Site-archief

Eddy van Vliet

Vlaams dichter

Eduard Léon Juliaan  (1942 – 2002) gebruikte als pseudoniem de naam Eddy van Vliet.

Hij studeerde rechten aan de Vrije Universiteit in Brussel en vestigde zich als advocaat in Antwerpen. Hij werkte mee als redacteur aan Yang, Kentering en Nieuw Vlaams Tijdschrift. Van Vliet hield zich afzijdig van elke groep of stroming in de literatuur. Hij debuteerde met de bundel ‘Het lied van ik’ (1964), gedichten die abstraheren van de werkelijkheid en daarvoor in de plaats sprookjesachtige of mythische elementen plaatsen. Dat geldt ook voor de bundels ‘Duel’ (1967), bekroond met de Reina PrinsenGeerligsprijs, en ‘Columbus tevergeefs’ (1969), waarvoor hij de Arkprijs van het Vrije Woord kreeg.

De thematiek van zijn poëzie is  gericht op de tegenstellingen goed en kwaad, liefde en geweld, waarbij hij het eigen ik als uitgangspunt kiest voor wat men als belijdenispoëzie zou kunnen kenschetsen. Uit ‘Na de wetten van Afscheid & Herfst’ het volgende gedicht.

.

Op de iden van maart

de dag dat Julius Ceasar werd geveld

zoals ik geleerd had

en toen nog dacht dat alles te leren viel

stierf zij

.

Zo ze dan toch moet verdwijnen

bad ik stiekem in de gang van het ziekenhuis

dan op de dag dat een keizer werd vermoord

zoals voorspeld in de vlucht der eenden

zoals gelezen op de tweede bank. derde rij links

afrukkend en geil van verdriet

.

En na de koffie met ooms en tantes

nooit gezien en stervensgereed

de hoon van de vrienden

om mijn tekens van rouw.

.

Na de wetten

Tienkamper en Ijsland

Poëzie is overal

.

Dat poëzie overal te vinden is roep ik al jaren. Nou ja dat schrijf ik vooral op dit blog. In de zaterdag Volkskrant van een week geleden las ik twee voorbeelden van poëzie waar je ze misschien niet meteen verwacht.

Het ene gedicht (light verse) was van Tienkamper en dichter Theo Danes en stond bij een artikel over, wat de koningin van de Olympische Spelen in Rio de Janeiro moet worden, Daphne Schippers.

.

Prioriteiten

.

Gisteren kreeg ik bezoek

van Nymfomane stripper

Ga weg, zei ik, laat aan die broek

want straks loopt Daphne Schippers

.

Het andere gedicht las ik in een artikel over de Brexit en de gevolgen daarvan voor Engeland en de Engelsen. In Groot Brittannië wordt de Ijslandse dichter Ingibjorg Haraldsdottir (1942) tegenwoordig veel geciteerd en dan met name het volgende gedicht ‘Vrouw’.

.

Vrouw

Als alles is gezegd

als de wereldproblemen

zijn ontleed, besproken en geregeld

komt er altijd een vrouw

om de tafel op te ruimen

de vloer te reinigen  en de ramen te openen

om de sigarenrook eruit te laten

reken daar maar op

.

Het origineel is uit 1983 en is getiteld ‘Kona’.

 Kona

Þegar allt hefur verið sagt
þegar vandamál heimsins eru
vegin metin og útkljáð
þegar augu hafa mæst
og hendur verið þrýstar
í alvöru augnabliksins
– kemur alltaf einhver kona
að taka af borðinu
sópa gólfið og opna gluggana
til að hleypa vindlareyknum út.
Það bregst ekki.
.
theodanes_foto_nieuws

ingibjorgharalds

DS

Agony

Giuseppe Ungaretti

.

Ik heb nog niet vaak over Italiaanse dichters geschreven maar daar komt vandaag verandering in. Geen gedicht in het Italiaans, sorry liefhebbers die ook Italiaans lezen, maar vertaald in het Engels. In een boekhandel in Londen kwam ik een vuistdikke bundel tegen met vertaalde hedendaagse Italiaanse dichters. Ik heb er een paar opgetekend en die wil ik vandaag met je delen.

Giuseppe Ungaretti (1888 – 1970) werd geboren in Alexandrië in Egypte als zoon van een immigrant die had meegewerkt aan het Suez Kanaal. In 1912 verhuisde hij naar Frankrijk om te studeren aan het Collegè de France en de Sorbonne. Daar leerde hij kunstenaars kennen als Guillaume Apollinaire, Pablo Picasso, Giorgio de Chirico, Georges Braque, en Amedeo Modigliani.

In 1921 verhuisde hij naar Rome waar hij voor de Gazzetta del Popolo begon te schrijven. Tijdens een congres van de Pen Club in Brazilië ontving hij een uitnodiging voor de functie van docent van de Italiaanse taal en literatuur aan de universiteit van San Paulo. In 1942 keerde hij terug naar Italië waar hij docent werd aan de universiteit van Rome van hedendaagse Italiaanse literatuur. In 1956 heeft hij de ‘Grand Prix International de Poesie’ gewonnen.

Zijn gedichten zijn kort en vertonen een grote eenvoud en zeggingskracht. Hij voelde zich sterk beïnvloed door Petrarca en Leopardi met name door de zang en de maat, en beoefende enige tijd het vrije vers. Al vroeg maakt hij kennis met de Franse symbolisten. Dit heeft Ungaretti ertoe gebracht om de typische techniek van verduistering over te nemen.  “Ware poëzie moet een duistere manier van onthulling hebben” zo zei hij eens. De techniek beschikt over alle mogelijkheden om het enkele woord meer vrijheid te geven, door middel van afschaffing van interpunctie, stilistische isolatie of met een compositie van puntdicht.

Belangrijke modernistische thema’s in de poëzie van Ungaretti zijn de ballingschap, de versplintering van het ‘ik’-personage, de reis of zoektocht naar een belofte of een antwoord in de wereld of de natuur. En hoewel hij zich tot het fascisme aangetrokken voelde en zich ook aansloot bij het fascisme in 1942 is hiervan in zijn werk niets terug te vinden.

Patrick Creagh en Kevin Hart vertaalde de onderstaande gedichten in het Engels.

.

Eternal

.

Between one flower picked and the other given

the inexpressible nothing

.

Agony

.

To die like thirsty larks

beside the mirage.

.

Or like the quail

crossing the pounded beach

to die

in the first bushes because

it has lost the will

to fly.

.

But not to feed on grief

like a blinded finch.

.

Giuseppe_Ungaretti_(basco)

Zo of zo

Karin Kiwus

.

De Duitse dichter Karin Kiwus (1942) heeft een maatschappelijke loopbaan die haar voerde van redacteur bij Suhrkamp Verlag, hoofd van de afdeling Literatuur van de Berlijn Academy of Arts, gastdocent aan de Universiteit van Austin, Texas, docent Vrije universiteit van Berlijn en redacteur bij de Academie voor Beeldende Kunsten in Hamburg.

In 1976 debuteerde ze met de bundel ‘Aan beide zijden van de aanwezigheid’ waarna nog 6 bundels volgden. Ze ontving voor haar werk onder andere de Literatuurprijs van de stad Bremen en de Wiesbaden poëzieprijs Orphil.

In een vertaling van Joke Gerritsen en Martin Mooij het gedicht ‘Zo of zo’ of ‘So oder so’.

.

Zo of zo

.

Mooi

geduldig

met elkaar

langzaam oud

en gek worden

.

aan de andere kant

.

alleen

gaat het natuurlijk

veel vlugger

.

So oder so

.

Schön

geduldig

miteinander

langsam alt

und verrückt werden

.

andrerseits

.

allein

geht es natürlich

viel schneller

.

karin_kiwus

V in vers

Verzetspoëzie

.

In 1965 werd naar aanleiding van het feit dat de Tweede Wereldoorlog 20 jaar daarvoor werd beëindigd, de bundel ‘V in vers’ uitgegeven. De ondertitel van dit boek luidt: De bezetting en het verzet in verzen op de voet gevolgd door Anthonie Donker, met medewerking van E.G. Groeneveld.

Dat ‘op de voet gevolgd’ slaat op de manier waarop deze bundel is samengesteld. In de bundel wordt namelijk verband gelegd tussen verzen en feiten. Vaak werd een verzetsvers namelijk geschreven naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis. De aan de voet van de gedichten opgenomen aantekeningen verduidelijken waar nodig dat  verband en geven biografische bijzonderheden. Dat is waar de bijdrage van Drs. E.G. Groeneveld om de hoek komt, hij werkte destijds voor het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.

De V in de titel van het boek verwijst naar de V van Vrijheid, Verzet en Victorie. Deze verzen ‘bevrijdden’ degenen die hun gevoelens op deze wijze onder woorden brachten en, als ‘kleine overwinningen’van hand tot hand gaande, stimuleerden zij anderen in hun verzet.

De schrijver Anton van Duinkerken, pseudoniem van de Nijmeegse hoogleraar dr. W.J.M.A. Asselbergs, verbleef van mei tot december 1942 als gijzelaar in het tot interneringskamp ingerichte Klein seminarie Beekvliet in St. Michielsgestel. In het voorjaar van 1942 waren de bezetters ertoe overgegaan een groot aantal Nederlanders gevangen te zetten als gijzelaars. Hiertoe trachtten de Duitsers het toenemende verzet de kop in te drukken, daar in de toekomst na een tegen hen gerichte aanslag een aantal gijzelaars als represaille zou worden gefusilleerd. Dit is twee maal gebeurd waarbij in totaal acht gijzelaars vermoord werden.

Het gedicht van Anton van Duinkerken over deze gijzelaars is getiteld ‘Concentratiekamp’.

.

Concentratiekamp

.

Niets dan een stem van een kind op de weg

is genoeg om volkomen gevangen te zijn.

Achter het prikkeldraad wuiven de heesters;

wat verder staan bomen, en rein

in de lucht van de zomer klinkt eensklaps daarachter

het heldere, hoge geluid

van ’t kind, dat plezier heeft, en ’t weet niet hoezeer het

voor allen de vrijheid beduidt.

.

Dit lijkt op het heldere schellen der huisbel

na schooltijd, als ’t zaterdag is:

dan komen ze stoeiende vragen aan de vader,

waar morgen, direct na de Mis

de wandeling heengaat. Ze maken plannen;

het huis is te klein voor ’t geluk

en luid breekt de geestdrift der schone verwachting

de ernst der studeerkamer stuk.

.

Wat baat het, van kindren en vrijheid te dromen

terwijl men toch vruchteloos tuurt

om achter de heesters een glimp te betrappen

van ’t leven? – Gevangenschap duurt

niet korter, wanneer men zijn eigen geluk zoekt, –

wij zijn meer dan zeshonderd man.

Een kind op de weg heeft gelachen. Wij hoorden ‘t

en elk werd er eenzamer van.

.

V

Anton

Amerika was een radio

Eddy van Vliet

.

De Vlaamse dichter Eddy van Vliet (1942 – 2002) verliet op 12 jarige leeftijd het gezin waarin hij opgroeide omdat het niet boterde tussen zijn vader en moeder. Hij keerde nooit meer terug naar zijn ouderlijk huis. In 2001 schreef hij een lang episch gedicht over zijn vader in de bundel (waarin dus 1 gedicht) getiteld ‘Vader’. Tijdens het schrijven van dit gedicht overleed zijn vader. Waarschijnlijk is hij dit nooit te boven gekomen, hij overleed zelf een jaar later.

Eddy van Vliet’s poëzie wordt wel gerangschikt onder de neoromantische poëzie. Eddy van Vliet won verschillende literaire prijzen waaronder de Jan Campert-prijs.

Uit ‘Gigantische dagen’ uit 2002 het gedicht ‘Amerika was een radio’.

.

Amerika was een radio…

.

Amerika was een radio

waarop je orkesten kon zien spelen

.

Gezegd werd zelfs dat er huizen waren

hoger dan kerken

.

Van kerken gesproken

er zongen steeds lachende negers

.

O wat wilde ik graag in Amerika zijn

alle dagen ijs en

een cowboy als kameraad.

.

EvV

GD

Tuin van Eros

Jan Engelman

.

De dichter, kunst- en cultuurcriticus en essayist Jan Engelman (1900 – 1972) is voornamelijk bekend geworden vanwege zijn gedicht ‘Vera Janacopoulos’, dat volgens sommigen een typisch voorbeeld is van poésie pure waarbij de schone klank en de symboliek hiervan belangrijker zijn dan de betekenis.

Simon Vestdijk heeft in zijn studies over poëzie, ‘De glanzende kiemcel’ uit 1942,  aannemelijk gemaakt dat gedichten als ‘Vera Janacopoulos’ niet alleen gebaseerd zijn op klanken, maar dat de betekenissen van de afzonderlijke woorden wel degelijk bijdragen aan de poëtische sfeer van het gedicht. Het gedicht werd na verschijnen in een tijdschrift meteen beroemd, en door sommigen wat belachelijk gevonden, of zelfs het “einde der poëzie” zoals door de hoogleraar Nederlands, Nico Donkersloot.

Engelman was zowel om zijn opvattingen en gedichten als vanwege zijn persoonlijke leven omstreden in het literaire leven van vóór de Tweede Wereldoorlog. Hij zou er een losse seksuele moraal op nahouden, hoewel hij zich hierover nooit expliciet heeft uitgelaten. Toch kreeg Engelman in zijn actieve jaren als dichter verschillende literaire prijzen zoals de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre in 1954.

.

Uit zijn bundel ‘Tuin van Eros’ uit 1932 het gedicht ‘Vera Janacopoulos’ met de bekende openingszin “Ambrosia, wat vloeit mij aan?”.

.

Vera Janacopoulos

Cantilene

Ambrosia, wat vloeit mij aan?
uw schedelveld is koeler maan
en alle appels blozen

de klankgazelle die ik vond
hoe zoete zoele kindermond
van zeeschuim en van rozen

o muze in het morgenlicht
o minnares en slank gedicht
er is een god verscholen

violen vlagen op het mos
elysium, de vlinders los
en duizendjarig dolen

.

ENGELMAN

tuin van eros

Met dank aan Wikipedia en gedichten.nl

Richard ‘Dicky’ Spender

Collected poems

.

Toen Richard Spender (1921 – 1943) op 21 jarige leeftijd bij een aanval op Duitse stellingen in Tunesië het leven liet, had hij reeds een bundel gepubliceerd en was hij een gewaardeerd dichter. De Daily Telegraph schreef over hem als de Rupert Brooke van de Tweede Wereldoorlog. Rupert Brooke was een getalenteerd dichter die in actieve dienst in de Eerste Wereldoorlog overleed.

Zijn gedichten werden gepubliceerd door Sidgwick & Jackson in 3 bundels; ‘Laughing Blood’ uit 1942, ‘Parachute Battalion; last poems from England and Tunisia’ uit 1943 en ‘The Collected Poems’ uit 1944. Mijn exemplaar van The Collected Poems is een derde druk uit 1945.

Daarnaast werden zijn gedichten gepubliceerd in bladen en magazines als Punch, Country Life, John O’ London’s Weekly, The Observer en the Times Literary Supplement.

Zes van de gedichten van Richard Spender zijn geschreven tijdens en na zijn training en dienst bij The Parachute Regiment. Een van deze gedichten is getiteld

.

Before the First Parachute Descent

 All my world has suddenly gone quiet
Like a railway carriage as it draws into a station;
Conversation fails, laughter dies,
And the turning of pages and the striking of matches cease.
All life is lapsed into nervous consciousness,
Frozen, like blades of grass in blocks of ice,
Except where one small persistent voice in the corner
Compares with the questioning silence-
With the situation of an electric present-
My self-opinions, pride and confidence of an untried past.
.
Een ander gedicht komt uit het hoofdstuk ‘War’ uit ‘The Collected Poems’  en is getiteld ‘Searchlights’.
.
.
Searchlights
.
What angel
stooping to earth to bless
the feathered trees
with her cool and ivory feet
opens the door to heaven
and sheds a chink of light across
the blank blue wall.
.
What great God
hunts so mightily in heaven
that he has hurled his darts
to stand quivering,
coldly fixed
in the earth’s breast
behind those trembling trees.
.
richard-spender-956306735
spender
.

 

Louis Paul Boon

Verzamelde gedichten

.

Louis Paul Boon (1912-1979) was een Vlaams schrijver van romans, novellen, cursiefjes, pornografie, kunst- en literaire kritieken en poëzie. Dat laatste is niet erg bekend, zelf kende ik Boon vooral van zijn romans, maar hij heeft een aantal malen gedichten geschreven voor met name mensen uit zijn familie en vriendenkring.

Wat ik ook niet wist, is dat Boon in 1979 een serieus kandidaat was voor de Nobelprijs voor de literatuur. Zijn bekendste roman De Kapellekensbaan was in 1972 in het Engels vertaald wat hem een grote bekendheid ook buiten het Nederlandse taalgebied bracht. Boon was uitgenodigd door de Zweedse ambassade voor een bezoek op 11 mei 1979, vermoedelijk om te horen dat hem de Nobelprijs was toegekend, maar de dag ervoor overleed hij aan zijn schrijftafel. De prijs wordt alleen aan levende schrijvers toegekend.

Boon ontving tijdens zijn leven al de Leo J. Krynprijs (1942), de Henriette Roland Holst-prijs (1957), de Constantijn Huygensprijs (1966) en de Multatuliprijs (1972).

Zoals gezegd schreef hij weinig poëzie. In 1980 werd door De Arbeiderspers en Em. Querido het boekje’Verzamelde gedichten’ uitgegeven met daarin 7 blokjes van een paar gedichten die hij voor anderen schreef (zijn zusje, zijn broer, een vriend). Hier volgt het eerste gedicht van drie) uit de bundel met de titel ‘Zo zal ik dan worden’ met als ondertitel ‘drie gedichten van een stilaan ouderwordend man’.

.

Zo zal ik dan worden

.

zo zal ik dan worden

stilaan een zich oudvoelend man

een bloem een gedicht op de lippen

en verder wat knutselend nog

aan luchtvervuiling en zo

.

zo zal ik dan worden

een propere oude man

als ons hondje dat niets mocht

in huis doen en zo doof

was geworden als een pot en zo

.

zo zal ik dan worden

met wat schorre stem verhalen

aan mijn kleinzoon over vroeger

de revolutie die we toen wilden

de sovjetrepubliek vlaanderen en zo

.

zo zal ik dan worden

en vragen naar mijn bril

en zoeken naar mijn stok

om op te steunen en zo

.

Louis_Paul_Boon_(1967)_(cropped)

Boon

Robert Frost

50 plus

.

Robert Lee Frost (1874 – 1963) was een Amerikaans dichter en toneelschrijver. Zijn inspiratie haalde hij vooral uit de natuur, het weer en het landschap van New England, de streek waar hij woonde. In eenvoudig opgebouwde gedichten onderzoekt hij complexe maatschappelijke en filosofische thema’s. Reeds tijdens zijn leven was Frost een veelvuldig geciteerd en geëerd dichter. Hij ontving vier Pulitzer prijzen voor Poëzie voor de bundels ‘New Hampshire: A Poem with Notes and Grace Notes’ (1924), ‘Collected Poems’ (1930), ‘A Further Range’ (1936) en ‘A Witness Tree’ (1942).

 .

What fifty said..

 

When I was young my teachers were the old.
I gave up fire for form till I was cold.
I suffered like a metal being cast.
I went to school to age to learn the past.

Now when I am old my teachers are the young.
What can’t be molded must be cracked and sprung.
I strain at lessons fit to start a suture.
I got to school to youth to learn the future.

.

Frost