Site-archief

De jeugd eist

György Dalos

.

Hoewel György Dalos vooral bekend is van zijn romans kwam hij in 1980 naar Poetry International met zijn poëzie. Dalos is een Joods Hongaars dichter/schrijver. Hoewel hij in de jaren 60 studeerde aan de Lomonossov universiteit in Moskou, was hij in de jaren 70 een van de drijvende krachten achter de anti-communistische beweging in Hongarije. Vanaf 1987 woont hij in Wenen en Berlijn. In 2010 ontving Dalos de Leipzig Book Award for European Understanding.

Uit 1970 het gedicht ‘Mijn status in de staat’.

.

Mijn status in de staat

.

1

Voor verontwaardiging

heb je een bedrijfsvergunning nodig

Voor pessimisme

een douanestempel

En van de zelfmarteling

worden procenten afgetrokken

.

2

Ik ben

als een ontwikkelingsland

Bevrijd maar armlastig

leef ik van leningen

Ik verwacht niet veel van de toekomst

maar heb haar ook niet te duchten

.

3

Sinds twee jaar

leef ik zonder werk

Ik schaam mij

als ik bedenk

dat ze terecht jaloers op me zijn-

de straatvegers met hun vast inkomen

en de vuilnismannen met hun

onwankelbare status

.

dalos

Finis

Ida Gerhardt

.

Ida Gerhardt (1905 – 1997) is alweer enige jaren geleden overleden maar haar poëzie is nog altijd levend en zeer leesbaar. Ook dit gedicht dat in een ‘ouderwets’ Nederlands is geschreven heeft nog niets aan schoonheid en kwaliteit ingeboet. Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1980 het gedicht ‘Finis’.

.

Finis

.

Wat ziet gij, liefste, mij aan?

Nóg kan ik donker vervaren

om het kwaad der donkere jaren

dat, donker, ik u heb aangedaan.

Wat ziet gij, liefste, mij aan?

Geen sterveling weet wat zij waren

dan gij, die dit donkere, zware

door liefde teniet hebt gedaan.

.

ida

 

Ida 2

Toekomst

Met een klank van hobo

.

Zondag, Herman de Coninckdag. Vandaag uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ uit 1980 het gedicht ‘Toekomst’.

.

Toekomst

.

Weggaan. En terugkomen.

Dromen. En niet meer dromen.

En niet meer weggaan.

.

En echte weemoed, niet om hoe het vroeger was

maar om hoe het ook vroeger nooit is geweest.

De herinnering aan wat nooit heeft bestaan.

.

Ik steek nog even een sigaar

niet op, drink nog even niet van een glas Marc,

wacht nog even op wat ik heb, bedachtzamer.

.

Want we hebben de tijd.

Je bent in mij als schemer in de kamer.

We hebben de verleden tijd.

.

photorealistic 3d sky-high future ahead street sign

photorealistic 3d sky-high future ahead street sign

Braille

Herman de Coninck

.

Het is zondag en dus een gedicht van Herman de Coninck voor iedereen die zijn gedichten kent en lief heeft en voor alle anderen die zijn poëzie zo kunnen leren kennen.

Vandaag het gedicht ‘Braille’ uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ uit 1980.

.

Braille

.

Zoals ik zonder kijken tussen mijn boeken

“Het houdt op met zachtjes regenen’ weet te staan,

zo hoef ik jou niet meer te zoeken,

alleen te vinden.

.

Jou bij mekaar tastend als een blinde

een andere blinde. Maar ziende, ziende,

en mekaar begrijpend zonder er wat van te verstaan.

Liefde is houden van mekaars gebrek eraan.

.

Is het soort gemak van kom binnen,

ach, ben jij het maar.

En een paar uur later van: ik ben moe,

.

kom jij maar klaar.

En terwijl ik nadien al slaap

jou nog horen zeggen; slaap nu maar.

.

braille

De-Coninck-8

Het gevecht met de muze

Bertus Aafjes

.

Vandaag wil ik aandacht besteden aan de dichter Bertus Aafjes. Aafjes (1914-1993) was schrijver en dichter die ook onder de naam Jan Oranje publiceerde. Hij debuteerde met ‘Het gevecht met de muze’ waarover hierna meer. Hij maakte deel uit van de redactie van de literaire tijdschriften ‘Criterium’ en ‘Ad Interim’, was één van de oprichters van het blad ‘Klondyke’ en verleende zijn medewerking aan talrijke tijdschriften. In 1953 verscheen zijn (voorlopig) laatste dichtbundel ‘De Karavaan’ nadat hij zich negatief had uitgelaten over de Vijftigers.

In opdracht van het Elseviers Weekblad zou Aafjes in de zomer van 1953 zes artikelen aan de Vijftigers wijden, drie tegen en drie vóór deze groep experimentele dichters. Elsevier stopte de reeks echter nadat de eerste drie kritische artikelen een storm van protest hadden losgemaakt. Aafjes koos dan ook voor een ongekend harde toon, en zijn zin: “Lees ik Lucebert’s poëzie, dan heb ik het gevoel dat de SS de poëzie is binnengemarcheerd”, werd berucht. Veel lezers van het rechtse Elseviers Weekblad steunden Aafjes in zijn kritiek op de Vijftigers, maar vrijwel al zijn collega’s en bekenden uit de literaire wereld vielen over hem heen. De Elsevier-artikelen leidden ertoe dat Aafjes alleen kwam te staan in de literatuur en luidden ook het einde van zijn eigen dichterschap in.

Later in zijn leven zou Aafjes toegeven dat hij zich enorm vergist had en dat zijn afkeer van de Vijftigers al kort na het verschijnen van de gewraakte artikelen was omgeslagen in bewondering. In een brief uit 1983 bood Aafjes zelfs zijn excuses aan Lucebert aan, een van de dichters die hij in 1953 hard had aangevallen. Lucebert reageerde dat hij nooit wrok had gekoesterd tegen Aafjes en dat het jammer was dat ze elkaar nooit ontmoet hadden. Dan had de “roestige nutteloze strijdbijl” meteen begraven kunnen worden.

In 1980 publiceerde hij nog wel de bundel ‘Deus sive natura’ met erotische poëzie maar deze bundel werd zeer kritisch onthaald. In totaal publiceerde Bertus Aafjes meer dan 100 werken en kreeg hij o.a. de Tollensprijs (voor zijn gehele oeuvre) in 1953, de ANWB prijs voor ‘De wereld is een wonder’ in 1960 en de Cestodaprijs in 1989.

Uit mijn boekenkast heb ik de bundel ‘Het gevecht met de muze’ gehaald. Deze bundel uit 1965 bevat de bundels ‘Het gevecht met de muze’ (1940) en het  ‘Het zanduur van de dood’ (1941). Deze laatste bevat, de afdelingen ‘Het zanduur van de dood’, ‘Sonnetten uit 1938’ en ‘Verspreide gedichten’.

Op de achterflap staat onder andere over Aafjes geschreven: Hij is geboren met het herscheppend dichteroog, waarmee hij een morbide wereld kan veranderen in een lieflijk paradijs – een charmante leugen, waarin wij hem zo nu en dan gaarne willen geloven.

Uit ‘Het gevecht met de muze’ het gedicht (hoe kan het ook anders vandaag) ‘Zondagmorgen’.

.

Zondagmorgen

.

Grijs staat de gracht gedempt

En in het water weerspiegeld

Toeven de takken gestremd

En door de mist doodgewiegeld.

Hoor je de hoer die giechelt

Naakt naast haar wollen hemd,

Gierend en ongeregeld

Of zit zij vastgenageld

tussen toeklappende deuren?

Nu klinkt het weer gedempt.

.

aafjesgevechtmuze3

aafjes

Louis Paul Boon

Verzamelde gedichten

.

Louis Paul Boon (1912-1979) was een Vlaams schrijver van romans, novellen, cursiefjes, pornografie, kunst- en literaire kritieken en poëzie. Dat laatste is niet erg bekend, zelf kende ik Boon vooral van zijn romans, maar hij heeft een aantal malen gedichten geschreven voor met name mensen uit zijn familie en vriendenkring.

Wat ik ook niet wist, is dat Boon in 1979 een serieus kandidaat was voor de Nobelprijs voor de literatuur. Zijn bekendste roman De Kapellekensbaan was in 1972 in het Engels vertaald wat hem een grote bekendheid ook buiten het Nederlandse taalgebied bracht. Boon was uitgenodigd door de Zweedse ambassade voor een bezoek op 11 mei 1979, vermoedelijk om te horen dat hem de Nobelprijs was toegekend, maar de dag ervoor overleed hij aan zijn schrijftafel. De prijs wordt alleen aan levende schrijvers toegekend.

Boon ontving tijdens zijn leven al de Leo J. Krynprijs (1942), de Henriette Roland Holst-prijs (1957), de Constantijn Huygensprijs (1966) en de Multatuliprijs (1972).

Zoals gezegd schreef hij weinig poëzie. In 1980 werd door De Arbeiderspers en Em. Querido het boekje’Verzamelde gedichten’ uitgegeven met daarin 7 blokjes van een paar gedichten die hij voor anderen schreef (zijn zusje, zijn broer, een vriend). Hier volgt het eerste gedicht van drie) uit de bundel met de titel ‘Zo zal ik dan worden’ met als ondertitel ‘drie gedichten van een stilaan ouderwordend man’.

.

Zo zal ik dan worden

.

zo zal ik dan worden

stilaan een zich oudvoelend man

een bloem een gedicht op de lippen

en verder wat knutselend nog

aan luchtvervuiling en zo

.

zo zal ik dan worden

een propere oude man

als ons hondje dat niets mocht

in huis doen en zo doof

was geworden als een pot en zo

.

zo zal ik dan worden

met wat schorre stem verhalen

aan mijn kleinzoon over vroeger

de revolutie die we toen wilden

de sovjetrepubliek vlaanderen en zo

.

zo zal ik dan worden

en vragen naar mijn bril

en zoeken naar mijn stok

om op te steunen en zo

.

Louis_Paul_Boon_(1967)_(cropped)

Boon

To the virgins

Comics en poëzie

Soms kom ik opeens op een idee en dan blijkt dat idee (uiteraard zou ik bijna zeggen) al te bestaan. De combinatie van comics en poëzie was zo’n idee. Al in 1980 schreef Dave Morice het boek ‘Poetry comics, a cartoonverse of poems’. In dat boek comics met de teksten van gedichten.In de inleiding van het boek schrijft Morice:

A few years ago, a friend of mine said, “Great poems should paint pictures in the mind.” Jokingly, I replied that great poems would make great cartoons, and what began as a wisecrack soon evolved into a diabolical plot to overthrow the Foundations of Poetry.

Zover is het uiteraard niet gekomen maar wat is gebleven is een zeer vermakelijk boek met comics  en poëzie. Daarnaast wordt de poëzie ook wel gebruikt door cartoonisten. Hieronder zie je een aantal voorbeelden daarvan.

comic1

comic2

 

Uit Poetry comics een mooi voorbeeld van een comic rond de tekst van een gedicht van Robert Herrick (1591 – 1674) met de intrigerende titel ‘To the virgins, to make much of time’.

.

To the Virgins, to Make Much of Time

Gather ye rosebuds while ye may,
   Old Time is still a-flying;
And this same flower that smiles today
   Tomorrow will be dying.

The glorious lamp of heaven, the sun, 
   The higher he’s a-getting,
The sooner will his race be run,
   And nearer he’s to setting.

That age is best which is the first,
   When youth and blood are warmer;
But being spent, the worse, and worst
   Times still succeed the former. 

Then be not coy, but use your time,
   And while ye may, go marry;
For having lost but once your prime,
   You may forever tarry.
.
comic3

comic4
RobertHerrick_NewBioImage


Czeslaw Milosz

Dichter  van alle nationaliteiten

.

Czeslaw Milosz wordt vaak als Pools dichter geportretteerd maar werd in 1911 geboren in Litouwen ( hij overleed in 2004 als Amerikaans staatsburger) dat toen deel uitmaakte van Rusland. Hij studeerde in Vilnius en trok later naar Warschau. In de tweede Wereldoorlog zat hij bij het verzet maar in 1951 brak hij met de Poolse communistische partij (hij was na de oorlog Pools diplomaat). In 1951 vroeg hij politiek asiel aan in Frankrijk. Uiteindelijk kreeg hij het Amerikaanse staatsburgerschap maar de laatste jaren van zijn leven woonde hij weer in Polen. Een waar wereldburger. In 1980 ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur.

Uit de in het Nederlands vertaalde bundel ‘Verre omstreken’ uit 1991 het gedicht ‘De zin’.

 

De zin

‘Eenmaal dood zal ik de voering van de wereld zien.
De achterkant, voorbij de vogel, berg, zonsondergang,
de ware betekenis, die om ontcijfering roept.
Wat onverenigbaar was, wordt nu verenigd.
Wat buiten ons begrip viel, zal begrepen worden.’

‘Maar als de wereld nu geen voering heeft?
Als de lijster op de tak geen enkel teken is,
alleen een lijster op een tak, als de dagen en de nachten
elkaar opvolgen en zich niet bekommeren om een zin
en er op aarde niets is buiten deze aarde?’

‘Al zou het zelfs zo zijn, dan nog blijft het woord
dat, eenmaal gewekt door vergankelijke lippen,
zal rennen, rennen als een onvermoeibare koerier,
over interstellaire velden, wentelende melkwegen
en protesteren, roepen, schreeuwen.’

 

Czeslaw-Milosz

Vriendin van één nacht

Herman de Coninck

.

Dinsdag wordt de komende tijd erotische gedichtendag (leek me een leuk idee, zo aan het begin van de week). Vandaag een werkelijk prachtig gedicht van Herman de Coninck. Op 10 juli schreef ik nog over Herman de Coninck in de categorie Vlaamse dichters, nu dus als vertolker van erotische poëzie.

.

Vriendin van één nacht

.

Het was onbereikbaar.

Maar voor iedereen die dat óók vond, trok ze tijd

uit, en haar bloesje, en de spelden uit d’r haar.

.

Ze had velours geribde rode lippen om je er over heen

te praten

en schaars-paarse om er nadien over te zwijgen,

en lange vingers om zich lang en langzaam op zich toe

te laten,

.

het was bijna gewijd:

hijgen werd heel ver adem

halen, voorbij de grenzen van de tijd.

.

En de wanhoop nadien had iets van lekker samen.

Uitzicht op leegte, maar

met gordijntjes voor de ramen.

.

herman

 

Uit: Met een klank van hobo, 1980.

100 dichters

100 dichters uit 15 jaar Poetry international

.

In een kringloopwinkel kocht ik vorig weekend het fijne werkje ‘100 dichters uit 15 jaar Poetry international’. Ruim 475 pagina’s voor de spotprijs van een paar Euro. In deze lijvige bundel 100 dichters die tussen 1970 en 1984 bij Poetry International hebben opgetreden. Geen Nederlandse dichters omdat “Hun werk is in de meeste gevallen voor de lezer beschikbaar”. Wel 100 soms verrassende dichters uit alle windstreken. samengesteld door Remco Campert, Jan Eijkelboom, Joke Gerritsen en Martin Mooij en uitgegeven door Manteau.

Vandaag zal ik van twee van hen een gedicht plaatsen. Allereerst de Hongaarse dichter György Dalos (trad op in 1980) in het Hongaars en het Nederlands.

.

Irodalmunk Istápolóinak

.

Követelöznek a fiatalok

Helyet a Nap alatt

/és a napilapokban/

En nem vagyok ilyen szerénytelen

a helyröl rég lemondtam

Hanem a Napot adjatok nekem

Ha ugyan nálatok van

.

Aan de weldoeners van onze literatuur

.

De jeugd eist met klem

een Plaats onder de Zon

(en in de dagbladen)

Ik ben niet zo onbescheiden

van een Plaats heb ik al lang afstand gedaan

Geef mij maar de Zon

Als jullie hem zelf soms hebben

.

(vertaling: Andras Vigh)

.

En van Vivian Lamarque trad in 1983 op. Van haar ook een gedicht in het Italiaans en het Nederlands.

.

A novi Mesi

.

A nove mesi la fattura

la sostituzione il cambio di madre

Oggi ogni volto ogni affeto

le sembrano copie cerca l’originale

in ogni cassetto affannosamente

.

Met negen maanden

.

met negen maanden de breuk

de wisseling de moederruil.

Nu lijkt elk gezicht elk liefdeblijk

een kopie ademloos zoekt ze

in alle laden naar het origineel.

.

(vertaling: Karin van Ingen Schenau)

lamarque

 

dalos-gyorgy-d000166070f6fc1a72513