Site-archief
Van Vlek voor Kuipers
Hans Vlek
.
Vandaag een dichter, Hans Vlek (1947-2016) die in zijn bundel ‘Zwart op wit’ uit 1970 een gedicht opdraagt aan een andere dichter Frans Kuipers (1942). Vlek debuteerde in 1965 met de bundel ‘Anatomie voor moordenaars’ en ontving voor zijn derde bundel ‘Een warm hemd voor de winter’ in 1968 zowel de Reina Prinsen Geerligsprijs als de Jan Campert-prijs. In 1970 verscheen ‘Zwart op wit’ waarin zijn drie eerste bundels zijn opgenomen samen met enkele verspreide gedichten. Zo’n verzamelbundel verscheen vrij vlot, zeker als je weet dat na deze bundel nog 9 bundels van zijn hand verschenen.
Frans Kuipers debuteerde ook in 1965 met de bundel ‘Zoals wij’ maar werd bekender onder een groter publiek toen maar liefst negen van zijn gedichten werden opgenomen in ‘Gerrit Komrij’s Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’. Het gedicht dat Vlek schreef voor Kuipers is getiteld ‘Zwaluw’.
.
Zwaluw
.
Een vriend vertrekt
en komt na maanden weer terug
zonder een cent op zak natuurlijk
maar met
visoenen en souvenirs van Sicilië
een Amerikaans meisje
hasjiesj
en vreemde stempels in z’n pas.
.
Ook zichzelf vond hij
na vijf kuipbaden nog aanwezig
wat iedereen verwacht had, hijzelf
wel in het minst.
.
Weggaan
Dubbelgedicht
.
Dit keer een dubbelgedicht met twee gedichten die dezelfde titel hebben namelijk ‘Weggaan’. Het eerste gedicht is van Rutger Kopland (1934-2012) uit de bundel ‘Het orgeltje van Yesterday’ uit 1968. Het tweede gedicht is van Anton Korteweg (1944) en komt uit zijn bundel ‘Comfortabel ongelukkig’ uit 1999.
.
Weggaan
.
Weggaan is iets anders
dan het huis uitsluipen
zacht de deur dichttrekken
achter je bestaan en niet
terugkeren. Je blijft
iemand op wie wordt gewacht.
.
Weggaan kun je beschrijven als
een soort van blijven. Niemand
wacht want je bent er nog.
Niemand neemt afscheid
want je gaat niet weg.
.
Weggaan
.
Als een auto die lang in de regen gestaan heeft
optrekt en wegrijdt, blijft waar hij stond achter
een plek die zich van de rest van de straat
onderscheidt, even nog, tot hij ook nat is
en niet afzonderlijk meer bestaat.
.
Dat is wat blijft als je weggaat.
.
Winterzin
H.C. ten Berge
.
Dichter, prozaschrijver, essayist en literair vertaler Hans te Berge (1938) kennen we als de dichter H.C. ten Berge. Ten Berge debuteerde in 1964 met de dichtbundel ‘Poolsneeuw’ waarvoor hij meteen de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam kreeg (voor Journaal I, II en XII) . Hij vertaalde werk van onder anderen Ezra Pound.
Voor Ten Berge is dichten een vorm van onderzoek. Hij heeft een grote belangstelling voor natuurvolken als de Inuit en de Azteken. In 1967 richtte hij het tijdschrift Raster op waar hij tot 1997 aan verbonden blijft. Lange tijd was ten Berge de enige redacteur.
Zijn werk is vele malen bekroond, zo ontving hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs (1968), de Multatuliprijs (1987), de Constantijn Huygensprijs (1996) en de A. Roland Holst-Penning (2003).
Op de website van Meander las ik het gedicht ‘Winterzin’ uit de bundel ‘Splendor’ uit 2016 van ten Berge in de Meander Klassiekers, geschreven door Hans Puper. Hoewel ik helemaal niet hou van de winter en de titel me dus ook niet aanspreekt (zin in de winter) bleef het gedicht me bij door zijn schoonheid en wil ik het graag hier met jullie delen.
.
Winterzin
–
Winterzin
–
Een grijze lucht die urenlang
—–op sneeuwen stond,
zich inhield, schuchter toen
een handvol vlokken zond
als een belofte voor de nacht
waarin je wakend lag
te slapen tot de dageraad
het sneeuwen niet meer tegenhield
en je gonzend van geluk
de dag begon en uit het zolderraam
de eeuwen en de witbestoven akkers
naast de landweg overzag,
—–en er niets was dat die vervoering brak –
.
Vrees niet
Liter
.
In Nederland zijn verschillende literaire en poëziemagazines. Veel zijn bekend omdat ze al lang bestaan of een zekere naam hebben (Hollands Maandblad en De Gids). Een aantal andere magazines zijn minder bekend bij het brede publiek (Liter en Awater). En sommige zijn nog nieuw en werken hard aan een naam en nieuw publiek (MUGzine). In het literair tijdschrift Liter (nummer 104, jaargang 25 met als titel ‘Lezen is geloven’) staan essays, artikelen, korte verhalen en gedichten. Een mooi vormgegeven tijdschrift met een kundige redactie en medegefinancierd door de Vermeulen Brauckman stichting.
Op de website van deze stichting lees ik: “De Vermeulen Brauckman Stichting steunt grote projecten die de Bijbel ontsluiten voor een breed publiek. Ook bieden wij een helpende hand aan nieuwe, nog voor groei vatbare initiatieven.” En hoewel ik wars ben van publicaties die vanuit een bepaalde hoek verschijnen moet ik zeggen dat bij Liter dit niet tot irritaties leidt. Het is een mooi blad waar religie af en toe aan de orde komt maar waarin vooral veel moois te lezen valt.
Ik koos uit nummer 104 een gedicht van Hedwig Selles. Door de opmaak van het gedicht is het me niet duidelijk of het gedicht nu ‘Vrees niet’ of ‘Gedicht’ heet. Ik vermoed het eerste. Hedwig Selles (1968) heeft cultuurwetenschappen gestudeerd en bracht meerdere gedichtenbundels uit, onder andere ‘Wie hier binnentreedt’ (2016), waarover Piet Gerbrandy schreef: ‘Hedwig Selles schrijft organische poëzie, waarin “het schorre oergeluid van wereld vuur en wind” te horen is. Dat lijkt me een formidabele prestatie.’
Hedwig Selles publiceerde eerder korte verhalen en gedichten in bijvoorbeeld De Gids, Tirade, Hollands Maandblad, DWB, Het Liegend Konijn en De Brakke Hond. Selles wordt geïnspireerd door dichters als Achterberg, Faverey, Arends, Auden, Gerlach en Peeters. Haar persoonlijk leven met anorexia heeft haar schrijven ook beïnvloed. Ik las op een website dat ‘haar levensdrift wel dieper gaat dan haar woordkunst’. Met dat laatste is helemaal niets mis getuige het gedicht ‘Vrees niet’.
.
Vrees niet
.
Ik haat de dood, echt
ik haat de dood
maar ik kan het niet laten
ik kan het niet laten
gewoon even dood
.
kijken hoe het is
ik kan het toch gewoon proberen
in de vrieskou min vijftien graden
in de hitte plus veertig graden
er komt een moment dat je het kunt voelen
.
dat je het lichaam gaat verlaten
dat je valt en dat je echt wilt
leven.
.
Zintuigen
Andrea Voigt
.
De eerlijkheid gebiedt mij te vertellen dat ik nog niet van Andrea Voigt (1968) gehoord had tot ik pas een gedicht van haar las in een verzamelbundel. Voigt is een dichter die in 2001 de VU-podium poëzieprijs won met het gedicht ‘Brief van een geoloog’. Ze studeerde zelf Skandinavische talen aan de UvA, maar schreef een liefdesgedicht als herinnering aan een ex-geliefde, een geoloog aan de VU, waarmee zij eens op reis was gegaan naar Portugal. In 2005 verscheen haar eerste bundel ‘De tempel van Saturnus’.
Naast poëzie schrijft Andrea Voigt ook romans. Haar werk is filosofisch maar ook zintuiglijk, gecondenseerd maar rijk. En steeds zoekend, verkennend, onderweg. Dat blijkt ook uit het gedicht ‘De tuin der zintuigen’ dat uit ‘De tempel van Saturnus’ komt.
.
De tuin der zintuigen
.
Hoor je het ruisen van de vroege cyclamen
het klapperen van de vleugels van de vliegen
het vallen van de overrijpe pruimen in het gras
het zingen van de wind?
.
ruik je de geur van natte hagen in de doolhof
de geur van neergeregend stof
het kruidige basilicum, de selderij
het luie parfum van lavendel?
.
voel je de champagneblaadjes van de rozen
de stekels in je vingers, de druppels over je rug
voel je de beweging in de lucht
het ruwe hout van de hekken?
.
proef je in de tuin der zintuigen mijn huid
proef je mijn lippen, mijn handen op je lichaam
het fluweel van vlindervleugels op je tong
de stroeve rode peren en rabarber, de modder, het graniet?
.
zie je mij, zie je de fontein en het kasteel?
het wildebloemenveld en alles wat er is? zie je
jou en mij, en met je hoofd ver achterover:
de takken van de pruimenbomen tegen de blauwe lucht?
.
Poëzie in film
The Bookshop
.
Afgelopen week bekeek ik de film ‘The Bookshop’ uit 2017 van regisseur Isabel Coixet. De film is gebaseerd op de gelijknamige roman uit 1978 van Penelope Fitzgerald , waarin de hoofdpersoon, Florence Green (gespeeld door Emily Mortimer) tegen de stroom in probeert een boekwinkel te openen in de kustplaats Hardborough, Suffolk. Omdat deze film gaat over een boekenwinkel in de jaren vijftig van de vorige eeuw, mag je verwachten dat er ook poëzie in voorkomt. En mijn verwachtingen werden ingelost.
Regelmatig worden titels van gedichtenbundels getoond (niet zo prominent als ‘Lolita’ van Nabokov in de film maar toch) en er wordt geciteerd uit een paar gedichten waaronder een sonnet (XXXIV) van Charles Hamilton Sorley. Maar ook komt in een gesprek tussen de hoofdpersoon en de mysterieuze veellezende kluizenaar Edmond Brundish (gespeeld door een van mijn favoriete Engelse acteurs Bill Nighy) de zin langs ‘Never give a lady a restive horse’. Ik dacht dat dit een zin uit een gedicht zou zijn maar het blijkt de titel van een boek over Victoriaanse etiquette van Thomas Edie Hill (1832-1915) te zijn.
Omdat ik verder zocht kwam ik echter toch een gedicht tegen met diezelfde titel. Op de website deepundergroundpoetry staat een (erotisch) gedicht van Geoffe Cat met deze titel geïnspireerd op het boek van Hill dat uit een bundel komt uit 1968.
.
Never Give a “Lady” a Restive Horse – Sonnet Nineteen
.
A restive horse, no gift a “Lady” make,
For “Lady’s” stride should simple gestures grace,
Lest in her sport, her seat that posting take,
Decorum speaks, should “Lady” never brace.
.
Though such a rider she, she may protest,
In taming such a horse, her pleasures wrought,
That with its buck and lunge, her sure contest
To still such beast, she shows her measures tau(gh)t.
.
For in such work, from “Lady’s” measure may
In strike and strump, come most “un-Lady’s” gait,
In leap and loft, her seat and measure’s sway,
May “Lady-like”, unsullied state negate.
.
So never gift a “Lady” restive horse,
‘Though she, with seat and measure, may endorse.
.
Een lege plek om te blijven
Rutger Kopland
.
In een kringloopwinkel kocht ik in één keer maar liefst drie bundeltjes van Rutger Kopland (1934-2012), vast weggedaan door een liefhebber die zo nodig zijn boekenkast uit zijn huis wilde hebben (foei!). Maar ik ben er blij mee. Het betreft hier de bundels ‘Het orgeltje van Yesterday’ uit 1968, ‘Alles op de fiets’ uit 1969 en ‘Een lege plek om te blijven’ uit 1975.
Deze laatste bundel, of bundeltje (het valt me op dat deze bundeltjes slechts tussen de 27 en 32 gedichten bevatten) is opgebouwd uit gedichten zonder titel maar met een nummer (een romeins cijfer). Het bekendste gedicht uit deze bundel is waarschijnlijk het liefdesgedichtje van vier regels met nummer XIV waarover ik in 2014 al schreef, dat luidt:
.
XIV
.
Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.
.
Een ander minder bekend gedicht is het vers met nummer XXVI. Een gedicht over de tijd en daarmee tijdloos. Ingenieus van inhoud, en rollend zoals je van Kopland mag verwachten.
.
XXVI
.
Tijd is nog steeds voor de mensen
een luxe, hij gaat langs de huizen,
vertelt dan de tijd in ruil voor jenever,
die handel is oud als een steen.
.
Niemand die houdt van de man met
de tijd, maar iedereen houdt hem
te vriend, want men weet dat
ieder uur telt en de teller is hij.
.
Wat gisteren was, wat morgen zal zijn
is al eeuwen bekend en verdeeld,
maar vandaag is geheim als tussen
gordijnen een hand zonder lichaam.
.
Campert en Eliot
Dichter over dichter
.
Vandaag in de categorie dichters over dichters, de dichter Remco Campert (1929) over de Amerikaans-Britse dichter T.S. Eliot (1888-1965). Remco Campert schreef het gedicht ‘In memoriam T.S. Eliot dat verscheen in de bundel ‘Mijn leven’s liederen’ uit 1968 waarin hij meteen al in de eerste regel refereert aan de beroemde dichtregel ‘April is the cruellest month’ uit Eliots gedicht ‘The Waste Land’. Hoewel ik geen bewijs heb gevonden dat Poetry Month in de Verenigde Staten (April!) gelinkt is aan deze regel lijkt het me ook geen toeval.
.
In memoriam T.S. Eliot
.
April was eens de wreedste maand
toen ze nog wisten welke maand het was
.
zie persoonlijk niet in wat het uitmaakt
op deze ijsschots, zandbank, grazige weide
.
de lievelingssong van Dutch Schulz was Ramona
.
zo’n feitje
zet ook al niet veel zoden aan de dijk
maar het is aardig om te weten
en blijft hangen
.
Dutch Schulz is allang dood
in een achterkamer neergeknald
.
maar Ramona wordt nog steeds gezongen
.
twaalf maanden telt een jaar
voor wie de tijd in zijn zak heeft
,
een zekerheid van niets
een wreedheid van het jaar nul
.
Dutch Schulz
hield tenminste nog van Ramona
.
en wordt nog steeds gezongen
.
Geboren worden
Anton Korteweg
.
Afgelopen week kreeg ik het bericht dat een collega van me was bevallen van een zoon. Ik moest toen meteen denken aan een gedicht dat ik in de bundel ‘Enfin’ van Anton Korteweg uit 2021 had gelezen daags daarvoor. In de Poëzieweek kreeg je de bundel van Ramsey Nasr gratis bij aankoop van poëzie. Nu stond de bundel van Anton Korteweg al even op mijn verlanglijstje, helemaal nadat ik hem had horen voordragen in september 2021 op de Leidse Poëzienacht dat werd georganiseerd door Fields of Wonder.
Anton Korteweg is dichter en neerlandicus die van 1979 tot 2009 hoofdconservator (directeur) was van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum in Den Haag. Sinds zijn debuut in het literair tijdschrift Tirade in 1968 heeft Anton Korteweg met regelmaat dichtbundels gepubliceerd. Zijn poëzie kenmerkt zich door de ironische beschrijving van kleine gebeurtenissen, die gevoelens van melancholie oproepen. Zijn enigszins afstandelijke stijl bedient zich van woordspelingen en archaïsmen en een alledaagse woordkeuze voor verheven onderwerpen. Voor zijn poëzie werd Korteweg in 1986 de A. Roland Holst-Penning toegekend.
Het gedicht waaraan ik moest denken is getiteld ‘Geboren worden: over hoe je er ook naar kunt kijken’ en is grappig maar helemaal waar.
.
Geboren worden: over hoe je er ook naar kunt kijken
.
Negen maanden later
moet je er toch echt uit,
hoe goed je het ook naar je zin hebt.
.
Je hebt er dan al bij al
veel langer gewoond dan je vader.
Die bleef altijd maar even.
.
Ze is wel jouw huis, maar het moet;
haar nood wordt gewoon te hoog.
.
Je wordt een uit de klei
je ondergang tegemoet
gedwongen regenworm.
.
Je vader maakt een beginnetje,
je moeder schenkt je de dood.
.














