Site-archief

Vrouwen

Fleur Bourgonje

.

Vandaag stond ik voor mijn boekenkast en heb ik met gesloten ogen een greep gedaan. Ik pakte het bundeltje ‘Sintering’ van Fleur Bourgonje (1946). Terugkijkend op dit blog zie ik dat ik nog maar één keer over Fleur Bourgonje heb geschreven. Toen over haar debuutbundel ‘Stenen voor het begin‘ uit 1987. En dus nog niet over haar bundel ‘Sintering’ uit 2000. Alleen maar goed dus dat ik deze bundel pakte. Uit de bundel koos ik, opnieuw zonder te kijken, voor het gedicht ‘Vrouwen’.

.

Vrouwen

.

Hoe ze op het plein zwart om elkaar heen staan, de binnenste

houdt alle warmte vast. Hoe ze tegen elkaar praten,

de stem van de buitenste klinkt het hardst. En hoe ze

over elkaar heen lopen om bijtijds te bereiken

wie ze willen zijn, hoe ze elkaar dan oprapen

en gladstrijken, arm in arm, dezelfde pijn

.

maar welke. Hun woorden wijken uit naar zijstraten

terwijl ze bij elkaar de vinger op de wond leggen,

er met een nagel vuil uitsnijden. Hoe ze elkaar

hun bittere balsem aanwrijven, hun buiken

op één lijn brengen, het hoofd

de vrije loop laten.

.

Weerzien

Irina Ratoesjinskaja

.

Hoewel ik soms de neiging heb om alles wat Russisch is te willen vermijden door het brute regime dat daar heerst, merk ik toch ook dat juist de Russische poëzie me blijft bekoren. Zolang deze ver weg blijft van alles wat politiek is (en dat is in de meeste gevallen zo) en je gedichten van Russische dichters op zijn merites kan beoordelen, valt er veel moois te lezen en te genieten.

Een voorbeeld daarvan is de dichter Irina Ratoesjinskaja (1954-2017). Ze werd geboren in Odessa (wat nu in de Oekraïne ligt maar toen deel uit maakte van de Sovjet Unie) waar ze studeerde (natuurkunde). De familie van haar moeder was afkomstig uit Polen: haar overgrootvader van moederskant werd kort na de opstand van januari 1863 tegen de gedwongen dienstplicht in het Russische keizerlijke leger vanuit Polen naar Siberië gedeporteerd. Dit heeft haar gevormd want in 1982 werd Irina gearresteerd en beschuldigd van anti-Sovjet-agitatie omdat ze haar dichtbundels had geschreven en verspreid. Deze beschuldigingen waren zeer gekleurd. Irina schreef over mensenrechten, vrijheid en de schoonheid van het leven, zaken die genoeg waren om iemand in een strafkamp op te sluiten voor langere tijd.

Dat gebeurde dan ook, ze werd veroordeeld tot zeven jaar in een werkkamp onder streng regime (de maximum straf), gevolgd door vijf jaar interne ballingschap. Na drie en een half jaar gevangen te hebben gezeten, waarvan een jaar in eenzame opsluiting in een onverwarmde cel, terwijl de temperatuur in de winter daalde tot min 40 graden Celsius, werd ze op 9 oktober 1986 vrijgelaten, aan de vooravond van de top in Reykjavík, IJsland, tussen president Ronald Reagan en Michail Gorbatsjov. Op het internationale PEN-congres in januari 1986 in New York werd een oproep gedaan tot vrijlating van Irina Ratoesjinskaja. Ratoesjinskaja was lid van de Internationale PEN, die haar situatie tijdens haar opsluiting in de gaten hield.  In juli 1986 werd tijdens het zeventiende Poetry International festival te Rotterdam het jaarlijkse eregeld aan haar toegekend. Deze twee zaken hebben ongetwijfeld geholpen bij haar vrijlating.

Terwijl ze gevangen zat, bleef Ratoesjinskaja poëzie schrijven. Haar eerdere werken concentreerden zich meestal op liefde, christelijke theologie en artistieke creatie, niet op politiek of beleid, zoals haar aanklagers beweerden. Haar nieuwe gedichten, die in de gevangenis zijn geschreven, werden met een lucifer op zeep geschreven, waarna ze ze uit haar hoofd leerde om vervolgens te worden weggespoeld. In totaal ruim 150 gedichten. In 1987 verhuisde ze naar de Verenigde Staten waar ze tot 1989 zou blijven wonen. In 1987 werd haar de Russische nationaliteit ontnomen door de Russische overheid. Daarna woonde ze tien jaar in Londen waarna ze, na een jaar procederen in Rusland, in 1998 haar nationaliteit terugkreeg en terug verhuisde naar Rusland. Daar woonde ze tot ze overleed aan kanker in 2017.

In haar memoires ‘Gray is the Colour of Hope’ beschrijft ze haar gevangeniservaring. Haar latere gedichten vertellen over haar strijd om de ontberingen en verschrikkingen van het gevangenisleven te doorstaan.  In 1987 verscheen in een vertaling van Kristien Warmerhoven, de bundel ‘Aan allen’ van Ratoesjinskaja. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Weerzien’.

.

Weerzien

.

We zullen wel nooit kunnen doorgronden

waarmee het lot ons morgen verblijdt.

We moeten koelbloedig blijven in nood,

en onze kalmte bewaren bij het afscheid.

Doe je best om te lachen, en kijk me recht aan-

opdat we dit beeld van elkaar bewaren!

Wij mogen onszelf nog niet laten gaan,

we zijn nog niet door de eerste ronde.

Ik mag nog niet als een volksvrouw gaan janken

op jouw schouder, die hard is van pijn.

Vijf minuten- dan sluiten ze me weer op

achter deuren van een nieuwe scheiding.

Rammel maar sleutels: onze ziel gaat niet kapot

aan een paar stempels op een retourbiljet!

Maar het ogenblik nadert- en als hoeveel eeuwen

tellen voor ons die vijf wrede minuten?

.

Tot de Duitsers

Friedrich Hölderlin

.

Dat de Romantische Duitse dichter Hölderlin zich niet slechts tot de dichters richtte maar ook tot zijn landgenoten blijkt uit het gedicht ‘Tot de Duitsers’. In de bundel ‘Weerloos’ Gedichten van Friedrich Hölderlin (1770-1843), vertaald door Piet Thomas en Ludo Verbeeck uit 1987  is het gedicht opgenomen ‘Tot de Duitsers’ in vertaling maar ook in het origineel. Voor de liefhebbers van de Duitse taal heb ik naast de vertaling ook het origineel hieronder geplaatst.

.

Tot de Duitsers

.

Spot met het kind niet dat met zweep en sporen

op ’t hobbelpaard zich groot en moedig waant,

want jullie Duitsers, jullie ook zijn

aan gedachten rijk en arm aan daden.

.

Of flits, zoals een straal uit wolken,

uit de gedachten ook de daad? Leven de boeken straks?

Ja vrienden, grijp me dan maar vast

en leer me voor die laster boeten.

.

An die Deutschen

.

Spottet ja nicht des Kinds, wenn es mit Peitsch’ und Sporn
Auf dem Rosse von Holz mutig und groß sich dünkt,
Denn, ihr Deutschen, auch ihr seid
Tatenarm und gedankenvoll.

.

Oder kommt, wie der Strahl aus dem Gewölke kommt,
Aus Gedanken die Tat? Leben die Bücher bald?
O ihr Lieben, so nehmt mich,
Daß ich büße die Lästerung.

.

Norbert De Beule

Spring, plank

.

De Vlaamse dichter Norbert De Beule (1957) was jarenlang leraar maar besloot na het overlijden van zijn vader in 2004 zich volledig op het schrijven (van poëzie) te richten. In 1987 debuteerde hij met de bundel ‘Rockoco’ een aflevering van Quarant-Dash? – Tijdschrift voor literaire scherpzinnigheid, dat al na één jaargang ophield te bestaan.

In 1997 rijpt bij De Beule het idee om een monoloog te schrijven over Jotie T’Hooft, die toen 20 jaar dood was.  Maar ziekte vertraagde het project met enkele jaren. Pas in 2000 werd met het schrijven begonnen in samenwerking met Frank Pollet. In 2002 en 2003 kwam de monoloog op de planken. Norbert de Beule speelde zo’n 50 maal de rol van een psychiatrisch patiënt die zich Jotie T’Hooft waant. Het boek – de theatertekst, een compilatie Jotie-citaten en eigen materiaal – werd door Uitgeverij P gepubliceerd onder de titel ‘Jotie een dichtersleven van naald tot draad’.

In de bundels die hij na dit boek publiceert is de typografie medebepalend voor de betekenis van de gedichten. Norbert De Beule experimenteert met ‘digitale dichtbundels’ in feuilletonvorm: ‘SaintTube’. De bedoeling van zijn gedichtenproject is dat er één gedicht per week wordt gepubliceerd, gekoppeld aan een filmpje dat hij van het internet plukte. Hij noemt het project ‘mijn persoonlijke heiligenkalender’. Op de website van Norbert de Beule vindt u alle afleveringen terug die de dichter tot nu toe publiceerde.

In een eerdere blogpost schreef ik al eens over een gedicht dat ik van De Beule tegen kwam op een plein in Antwerpen. In 2004 stond De Beule op de 24ste Nacht van de Poëzie in Utrecht. In de bundel die van die nacht verscheen is het gedicht ‘SPRING, plank’ opgenomen.

.

SPRING, plank

.

Over het bestaan van bruggen wordt gelogen.

Je kunt niet iets tegemoet treden

wat niet evenzeer naar jou toe beweegt:

.

vlechtwerk van schaduw en duizendknoop,

een trillend tegenbeeld

(van vlier en heftig vlonder)

.

Omdat wij zwaarmoedig zijn, gewichtig,

een niet te tillen last van hersengolven

.

hebben wij de brug nodig

het wankel, wassend oppervlak

waaronder bomen roeien als bezeten.

.

Wij staan niet stil.

Wij vlotten, omdat dansers ons bewegen.

.

Verkeerde weg

Germain Droogenbroodt

In MUGzine # 23 is poëzie opgenomen van Germain Droogenbroodt (1944). Deze Vlaamse dichter , vertaler, uitgever en promotor van de moderne internationale poëzie verhuisde in 1987 naar het mediterrane kunstenaarsdorp Altea en integreerde hij zich in het Spaanse literaire leven.

Tot nu toe schreef hij elf dichtbundels en vertaalde hij – hij spreekt zes talen – ruim dertig bundels Duitse, Italiaanse, Spaanse, Engelse en Franse poëzie, waaronder bloemlezingen van Bertolt Brecht, Reiner Kunze, Peter Huchel, Miguel Hernández, José Ángel Valente, Francisco Brines en Juan Gil-Albert en vertaalde Arabische, Chinese, Japanse, Perzische en Koreaanse poëzie in het Nederlands.

Als oprichter en redacteur van de Belgische uitgeverij POINT Editions (POetry INTernational) publiceerde hij ruim tachtig bundels voornamelijk moderne, internationale poëzie. In 1996 richtte hij een nieuwe poëtische beweging op, genaamd neo-sensacionismo met de beroemde Chinese dichters Bei Dao en Duo Duo.

Germain Droogenbroodt organiseerde en co-organiseerde verschillende internationale poëziefestivals in Spanje. Hij is vice-president van het Internationale Poëziefestival Mihai Eminescu in Craiova, Roemenië, medeoprichter en adviseur van JUNGPA (Internationale Poëziefestival Mihai Eminescu) en oprichter en voorzitter van de Spaanse culturele stichting ITHACA.

De culturele stichting ITHACA, opgericht in 1984, heeft in korte tijd een internationale faam opgebouwd organisator van meertalige poëzierecitals, prachtige muziekoptredens en tentoonstellingen van schilderijen door excellente kunstenaars, die aanbiedingen ontvangen van nationale en internationale kunstenaars, geïnteresseerd in samenwerking.

De stichting werkt samen met diverse culturele centra en universiteiten, waaronder De Poëtische Avond Concerten van Ithaca, jaarlijks georganiseerd op de zetel van de stichting in Altea (Alicante), Spanje, zijn de belangrijkste culturele evenement, jaarlijks georganiseerd op de zetel van de stichting in Altea (Alicante), Spanje.

Het doel van de Stichting ITHACA is om een ​​culturele brug te zijn voor Spaanse kunstenaars, dichters en muzikanten naar andere landen en vice versa. Droogenbroodt is, kortom, een zeer veelzijdig mens en we waren zeer verguld dat hij als dichter werk wilde aanleveren voor de MUGzine. Van de website van Germain nam ik het gedicht ‘Verkeerde weg’ van de Griekse dichter Manolis (Emmanuel Aligizakis, 1947)  in een vertaling van Germain Droogenbroodt.

.

Verkeerde weg

.

Ze verkopen goederen die je niet nodig hebt
maar je koopt ze
ze zingen kakofonieën waarvan je niet houdt
maar je luistert er naar

.

Wanneer zal je luisteren
naar het gefluister van de bloemen?

.

Ze dringen jou hun oppervlakkige glans op
die je graag van hen zou overnemen
om hun gelijke te zijn

.

Ze nemen van je hersen alle logica af
en je gelooft dat je er beter van wordt
als je hen na-aapt

.

Zou je niet eerder luisteren
naar het kwinkeleren van de vink?

.

Sprookje

T. van Deel

.

Dichter en literatuurcriticus Tom van Deel (1945-2019)  publiceerde uitsluitend onder de naam T. van Deel (dus zonder voornaam). In 1967 publiceerde hij onder de pseudoniemen G. en Gerrit Vogel gedichten in Pharetra, studentenblad van de Vrije Universiteit Amsterdam. In 1969 debuteerde hij met de dichtbundel ‘Strafwerk’. In 1987 ontving hij de Jan Campertprijs voor zijn dichtbundel ‘Achter de waterval’. In 1988 verscheen ‘Gedichten, 1969-1986’, een verzameling van zijn gedichten tot dan toe.

Van Deel was een van de oprichters van het literaire tijdschrift De Revisor waar hij tot 1981  redacteur was. Daarnaast was hij van 1969 tot 2008 literair recensent van het dagblad Trouw. In de bundel ‘Gedichten 1969-1986’ zijn alle bundels opgenomen die hij tot 1986 bij Querido uitgaf. Deze vier bundels zijn aangevuld met gedichten uit ‘Klein diorama’ , gedichten die hij schreef bij tekeningen van zijn vriend Chr. van Geel en een ‘Griekse cyclus’.

Uit de bundel koos ik voor het gedicht ‘Sprookje’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘Achter de waterval’ uit 1986.

.

Sprookje

.

De prinses nam haar erwt

overal mee naar toe, legde hem

in kussens weg en voelde

hoe hij voelde, raakte gehecht,

zocht hem op en wreef hem glad

en elke avond verstopte zij

haar erwt. Ze kon niet slapen

zonder, maar ook niet met. Het

troostte haar dat zij hem telkens

vond, dat zij zo  ongehard bleef in

haar waken. Er was eens niemand

die iets doen kon aan die kwaal.

Ze wilde hem nooit missen.

.

Roosterpoëzie

Norbert De Beule

.

Tijdens mijn bezoek aan de Permeke bibliotheek in Antwerpen viel mijn oog op een rooster naast een boom op het plein waaraan de bibliotheek ligt. Het bleek geen gewoon rooster maar een rooster met daarin een gedicht van Norbert De Beule (1957). Toen ik verder keek bleken er meer van dit soort roosters op het plein te liggen. De gedichten zijn geplaatst bij de heraanleg van het De Coninckplein. Antwerpen Boekenstad selecteerde regels uit de boomgedichten van het stadsdichtersproject ‘Bomenstad’ van Peter Holvoet-Hanssen.

Norbert De Beule debuteerde als dichter  in 1987 met de dichtbundel ‘Rockoco’, een aflevering van Quarant-Dash? – Tijdschrift voor literaire scherpzinnigheid, dat al na één jaargang ophield te bestaan. Hierna volgde verschillende bundels als ‘Yelle!’ (2003), ‘Ebdiep’ (2006), ‘Boekhouder van het Rusteloze’ (2009) en ‘Tri ti tiii’ (2013) welke werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs. Ook schreef De Beule meerdere poëzieprogramma’s voor scholen.

Op het Coninckplein in Antwerpen staat dus een gedicht van hem zonder titel (al lijkt het ‘de populier’ te heten als ik de plek op Straatpoëzie.nl geloven mag).

.

De populier waarop

de beroemdste glimlach

doordringt verzamelde

maar liefst tweehonderd

jaarringen die de boom

van binnenuit verlichtten

vandaar die groteske

uitstraling

.

Tweemaal de zee

Dubbelgedicht

.

Over werkelijk elk onderwerp dat je kan bedenken is waarschijnlijk ooit een gedicht geschreven. Over sommige onderwerpen zelfs heel vaak. Zoals de zee. Ik leerde ooit dat wanneer je depressieve gevoelens hebt, dat elke dag een uur lang over het strand wandelen langs de oneindig ogende zee, een zeer heilzaam effect op je kan hebben. Een beetje zoals poëzie lezen maar dan anders.

Ook ik schreef gedichten over de zee zoals mijn eigen Weesgedicht ‘Strand‘ en het gedicht ‘Eb‘ fraai vormgegeven door Brrt.graphic.design. Maar voor wie heel nieuwsgierig is, zoek op zee in mijn blog en verwonder je over de vele gedichten over de zee.

Vandaag twee gedichten over de zee, zeg maar een dubbelgedicht waarbij de een light verse met een stukje maatschappij kritiek van Ivo de Wijs (1945). Het gedicht is getiteld ‘Zee-eend’ en komt uit de Tweede Ronde uit 1988. Het andere gedicht is getiteld ‘Zee’ van Anton van Wilderode (1918-1998) en komt uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1987.

.

Zee-eend

.

Het leven, zegt een zee-eend

Speelt een spel met de ellende

Er krepeert een PCB-eend

Er resteert een E-legende

.

Zee

.

Vaak als het nacht wordt in de kleine huizen

verneem ik vagelijk de zee van verre

en loop ik haastig weg onder de sterren

haar wijdheid zoekend en geweldig ruisen.

.

Als sneeuw verspat de schuimvlok op mijn handen

die dorstig naar haar blauwe diepe reiken;

de kleine vogelen lopen als gelijken

haastig en angstig langs haar grote stranden.

.

De kamsalamander

Harry Man

.

Via een herinnering op Facebook die Odile Schmidt met mij deelde 7 jaar geleden werd ik herinnerd aan een optreden van de Engelse dichter Harry Man (1982). Ik heb destijds een blogbericht gewijd aan deze dichter en bladerend door het internet kwam ik vertaalde gedichten van deze dichter tegen op de website tijdschriftterras.nl

Harry Man is dichter en auteur van de bundels ‘Lift’ (2014) en ‘Finders Keepers’ (2016). VoorLift’ won hij de Bridges of Struga Award. Zijn debuut geeft blijk van een speelse nieuwsgierigheid naar hedendaagse fenomenen, van sciencefiction tot social media en ruimtevaart tot computerspellen. In ‘Finders Keepers’ staan bedreigde diersoorten centraal en verkent de dichter de levens van wilde dieren in de moderne westerse wereld. Voor deze bundel werkte hij samen met kunstenares en illustrator Sophie Gainsley. De gedichten op Terras zijn vertaald door Jeske van der Velden (1987).

Van de website nam ik het gedicht ‘De kamsalamander’ dat werd genomen uit zijn bundel ‘Finders Keepers’.

.

De kamsalamander

.

Armen langszij gleed ik door het leven na uitkomst,
krauwde zandribbels in de koele bries van de kreek,
leerde denken in de kleuren van je droom.

.

Met het paramedisch instinct van hernieuwde liefde
vouw ik een dak van halmen voor onze kroost,
leg watersluiers af, kwikdruppeltjes regen

.

onder de bouwlampen, schietmotten ook.
Alles waaraan ik behoefte had was
wat zwemruimte, een theoretisch ander leven.

.

 

Tussen droom en daad

Eddy van Vliet

.

In een Vlaamse kringloopwinkel kocht ik de bundel ‘Tussen droom en daad’ De 200 bekendste gedichten uit de Vlaamse poëzie van de middeleeuwen tot nu, uit 1989 (wat ‘nu’ dan gelijk in een zeker perspectief plaatst). De bundel is samengesteld door dichter Eddy van Vliet (1942-2002). De bundel is opgehangen aan de versregel “tussen droom en daad staan wetten in den weg en praktische bezwaren” uit ‘Het Huwelijk’ van Willem Elsschot.

Op de achterkant van de bundel lees ik dat iedereen wel een aantal versregels uit het hoofd kent (dat klopt denk ik wel), maar wie herinnert zich het vervolg, of weet waar het bewuste gedicht te vinden is? Dat was de reden dat het PoëzieCentrum Eddy van Vliet vroeg op zoek te gaan naar de 200 meest geciteerde gedichten uit de Vlaamse poëzie. Als laatste regel staat er dan nog: “Hoewel bezwaard met de ballast van de actualiteit, maken vele versregels deel uit van ons collectief geheugen. Met deze bloemlezing wil Van Vliet deze poëtische kennis opfrissen en bewaren”. Een nobel streven en volgens mij goed gelukt.

Omdat het altijd moeilijk kiezen is uit 200 gedichten heb ik dan maar gekozen voor een gedicht van Eddy van Vliet zelf. Het betreft hier het gedicht ‘Verliefd’, oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘De binnenplaats’ uit 1987,  een heerlijk realistisch gedicht over verliefd zijn.

.

Verliefd

.

Zo gaat het, zo ging het en zo zal het altijd gaan.

Afspreken in cafés op de sluitingsdag.

Aan de verkeerde zijde van bruggen staan.

Tussen duim en wijsvinger, als brandende as,

het fout begrepen telefoonnummer.

Parken te nat, hotels te vol, Parijs te ver.

Liefde als een veelvoud van vergissingen.

.

Onbeholpen woorden als zoëven op zak en

zoveel zin om, los van de wetten

van goede smaak en intellect, te schrijven

dat van de stad waar je elkaar voor het eerste zag,

een plattegrond bestaat, waarop een kus,

die het nauwelijks was, geregistreerd werd.

.