Site-archief
Oude winter
Glad en wijd ligt het ijs
.
Het zal een paar weken geleden zijn toen de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden (ja dat is de officiële naam) bekend maakte dat de Elfstedentocht dit jaar niet door zou gaan. Op een moment dat er nog geen sprake was van enige vorst, in een snel opwarmende wereld waarin het de vraag is of er überhaupt ooit nog een Elfstedentocht verreden gaat worden vond ik dit een wonderlijk bericht. Men maakte dit bekend in verband met de Corona crisis. Maar bijzonder blijft het wel.
Ik moest hieraan denken toen ik de bundel ‘Glad en wijd ligt het ijs’ De mooiste schaatsgedichten uit de Nederlandse en Friese literatuur uit 1999 ter hand nam. Deze bundel met schaatsgedichten, gekozen door Max Dohle en (oud schaatser) Ben van der Burg biedt een mooi overzicht van schaatsgedichten door de tijden heen. Ik koos voor het gedicht ‘Oude winter’ van E. den Tex oorspronkelijk uit de bundel ‘Slagzij’ uit 1942 waarin de dichter een welhaast vooruitziende blik heeft al kan het zijn dat ik de laatste twee zinnen anders lees dan de dichter ze bedoeld heeft. Emile den Tex (1918 – 2012) was de vader van schrijver Charles den Tex, dichter, petroloog, avonturier en prozaïst.
.
Oude winter
.
Mijn vader brak altijd het ijs
vroeg in de winter in de tuin;
wij zochten door het bijtgat schuin
naar goudvissen in ’t stilstaand grijs.
.
En als zijn stok het niet meer brak,
nam hij de schaatsen uit het vet;
de dromen van ons kinderbed
werden als ijsbootzeilen strak.
.
Wij gleden weg naar Ilpendam,
soms stopt’ hij even, las de kaart
en streek wat rijpwit van zijn baard.
Maar ’s avonds zweeg hij in de tram.
.
De tijd dat vader ’t ijs nog brak
is een steeds wijderwordend wak.
.
Aan een president
Walt Whitman
.
Daags nadat bekend werd dat Joe Biden (1942) de nieuwe en 46ste president van de Verenigde Staten wordt wil ik graag een gedicht plaatsen dat een relatie heeft met deze verkiezing. Ik ben dus op zoek gegaan en kwam uit bij de Amerikaanse dichter Walt Whitman (1819-1892).
Whitman was een Amerikaans dichter, journalist en essayist wiens dichtbundel ‘Leaves of Grass’ een mijlpaal betekende in de geschiedenis van de Amerikaanse literatuur. Whitman maakte in zijn poëzie gebruik van het vrije vers, met lange, ritmische versregels die hij ‘organisch’ liet groeien. Leaves of Grass’ wordt als een meesterwerk beschouwd, geapprecieerd om de rijke beeldentaal, de vranke, ongeremde uitdrukking, kortom een poëziebundel die een frisse wind liet waaien in de Amerikaanse literatuur.
Whitman trouwde nooit, verliet nooit Amerika, streefde nooit bezit en rijkdom na, behoorde tot geen enkele vereniging en ging liever om met gewone mensen dan met rijken, en hij was altijd optimistisch en vrolijk. Hij was een aparte, imposante verschijning, groot van gestalte, traag bewegend, tolerant, democratisch, ontvankelijk, en tegenover iedereen vrijgevig en van goede wil.
Terug naar de verkiezing van de democraat Joseph R. Biden Jr. en het bijpassende gedicht ‘To A President’ van Whitman. “To a President” is gericht aan James Buchanan, de voorganger van Abraham Lincoln. Whitman vond Buchanan één van de slechtste presidenten ooit, vandaar de toon van het gedicht. ( met dank aan Bout Vercnocke). Hoewel ze elkaar nooit hebben ontmoet, werkten Abraham Lincoln en Walt Whitman elk aan een doel dat ze onbewust deelden: nationale eenheid. Lincoln’s doel als president van de Verenigde Staten was om de Unie te behouden, en Whitman promootte op dezelfde manier de eenheid onder de mensheid in zijn poëzie. Omdat Joe Biden een zelfde doel nastreeft (in tegenstelling tot de huidige president Trump) lijkt me dit gedicht heel toepasselijk. De vertaling is van mijn hand.
.
To A President
.
All you are doing and saying is to America dangled mirages,
You have not learn’d of Nature–of the politics of Nature, you have
not learn’d the great amplitude, rectitude, impartiality;
You have not seen that only such as they are for These States,
And that what is less than they, must sooner or later lift off from
These States.
.
Aan een president
.
Alles wat je doet en zegt is aan Amerika’s bungelende luchtspiegelingen,
Je hebt niets geleerd van de natuur – van de politiek van de natuur
je hebt niets geleerd van de grote omvang, rechtschapenheid en onpartijdigheid;
Je hebt niet gezien dat alleen zij die voor deze staten zijn,
En dat wat minder is dan zij, vroeger of later moet opstijgen
vanuit deze staten.
.
Anne Frank
Gedicht uit 1942
.
Op 28 maart 1942 schreef Anne Frank een gedichtje voor Cri-Cri, de bijnaam voor Christiane van Maarsen, de oudere zus van Jacqueline van Maarsen, overleden in 2006. Jacqueline was een klasgenootje en tevens de beste vriendin van Anne Frank. Het gedicht is aan Jacqueline gegeven die het in 2016 te koop aanbood.
Volgens Jacqueline was haar zus Christiane niet gehecht aan het gedicht, voor Jacqueline reden om het gedicht te verkopen. De verwachte opbrengst was volgens het veilinghuis minstens 30.000 Euro. Het gedicht bracht uiteindelijk 140.000 euro op.
.
Hebt ge uw werk niet goed gedaan
Kostbare tijd verloren
Grijp opnieuw de arbeid aan
Beter dan te voren
.
Hebben anderen u gelaakt
Wat ge had misdreven
Zorg dan dat ge ’t beter maakt
Dat is antwoord geven
.
Staatsmijn Wilhelmina
Manuel Kneepkens
.
In ‘Gedicht’ een driemaandelijks tijdschrift voor poëzie onder redaktie van Remco Campert, nummer 6 uit 1975 staat het gedicht van dichter, publicist, politicus en jurist-criminoloog Manuel Kneepkens (1942) met de titel ‘Staatsmijn Wilhelmina’.
.
Staatsmijn Wilhelmina
.
Zomers rolde je er met de bolderwagen of autoped
Moedertje Rusland in: de toendras en de steppen
van de Slikvijvers
die zwarte open wonden van de Hades, verraderlijk
achter hun camouflage van de prinsesmargrieten
.
op vrijdagavond, na werktijd, mochten de kompels er
tussen knoopkruid, bereklauw, de geur van kruizemunt
een kruiwagen slik weghalen, extra loon
.
eigenlijk waren die vijvers zwaar Verboden Toegang
want het Meisje van Hans Andersen, die van het
Wittebrood
was daar verdronken en ook de plompe groene kikkers
op late zomeravonden kwaakten er zo zwaarmoedig
dat men zich waande onder de grote grauwe
.
paddestoel
.
boven de verlaten parken van Hiroshima
.
Alpenlied
Leo van der Zalm
.
Harme van der Kamp vroeg om aandacht voor de dichter Leo van der Zalm op mijn verzoek om dichter te noemen waaraan ik aandacht zou moeten besteden. Leo van der Zalm (1942 – 2002) wordt op zijn Wikipedia pagina omschreven als een dichter in de marge. Hij was lid van het Amsterdams Ballon Gezelschap, een artistieke groepering met wisselende bezettingen afkomstig uit en gevestigd in het dorpje Ruigoord. Leo van der Zalm drukte jarenlang gedichten op een oude degelpers in het ruim van zijn schip.
Hij debuteerde in 1978 met de bundel ‘Het beestenspul van A’dams Blijdorp’ en zou in de jaren daarna als ‘Portier van de Drempeldichters’ vooral jonge dichters als Carla Bogaards, Pieter Boskma en Diana Ozon op weg helpen. Ook was hij enkele jaren medewerker van het One World Poetry festival. Dat waren meerdaagse poëziefestivals waar dichters uit de Amerikaanse beatgeneratie als Allen Ginsberg en William Burroughs optraden. Later zou dat overgaan in wat nu nog steeds het Crossing Border festival is. Met Jules Deelder, Johnny van Doorn en Simon Vinkenoog toerde hij door de Verenigde Staten. Van der Zalm publiceerde een aantal dichtbundels bij In de Knipscheer en hij publiceerde veel in eigen beheer.
.
In ‘De Tweede Ronde’ (een Nederlands literair tijdschrift met ruime aandacht voor vertalingen, en met een vaste rubriek Light Verse) verscheen in jaargang 12, 1991 het gedicht ‘Alpenlied’ van van der Zalm.
.
Alpenlied
.
Dreamsong 14
John Berryman
.
De Amerikaanse dichter en schrijver John Berryman (1914 -1972) brak met zijn poëzie door in 1956 met ‘Homage to Mistress Bradstreet’, een dramatische monoloog waarin hij zijn bewondering uitspreekt voor Anne Bradstreet (1612 – 1672), ook wel de ‘eerste Amerikaanse dichteres’ genoemd. Berryman begon overigens al veel eerder met het schrijven van poëzie in de jaren dertig van de vorige eeuw. In de jaren veertig publiceerde hij een aantal bundels; ‘Poems’ in 1942 en ‘The Dispossessed’ in 1948 maar die sloegen niet meteen aan bij het grote publiek.
In 1965 won hij de Pulitzerprijs voor de bundel ’77 Dream Songs’. Berryman wordt wel gerekend tot de school van de ‘confessional poetry’. Dit is poëzie van ‘het persoonlijke of het ik’, die autobiografisch is en waarin vaak taboe onderwerpen worden behandeld als seksualiteit, geestesziekte en zelfmoord. Berryman is duidelijk verwant aan Robert Lowell en Anne Sexton. De humor die hij telkens weer door de behandeling van serieuze levensvraagstukken weeft werkt echter relativerend en verfrissend. In ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ samengesteld door Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries, staat het gedicht ‘Dreamsong 14’ in een vertaling van Rob Schouten. Voor de liefhebbers van het originele werk ook het gedicht in het Engels.
.
Dreamsong 14
.
Leven, vrienden, verveelt. Zie je verkeerd
immers de zon straalt en de zee smacht,
wijzelf stralen en smachten
daar komt nog bij dat moeder toen ik klein was zei
(en meer dan eens) ‘Wie zegt dat-ie zich zo
verveelt ontbeert
een Innerlijke Bron.’ Nou: ik ontbeer
een innerlijke bron want ik verveel me dood.
Mensen vervelen me,
literatuur verveelt me, vooral grote,
Henry verveelt me, z’n ‘ja doe ik’, ‘zeker’
net zo stierlijk als Achilles
.
die mensenvriend met z’n heldengedoe,
stomvervelend.
De kalme heuvels, gin, allemaal saai gelispel
op een of andere manier
is er een hond met staart en al een eind
de bergen ingehold, de zee, de hemel
met achterlating van: mij, kwispel.
.
Dreamsong 14
.
.
Leraar
Jan-Willem Overeem
.
Erotiek op zondag en daarom vandaag het gedicht ‘Leraar’ van Jan-Willem Overeem (1942 – 1979). Jan-Willem Overeem was prozaïst, dichter, aforist en docent dramatische expressie en maatschappijleer aan de Toneelacademie te Maastricht. Hij was actief in het Maastrichtse ‘Literair Aksie Komitee’ (LAK), waarin ook beeldend kunstenaar Gèr Boosten, de auteurs Leo Herberghs, Manuel Kneepkens, Wiel Kusters, Ton van Reen, Kees Simhoffer, Miel Vanstreels, Hans van de Waarsenburg en de Finse schrijver Heimo Pihlajamaa actief waren. Overeem was tevens redacteur van Contour (tijdschrift voor Literatuur) en van Kentering (literair tijdschrift).
Op internet zijn een aantal van zijn aforismen te vinden op http://www.woorden.org/quotes/?auteur=Jan-Willem%20Overeem waaronder deze: “Met elkaar naar bed gaan: van de nood een vreugd maken”. Uit de bundel ‘Een hond tussen twee bomen’ uit 1974 het gedicht ‘Leraar’.
.
Leraar
.
hij zou dat meisje willen baden
in lessen van liefde
niet meer dan even spelen
met borstjes en lippen
vrij willen laten in roes
en geritsel van bomen
zoals ze nu droomt
.
ver weg van cijfers en zure
gezichten van vrouwen
die haar rapport bepalen
.
hij zou niet veel met haar willen
al is haar broekje blauw
.
verscheen ze maar niet
in zovele personen –
en wachtte er straks buiten
maar niet zijn zoon op haar
.
Adieu
J.W. Schulte Nordholt
.
Jan Willem Schulte Nordholt (1920 – 1995) was een Nederlandse dichter, historicus en hoogleraar in de geschiedenis en cultuur van Noord-Amerika. Hij is vooral bekend om zijn publicaties over de Verenigde Staten. In 1942 werd hij gearresteerd, waarna hij zowel in Nederland als in Duitsland gevangen zat. In 1943 verscheen clandestien zijn eerste dichtbundel onder het pseudoniem W.S. Noordhout. In 1950 werd zijn eerste dichtbundel ‘Levend landschap’ onder eigen naam uitgegeven. Voor deze bundel ontving hij in 1952 de Lucy B. en C. W. van der Hoogtprijs. In 1961 ontving hij voor zijn bundel ‘Een lichaam van aarde en licht’ de ‘Poeziëprijs van de gemeente Amsterdam. Zijn werk werd ook in veel bloemlezingen opgenomen. Tegenwoordig raakt zijn naam in de vergetelheid en daarom in het kader van de (bijna) vergeten dichters hier het gedicht ‘Adieu’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1989.
.
Adieu
.
In de kamer zit ik aan de tafel,
luister naar het suizen in mijn oren.
Vogels houden eindelijk hun snavel,
het wordt stil, ik kan de sterren horen,
en wat in de aarde wordt geboren.
.
Nu vannacht, het hele huis ligt open,
ik zit in de blote eeuwigheid,
en ik laat mij door de regen dopen
voor een zachte dood, ik ben bereid.
.
Regen regent en de bomen lopen
bij mij binnen, op mijn hand die schrijft
groeit het gras. Adieu. Mijn hart verstijft.
.
Weill en Brecht
Und was bekam des Soldaten Weib?
.
In 1941/1942 schreef Bertolt Brecht de tekst van een protestlied tegen de oorlog in 7 strofen, waar Kurt Weill de muziek bij schreef. Hanns Eisler schreef de oorspronkelijke muziek bij de tekst en gaf het de titel ‘Ballade vom Weib des Nazisoldaten’. Weill kwam met een versie voor piano en zangstem. Het lied gaat over een soldaat in de Tweede Wereldoorlog die overal moet vechten. Hij komt daardoor terecht in diverse steden en stuurt cadeaus naar huis. Zijn vrouw ontvangt de meest luxe zaken: vanuit Praag komen schoenen met hoge hakken, vanuit Oslo een bontkraag, vanuit Rotterdam een hoed, vanuit Brussel kant, vanuit Parijs een zijden japon, vanuit Boekarest een geborduurd en parmantig shirt. Echter vanuit Rusland kwam een “rouwsluier” ( het lied is geschreven voordat de Slag om Stalingrad plaatsvond).
Ook popartiesten waagden zich aan dit lied. De bekendste versie daarvan is die van PJ Harvey ; ‘The ballad of the soldier’s wife’. En Iain Matthews en Elliott Murphy namen het nummer op voor het album La terre commune. In de Engelstalige versie van Marianne Faithfull uit 1985 is het gebombardeerde Rotterdam vervangen door ‘Amsterdam’. Dit is later door andere artiesten overgenomen, zoals ook door PJ Harvey.
.
Und was bekam des Soldaten Weib?
.
Und was bekam des Soldaten Weib
Aus der alten Hauptstadt Stadt Prag?
Aus Prag bekam sie die Stöckelschuh’
Einen Gruss und dazu die Stöckelschuh’
Das bekam sie aus der Hauptstadt Prag
Und was bekam des Soldaten Weib
Aus Warschau am Weichselstrand?
Aus Warschau bekam sie das leinerne Hemd
So bunt und so fremd, ein polnisches Hemd
Das bekam sie vom Weichselstrand
Und was bekam des Soldaten Weib
Aus Oslo über dem Sund?
Aus Oslo bekam sie das Kräglein aus Pelz
Hoffentlich gefällt’s, das Kräglein aus Pelz
Das bekam sie aus Oslo am Sund
Und was bekam des Soldaten Weib
Aus dem reichen Rotterdam?
Aus Rotterdam bekam sie den Hut
Und der steht ihr so gut, der holländische Hut
Den bekam sie aus Rotterdam
Und was bekam des Soldaten Weib
Aus Brüssel im Belgischen Land?
Aus Brüssel bekam sie die seltenen Spitzen
Ha, das zu besitzen, so seltene Spitzen
Die bekam sie aus Belgischem Land
Und was bekam des Soldaten Weib
Aus der Lichterstadt Paris?
Aus Paris bekam sie das seidene Kleid
Zu der Nachbarin Leid, das seidene Kleid
Das bekam sie aus der Stadt Paris
Und was bekam des Soldaten Weib
Aus dem lieblichen Tripolis?
Aus Tripolis bekam sie das Kettchen
Das Amulettchen am Kopfe mit Kettchen
Das bekam sie aus Tripolis
Und was bekam des Soldaten Weib
Aus dem weiten Russland?
Aus Russland bekam sie den Witwenschleier
Zur Totenfeier den Witwenschleier
Den bekam sie aus Russland
.
Ballad Of The Soldier’s Wife
.
What was sent to the soldier’s wife
From the ancient city of Prague
From Prague came a pair of high heeled shoes
With a kiss or two came the high heeled shoes
From the ancient city of Prague
What was sent to the soldier’s wife
From Oslo over the sound
From Oslo there came a collar of fur
How it pleases her, little collar of fur
From Oslo over the sound
What was sent to the soldier’s wife
From the wealth of Amsterdam
From Amsterdam he got her a hat
She looked sweet in that, in the little dutch hat
From the wealth of Amsterdam
What was sent to the soldier’s wife
From Brussels in Belgium land
From Brussels he sent her laces so rare
To have and to wear, oh those laces so rare
From Brussels in Belgium land
What was sent to the soldier’s wife
From Paris city of light
In Paris he got her a silken gown
T’was end in town, oh silken gown
From Paris city of light
What was sent to the soldier’s wife
From the south of Bucharest
From Bucharest he sent her his shirt
Embroidered and pert, that Rumanian shirt
From the south of Bucharest
What was sent to the soldier’s wife
From far off Russian land
From Russia there came just a widow’s veil
From a death to be wed in a widow’s veil
From far off Russian land
.
Vrij!
Ariel Dorfman
.
In 2008 verscheen bij Rainbow Essentials de uitgave ‘Vrij!’ een bloemlezing van zestig spraakmakende werelddichters, en een dozijn anonieme en legendarische dichters, uit drieënveertig eeuwen. Ze schreven gedichten over onrecht, recht, oorlog en vrede, over verlating en solidariteit.
De bundel werd samengesteld door Amnesty International ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Uit deze bundel de dichter Ariel Dorfman met het gedicht ‘Twee plus twee’ dat oorspronkelijk in vertaling van Erik Gerzon verscheen in de bundel ‘Verdwijnen’ uit 1985.
Vladimiro Ariel Dorfman (1942) is een Chileens-Amerikaans romanschrijver, essayist, toneelschrijver, dichter en mensenrechtenactivist. Sinds 2004 heeft hij een Amerikaans paspoort. Hij is hoogleraar aan de Duke Universiteit in Durham vanaf 1985.
.
Twee plus twee
.
We weten allemaal hoeveel stappen het zijn,
compañero van de cel
tot die ene kamer.
.
Als het er twintig zijn,
brengen ze je al niet meer naar de wc.
Als het er vijfenveertig zijn,
kan het al niet meer zijn
om je te luchten.
.
Als je boven de tachtig zit,
en je begint
struikelend en blind
een trap op te gaan,
ai, als je boven de tachtig zit,
is er geen andere plaats
waar ze je heen kunnen brengen,
is er geen andere plaats,
is er geen andere plaats,
is er al geen andere plaats meer.
.
















