Site-archief
Week van het liefdesgedicht
Zie je ik hou van je
.
Herman Gorter schreef al ‘Zie je ik hou van je / ik vin je zoo lief en zoo licht- / je oogen zijn zoo vol licht, / ik hou van je, ik hou van je.
Liefdespoëzie is van alle tijden. Zolang er mensen zijn en zolang er poëzie wordt geschreven, wordt er liefdespoëzie geschreven. Daarom deze week louter liefdesgedichten op dit blog. Te beginnen vandaag met het gedicht waaruit bovenstaande strofe is genomen van Herman Gorter ‘Zie je ik hou van je…’ uit ‘Verzen’ uit 1987.
.
Zie je ik hou van je …
.
Zie je ik hou van je,
ik vin je zoo lief en zoo licht-
je oogen zijn zoo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.
.
En je neus en je mond en je haar
en je oogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar ervoor.
.
Zie je ik wou graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om, je bent
nu toch wat je eenmaal bent.
.
O ja, ik hou van je,
ik hou zoo vrees’lijk van je,
ik wou het heelemaal zeggen-
maar ik kan het toch niet zeggen.
.
La Poésie
Tahar Ben Jelloun
.
Tahar Ben Jelloun is een Marokkaanse romanschrijver, dichter en essayist.Tahar Ben Jelloun was filosofiedocent. Sinds 1971 woont en werkt hij in Frankrijk, waar hij een studie Psychologie oppakte en in 1975 een doctoraat behaald in sociale psychiatrie, waar hij ook zijn werk van maakte.
Ben Jelloun schrijft in het Frans, hoewel het Arabisch zijn moedertaal is. Hij schreef voor diverse tijdschriften en kranten, waaronder Le Monde. Zijn roman ‘Gewijde Nacht’ (een vervolg op ‘L’Enfant de sable’) won de Prix Concourt in 1987. In 2004 ontving hij de International IMPAC Dublin Literary Award voor ‘Een verblindende afwezigheid van Licht‘.
In 2008 schreef Tahar Ben Jelloun het volgende bij onderstaande afbeelding:
La poésie n’est pas ou n’est plus dans les mots ; elle est dans l’acte d’entrer dans le tourbillon de ce qu’on ne maîtrise pas. Passion et poésie fusionnent de la montée vers les cimes à la chute dans les entrailles de la terre.
Une prière à ajouter au registre de l’espérance : Mon Dieu ! Donnez-nous une passion ! Qu’elle vienne de l’étrange ou de l’inconnu, qu’elle soit forte et belle, qu’elle fabrique du bonheur et de la folie, mais qu’elle soit là sur notre chemin, tant que nous avons l’énergie de défier les impossibles, d’imaginer le rêve et d’en être jusqu’à la fin.
Of in het kort in het Nederlands (vrij geïnterpreteerde vertaling):
Poëzie is niet meer alleen woorden ; het is een handeling die we aangaan in een draaikolk die we niet kunnen controleren. Passie en poëzie samenvoegen tijdens de klim naar de toppen, of het afdalen in de ingewanden van de aarde.
Een gebed om toe te voegen aan het register van de hoop : God ! Geef ons een passie! Het komt van het vreemde of het onbekende, het is sterk en mooi, het produceert geluk en waanzin, maar het is er op onze manier, zoals we de energie hebben om het onmogelijke van een droom te bedenken en er bij te zijn tot het einde .
.
Het kontje, ach hoe aardig
Carlos Drummond de Andrade
.
Nu we dagelijks overspoeld worden door beelden vanuit Brazilië leek het me een goed idee om stil te staan bij één van de bekendste Braziliaanse dichters namelijk Carlos Drummond de Andrade (1902 – 1987) . Hij wordt tot de belangrijkste dichters van Zuid Amerika gerekend en hij heeft op latere leeftijd een reeks prachtige gedichten geschreven over de lichamelijke liefde.
In deze poëzie voel je het plezier waarmee Drummond de Andrade ze geschreven heeft. Deze ‘erotische’ gedichten zijn postuum verschenen. Dit kwam omdat de dichter ze tijdens leven niet wilde publiceren in de angst dat ze als pornografisch zouden worden gezien. Pornografisch zijn ze allerminst, erotisch des te meer.
De bundel ‘O Amor Natural’ werd in het Nederlands vertaald door August Willemsen in de bundel ‘De Liefde, Natuurlijk’ en Hedy Honigman baseerde een gelijknamige documentaire over de erotische poëzie op deze bundel.
.
De gedichten van ‘O Amor Natural’ zijn vertaald naar muziek door Georgia Dias en Boca. De muziek kun je beluisteren op https://myspace.com/amornaturalboca/music/songs
.
Het kontje, ach hoe aardig
.
Het kontje, ach hoe aardig.
Lacht altijd, nooit tragisch
Kan niet schelen wat
van voren zit. Het kontje is zichzelf genoeg.
Is er nog meer? Misschien de borsten.
Nou-moppert het kontje-die jongens
hebben nog heel wat voor de boeg
Het kontje is twee tweelingmanen
in een bolrond wiegen. Loopt vanzelf
in zijn lieftallige cadans, zijn wonder
twee in een te zijn, volledig.
Het kontje, vermaakt zich
in zijn eentje. En bemint.
In bed beweegt het. Bergen
rijzen, dalen. Golven slaan
op grenzeloze kust.
Daar gaat het kontje, lachend. Blij.
met de streling er te zijn, te schommelen.
Harmonieuze sferen hoog boven de chaos.
Het kontje is het kontje,
een rondje.
.
Deelder
Deelder
.
Van Jules Deelder vandaag het gedicht ‘Reclamewezen’ uit de bundel ‘Interbellum’ uit 1987.
.
Reclamewezen
Ooit solliciteerde ik
naar een baan
bij het reclamewezen
in de veronderstelling
dat dit met een dichter
wel raad zou weten
niets bleek minder waar
Als proeve van bekwaam-
heid moest ik speciaal
voor detaillisten de voor-
delen van plastic ritsen
belichten wat niets te
maken had met dichten
Ik schreef dat plastic
ritsen verre boven metalen
waren te prefereren
met name voor heren
vanwege ’t geringere in-
fectiegevaar al bleef
het een pijnlijke affaire
voor wie niet was besneden
Ik vrees dat deze aanpak
in het oog van het
reclamewezen geen genade
heeft kunnen vinden
want tot op heden mocht ik
nooit meer iets vernemen
.
Brodsky
Joseph Brodsky ( 1940 – 1996)
.
Van de Russische dichters vandaag de dichter Joseph Brodsky. Brodsky werd geboren in een Joods Russische familie in Leningrad. De familie Brodsky overleefde tijdens de tweede Wereldoorlog het beleg van Leningrad. Joseph werd vernoemd naar de Sovjet dictator Joseph Stalin. Na vele baantjes en zichzelf Engels en Pools te hebben geleerd, schreef Brodsky eind jaren vijftig zijn eerste gedichten. Vanaf 1960 publiceerde hij gedichten en vertaald werk in literaire tijdschriften. Na een schijnproces in 1963 waarin hij van parasitisme werd beschuldigd werd hij veroordeeld tot 5 jaar dwangarbeid. Het proces veroorzaakte veel ophef onder dichters in de Sovjet Unie en in het Westen. Onder andere Jean-Paul Sartre zette zich in voor zijn zaak. Na anderhalf jaar werd hij vrijgelaten en in 1972 werd hij uitgewezen. Hij verhuisde naar de Verenigde Staten waar hij de rest van zijn leven zou wonen.In 1977 kreeg hij het Amerikaans staatsburgerschap en in 1987 de Nobelprijs voor de Literatuur. Na de val van het communisme wilde Brodsky niet terug naar Rusland.
Ballingschap is een centraal thema in Brodsky’s poëzie, naast isolement van de mens in het algemeen. Een ander thema dat telkens terugkeert in zijn werk, is de relatie tussen dichter en maatschappij: Brodsky benadrukt telkens de kracht van de literatuur, die naar zijn mening in staat is het publiek positief te beïnvloeden en de cultuur en de taal waarvan zij deel uitmaakt, in sterke mate te vormen. Hij was van mening dat de westerse literaire traditie deels verantwoordelijk is voor het overwinnen van de grote rampen van de twintigste eeuw, zoals het nazisme, het communisme en de beide wereldoorlogen.
Uit ‘Triton’ uit 1998, in een vertaling van M. Zeeman het gedicht’Ter nagedachtenis aan mijn vader: Australië’
.
Ter nagedachtenis aan mijn vader: Australië
.
Ik droomde dat je nog leefde en geëmigreerd
was naar Australië. Van ver maar doodgemoedereerd
kwam je stem tot mij, mopperend over het klimaat
en het gedoe met je flat, je weet hoe dat gaat,
’t is helaas niet in het centrum, maar wel dicht bij zee,
vier hoog, geen lift, wel een bad, dat valt weer mee,
dikke enkels, ‘En ik ben mijn slippers kwijt’
klonk het zakelijk, om niet te zeggen, zuur.
En ineens gierde de hoor ‘Adelaide! Adelaide!’,
en bulderde, beukte, alsof er tegen de muur
een luik sloeg, van de scharnieren bijna los.
Toch is dit stukken beter dan ingeblikte as,
dan het document waarop een sterfdatum staat-
je echoënde norse stem die praat en praat
en de poging om je voor te doen als spook
.
voor ’t eerst sinds jij bent opgegaan in rook.
.
Met dank aan ‘Spiegel van de Russische poëzie’ en Wikipedia.
All I wanna do (is have some fun)
Sheryl Crow en Wyn Cooper
.
Vorige week hoorde ik op de radio dat de tekst van het nummer ‘All I wanna do’ van Sheryl Crow eigenlijk als gedicht is geschreven. Genoeg reden om eens uit te zoeken wie dan de dichter is. De single van Sheryl Crow verscheen in 1993 op haar debuutalbum ‘Tuesday night music club’ en werd een hele grote hit over de hele wereld. Ze won met dit nummer zelfs een Grammy.
Het gedicht waaraan dit nummer te danken is (de tekst is vrijwel een op een overgenomen) is van Wyn Cooper, een Amerikaans dichter uit Michigan. Hij studeerde aan de Universiteit van Utah waar hij later ook docent werd. Sinds 1987 publiceert hij poëzie. In 1987 schreef hij het gedicht ‘Fun’, de tekst van ‘All I wanna do’. Tegenwoordig is hij actief als docent, dichter en schrijft hij songteksten.
Hieronder de tekst van zijn gedicht ‘Fun’ en de muzikale invulling van dit gedicht van Sheryl Crow.
.
Fun
“All I want is to have a little
fun
Before I die,” says the man
next to me
Out of nowhere, apropos of
nothing. He says
His name’s William but I’m
sure he’s Bill
Or Billy, Mac or Buddy; he’s
plain ugly to me,
And I wonder if he’s ever had
fun in his life.
We are drinking beer at noon
on Tuesday,
In a bar that faces a giant car
wash.
The good people of the world
are washing their cars
On their lunch hours, hosing
and scrubbing
As best they can in skirts and
suits.
They drive their shiny Datsuns
and Buicks
Back to the phone company,
the record store,
The genetic engineering lab,
but not a single one
Appears to be having fun like
Billy and me.
I like a good beer buzz early
in the day,
And Billy likes to peel the
labels
From his bottles of Bud and
shred them on the bar.
Then he lights every match in
an oversized pack,
Letting each one burn down to
his thick fingers
Before blowing and cursing
them out.
A happy couple enters the bar,
dangerously close
To one another, like this is a
motel,
But they clean up their act
when we give them
A look. One quick beer and
they’re out,
Down the road and in the next
state
For all I care, smiling like
idiots.
We cover sports and politics
and once,
When Billy burns his thumb
and lets out a yelp,
The bartender looks up from
his want-ads.
Otherwise the bar is ours, and
the day and the night
And the car wash too, the
matches and Buds
And the clean and dirty cars,
the sun and the moon
And every motel on this
highway. It’s ours you hear?
And we’ve got plans, so relax
and let us in –
All we want is to have a little
fun.
.
Meer over Wyn Cooper op zijn website: http://www.wyncooper.com/
Simon Carmiggelt
Gedicht
.
Het kan aan mij liggen maar de ik hoor de laatste tijd steeds vaker mensen over Simon Carmiggelt. De in 1913 in Den Haag geboren Carmiggelt was een schrijver, die vooral bekend was van zijn krantencolumns (Kronkels) in het Amsterdamse dagblad Het Parool en door zijn televisie-optredens. Een columniste als Sylvia Witteman is bijvoorbeeld een groot fan en navolger van zijn werk. Simon Carmiggelt was een scherp observant en werd geroemd om zijn situatiehumor.
Wikipedia schrijft hierover: Slenterend door de stad vond hij zijn thematiek: hij verwerkte een detail van een banaal voorval tot een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties, verplaatst, herschikt, versterkt, stileert en bouwt. Soms verwerkte hij de gegevens, verzameld over een tijdsspanne van weken, tot een samenhangend geheel, soms was het cursiefje zo uit het leven opgeschreven. En altijd heeft de lezer de indruk dat deze eigenste anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet: elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid, van identificatie ook.
Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt ook gedichten. In 1974 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De gedichten’ en bevat de bundels ‘Al mijn gal’ (1954), ‘Fabriekswater’ (1956), Het jammerhout’ (1948) en enkele andere gedichten. De 3 bundels verschenen onder het pseudoniem Karel Bralleput.
Uit ‘De gedichten’ het gedicht ‘Zwijgplicht’.
.
Zwijgplicht
.
Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,
want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,
dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.
Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.
.
Ik schrijf. Ik zie de hand maar gaan,
maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen
aan mijn verhaal. Het is nog niet verzonnen.
Ik schuif het schrijvend op de lange baan.
.
Ik leef. Ik vind mijn leven kort,
maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,
die horen bij een handvol daagse plichten.
Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.
.
Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.
Ik schrijf. De snelle woorden gaan hun gang.
Ik leef – maar in de nacht denk ik soms bang:
Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen?
.













