Site-archief

De Zeehond

Jos De Haes

.

Via Facebook kreeg ik van Bout Vercnocke een tip over de Vlaamse dichter Jos De Haes (1920 – 1974). De Haes was behalve dichter ook essayist en radiomaker. Hij publiceerde gedichten in het tijdschrift ‘Podium’ (1943-1944), waarvan hij hoofdredacteur was. Hij ontmoette er Frank Meyland, Anton van Wilderode, Hubert Van Herreweghen, en Christine D’Haen.

Daarna publiceerde hij in ‘Poëziespiegel’ waar hij Paul De Rijck, Hubert Van Herreweghen, André Demedts en Albert Westerlinck ontmoette. In 1950 werd hij recensent bij ‘Dietsche Warande en Belfort’ en werd in 1960 redactielid.

In 1961 werd hij diensthoofd van de literaire en dramatische uitzendingen van de BRT en werkte hij aan het programma ‘Vergeet niet te lezen’.  Hij publiceerde 4 dichtbundels en gedichten in verzamelbundels. Hij ontving onder andere voor zijn werk de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse  provincies, de driejaarlijkse staatsprijs voor poëzie en Guido Gezelle-prijs van de Koninklijke Vlaamse Academie.

Het gedicht ‘De Zeehond’ komt uit de cyclus ‘De Pool’ in de bundel ‘Gedaanten’ van 1954. De gedichten uit die cyclus zitten vol symboliek. Zo ook ‘De Zeehond’ waarin, kort gesteld, de mens vecht tegen de dood met de moed der wanhoop, als een zeehond die onder de ijskorst zwemt maar uiteindelijk toch het ademwak, het leven vindt.

De YouTube opname van Jo De Meyere komt uit een tv-uitzending van rond 1970.

.

De Zeehond

.

Het is te vinden in ’t ademwak

het ijsgat met de smalle schacht,

waardoor ik aan het oppervlak,

liggend in reukzout en koud water,

leven zuig uit sneeuwlichte nacht.

.

IJspegels brekend met mijn tand

zoek ik in ’t licht der sneeuw rondom

en vind haar Engel aan de rand

de vogel keizerpinguin staat er,

een kegel als Haar wijsheid stom

en als Haar eeuwig willen strak

.

Het is te vinden in ’t ademwak,

longpijp in ’t rustigste der vlezen,

diep ademhalen en genezen.

.

De-Haes-0

E.E. Cummings in 100 gedichten

Verzamelbundel

.

When in London, buy a poetrybook. En dat deed ik dus. In een klein tweedehands boekenwinkeltje in Camden market kocht ik afgelopen weekend de bundel ‘100 selected poems’ van E.E. Cummings. Al jaren is E.E. één van mijn favoriete Engelstalige dichters maar ik bezat geen enkele bundel van hem. Daar is nu dus verandering in gekomen en ik ben er blij mee.

In deze bundel staan gedichten uit maar liefst 10 bundels van Cummings. De oudste uit 1923 ‘Tulips and Chimneys’ en de meest recente XAIPE (wees gegroet in het Grieks) uit 1950.

Edward Estlin Cummings (1894 – 1962) was een Amerikaans dichter en schrijver. Hij was een van de meest radicaal experimentele en inventieve schrijvers van de 20e eeuw. Zijn stijl wordt gekenmerkt door typografisch non-conformisme, het gebruik van jazzritmes, jargon en andere elementen uit de populaire cultuur. Zijn poëzie is nog steeds, na al die jaren, actueel, modernistisch en opwindend.

Uit de bundel het gedicht ‘Raise the shade’ (hoewel het gedicht eigenlijk geen titel heeft, Cummings gedichten hebben nooit een titel maar worden met hun eerste regel aangeduid) dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘And’ uit 1925. Hoewel de typerende non-conformistische typografie en interpunctie van zijn latere werk hier nog ontbreekt herken je al elementen hiervan in dit gedicht.

.

raise the shade

will you dearie?

rain

.

get yer goat but

we don’t care do

we dearie we should

worry about the rain

.

huh

dearie?

yknow

i’m

.

sorry for awl the

poor girls thatgets up god

knows when every

.

day of their

lives

ain’t you

oo-oo,        dearie

.

not so

hard dear

.

you’re killing me

.

eecummings-01

100

Behalve de haan

Benno Barnard

.

De dichter, essayist, toneelschrijver, reisschrijver en vertaler Benno Barnard (1954) werd geboren in Amsterdam maar woonde van 1976 tot 2015 in België en verhuisde daarna naar East Sussex.

In 1981 debuteerde hij met ‘Een engel van Rossetti’, een bundel met romantische cerebrale poëzie. In zijn latere bundels werd hij vooral beïnvloed door de Engelse Interbellum dichters. Hij vertaalde poëzie uit verschillende talen naar het Nederlands en werd verschillende keren onderscheiden voor zijn werk. Zo ontving hij in 1985 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, in 1987 de Geertjan Lubberhuizenprijs, in 1994 de Busken Huetprijs en in 1996 de Frans Kellendonk-prijs.

Barnard schuwt het publieke debat niet. Heeft duidelijke meningen en beland regelmatig in verhitte discussies met tegenstanders in de media.

Uit zijn debuutbundel ‘Een engel van Rossetti’ het gedicht ‘Behalve de haan (omne animal).

.

Behalve de haan (omne animal)

.

Een droevig dier, maar een volleerde leugenaar:

de haan, markies, het hoerenjong op stand.

Een pront getande kam, de sporen op terreur.

De roedel kippen, hoerig blond van angst:

plebejisch vee, van Kopf bis Fuss excuus.

.

haan-Medium

benno-barnard-henry-purcell

Foto: Renata Barnard

 

Beurtzang

Th. van Os

.

Schrijver maar vooral dichter Th. van Os (1954) debuteerde in 1996 met de poëziebundel ‘Beurtzang’ bij de Arbeiderspers. Hierna verschenen nog een aantal dichtbundels en twee romans. Van Os publiceerde werk in Maatstaf, Tirade, Revisor, Vrij Nederland, De Zingende Zaag, Tzum en Hollands Maandblad.

Informatie over de dichter is te vinden op zijn website http://www.thvanos.nl/

Uit zijn debuutbundel het titelgedicht ‘Beurtzang’.

.

Beurtzang

.

Stel je een vuur voor dat zo fel uitslaat

dat alle kleuren witter vlammen dan wit licht

witter dan de bladzijde waarop dit staat

heet en vurig als een goed gedicht

.

en brand het in je lichaam, middenin

en voel de gloed die zich als witheet licht

begrenzen laat, als woorden in een zin,

ja, als de grenzen van een goed gedicht.

.

De bron is even vleselijk en wringt

zich als het lezen van een goed gedicht, een oog

waarin de taal zich stijf en soepel binnenzingt

.

waardoor neuronen hun patronen vuren

en kronkeling oplicht;

.

een goede beurt is ook een goed gedicht.

.

beurtzang

Amerika was een radio

Eddy van Vliet

.

De Vlaamse dichter Eddy van Vliet (1942 – 2002) verliet op 12 jarige leeftijd het gezin waarin hij opgroeide omdat het niet boterde tussen zijn vader en moeder. Hij keerde nooit meer terug naar zijn ouderlijk huis. In 2001 schreef hij een lang episch gedicht over zijn vader in de bundel (waarin dus 1 gedicht) getiteld ‘Vader’. Tijdens het schrijven van dit gedicht overleed zijn vader. Waarschijnlijk is hij dit nooit te boven gekomen, hij overleed zelf een jaar later.

Eddy van Vliet’s poëzie wordt wel gerangschikt onder de neoromantische poëzie. Eddy van Vliet won verschillende literaire prijzen waaronder de Jan Campert-prijs.

Uit ‘Gigantische dagen’ uit 2002 het gedicht ‘Amerika was een radio’.

.

Amerika was een radio…

.

Amerika was een radio

waarop je orkesten kon zien spelen

.

Gezegd werd zelfs dat er huizen waren

hoger dan kerken

.

Van kerken gesproken

er zongen steeds lachende negers

.

O wat wilde ik graag in Amerika zijn

alle dagen ijs en

een cowboy als kameraad.

.

EvV

GD

Eens en nooit weer…

Heere Heeresma

.

Kende ik Heere Heeresma (1932 – 2011) toch vooral van het aardige tragikomische boek ‘Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp’, blijkt hij ook gedichten geschreven te hebben. Door toeval kreeg ik zijn bundel ‘Eens en nooit weer…’ onder ogen. Deze bundel bevat de verzamelde gedichten van Heeresma ter gelegenheid van zijn 25-jarig schrijverschap. De oplage bedroeg 2000 exemplaren en, zo staat achterin de bundel te lezen, … zal noch in deze noch in andere vorm ooit worden herdrukt..

In een redelijk humoristische Nabetrachting krijg je een aardig inzicht in de motieven en drijfveren van de schrijver. Zo schrijft hij over zijn gedichten:

“Zo lieten de gedichten zich nauwelijks op hun technische mérites beoordelen. Niet in het laatst omdat er nauwelijks enige techniek aan ten grondslag lag. Het waren en bleven voor alles: stemmingsbeelden.Vandaar ook hun onbestemde karakter, een vaagheid die bijvoorbeeld sterk in de hand gewerkt werd door een veelvuldig gebruik van een , ons enige onbepaalde lidwoord, terwijl het onmiskenbaar hardere en dan ook in tegenspraak schijnende voegwoord en er , bij ampele bestudering slechts op wijst dat deze dichter geen hemelbestormende effekten ambieerde; die, zo ze al voorradig waren, in ieder geval graag opofferde aan de duidelijkheid, wat me nu zonder meer als een voorbeeldige hoffelijkheid tegenover de lezer voorkomt.”

Een bijzondere bundel kortom.  Daarom uit deze bundel een gedicht zonder titel uit 1954 (Kinderkamer).

.

de dag doet pijn

en kijkt naar ons

met warme handen met

klamme handen de dag

doet pijn

.

de dag ze sterft de dag

een graf van werk en

eindeloos als straten

.

de dag ongelofelijk

.

HH

 

Slang-vertelling

Dorothy Porter

.

De Australische dichter Dorothy Porter (1954 – 2008) was een bijzonder mens. Als lesbiëne (ze had een relatie met collega schrijfster Andrea Goldsmith) werd ze door de website samesame.com.au tot één van de belangrijkste en invloedrijkste gays gerekend van Australië. Daarnaast was ze overtuigd heiden en zette ze zich in voor de principes van het heidendom als moed, stoïcisme, voor de aarde en schoonheid.

Haar werk omvat behalve poëzie ook romans, boeken voor young adults , libretti voor kamer opera’s en ze schreef aan een rock opera. Voor haar werk ontving ze verschillende prijzen.

Uit ‘Ze kwamen om een dichter te zien’ 2001 het door Maria van Daalen vertaalde gedicht Slang-vertelling.

.

Slang-vertelling

.

Dood, adder,

ga ik ooit nog leren

wanneer ik je onder mijn voeten heb?

.

In het donker

ruik ik je ritselend

droog molm verblijf

.

maar jou ruik ik niet.

.

Lig je te wachten?

.

Hoe leg ik ze af,

deze muffe huid van angst

en loop

met bestudeerd roekeloos

ontblote enkels?

.

Het zou zo eervol zijn,

de zegening

van je droom-diep venijn.

.

DP

Met dank aan Wikipedia en ‘Ze kwamen om een dichter te zien’.

Tuin van Eros

Jan Engelman

.

De dichter, kunst- en cultuurcriticus en essayist Jan Engelman (1900 – 1972) is voornamelijk bekend geworden vanwege zijn gedicht ‘Vera Janacopoulos’, dat volgens sommigen een typisch voorbeeld is van poésie pure waarbij de schone klank en de symboliek hiervan belangrijker zijn dan de betekenis.

Simon Vestdijk heeft in zijn studies over poëzie, ‘De glanzende kiemcel’ uit 1942,  aannemelijk gemaakt dat gedichten als ‘Vera Janacopoulos’ niet alleen gebaseerd zijn op klanken, maar dat de betekenissen van de afzonderlijke woorden wel degelijk bijdragen aan de poëtische sfeer van het gedicht. Het gedicht werd na verschijnen in een tijdschrift meteen beroemd, en door sommigen wat belachelijk gevonden, of zelfs het “einde der poëzie” zoals door de hoogleraar Nederlands, Nico Donkersloot.

Engelman was zowel om zijn opvattingen en gedichten als vanwege zijn persoonlijke leven omstreden in het literaire leven van vóór de Tweede Wereldoorlog. Hij zou er een losse seksuele moraal op nahouden, hoewel hij zich hierover nooit expliciet heeft uitgelaten. Toch kreeg Engelman in zijn actieve jaren als dichter verschillende literaire prijzen zoals de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre in 1954.

.

Uit zijn bundel ‘Tuin van Eros’ uit 1932 het gedicht ‘Vera Janacopoulos’ met de bekende openingszin “Ambrosia, wat vloeit mij aan?”.

.

Vera Janacopoulos

Cantilene

Ambrosia, wat vloeit mij aan?
uw schedelveld is koeler maan
en alle appels blozen

de klankgazelle die ik vond
hoe zoete zoele kindermond
van zeeschuim en van rozen

o muze in het morgenlicht
o minnares en slank gedicht
er is een god verscholen

violen vlagen op het mos
elysium, de vlinders los
en duizendjarig dolen

.

ENGELMAN

tuin van eros

Met dank aan Wikipedia en gedichten.nl

Gregory Corso

32 jaar

.

De leeftijd van 32 jaar blijkt schrijvers te inspireren. Iedereen kent het nummer 32 jaar van Doe Maar en deze post gaat over een gedicht geschreven op de vooravond van de 32ste verjaardag van Beat poet Gregory Corso.

Gregory Corso (1930 – 2001) groeide op onder slechte omstandigheden en belande dan ook al op jonge leeftijd in de gevangenis. Daar leerde hij echter de literatuur kennen en ontwikkelde hij een voorkeur voor de dichtkunst. Over zijn ervaringen in de cel zei hij later: “When I left, I left there a young man, educated in the ways of men at their worst and at their best. Sometimes hell is a good place – if it proves to one that because it exists, so must its opposite, heaven exist” Zijn hemel vond hij in de poëzie.

In 1950 kwam hij uit de gevangenis en kwam hij in contact met Allen Ginsberg, William S. Burroughs en Jack Kerouac. Hij begon te schrijven voor de Los Angeles Examiner maar acteerde en speelde ook onder andere in Andy Warhols  film ‘Couch’.

In 1954 verscheen ‘The Vestal Lady on Brattle and Other Poems’, zijn eerste dichtbundel. Dit was het begin van een reeks voordrachten van Corso waarvoor hij stad en land afreisde, bijvoorbeeld naar Oost-Europa en Mexico. In 1956 verhuisde hij naar San Francisco en werd het boegbeeld van de Beat Generation. Het hoogtepunt van zijn dichtersbestaan lag in de jaren ’50 en ’60.

In totaal publiceerde Corso ruim 20 dichtbundels.  Zijn werk droeg hij voor “in his natural voice, a trademark high-pitched “New Yorkese” drawl with subtle undertones of expressiveness.” In 2001 overleed Corso en op zijn eigen verzoek werd hij begraven in een graf naast dat van Percy Shelley op de Cimitero Acattolico in Rome.

Hieronder het gedicht dat hij schreef op de vooravond van zijn 32ste verjaardag in 1962.

.

Writ On The Eve Of My 32nd Birthday

.

a slow thoughtful spontaneous poem

I am 32 years old
and finally I look my age, if not more.

Is it a good face what’s no more a boy’s face?
It seems fatter. And my hair,
it’s stopped being curly. Is my nose big?
The lips are the same.
And the eyes, ah the eyes get better all the time.
32 and no wife, no baby; no baby hurts,
but there’s lots of time.
I don’t act silly any more.
And because of it I have to hear from so-called friends:
“You’ve changed. You used to be so crazy so great.”
They are not comfortable with me when I’m serious.
Let them go to the Radio City Music Hall.
32; saw all of Europe, met millions of people;
was great for some, terrible for others.
I remember my 31st year when I cried:
“To think I may have to go another 31 years!”
I don’t feel that way this birthday.
I feel I want to be wise with white hair in a tall library
in a deep chair by a fireplace.
Another year in which I stole nothing.
8 years now and haven’t stole a thing!
I stopped stealing!
But I still lie at times,
and still am shameless yet ashamed when it comes
to asking for money.
32 years old and four hard real funny sad bad wonderful
books of poetry
—the world owes me a million dollars.
I think I had a pretty weird 32 years.
And it weren’t up to me, none of it.
No choice of two roads; if there were,
I don’t doubt I’d have chosen both.
I like to think chance had it I play the bell.
The clue, perhaps, is in my unabashed declaration:
“I’m good example there’s such a thing as called soul.”
I love poetry because it makes me love
and presents me life.
And of all the fires that die in me,
there’s one burns like the sun;
it might not make day my personal life,
my association with people,
or my behavior toward society,
but it does tell me my soul has a shadow.

.

vestal

Corso

 

Een minnend paar

Gust Gils

.

Gust Gils (1924-2002) was een Antwerps dichter en een van de oprichters van het avant-gardetijdschrift Gard Sivik (vernoemd naar het gelijknamige jazz-café in Antwerpen) in 1954. Ook was hij redacteur van Podium, een Nederlands literair tijdschrift dat heeft bestaan van 1944 (opgericht in de illegaliteit in Leeuwarden) tot 1969.

Het poëtisch oeuvre van Gils wordt gekenmerkt door een sterke muzikale invloed (zie de titels van enkele dichtbundels die het woord “partituur” bevatten). De dichter beweerde zelf dat zijn poëzie een “auditief” karakter had. Gils hoorde zijn gedichten en vond dat die ook vooral hardop gelezen moeten worden. Belangrijk daarbij is niet zozeer de welluidendheid van het vers, als wel het ritme. Later zou Gils de schemerzone tussen poëzie en muziek verder verkennen in zogenaamde “verbosonische” experimenten.

Uit de bundel ‘Ziehier een dame’ uit 1957 het gedicht ‘Een minnend paar’.

.

Een minnend paar

.

een minnend paar man en meisje
identiteit onbekend
op een grijsgeregende morgen in een van de plattelandssteden
komen vreemd aan hun eind nl. zij vloeien
als twee vlakken natte waterverf in elkaar
.
liefde of toeval niemand weet het
.
stoffig en schraal als puin vindt men
de bewijsstukken (hun silhouetten) later
veel later
op een onverhuurde zolderkamer

.

GG

GG!

Met dank aan wikipedia en gedichten.nl