Site-archief
Visuele poëzie
Anatol Knotek
.
De in Oostenrijk geboren en gevestigde kunstenaar Anatol Knotek (1977) is een specialist in visuele poëzie. Zijn deskundige talenten in de kunsten overstijgen je gemiddelde schilderij of illustratie. Knotek verwerkt de kunst van het geschreven woord in zijn creaties. In feite zijn zijn tekstportretten een samensmelting van krabbels en handgeschreven tekst. De poëziekunstenaar werkt vaak met een permanente stift op canvas. Knotek gebruikt woorden die een zekere waarde hebben voor het gezicht van elke figuur, of het nu gaat om bekende figuren in het leven of gewoon om een vrouw die in blauw is getekend. Als je er met een mooi vergrootglas naar kijkt, kun je Bob Dylans eigen songtekst ‘We live in a political world’ zien, gekrabbeld op de achtergrond van zijn portret tussen een zee van woorden.
Naast dit soort visuele poëzie maakt hij ook tekst objecten waarvan je hieronder een mooi voorbeeld kan zien.
.
Vliegen naar Belfast
Craig Raine
.
Hoewel Belfast jarenlang een slechte naam had (door de burgeroorlog die er woedde in Noord Ierland) is een bezoek aan de stad, ook door de recente geschiedenis, juist de moeite waard. In een deel van de stad is het of de tijd heeft stil gestaan en lijkt het alsof de strijd tussen de katholieken en de protestanten nog altijd niet is gedoofd (wat waarschijnlijk ook zo is). De dichter Craig Raine (1944) is opgenomen met het gedicht ‘Flying to Belfast, 1977’ in ‘Honderd dichters uit vijftien jaar Poetry international 1970-1984, samengesteld door Remco Campert, Jan Eijkelboom, Joke Gerritsen en Martin Mooij.
Het gedicht van Raine werd door Jan Eijkelboom vertaald naar ‘Vliegen naar Belfast, 1977’.
.
Vliegen naar Belfast, 1977
.
Lachen was mogelijk
toen de motoren fluitend kookten
.
bedenken hoe de wolken waren-
geschepte sneeuw, appelcharlotte,
.
schuimpudding… ik genoot
van de Ierse zee, de schepen, weeffouten
.
in een grote lap donker linnen.
Toen Belfast onder ons, een radio,
.
de achterkant eraf gerukt,
in de agrarische abstractie
.
van velden. Ingewikkeld,
ordelijk en net. De vensters
.
glommen als druppels soldeer-
alles was bedraad.
.
Ik dacht aan huwelijkscadeaus,
witte theedingen
.
op een dressoir geëtaleerd,
toen wij de wolken ingingen
.
en nergens waren-
een bruid met een sluier, lachend
.
om het gebeuren, slechts
half bang voor een leeg huis
.
met gordijnen overkokend
uit het slaapkamerraam.
.
Lourdes
Riekus Waskowsky
.
Ooit, jaren geleden, ging ik op vakantie naar Spanje met de auto. Op de weg daarheen zouden we Lourdes aandoen. In Parijs raakten we om 5 uur ’s morgens elkaar kwijt (we waren met twee auto’s. We hadden geen ander doel dan (heel vaag) Lourdes. We hadden niets geboekt, we reisden op de bonnefooi. Mobiele telefoons bestonden nog niet (het nieuwste snufje op dat gebied was destijds het antwoordapparaat en daar begin je zo weinig mee als je elkaar kwijt raakt).
Na enig rondrijden in een nog vrijwel leeg Parijs (het was echt nog heel vroeg) besloten we dan maar (na een kaart gekocht te hebben, die hadden we namelijk ook niet bij ons) richting het zuiden en Lourdes te rijden. Bij het oprijden naar de Péage (tolweg) zagen we uiteindelijk ons reisgezelschap. Zij hadden, net als wij geredeneerd dat we uiteindelijk toch de weg naar Lourdes moesten nemen.
Lourdes was een heel ander verhaal, of je nu religieus bent of helemaal niet, de ‘gecontroleerde gekte’ zoals ik het maar noem, is zeker de moeite waard van een bezoek. De Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932 – 1977) schreef er een grappig gedicht over in ‘Verzamelde gedichten’ uit 1985.
.
Lourdes
.
Toen hij uit de Grotte Miraculeuse kwam
zaten er in elk geval
2 nieuwe banden aan z’n invalidenwagentje.
.
Versvoeten
Alain Teister
.
Elke keer weer verbaas ik me over het feit dat er dichters zijn waar ik nog nooit van gehoord heb en die toch een aardig oeuvre bij elkaar geschreven hebben . Blijkbaar is het met beoefenaren van alle kunsten hetzelfde, alleen de bekendste namen ‘overleven’. Wat overigens niet betekent dat het werk van dichters die vergeten of bijna vergeten zijn, niet de moeite waard is. Zo’n dichter waarvan waarschijnlijk maar weinig mensen de naam kennen is Alain Teister (pseudoniem van Jacob Martinus Boersma).
Teister (1932 – 1979) was schrijver, dichter en schilder. Hij debuteerde in 1964 met de bundel ‘De huisgod spreekt’ waarna hij nog twee poëziebundels publiceerde: ‘De ziekte van Chopin’ in 1971 en ‘Zenuwen, dame?’ in 1977. In 1988 verscheen nog zijn ‘Verzamelde gedichten’. Daarnaast werd zijn werk opgenomen in ‘Tirade’, ‘Maatstaf’ ‘De Tweede Ronde’ en ‘Hollands Maandblad’. Naast zijn dichterschap was hij vooral ook actief als kunstenaar en werk van hem werd aangekocht door het Centraal museum in Utrecht en de Rijksdienst voor de Beeldende Kunsten.
Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ komt het gedicht ‘Versvoeten’.
.
Versvoeten
.
Elk dichtertje zingt
zoals het genekt is
door rotjeugd, rotwijf, rotinkt.
En hij is de eminentste
die tussen de brekebenen
zijn voeten het minst kapothinkt
en dat het bedroefdst formuleert.
Elk dichtertje zingt
vrij ongedeerd.
.
Korte gedichten
Op maandag
.
De dagen lijken steeds meer op elkaar en daardoor was ik gisteren helemaal in de war. In plaats van korte gedichten van de maand te plaatsen, gaf ik jullie een ‘Cadeautje’. Ook niks mis mee natuurlijk en daarom vandaag, voor een keer op maandag in plaats van op zondag, korte gedichten. Vandaag koos ik voor drie gedichten van dichters uit Vlaanderen en Nederland te weten Hubert van Herreweghen (1920 – 2016) een van de belangrijkste na-oorlogse dichters uit Vlaanderen, de Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932 – 1977) en de Vlaamse dichter Petra Van den Berghen (1971).
Van Hubert van Herreweghen koos ik het gedicht ‘Paar’ uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1986.
Van Riekus Waskowsky koos ik het gedicht ‘Gospelsong’ uit ‘De verzamelde gedichten’ uit 1985.
Van Petra Van den Berghen koos ik het gedicht ‘grijpen en mazen’ uit ‘Staalkaart van de Nederlandstalige Podiumpoëzie 2017’.
.
Paar
.
Ik zie een jongen naast een meisje lopen,
hij kust haar en zij lacht om het geval.
Genadige dood! Zij kirren en zij hopen,
zij zien het kind nog niet dat hen begraven zal.
.
Gospelsong
.
Elke seconde verandert de wereld
men leeft maar en sterft maar
alsof het niets is en misschien is
het ook wel niets dan wat beweging
waardoor de wereld niet verandert.
.
grijpen en mazen
.
het glijdt de vingers van herhaling door
-tussen-
de pauzes in
snijdend aan gewonde handen grijpen ze doelloos in uitgezette netten
tussen de lijven in wapperen de mazen, bot in hun vieren
in altijd, overal ontglipt.
.
Ons te vroeg ontvallen 4
Derrel Niemeijer
.
De laatste dichter waar ik bij stil wil staan door een te vroeg overlijden is, de in grote kring, legendarische Derrel Niemeijer (1977 – 2016). Op 13 oktober 2016 overleed Derrel aan de gevolgen van slokdarmkanker. In het bericht dat ik daags na zijn overlijden schreef op dit blog https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/10/14/derrel-niemeijer/ noem ik Derrel een bron van verbazing, vermaak, ontroering, blijheid en verrassing. En daarnaast kon het ook een ongelofelijke rebel en dwarsdenker zijn. Zaken die ik stiekem juist heel erg in hem bewonderde. Derrel was autonoom en authentiek als dichter en als mens.
Ik weet niet precies wanneer ik Derrel voor het eerst zag, ik vermoed op een podium van Ongehoord! in Rotterdam. In het begin kwam hij altijd wat stilletjes binnen en zat dan ergens achterin met zijn altijd aanwezige opschrijfboekje, een blocnote of gewoon een stapeltje papier waarop hij zijn poëzie schreef. Gedichten die hij dan meestal ter plekken ook voordroeg. In het begin ook moest ik wat wennen aan zijn ongepolijste manier, zijn afraffelende voordrachten en zijn ‘stage presence’ maar al gauw leerde ik de mens achter de dichter kennen en bleek hij een allervriendelijkste en wellevende jongeman te zijn.
Ik herinner me een mini festival het B@M Fest, in een soort kraakpand in Eindhoven in Woensel Noord waar dichters en muzikanten bij elkaar kwamen. Derrel organiseerde dit met zijn toenmalige vriendin Nancy Meelens en zij, samen met Menno Olde Riekerink Smit redde dit festival want Derrel was ’s morgens om 10 uur al te dronken om nog maar iets te regelen. En ook dit vergaf iedereen hem, Derrel was soms een losse flodder, een ongericht projectiel maar altijd serieus wat betreft zijn poëzie.
Tijdens Route du Nord in Rotterdam trok ik de dag met hem op, kletsend, schrijvend en voordragend in een leegstaand gebouw en vanaf dat moment wist ik dat Derrel deugde. Zijn deelname aan de eerste toer van de Poëziebus, zijn betrokkenheid bij het dichtpodium in Eindhoven in de Gouden Bal, zijn medewerking en inzet bij Po-e-zine (toen nog volledig digitaal en tegenwoordig nog steeds actief maar in een fysieke vorm) en de bedenker en oprichter van uitgeverij MeerPeper (waar hij Burroughs ‘Life is a killer’ complete Poetry’ uitgeeft), het getuigde van zijn grote passie en gevoel voor poëzie en haar beoefenaars.
Na ‘Krankzinnig Aangedicht!!!!!” dat in 2013 in eigen beheer werd uitgegeven door Derrel, kwam in 2014 de solobundel ‘Hoop, geloof en liefde’ en in 2015 de bundel ‘Dubbeldichters’ bij uitgeverij Heimdall uit van Derrel samen met Mattie Goedegebuur. Na hun eerste ontmoetingen gaan deze twee dichters in 2014 een poëtische strijd aan via e-mail. Derrel (in de meeste gevallen) stuurde Mattie een uitdagend gedicht toe waarop de ander dan reageerde met een gedicht.
Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Ontkleed’ van Derrel en voor de volledigheid ook het tegen-gedicht ‘Bloot’ van Mattie.
.
Ontkleed
.
Hij kleedt zich uit.
Maar is dan nog
niet naakt genoeg.
.
Bedekt zijn lichaam
met persoonlijke poëzie.
.
Volledige openheid
ook al staat
het meeste
geschreven in
de witregels
en ertussen.
.
Zelfvernietigend gedrag
carving, automutilatie,
drugmisbruik
ze kunnen er beter
over ‘lezen’
dan het zien aan hem.
.
De woorden geklad op papier
worden
van hem afgetrokken.
.
Bloot
.
soms is een poëet
te openen
en leesbaar
.
letters in zijn huid
preuts bedacht
tot dek
.
zonnebrand
verbleekt het blank
tot onleesbaarheid
.
ongezien
kerft eigen schrift
trefzeker
.
woordeloos
tonen piercings
ruige historie
.
wauwelwoorden
verbergen dichters’
spiegelbeeld
.
ongelofelijk gefileerd
tot op het bot
dichter genaaid
.
Geduldig lijden
Levi Weemoedt
.
Als er één medicijn is tegen de algehele malaise waarin we ons door het Coronavirus bevinden, dan is het de poëzie van Levi Weemoed wel. Zwarte humor, melancholie en een heerlijk in en in pessimistische kijk op het leven die vrolijk maakt en opgelucht stemt; zo erg is het dus allemaal nog niet.
In de bundel ‘Gelukkig lijden’ buit 1977 staat een prachtig gedicht dat heel mooi aansluit bij de situatie op de scholen van vandaag de dag. Dus zonder verder commentaar hier het gedicht ‘Krijtwit’.
.
Krijtwit
.
Als meester Weemoed eens een uurtje vóór komt lezen,
zit heel de klas met doodsverstijving in de bank;
en bij: ‘ Het Jongetje Dat Nimmer Zou Genezen’
barst een orkaan los van gejammer en gejank.
.
Zie hoe de kind’ren kwijnend sloffen door de gangen
en hunk’rend loeren naar een koele kapstokhaak,
terwijl een enk’le al verdachte loopjes maakt
om zich aan capuchon of mutsje op te hangen.
.
Is het zijn piepstem? Komt het door zijn dode ogen
die op twee steeltjes tikken tegen ’t brillenglas?
Of is ’t de grap dat hij zijn bochel kan verhogen
tot boven ’t bord, onder zijn zwarte pandjesjas?
.
Hoe komt het dat veel ouders hem niet mogen
terwijl hij, kind nog, toch zo’n knuffeldiertje was?
.
Boer, land- en tuinbouw
Dubbelgedicht
.
Nu het rumoer rond de CO2 kwestie en het boerenprotest wat is gaan liggen door een andere belangrijker en actueler probleem, wilde ik in het kader van het Dubbel-gedicht hier twee gedichten van twee ogenschijnlijk totaal verschillende dichters plaatsen. Ogenschijnlijk want eigenlijk hebben beide dichters veel meer gemeen dan je misschien in eerste instantie zou denken. het betreft hier de dichters Jotie ‘T Hooft (1956 – 1977) en Jules Deelder (1944 – 2019). Twee dichters wier leven getekend is door hun drugsgebruik. Waar ‘T Hooft zelfmoord pleegde op 21 jarige leeftijd door een overdosis cocaïne te nemen, werd Jules Deelder ondanks een leven lang speedgebruik toch nog een respectabele 75 jaar.
Wat voor mij deze aflevering van het Dubbel-gedicht nog bijzonderder maakt is het onderwerp van de twee gedichten; de boer, land- en tuinbouwer. Een onderwerp dat je (ik niet in ieder geval) niet verwacht bij deze twee dichters die toch vooral om allerlei andere zaken bekend staan. Het eerste gedicht is van Jotie ‘T Hooft en komt uit de bundel ‘Junkieverdriet’ uit 1976 en is getiteld ‘Voor boer en tuinder’. Het tweede gedicht ‘Gedicht voor Land- en Tuinbouw’ is van Jules Deelder en komt uit de bundel ‘Dag en nacht geopend’ uit 1970.
.
Voor boer en tuinder
.
Mijn geboorte was geen verstilling
Maar regelrecht oorlog
Want tussen brandnetel en dovenetel
Ligt een verterend vuur.
.
Hoe huiverde ik in die tuin en zag
Het bewegen van gelederen ledematen
Vanuit het sprakeloos veld van de hersenen.
Bemest en bemoederd ontstond verdriet.
.
Om de duif die langzaam huiswaarts keert
Over de meren en gebieden, cirkelend
En haperend aan de dorst, de draden.
Om al wat in mijn maag verteert.
.
En na de brand, die dooft, na het rood
Der geraniums en het groen van agaves
Bemorst de kwasterige bloesem ons
Van een in herfstkou geteelde chrysant.
.
Gedicht voor land- en tuinbouw
.
Voor het eerst een merel
horen zingen.
Het eerste wilde viooltje
gevonden.
De kastanjes in bloei.
.
Het eerste speenkruidbloempje
gezien.
De eerste zwaluw waargenomen.
Voor het eerst gegeten zonder
lamp.
.
Bloeiend klein Hoefblad
gevonden.
Voor het eerst een koekoek
gehoord.
Het eerste gras gemaaid.
.
De kersebomen bloeien.
De peren in bloei.
De appels in bloesemtooi.
De eerste aardbeien.
De aalbessen rijp.
.
De kersen rijp.
De haver op het veld rijp.
De eerste peren.
De laatste maaltijd zonder
lamp.
.
De eerste appels.
De eerste druiven.
Het laatste bad in de open
lucht.
Het vertrek van de zwaluwen.
.
Het laatste gras gemaaid.
Voor het eerst de kachel aan.
De eerste rijp.
De laatste roos.
De eerste sneeuw gevallen.
.
Bont
Iris Brunia
.
Toen ik mijn boekenkast aan het herinrichten was (dat is nogal eens nodig) kwam ik de bundel van Iris Brunia (1977) tegen met de intrigerende titel ‘Laten we mijn lichaam delen’. Meteen begon ik weer te lezen. Ik herinner mij een optreden van Iris op het Zomerpodium in de Jacobustuin in Rotterdam tijdens een poëziepodium georganiseerd door Ongehoord!
Die voordracht van Iris, frêle maar heel stevig en dat in combinatie met haar zachte heldere stem maakte toen veel indruk op me. Haar bundel heb ik destijds, de bundel is uit 2013, met veel plezier gelezen. Daarom, bij uitblijven van nieuw werk van Iris, hier het gedicht ‘Bont’ uit de bundel ‘Laten we mijn lichaam delen’.
.
Bont
.
Zou ik de dingen die ik doe kunnen doen zonder schaamte, in de wetenschap
dat het jou – als het er op aankomt – niet werkelijk uitmaakt wat ik wel of niet laat
.
Ik vermoed dat het een geruststelling kan zijn
.
Alsof alles vanzelfsprekend was legden we hier onze huiden af. Met de kat
tegen mijn borst behelsde ik mezelf en jij omhelsde me
.
Aan jouw gezicht ontleende ik mijn oprechtheid. Je gluurde in mijn pupillen
week een tel
.
we waren slordig , de tijd spleet ons
.
Je kunt het nog zien: de peuk op de wasmachine, de kleding nat, de lakens opgepropt
.
Ik zou een verstaanbare pijn willen hebben – die te troosten is – zodat ik gestild kan
worden met een verleden dat van ons beiden is
.

















