Site-archief
Correspondentie
Alain Teister
.
Naarmate de tijd verstrijkt raken meer en meer dichter vergeten. Dichters die ooit een publiek hadden maar door de tijd zijn ingehaald en verdwenen uit het collectief geheugen. Gelukkig bekommer ik me ook om dit soort dichters in de categorie (bijna) vergeten dichters.
Een van die dichters is Alain Teister (pseudoniem van Jacob Martinus Boersma). Deze dichter, schrijver en schilder (1932-1979) debuteerde in 1964 met de bundel ‘De huisgod spreekt’, een bundel met een nuchter-ironische toon en vele woordvondsten . In totaal zou hij in zijn korte leven 3 dichtbundels publiceren, 3 romans, een operalibretto, een toneelstuk en een verhalenbundel.
In 1988 kwam zijn ‘Verzamelde gedichten’ uit bij uitgeverij Bert Bakker. In deze bundel staat het gedicht ‘Correspondentie’ ook al zo’n woord dat langzaam uit onze spreek- en schrijftaal verdwijnt, net als ‘telegrafeerde’.
.
Correspondentie
.
Mijn zoon schreef: papa,
dat jullie gescheiden zijn vind ik niet erg,
of wel, maar ik ben er ook aan gewend,
ik ben bijna elf,
maar dat mama niet een keer gehuild heeft
nu jij in het ziekenhuis ligt, en dat ze steeds
‘eigen schuld’ zegt,
dat vind ik niet lekker, jij?
.
Ik telegrafeerde: jawel, eigen schuld
is goud waard stop drink een cola
op mijn gezondheid stop en stuur als je zin hebt
een leuke tekening stop.
.
Zo ken ik je weer, schreef hij terug. Dag papa.
In de envelop zat een kleurige
viltstift-tekening van een doodskop
stop.
.
De Bevera
Max Niematz
.
De in Tilburg geboren maar in Groningen wonende dichter, schrijver Max Niematz (1942) debuteerde in 1987 als dichter met de dichtbundel ‘De bestijging van Popoque’ bij BZZTOH waarna in 1988 en 1991 nog twee dichtbundels werden gepubliceerd. De laatste bundel was ‘Zielsvrienden’. En dat was ook echt de laatste want daarna schreef Niematz nog slechts romans. Op zijn website schrijft hij daarover:
“Hoewel Niematz de poezie een warm hart toedraagt, ging hij zich vanaf 1991 volledig op proza toeleggen en wel om twee redenen: hij merkte dat de poëzie een te introverterende werking op hem had, zij werd te beklemmend, de dichter in hem begon alsmaar dieper te denken, dieper te voelen, dieper in zichzelf af te stijgen. En twee: hij zou graag ook die meer sociale aspekten van zijn karakter aan bod laten komen als humor, mensenliefde c. q. -verachting, narratief talent, gevoel voor theater. Helaas moest hij constateren dat proza zo mogelijk nog hogere eisen stelt aan het denk-, voel- en in-zichzelf-afstijgvermogen dan poëzie, ja, dat proza nog beklemmender is en zeker zo vervreemdend en consumptief werkt op de scheppende geest.”
Desalniettemin verschijnen in Hollands Maandblad 2022-3 maar liefst drie gedichten van zijn hand. Of hij van gedachten is veranderd weet ik niet maar ik hou het in de gaten. Ik koos uit de drie gedichten het gedicht ‘De Bevera’ wat voor zover ik hen kunnen vinden een rivier in Liguria (Noord Italië) is.
.
De Bevera
.
Deze rots… Ooit regende hij neer
uit de wand hoog boven je en deed de aarde
in zijn val beven. Nu ligt hij hier, de rust
zelve, groot en hoekig als een zerk,
een welkome cesuur op je trektocht. Ergens
in deze woeker van klitten en doornen
moet de doorgang zijn die je toestaat naar
de stroom af te dalen. Diep onder je hoor je
het water woelen. Je benen nemen rust,
maar je hoofd gaat alvast vooruit naar
de plek van betovering, het drinkt er
de schoonheid al van in. Terwijl je het lamme
lijf afzinkt in zijn koelte, wordt alles vreemd
om je heen: wie je bent en dat je hier zit
op deze rots – alles wordt verdacht of
hooguit herinnering, alles spoor van vroeger
leven, één slierende vloed van eeuwen
die je meesleurt, de diepte in.
.
En leefde er
Eva Gerlach
.
Geen vakantie zonder een gedicht van Eva Gerlach (1948) leek me, en daarom uit de bundel ‘De kracht van verlamming’ uit 1988 het gedicht ‘En leefde er’.
.
En leefde er
.
staand in de paskamer merkt
mijn uitgeklede lichaam
dat het niet goed meer werkt,
het valt, het houdt op te staan.
.
Languit op de vloer tussen
kreukels zie ik mijzelf
languit aan ophanglussen
tegen de wanden sterven.
.
Stel dat je hier nu was.
Dadelijk hield ik je vast
tot je, precies, gedegen,
dood tot vertrek zou bewegen.
.
Ik veeg mijn natte vel droog,
kijk langs de spiegels omhoog
tot waar zij de zoldering raken,
sta op en verlaat de zaak.
.
hoe het mij gaat…
Jozef Eijckmans
.
In het gedicht ‘hoe het mij gaat…’ van de (bijna) vergeten dichter Jozef Eijckmans (1907-1996) las ik de tweede strofe als ‘vakantie’ en daarom besloot ik dit gedicht te gebruiken in mijn categorie vakantiepoëzie. Het gedicht komt uit de bundel ‘Verzamelde Gedichten’ uit 1988.
hoe het mij gaat…
.
hoe het mij gaat?
ik bied je mijn verontschuldiging aan
want kijk:
.
de huizen ontvangen hun warmte
van de zon
en het water lacht
de bomen fluisteren elkaar
geheimen toe
.
zo zie je
.
voorlopig moet dit mijn
antwoord zijn
.
De reiskameraad
Ida Gerhardt
.
In de bundel ‘De adelaarsvarens’ uit 1988 van Ida Gerhardt (1905-1997) staat een reisgedicht dat mooi aansluit bij de gedichten die ik in het kader van de vakantiepoëzie dezer dagen deel. Het gedicht is getiteld ‘De reiskameraad’.
.
De reiskameraad
.
Op een onaards uur vertrokken,
wars van alles, zonder reisplan,
elke overlegging mijdend
en mij weidend in mijn vrijheid
bij het dansen van de draden,
weet ik feestelijk in mijn jaszak
het kompas, dat onder Arkel
ik als kind eens op een morgen
heb gevonden in de wegberm.
.
Dat mijn trots was, dat het nog is,
dat ik Boreas gedoopt heb.
Waaraan nooit iets gemankeerd heeft.
Of ik zuidwaarts ga of zigzag,
onomkoopbaar, onverbiddelijk
richt zich de magneetnaald noordwaarts.
Eindelijk reizen wij weer samen,
twee die bij elkander horen,
twee die aan elkaar gewaagd zijn.
.
Boekwinkel
Martin Veltman
.
In 1996 bracht uitgeverij De Arbeiderspers ‘De Veltman-verzameling’ uit. Een verzamelbundel van de werken van Martinus Antonius (Martin) Veltman (1928 – 1995). Veltman was een Fries dichter en tekstschrijver. Hij schreef poëzie die vanaf 1953 gepubliceerd werd (onder de naam Martin A. Veltman).
Zijn reclameteksten zijn echter bekender geworden dan zijn gedichten. Tot deze teksten horen Heerlijk, helder, Heineken (ook door anderen geclaimd, bijvoorbeeld door Alfred Heineken) en ‘s Lands grootste kruidenier blijft op de kleintjes letten (voor Albert Heijn). In 1962 was hij samen met Giep Franzen en Nico Hey oprichter van het reclamebureau FHV.
In ‘De Veltman-verzameling’ is ook de bundel ‘Zout’ opgenomen uit 1988 en daaruit komt het gedicht zonder titel over de boekhandel. Dit gedicht werd ook opgenomen in de Poëziekrant jaargang 20 (1996) in de rubriek ‘Het sienjaal’ waarin Yves T’Sjoen middels een gedicht bundels die te weinig opgemerkt dreigen te blijven signaleert.
.
Elma van Haren
Zacht gat in broekzak
.
Elma van Haren (1954) studeerde aan de kunstacademie te ‘s-Hertogenbosch. In 1988 verscheen haar debuutbundel ‘De reis naar het welkom geheten’, waarvoor ze de C. Buddingh’-prijs ontving tijdens Poetry International in Rotterdam, voor het beste debuut in de Nederlandstalige poëzie. Het was de eerste keer dat deze prijs werd uitgereikt. De prijs werd tot en met dit jaar elk jaar uitgereikt met uitzondering van 1989.
In 1997 kreeg ze de Jan Campert-prijs voor de bundel ‘Grondstewardess’. Sinds de dichtbundel ‘De wiedeweerga’ (1998) schrijft ze ook voor kinderen. Sinds 2003 is ze jurylid van de P.C. Hooft-prijs. Daarnaast is ze redacteur van het Vlaamse literaire tijdschrift DW B (Dietsche Warande en Belfort).
In 2005 verscheen de bundel ‘Zacht gat in broekzak’ en uit die bundel komt het gedicht ‘De Conradstraat vanuit alle ooghoeken’.
.
De Conradstraat vanuit de ooghoeken
.
In de zwijgende straat de voetstap;
hakkentik of een met kolenschopecho,
wie weet wie er nadert?
Broek-, maat- of trainingspak
en wat dan nog…
Daar is de verende sportschoenentred,
de gumizolenparadepas, piepend
in de regen.
En dan nog,
wie – o wie – houdt de helft van
het naderen geheim,
als hij achter je loopt
zonder geluid?
.
Jij, stuiterend met een zwarte kous
over je gipsen enkel, kou
die vanuit de kuit de lies intrekt,
waar is je engelbewaarder?
.
Tegen het vergeten wat samenleven is
Shari van Goethem
.
De Vlaamse dichter Shari van Goethem (1988) volg ik al op afstand sinds ze, onder andere samen met mij, voordroeg op het Bouckenborgh Zomerpodium in 2015 in Antwerpen. Ze was één van de deelnemers aan de eerste toer van de Poëziebus.
In 2016 publiceerde ze haar eerste dichtbundel bij uitgeverij Vrijdag getiteld ‘Een man begraaft een boom’ gevolgd door ‘Tere stengels’ in 2019. Ze is lid (net als ik) van de Klimaatdichters en voor de nieuwe MUGzine (nummer 13) is ze door de redactie gevraagd een bijdrage te leveren, wat ze heeft toegezegd. Alles over haar werk en projecten vind je op haar website.
In 2021 werd Shari gevraagd een gedicht met maatschappelijk-kritische inslag te schrijven voor de Zomerreeks Samenleving en Poëzie. In afwachting van MUGzine #13 (verwacht medio augustus 2022) hier dat gedicht.
.
tegen het vergeten wat samen-leven is
.
dit woord is een mens
het wordt omgeven door andere
samen vormen ze een zin
tegen het vergeten
laat ik hier, nu, een leegte
herinnering
omdat de witruimte tussen twee mensen onverzadigbaar is, meer nog
dan het zachte wit
dat je hier, nu, ziet
zie je
je voelt dit woord, de klank die erbij hoort
je likt aan het tik tik tikken van de tijd
maar de zin
ben je kwijt
dus praat je, je praat en je
raast, hoopt dat je met jezelf
betekenis achterlaat maar de zin
vind je niet meer weer
zie je wel
jij bent dit woord dat in een zin thuishoort maar wegloopt
van elk punt
.
Foto: Sophie Nuytten
Ruimte
Roos Rebergen
.
Tijd voor alweer een liefdesgedicht. Zolang er aan de ene kant zoveel haat en geweld is in de oorlog en aan de andere kant zoveel liefde en medemenselijkheid als het gaat om het opvangen van vluchtelingen zal ik regelmatig liefdesgedichten plaatsen. Al is het maar om te laten zien en ervaren dat de liefde uiteindelijk altijd overwint. Vandaag een gedicht dat ik las in de bundel ‘Liefde’ uit eind 2021, samengesteld door dichter Tjitske Jansen, het gedicht ‘Ruimte’ van Roos Rebergen (1988) tekstschrijver en zangeres van de band Roosbeef.
Als twaalfjarige stond Roos Rebergen op de planken van de Koeioneur, het jaarlijkse muziekfestival dat haar vader organiseerde op het erf van zijn boerderij in Duiven. En sindsdien is Roos blijven zingen, aanvankelijk in het Engels, maar na het oprichten van haar band Roosbeef in het Nederlands. De taal waarin zij haar bijzondere, vaak bizarre en altijd boeiende gedachten het beste kwijt kan. Dat ze haar gedachten niet alleen kwijt kan in liedjes blijkt uit het feit dat ze in 2016 debuteerde met de dichtbundel ‘Ik ben al 11 jaar geen 16 meer’. Het gedicht ‘Ruimte’ komt oorspronkelijk uit deze bundel.
Ruimte
.
we hebben tijd
stotter maar zoveel je wilt
ik wacht wel
we hebben tijd
jij bent van de ruimte
ik van de afgrond
ik vraag niet door
jij vraagt niet verder
want we weten
we hebben tijd
ik wil met je zien
ik wil met je horen
de sterren moeten niet zo ongeduldig zijn
en het koor van de orka’s kan beter nog wat repeteren
al je kennis maakt je mooi
mijn stomheid doet hetzelfde
jij houdt van het niets
en ik houd van het alles
.













