Site-archief
Rita Mae Brown
Gedichten
.
Toen ik in 1982 als jongste bediende bij een heel klein bibliotheekje begon in Den Haag aan de Segbroeklaan was het hoofd van de bibliotheek een vrijgevochten, intelligente en zeer sympathieke feministe. Zij zette mij aan tot het lezen van allerlei romans waaronder de roman ‘Koningin van Amerika’ van Rita Mae Brown. Dit boek, dat ik nog altijd als één van mijn favoriete boeken aller tijden beschouw bracht mij in aanraking met het werk van Brown. Ik heb al haar vertaalde boeken gelezen (zo’n 15 waaronder een aantal detectives met katten!) en ben dan ook een groot fan.
Rita Mae Brown (1944) werd bekend door haar roman over een jonge lesbische vrouw ‘Rubyfruit Jungle’ uit 1973 dat als een klassieker in het genre wordt gezien. In 1979 kreeg ze een relatie met de beroemde tennisster Martina Navrátilová. Ze schreef vele romans, detectives, filmscenario’s, televisiescripts, historische romans en poëzie.
Dat laatste wist ik tot voor kort niet. In het begin van haar schrijversleven publiceerde ze twee poëziebundels: ‘The hand that cradles the rock’ uit 1971 en ‘Songs to a handsome woman’ uit 1973. In 1994 werden deze twee bundels heruitgegeven in een volume onder de titel ‘Poems’.
Uit deze bundel een aantal gedichten.
.
For Those of Us Working For a New World
The dead are the only people
to have permanent dwellings.
We, nomads of Revolution
Wander over the desolation of many generations
And are reborn on each other’s lips
To ride wild mares over unfathomable canyons
Heralding dawns, dreams and sweet desire.
The Woman’s House of Detention
Here amid the nightsticks, handcuffs and interrogation
Inside the cells, beatings, the degradation
We grew a strong and bitter root
That promises justice.
A Short Note for Liberals
I’ve seen your kind before
Forty plus and secure
Settling for a kiss from feeble winds
And calling it a storm.
The Bourgeois Questions
“I wonder about the burn
Behind your eyes,
What is it in me that disquiets me so?
Do you hate me for my softness?”
“No, I’ve come through a land
You’ll never know.”
A Song for Winds and My Vassar Women
Here among the trees
The world takes the shape of a woman’s body
And there is beauty in the place
Lips touch
But minds miss the vital connection
And hearts wander
Down dormitory halls
More hurt than hollow.
.
Charles Bukowski is my dad
Elaine Feeney
.
Poëzie is niet alleen iets van het verleden. Dus mag in een Ierse dichtersweek ook de moderne Ierse poëzie niet ontbreken. Elaine Feeney (1979) is geboren in Galway. Zij won in 2008 de Cúirt Grand Slam. Dit festival was van oorsprong een poëziefestival maar heeft de laatste jaren een verandering ondergaan naar een breed jaarlijks literatuurfestival. Zij is opgeleid in het Presentation College van de stad en studeerde Engels op St. Jarlath’s College, Tuam. Feeney heeft internationaal gepresteerd sinds haar eerste slam succes. Zij wordt beschouwd als een van de ‘meest provocerende vrouwelijke dichters van het afgelopen decennium uit Ierland’. Zij heeft 4 poëziebundel uitgegeven en een CD en werkt aan een roman. Haar gedichten werden wereldwijd gepubliceerd in magazines en tijdschriften en in verzamelbundels.
Uit haar bundel ‘The radio was gospel’ uit 2013 het gedicht met de intrigerende titel ‘Charles Bukowski is my dad’.
.
Charles Bukowski is my Dad
He stands with me in the
best-dressed-lady-line,
holding open my pearl lace
umbrella to the
ravaging Galway rain.
He calls me up on
blue Mondays and gives me
whiskey on bold Fridays.
He fills up my father-space
He fills up my mind-space
He fills up my hot-water bottle
His advice fills up my cheer
and revives my rotted liver,
but that’s a small price to pay
because Bukowski’s my Dad.
He’s my feather pillow
and my guitar string.
He’s my soccer coach and sex therapist
He paints my nails
pepperminty green and sings
raindrops keep falling on my head
on wicked trips to the racetrack.
But that’s a small price to pay
because Bukowski’s my dad.
.
Houtsnijder
W.D. Kuik
.
Dirkje Kuik (1929 – 2008), of W.D. Kuik zoals ze zich voor haar geslachtsverandering noemde was een Nederlands schrijver en beeldend kunstenaar. In 1979 werd zij officieel vrouw. Haar debuut als dichter was in 1969 met de bundel ’45 Gedichten’, nog onder de naam William D. Kuik. Het werk wordt gezien als belangrijke bijdrage tot de Nederlandse neoromantische stroming. In haar latere leven was ze vooral schrijver van proza en beeldend kunstenaar. Uit de debuutbundel ’45 gedichten’ het gedicht ‘Houtsnijder’.
.
Houtsnijder
.
Hij sneed zichzelf in hout
als egel, eenhoorn, beer.
Veel
als christus, jezus, maria,
wat was dat lelijk, gaper.
Hij speelde graag toneel.
Vermomd met bolhoed, knijpbril, papieren neus,
trok hij de polder in.
Zijn laatste komisch nummer was een kerstgroep.
Levensgroot.
Met os met kind met vrouw met ezel,
bevolkte hij een stal.
Hij staat erbij.
Een vos met één poot in de val,
een zure timmerman tot in het merg verkankerd.
.
Vijfendertig tranen
Ida Vos
.
Ida Vos (1931-2006) begon met schrijven in 1975. Ze publiceerde in dat jaar de gedichtenbundel ‘Vijfendertig tranen’ na jaren van zwijgen. De vijfendertig tranen verwijzen naar vijfendertig joodse kinderen die met elkaar in één klas hebben gezeten. Slechts vier van hen overleefden de oorlog en één van die vier kinderen was Ida Vos. Hierna volgde nog de bundel ‘Schiereiland’ (1979) en ‘Miniaturen’ (1980). Na deze poëzie voor volwassenen heeft ze zich toegelegd op het schrijven van kinderboeken.
De bundel ‘Vijfendertig tranen’ was lang niet verkrijgbaar. Het exemplaar dat ik bezit is een 6e druk uit 1983. Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork heeft een nieuwe en bijzondere uitgave gemaakt: een lees- en luisterboek.Kort voor haar dood werden de gedichten door Ida Vos zelf ingesproken.
In de bundel geeft Ida Vos op ingetogen wijze een beklemmend beeld van het drama van de jodenvervolging. Dit doet zij in korte gedichten van soms maar een paar regels. In alle gedichten is het grote drama van de oorlog en de vernietigingskampen heel voelbaar en duidelijk aanwezig.
Ik wil hier twee gedichten uit deze bundel plaatsen. Het eerste gedicht ‘aardrijkskunde’ doet bij veel mensen wel een belletje rinkelen al weet men vaak niet wie dit gedicht heeft geschreven (zo was het bij mij ook, ik herkende het gedicht toen ik het las maar had geen idee dat het uit deze bundel van Ida Vos kwam). Het tweede gedicht ‘naar buiten’ vind ik als gedicht gewoon heel erg mooi.
.
aardrijkskunde
.
zij had een onvoldoende
voor aardrijkskunde
die laatste dag
maar wist een week later
precies waar Treblinka lag
.
héél even maar
.
naar buiten
.
ze wil nu buiten spelen
gaan lopen in een bos,
rennen door sneeuw en regen
ze laten haar niet los
.
ze is er wel,
ze is er niet,
ze mag er niet meer zijn
.
de letters in haar sprookjesboek
staan niet meer op één lijn
.
Weemoedts felicitatiedienst
Lévi Weemoedt
.
De in Vlaardingen geboren dichter Lévi Weemoedt (1948) is vooral bekend van zijn tragi-komische korte verhalen en gedichten. Jarenlang was Weemoedt leraar maar toen hij daar genoeg van had richtte hij zich volledig op het bestaan van schrijver. Weemoedt was medewerker van het Algemeen Dagblad, publiceerde in het, in Vlaardingen opgezette, literair tijdschrift ‘Renaissance’ en was van 1976 tot 1979 redacteur van literair-satirisch studentenblad Propria Cures. Later, in de jaren ’80 schreef hij in “Mare,” het weekblad van de Rijksuniversiteit Leiden.
Van de hand van Weemoedt verschenen ca. 350 gedichten. Uit de bundel ‘Geen bloemen’ uit 1978 het gedicht ‘Weemoedts felicitatiedienst’.
.
Weemoedts felicitatiedienst
.
O! als je trouwt, vergeet mij niet te vragen,
en sta mij toe om tussen oom en tant’
een stukje uit mijn dagboek voor te dragen:
wat heb ik snel de lachers op mijn hand!
.
Bijvoorbeeld, 18 maart: ‘met L. geslapen!
Ze houdt van mij!! Gaat morgen weg bij Freek’.
En, 20 maart: ‘een brief van L. op tafel:
ze trouwt met F.!!.. Bruiloft over een week’
.
De mensen brullen! ‘Dagboek van een Gek!’.
gilt tante Jo, ‘hoe krijgt-ie het verzonnen!
Je zal toch maar getrouwd zijn met die L.!’
.
Dan explodeert een stilte in ’t vertrek:
een kille tocht vaart door de trouwjaponnen.
De tafelkleedjes krijgen kippevel.
.
Eén pot nat
Jules Deelder
.
Gisteren de voorlopig laatste editie van de Poëziebus 2016 daarom vandaag op maandag de dichter van de maand juli, Jules Deelder. Ik heb dit keer gekozen voor zijn gedicht ‘Eén pot nat’ uit de bundel ‘Moderne gedichten’ uit 1979.
.
Eén pot nat
Het is allemaal één popt nat
.
sprak de kat
die bij de wieg van Lao-tse
te spinnen zat.
.
Hoe of wat
Dit en dat
Bol of plat
.
Het is allemaal één popt nat,
.
sprak de rat
die aan het lijk van Lao-tse
te knagen zat.
.
.
De profundis
Ida Gerhardt
.
Gewoon omdat ik zin had in een gedicht van Ida Gerhardt, het gedicht ‘De profundis’ uit de bundel ‘Het sterrenschip’ uit 1979.
.
De profundis
.
Hadden wij nimmer nog zwanen gezien,
zouden wij hen op het water ontwaren,
o, wij zouden van vreugde vervaren –
lachen en schreien misschien.
.
Hadden wij nimmer nog zwanen gezien,
vlogen zij òver met ruisende slagen,
o, wij zouden dit duister verjagen –
eindelijk bevrijd zijn misschien.

















