weinig op de kop tik. Zeker als het bundeltjes zijn waaruit ik al eens een gedicht heb geplaatst. Die gedichten worden dan overgenomen in bloemlezingen of verzamelbundels of ik vind ze op internet, zoals op https://www.dbnl.org/
De bundel ‘Parken en woestijnen’ van Vasalis is zo’n bundel en ik heb een exemplaar uit 1946 gevonden. Voorin staat een datum 22 december 1946, voor Kees van Netty en dat maakt deze bundel 73 jaar oud.
Overigens werd de eerste druk in 1940 in een oplage van 300 exemplaren gedrukt. Mijn versie is een elfde druk uit mei 1946 en inmiddels waren er toen reeds 12.500 stuks van gedrukt en verkocht.
Ik heb hier voor het afsluitende gedicht gekozen ‘Onweer in het moeras’.
.
Onweer in het moeras
.
Naast het vlakke gladde meer
blauw en roze als een maansteen
staat het rechte bos van riet,
elke halm een groene speer,
elke speer staat slank alleen
met een dun vernis van licht.
Licht en schaduw bewegen niet.
.
In de hemel hangen zware
violet gekleurde wolken.
Niets verraadt de gele schare
vogels,die het riet bevolken.
.
Dan splijt met een verblindend licht
de hemel open en slaat dicht
met een donderende slag…..
Als in een donkre smederij
spatten uit het rieten bos
vonkenregens vogels los
een zwerm van duizend vurige vlerken
stuift geel omhoog in ’t sombere zwerk en
een ziedend hoog gezang breekt vrij.
.
Mijn hart werd plotseling wit en heet,
’t was of ik zelf werd omgesmeed.
Ik heb het angstig ondergaan
ik kwam er sterk en nieuw vandaan.
.
Sterk en vreemd
Charles Bukowski
Zonder dat ik hier naar op zoek was kwam ik op de website https://www.poeticous.com/ terecht.
In alles
Mandy Eggerding
.
Winnaar van de eerste Rob de Vos-prijs (opvolger van de Meander poëzieprijs en vernoemd naar de oprichter van Meander literatuur website) is Mandy Eggerding met haar gedicht ‘In alles’. Het afgelopen jaar hebben 7 juryleden, waaronder ikzelf, vele gedichten beoordeeld (231 inzendingen) en wij hebben als jury unaniem het gedicht van Mandy gekozen als beste gedicht.
Zij wint hiermee de Rob de Vos-prijs trofee en een bedrag van 100 euro (en natuurlijk eeuwige roem). De gedichten moesten geïnspireerd zijn op een thema dat uit het gedicht ‘Aarde, wees niet streng’ van Menno Wigman kwam: ‘’Achter de ogen scheen een zomermaand
het middenrif liep vol zacht avondlicht’’. Dat er vele interpretaties waren op dit thema hebben wij als jury ondervonden. Van zomerse avonden tot verre oorden, herinneringen en beschrijvingen.
Mandy Mariska Eggerding (1968) uit Amsterdam is een veelzijdig theatermaker die eigenlijk liever schrijft. Zij studeert al een aantal jaren poëzie aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Dit jaar won zij de tweede prijs van de Schrijverspodiumwedstrijd en publiceerde zij in Literair Tijdschrift Poesia. Momenteel schrijft Mandy aan haar eindwerk voor de Schrijversvakschool en dat zijn een veertigtal gedichten.
Wil je meer lezen over de winnende gedichten en de Rob de Vos-prijs ga dan naar de website van Meander https://meandermagazine.nl/2019/11/rob-de-vos-prijs-2019-2
.
In alles
–
Op deze ochtend vol van licht kwam ik je weer tegen.
Je was niet opgestaan, lag onveranderd op je zij –
een vogel tegen het glas –
stil – maar je lachte je schuine lach
. heel even
door de verstilling heen, een lente op je lippen.
–
–
Buiten brak het licht op de kozijnen
. trillend.
–
Ik opende het raam,
. hoeveel lichter de lucht
. een zacht aaien dat naar binnen draait
–
. zo licht als ik daar dan sta
. zo licht als jij me raakt
–
zo openzwaaiend mis ik jou
–
in alles.
.
Poëzie als therapie
Perie J. Longo
.
Op de website https://www.huffpost.com las ik een bijzonder aardig artikel van John Lundberg over poëzietherapie. Dit artikel sluit heel mooi aan bij de blogpost die ik op 1 oktober schreef https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/10/01/anti-stress-poezie/ . Omdat ik het artikel in zijn geheel te interessant vond om er een korte samenvatting van te geven heb ik hieronder de vertaling van dit artikel gezet.
Kan poëzie genezen?
Ik ken een paar dichters waarvan ik denk dat ze wat therapie zouden kunnen gebruiken (inclusief ikzelf), maar tot voor kort had ik deze kunstvorm nooit als een serieus therapeutisch hulpmiddel beschouwd. Sommige therapeuten blijken poëzie zeer effectief te vinden bij het helpen van patiënten om geestesziekten het hoofd te bieden en te overwinnen. In een artikel voor het Psychiatric Centres Information Network instrueert geregistreerd poëzietherapeut Perie J. Longo ons dat ‘het woord therapie tenslotte afkomstig is van het Griekse woord therapeia, wat betekent: verpleegkunde of genezing door dans, lied, gedicht en drama.’ Ik had geen idee. Er zijn een paar basale, geaccepteerde methoden voor poëzietherapie.
In één groepsmethode selecteert de therapeut een gedicht dat een probleem belicht waar de patiëntengroep mee te maken heeft en dat kan helpen een dialoog over het onderwerp te openen. Door bijvoorbeeld Emily Dickinson te lezen, kunnen patiënten zich realiseren dat eenzaamheid niet uniek is. Het lezen van Roethke’s “The Waking” zou kunnen dienen om een discussie te richten op het stap voor stap nemen van het leven. Natuurlijk moet dit zorgvuldig worden beheerd: gedichten betekenen verschillende dingen voor verschillende mensen, en een gedicht dat de ene patiënt verheft, kan de andere depressief maken.
Een tweede methode van therapie roept patiënten op om hun eigen gedichten te schrijven. Longo organiseert poëzieworkshops voor patiënten die veel lijken op workshops in de academische wereld. Wanneer het gedicht van een patiënt ter discussie komt, lezen een paar mensen het om de ritmes en de muziek te laten bezinken, waarna de groep het stilzwijgend in overweging neemt totdat iemand een vraag of mening hierover heeft. Natuurlijk worden gedichten in poëzietherapie niet bekeken vanwege hun waarde als kunst, maar als een venster naar de psychologie van de dichter en, bij uitbreiding, als een middel om te genezen. Volgens Longo zijn er twee belangrijke facetten aan dergelijke genezing: het definiëren van, en helpen verbindingen te leggen tussen, jezelf en anderen.
Als je ooit een gedicht hebt geschreven, weet je dat het schrijven van een gedicht dat eerste facet zeker kan bereiken. Elk gedicht dat ik heb geschreven, heeft me in elk geval een gevoel gegeven dat ik mezelf definieerde. Voor een patiënt met een psychische aandoening kan deze handeling van bijzonder belang zijn. Longo vroeg een patiënt eens hoe het voelde om een gepubliceerde kopie van een gedicht dat hij had geschreven vast te houden. De man antwoordde eenvoudig: “Ik voel me eindelijk iemand.” Wat betreft de connectie met anderen, citeert Longo de dichter Stephen Dobyns, uit zijn boek Best Words, Best Order: Essays on Poetry, waarin Dobyns schreef: “Ik geloof dat een gedicht een venster is dat hangt tussen twee of meer mensen die anders wonen in verduisterde kamers. “Longo beschreef een workshop waarin op raadselachtige manier verbinding werd gemaakt: Vaak neem ik een zin uit een gedicht en herhaal het voor elk groepslid om hun gedachten mondeling in te vullen, voordat ze hun eigen gedicht schrijven.
Op een dag begon ik met zo’n zin: “Ik heb het recht.” Terwijl we in de woonkamer rondgingen, werden de meest ontroerende lijnen gesproken: ik heb het recht om midden in de nacht een kopje melk te krijgen; Ik heb het recht om te ademen; Ik heb het recht om mijn gitaar te spelen; Ik heb het recht om mijn haar te kammen, enzovoorts. Plots zei een jonge man die suïcidaal was: “Ik heb het recht om een pistool te krijgen om mezelf neer te schieten.” Een vrouw, die heel stil in zichzelf had gezeten elke keer dat ze naar de groep kwam, wat niet vaak was, sprak zich uit. Zich tot hem wendend, zei zij zacht maar krachtig: “En ik heb het recht het van u af te nemen.” Op dat moment was de stilte verbluffend.
Longo spreekt ook een derde potentieel voordeel van het schrijven van poëzie: dat het schrijven van een gedicht kan helpen om de emoties over een complexe kwestie op te helderen. Vorm speelt hier een sleutelrol omdat het vereist dat je je gedachten in een structuur manipuleert – ik heb af en toe het gevoel dat ik bij het schrijven van een gedicht chaotische ideeën tot een soort stilte heb gedwongen. Longo noemt een radicale formele techniek: ‘een vak in het midden van de pagina tekenen en woorden beperken tot die ruimte. Emoties zullen op deze manier geen opschudding verwekken, maar worden beschermd in het kader dat natuurlijk is in de volgorde van de poëzie.’ Het is logisch dat poëzie aanzienlijke genezende effecten kan hebben en ik vraag me af of die effecten misschien wat dichters naar de kunst trekken. Ik weetdat er dichters zijn die serieus van mening zijn dat als ze niet regelmatig zouden schrijven, ze gek zouden worden.
En er zijn beroemde voorbeelden – zoals Plath – van degenen die worstelden met hun demonen op de pagina. In sommige gevallen, zou men kunnen beweren, heeft poëzie het erger gemaakt. Experts benadrukken dat poëzie een hulpmiddel is dat, op een verkeerde manier gebruikt, een patiënt pijn kan doen in plaats van genezen. Maar velen denken dat het een aanzienlijk potentieel heeft. In een Time Magazine-artikel over poëzietherapie gaf Yale-psychiater Albert Rothenberg aan dat ‘poëzie op zichzelf niet geneest’, maar hij merkte het voordeel op van de unieke focus op verbalisatie, die volgens hem ‘de levensader van psychotherapie’ is.
.
Het gedicht dat wordt aangehaald in de tweede alinea van dit artikel is ‘The waking’ van Theodere Roetkhe (1908 – 1963). Dit is het titelgedicht in de villanelle vorm uit zijn bundel ‘The waking’ waarvoor hij in 1953 de Pulitzerprijs kreeg.
.
The waking
.
I wake to sleep, and take my waking slow.
I feel my fate in what I cannot fear.
I learn by going where I have to go.
.
We think by feeling. What is there to know?
I hear my being dance from ear to ear.
I wake to sleep, and take my waking slow.
.
Of those so close beside me, which are you?
God bless the Ground! I shall walk softly there,
And learn by going where I have to go.
.
Light takes the Tree; but who can tell us how?
The lowly worm climbs up a winding stair;
I wake to sleep, and take my waking slow.
.
Great Nature has another thing to do
To you and me; so take the lively air,
And, lovely, learn by going where to go.
.
This shaking keeps me steady. I should know.
What falls away is always. And is near.
I wake to sleep, and take my waking slow.
I learn by going where I have to go.
.
Awater en Meander
Poëzierecensies en artikelen
.
Wanneer je, zoals ik, graag op de hoogte blijft van de ontwikkelingen op het gebied van poëzie dan zijn er een aantal mogelijkheden. Allereerst kun je je abonneren op mijn blog, maar waarschijnlijk kom je hier al vaker, ik schrijf over alle mogelijke uitingsvormen in beeld en tekst van poëzie. Over poëzie in Nederland en België maar ook over poëzie van daarbuiten, in Europa en de andere continenten. In totaal kun je op dit blog al in 70 verschillende categorieën rond bladeren en dan beperk ik mezelf nog want ik zou er zo nog een aantal tientallen categorieën aan toe kunnen voegen.
Lees je naast dit blog graag artikelen over poëzie en recensies van poëziebundels dan zijn er twee media die ik graag bij je aanbeveel. Dit is de Poëziewebsite Meander en het Poëzoetijdschrift Awater. Over Meander schreef ik hier al vaker, dit is een prachtige poëziewebsite vol recensies, interviews, columns, artikelen over poëzie, klassiekers en actuele informatie en dit is allemaal hier https://meandermagazine.nl te vinden.
Het poëzietijdschrift Awater verschijnt driemaal per jaar en bevat een schat aan recensies en artikelen over poëzie en dichters. Ook hier weer enige actuele informatie en columns. Ook heeft Awater een website en die staat hier https://www.poezieclub.nl .
Meandermagazine is een wekelijkse nieuwsbrief waarop je je gratis kan abonneren. Meander werkt uitsluitend met vrijwilligers (waar ik er één van ben) maar je kunt Meander wel financieel steunen door een donatie te doen middels de donatieknop. Awater is naast de website een tijdschrift waar je een abonnement op kunt nemen. De basisvariant kost 24,50 voor 3 nummers. Daarnaast zijn er nog een aantal uitgebreider varianten van abonnementen.
Het Winternummer van Awater is pas uit en daarin staan onder andere artikelen over Frank Koenegracht, Ellen Deckwitz en T. van Deel en H.H. ter Balkt. Van Frank Koenegracht is het gedicht ‘Laat je zoon studeren’.
.
Laat je zoon studeren
.
Ik ontmoette iemand die mij denken leerde
Een ander wees waar de jenever stond
.
Zo dronk ik diep en in gedachten
Later viel ik op de grond
.
en droomde dat ik heel goed schaakte,
maar tegelijk door blaren liep.
.
Degene die mij wakker maakte
wilde beslist niet dat ik sliep.
.

















