Site-archief

Een anekdote

Frans Deschoemaeker

.

Frans Deschoemaeker (1954) was tot 2015 ambtenaar op het onderwijsministerie te Brussel waarna hij zich richtte op het dichterschap. Deschoemaeker was redacteur van de literaire tijdschriften Filter en Nieuwe Stemmen en mede-oprichter/redacteur van Diogenes (een Vlaams letterkundig tijdschrift dat verscheen tussen 1984 en 1992).

Hij publiceerde kritische beschouwingen in onder meer Ons Erfdeel, Poëziekrant, Bibliotheek van de West-Vlaamse Letteren, en het Kritisch Lexicon van de Nederlandstalige literatuur na 1945. In 1979 debuteerde hij met de bundel ‘Stroomafwaarts’ waarna nog een aantal bundels volgde.

Voor zijn werk ontving Deschoemaeker onder andere de Poëzieprijs van de Vlaamse Club voor Kunsten, Wetenschappen en Letteren (1978), de Prijs voor Poëzie van de provincie West-Vlaanderen (1983), de Maurice Gilliamsprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (1994) en nominaties voor de Hugues C. Pernath-prijs en voor de Prijs van de Vlaamse Poëziedagen (1991).

Bij PoëzieCentrum Gent verscheen in 2011 zijn bundel ‘Onder de barnsteenroute’ en uit die bundel nam ik het gedicht ‘Een anekdote’.

.

Een anekdote

.

Twee keer per jaar steekt Julien Cracq,

schrijver, winnaar van de Concourt en

kamergeleerde, de Parijse ringweg

over, om in drie weken

helemaal naar Anjou te wandelen,

waar zijn zus woont in het ouderlijk huis.

.

Eens in cadans, eens in het zicht

van de leistenen dorpen,

groeit achter zijn rug

het pad dicht bij elke stap

en krijgen woorden ritme en wind.

.

Tot op hoge leeftijd. en tot zover

de anekdote: eens in cadans, eens in het licht

van de zon op de leistenen dorpen,

verdampt een man

in het spoor dat hij trekt

door het gras, de woorden, de dauw.

.

Dichter bij de zorg

Poëzie als genezing

.

In 2019 schreef ik al eens over poëzie als therapie en in dat zelfde jaar een stuk over bibliotherapie of hoe je met gedichten traumatische ervaringen kan verwerken. En nu kreeg ik van Marianne de tip dat er een website is waar poëzie wordt ingezet in de zorg. Op Dichterbijdezorg.nl willen de bedenkers poëzie en dichterlijke taal verbinden met belevingen in de zorg en wil men artsen en alle andere gezondheidswerkers prikkelen tot reflectief schrijven en tot poëtische activiteiten.

Of zoals ze op hun website schrijven: wij gebruiken poëzie als vorm van narrative medicine. Voor wie werkt in de gezondheidszorg en passie voor taal wil voeden.
Het oefenen in verhalende geneeskunde kan door middel van reflectief schrijven, zoals in dagboeken of gedichten, en door het lezen en bespreken van literaire teksten. Dat willen ze doen middels vier vormen: de interactie tussen arts en patiënt, tussen de arts en het eigen ik, tussen arts en collega, en ten slotte tussen arts en samenleving.

Met verhalende competenties ( zoals poëzie) kunnen artsen hun patiënten bereiken en vergezellen in hun ziekte, hun eigen reis door “geneeskunde” heen herkennen, verwantschap met en verplichtingen ten opzichte van hun collega’s herkennen, en van daaruit discussies aangaan met de samenleving over gezondheidszorg. Door het overbruggen van dat wat de arts van de patiënt, henzelf, collega’s en de samenleving scheidt, levert verhalende geneeskunde volop mogelijkheden voor respectvolle, empathische en inspirerende geneeskunde.

Als ik dit zo lees is het een behoorlijk holistische benadering van de zorg maar zoals ook al bleek uit andere vormen van het werken met poëzie en zorg of therapie, ik geloof dat dit zeker een positieve bijdrage kan leveren aan verwerking of heling. Als je zoekt op een gedicht dat zoiets kan bewerkstelligen kom je al snel terecht bij dichter en selfhulp goeroe Marianne Williamson (1952) en haar ‘gedicht’ ‘Our deepest fear’ uit ‘A return to love’. Een tekst die Nelson Mandela gebruikte tijdens zijn inauguratie als president van Zuid Afrika in 1994. Misschien wat religieus zweverig maar ik begrijp wel dat veel mensen hier kracht uit kunnen putten.

.

Our Deepest Fear

.

Our deepest fear is not that we are inadequate.

Our deepest fear in that we are powerful beyond measure.

It is our Light, not our Darkness, that most frightens us.

We ask ourselves, who am I to be brilliant, gorgeous, talented, fabulous?

Actually, who are you not to be?

.

You are a child of God. Your playing small does not serve the World.

There is nothing enlightening about shrinking

so that other people won’t feel unsure around you.

We were born to make manifest the glory of God that is within us.

It is not just in some of us; it is in everyone.

As we let our Light shine,

we consciously give other people p[ermission to do the same.

As we are liberated from our own fear.

our presence automatically liberates others.

.

Een vijand

Halil Gür

.

Schrijver en dichter Halil Gür (1951) ken ik al lang. Vanaf zijn debuut in 1984 met de verhalenbundel ‘Gekke Mustafa en andere verhalen’ en later met zijn poëzie. Toch zag ik dat ik nog niet eerder over zijn poëzie schreef op dit blog. Daar gaat nu verandering in komen. De in Turkije geboren Gür woont en werkt sinds 1974 in Nederland. Na zijn debuut in 1984 (waarvoor hij in 1986 de Ed. du Perronprijs ontving) volgden verschillende verhalenbundels, romans, kinderboeken en dus ook dichtbundels. Voor zijn kinderboek ‘Een kind vliegt door de nacht’ werd hem in 1991 de Halewijn-literatuurprijs van de stad Roermond toegekend.

In 1994 debuteerde Gür als dichter met de bundel ‘Wakker het vuur niet aan’ waarna nog de bundels ‘Gevecht met de spiegels’ (1998) en ‘Stamppot voor iedereen’ (2007) zouden volgen. In deze laatstgenoemde bundel zijn de gedichten een poëtische vertaling van universele thema’s. Angst, dood, liefde, vriendschap en religie, alles wat tussen hemel en aarde is, het zichtbare en het onzichtbare: het wordt tastbaar en voelbaar.  in deze bundel staat ook het gedicht ‘Een vijand’ dat, helaas, maar al te actueel blijkt te zijn.

.

Een vijand

.

Is dat wat je ziet

Ook echt wat je wilt zien?

Wie bedreigt jou met de dood?

Wordt de maat van je verbeelding

Bepaald door je vijf zintuigen

Of reikt zij tot de sterren?

Voel met je hoofd,

Denk met je hart.

Stop de strijd die in je woedt

In jouw leven is er slechts één vijand:

Dat ben jijzelf.

.

Gevonden gedicht

A. den Doolaard

 

Afgelopen week was ik met vrienden een weekje op reis in Albanië en Noord-Macedonië. En in dat laatste land, in het plaatsje Ohrid, is iets bijzonders te zien. In het oude centrum van de stad is een A. den Doolaardmuseum. Toen ik hier voor het eerst van hoorde was bij mij de verbazing groot. Een belangrijk Nederlands schrijver, die in Nederland vrijwel niet meer gelezen wordt, met een eigen museum in een land als Noord-Macedonië.

Den Doolaard (1901-1994) was bij mij vooral bekend van zijn roman ‘De herberg met het hoefijzer’ uit 1933 dat ik las voor mijn lijst op de middelbare school. Leuk feitje is dat dat boek gaat over eerwraak in Albanië. In Ohrid werd mij duidelijk dat den Doolaard daar gewoond had en en tijdens reizen door de Balkan inspiratie op had gedaan voor het boek over Albanië.

Wat ik niet wist, het gebeurt me gelukkig nog regelmatig dat ik verrast wordt door (roman-) schrijvers die ook dichter blijken te zijn, schreef A. den Doolaard ook poëzie. Den Doolaard (pseudoniem van Cornelis Johannes George Spoelstra jr.) debuteerde in 1926 als dichter met de bundel ‘De verliefde betonwerker’. Hierna publiceerde hij nog ‘De wilde vaart’ (1928) en ‘Vier balladen’ (1928) voor hij zijn eerste roman publiceerde in 1929. Over zijn jonge jaren als dichter schreef hij: “Ik zelf las, schreef, droomde, at en dronk poëzie”. Zijn eerste gepubliceerde gedicht, Credo, verschijnt omstreeks 1921 in Het Getij. Al snel volgen andere vitalistische gedichten in diverse literaire tijdschriften en dichtbundels, altijd onder het pseudoniem A. den Doolaard.

In het museumpje ( want veel meer dan een grote kamer was het niet) waren vooral veel boeken en wat artefacten tentoongesteld maar er waren ook wat gedichten ingelijst. Zoals het gedicht ‘Bij den “Arbeitseinsatz”.

 

Bij den “Arbeitseinsatz”

 

Naar Duitschland, waar de bommen vallen,

Waar dagelijks geweren knallen,

Naar Duitschland, om er te gaan werken,

Om er de Moffen te gaan versterken?

Neen, laat hem stikken, Seyss den dreiger,

Weiger! Weiger!

m

Naar Duitschland om het tuig te smeden,

Waarmee Uw vrijheid wordt bestreden,

Naar Duitschland om het regime te rekken,

Dat nog de wapens niet wil strekken?

Neen, blijft standvastig als een krijger,

Weiger! Weiger!

m

Naar Duitschland om Uw dwingelanden

Te helpen met Uw eigen handen,

Naar Duitschland, het zoodje op gaan lappen,

Die ons bestaan als volk vertrappen,

Neen, blijf getrouw als een Zwijger,

Weiger! Weiger!

m

16 bit Intel 8088 chip

Charles Bukowski

.

Even los van alle digitale toestanden deel ik graag het gedicht ’16 bit Intel 8088 chip’ van Charles Bukowski (1920-1994) hier met jullie. Want ondanks alle bits en bytes waait de wind nog steeds over de savanne en schreef Bukowski het liefste gedichten op zijn typemachine. Het gedicht verscheen in zijn bundel ‘The last Night of the Earth Poems’ uit 1992.

.

16 bit Intel 8088 chip

.

with an Apple Macintosh
you can’t run Radio Shack programs
in its disc drive.
nor can a Commodore 64
drive read a file
you have created on an
IBM Personal Computer.
both Kaypro and Osborne computers use
the CP/M operating system
but can’t read each other’s
handwriting
for they format (write
on) discs in different
ways.
the Tandy 2000 runs MS-DOS but
can’t use most programs produced for
the IBM Personal Computer
unless certain
bits and bytes are
altered
but the wind still blows over
Savannah
and in the Spring
the turkey buzzard struts and
flounces before his
hens.

.

Vakantiegedichten

Mustafa Stitou

.

De komende week heb ik een korte vakantie vandaar dat ik elke dag een vakantiegedicht zal plaatsen zonder al teveel tekst en uitleg. Vandaag nog een laatste wat uitgebreidere blogpost. Over een gedicht van Mustafa Stitou (1974) getiteld ‘Het orakel uit Zalk’.

Klazien uit Zalk was een hoogbejaarde NCRV-coryfee die huismiddeltjes paraat had voor alle denkbare kwalen en situaties. Over dit gedicht zegt Stitou in een interview in De Groene Amsterdammer van 1998: “Het gedicht “Het orakel van Kleusien”  (dat blijkbaar in de uiteindelijke versie toch ‘Zalk’ is geworden) is een bewerking van een column van haar in de Flevopost. Kleusien, dat is Klazien uit Zalk.”

Het gedicht ‘Het orakel uit Zalk’ komt uit de bundel ‘Mijn Vormen & Mijn Gedichten’ uit 2000. Hierin zijn zijn debuutbundel ‘Mijn vormen’ uit 1994 en ‘Mijn gedichten’ uit 1998 samengevoegd.

.

Het orakel van Zalk

.

Hooor de wind
geselt
de grote
note-
boom op het gazon
in huis
zingt de ketel van
de cv
uit volle borst
mee

Zie
de wind snijdt
de kopjes
van bolgewasjes af
de geschubde kattepelzen vertellen
die wind houdt aaan

Strooi beschermend materiaal!
Dicht buitenhokken!
Bescherm dieren de kousenvoeten
– iets slaolie –
zorg voor drinkwater en
met een scheutje melk erin bevriest het ietsmindergauw!

Denk ook aan
eenzame
eenzame mensen.

.

Het hart van de zoeker

Lucebert

.

In het Fotomuseum Den Haag is momenteel (tot 7 april) een kleine maar aangename fototentoonstelling te zien van dichter, schilder en dus fotograaf Lucebert (1924-1994). Deze tentoonstelling is naar aanleiding van het 100ste geboortejaar van Lucebert. Veel mensen, ik ook, kennen Lucebert waarschijnlijk als dichter of als schilder. Op zichzelf niet zo vreemd, de foto’s die getoond worden zijn vrijwel allemaal gemaakt tussen begin jaren ’50 en eind jaren ’60. In de tentoonstelling zijn circa vijftig vintage prints te zien uit het familie-archief van Lucebert en de museumcollectie.

Bekend van zijn contacten met Experimentele Groep in Holland, een kunstgroep waaruit later een aantal leden onderdeel van de CoBrA-beweging zou worden, of als keizer van de literaire groep de Vijftigers, waar onder anderen Remco Campert, Hugo Claus, Rudy Kousbroek en Simon Vinkenoog tot behoorden, zo bekend is Lucebert met zijn foto’s nooit geworden.

De periode waarin Lucebert fanatiek fotografeerde is kort, omdat hij fotograferen als enorm inspannend en uitputtend ervoer en omdat hij zichzelf uiteindelijk meer als schilder en dichter zag. Toch heeft zijn onconventionele aanpak (fotografie was voor Lucebert een intuïtieve bezigheid; als autodidact voelde hij zich niet gebonden door fotografische conventies. Daarbij ging het hem niet om de weergave van de werkelijkheid, maar om het vastleggen van een bepaalde ontastbare sfeer) een fotografisch oeuvre achtergelaten dat op zichzelf staat, vol poëtische en evocatieve beelden.

Aan het einde van de tentoonstelling staat er een gedicht van Lucebert naast de foto’s op de muur aangebracht. Het is getiteld ‘het hart van de zoeker’. Lucebert schreef dit gedicht ter gelegenheid van de grote Lucebert-tentoonstelling in het Stedelijk Museum van Amsterdam (1987). Er verscheen destijds een fotoboek van en over de dichter-schilder onder de titel ‘Het hart van de zoeker’ met voorin opgenomen dit gelijknamig gedicht.

.

het hart van de zoeker

.

het kleine raam in de verduisterde kamer is een roerige zoeker

hij loert naar de koortsige doffer van het hart die opvliegt

tegen het hartvormig slot van de hartvormige kast

waarin de colorist de droom droomt van de kleurenblinde

en het verkleinglas myopisch voor vergrootglas speelt

waarin goethe en newton samen slapen als de kadavers

van de gouden appel en de grauwe worm en ontspannen

opgetogen het blote oog baadt en dobbert

in een diafragma van roze rozebladeren

.

waarom is goed gebotteld het licht ook een zonnig oog

.

op zijn eenzame wereldreis opent de zoeker ogenblik na ogenblik

de conserve van een oogopslag geurt naar het ontsluiten

van bewierookte roosvensters rozeknoppen en naar

ontsluierende fixeerbaden

.

overal ook bij honger en dorst is er voedsel te over

close-up na close-up eet hij à bout portant op

door de versterker door verzwakker rolt hij snapshopt of tiptop

nooit versagend doorzoekt hij dag en bij nacht

de kast van zijn hart

en maakt hij de eeuwig slapenden wakker opdat ook zij door de zoeker

kunnen kijken naar de tijd (in de lens stopt hij hun vodden)

naar de rivier  van fotografie die in stilte duivezilverig ruist

over het gezicht van de nacht dat

heel even belicht wel lijkt bebloed

maar het is de ochtend van het oog die het heeft begroet

.

Charles Bukowski

Beautiful Boy

.

Afgelopen week keek ik naar ‘Beautiful boy’ een redelijk deprimerende film over een aan drugs verslaafde jongen, uit 2018. Op zichzelf was het een mooie film maar de reden waarom ik ben blijven kijken was, dat ik gelezen had dat aan het einde van de film, de hoofdpersoon Nick (gespeeld door Timothée Chalamet), een gedicht van Charles Bukowski (1920-1994) in zijn geheel voorleest. Vreemd genoeg duurde het tot bijna het einde van de aftiteling dat het gedicht in audio te horen was over het restant van de aftiteling heen. Ik denk dat veel biosscoopbezoekers dit dus gewoon gemist hebben.

Het betreft hier het gedicht ‘Let it enfold you’, een lang gedicht dat ik hier wel plaats maar dan als YouTube filmpje waarin de beelden van de film samengaan met het voordragen van Timothée Chalamet. Omdat ik hier toch ook een gedicht wil plaatsen datje gewoon kan lezen heb ik voor een ander gedicht gekozen van Charles Bukowski in een vertaling van Manu Bruynseraede. Het betreft hier het gedicht ‘Girl on the Escalator’ in vertaling ‘Meisje op de roltrap’.  Vandaag dus twee gedichten van deze, door mij zeer gewaardeerde, dichter.

.

Meisje op de roltrap

.

Ik loop naar de roltrap

en ondertussen steken

een jonge man en een lieftallig jong meisje

mij voor.

Haar broek en hemd

zitten strak om haar huid.

Terwijl we naar boven gaan

laat ze één voet op het trapje rusten

en vertoont haar achterste

een fascinerend landschap.

De jonge man kijkt overal in het rond.

Hij ziet er zorgelijk uit.

Hij kijkt naar mij.

Ik kijk weg.

Nee, jonge man, ik ben niet aan het kijken,

ik ben niet aan het kijken naar het achterste van je meisje.

Geen zorgen, ik respecteer haar en ik respecteer jou.

In feite respecteer ik alles: de bloemen die groeien,

jonge vrouwen, kinderen, alle dieren, ons kostbare

ingewikkelde universum, iedereen

en alles.

Ik voel dat de jonge man zich nu beter voelt

en ik ben blij voor hem.

Ik ken zijn probleem: het meisje heeft

een moeder, een vader, misschien een zus

of een broer, en ongetwijfeld een bende

onvriendelijke kennissen en ze houdt van dansen

en flirten en ze gaat graag naar de film en soms

praat ze en kauwt kauwgom op hetzelfde moment

en ze houdt van echt domme tv-programma’s

en ze denkt dat ze een actrice in de kiem is

en ze ziet er niet altijd goed uit en ze heeft een vreselijk

humeur en soms draait ze bijna door en ze kan uren

aan de telefoon hangen en binnenkort in de zomer

wil ze naar Europa en ze vraagt je om voor haar

een bijna-nieuwe Mercedes te kopen en ze is verliefd

op Mel Gibson en haar moeder is een drankorgel

en haar vader is een racist en soms als ze teveel opheeft

snurkt ze en ze is vaak koel in bed

en ze heeft een goeroe, een kerel die Jezus ontmoet heeft

in de woestijn in 1978 en ze wil een danseres zijn

en ze is werkloos en telkens als ze suiker of kaas eet

krijgt ze migrainehoofdpijn.

Ik zie hoe hij haar naar boven neemt op de roltrap,

zijn arm beschermend rond haar middel en hij denkt

dat hij geluk heeft en hij denkt dat hij een echte

bijzondere kerel is en hij denkt dat niemand in de wereld

heeft wat hij heeft.

En hij heeft gelijk, verschrikkelijk verschrikkelijk gelijk,

met zijn arm rond die warme emmer

van darmen, blaas,

nieren,

longen,

zout,

solfer,

kooldioxide

en slijm.

Véél geluk.

.

Dichters zijn om te dichten

Lucebert

.

In 1959 publiceerde Lucebert bij de De Bezige Bij, als Literaire pocketserie nummer 25, de bundel ‘val voor vliegengod’. Lucebert (pseudoniem van Lubertus Jacobus Swaanswijk) was een Nederlandse kunstenaar en dichter (lid van de Vijftigers) die voor het eerst bekend werd als de dichter van de COBRA- beweging, de avant-garde kunstbeweging waartoe ook onder andere Karel Appel, Constant en Asger Jorn behoorden.

Lucebert (1924-1994) schreef zelf het 20 pagina vullende lichtelijk absurdistische, bij tijd en wijle vileine maar oh zo heerlijke voorwoord. Een aantal zinnen uit dit voorwoord wil ik jullie niet onthouden: “Dichters! Dichters! Bah, ze vreten slecht en ze kakken slecht, zodat we gerust kunnen vaststellen, dat ze niet eens voor zichzelf produktief zijn. Plato en Multatuli hadden groot gelijk…” of “Iedere ontploffing van een motor, is een hoestaanval van de duivel, zegt Indro Montanelli. Dit is natuurlijk een understatement. Zo’n ontploffing lijkt me meer een schreeuw van een eeuwig verdoemde, die voortgedreven door geselende en vlammenwerpende duivels, nooit rusten mag op de weg die nergens begint en nergens heenvoert”.

De poëzie van Lucebert in een lange monoloog verpakt als voorwoord. Uit deze bundel waarin ook enige tekeningen van zijn hand zijn opgenomen, koos ik het gedicht ‘Dichters zijn om te dichten’.

.

dichters zijn om te dichten

.

‘de dichter draagt het mombakkes der poëzie

op vastenavond alleen, breekt

aswoensdag aan, is ook dit feest voorbij’

zeker, zonder een zuiverend stortbad

zweet en zonder O M O van een purgerende honger

geen paleis van paarlen op een grashalm

te betreden

.

ook blinden kunnen in het licht tasten

was ter haar’s  vrede die de kudde voorgraast

onpoëtisch? is dat een meisje alleen

dat voor vrede speelt?

nee, niet elk lam lam gods of van elk ram een gulden vlies

maar zijn prozaïsche schaapjes op het droge hebben

maakt op den duur ook deze dieren zo dorstig

dat zij zowaar blaten naar het nutteloos

moeras der poëzie

eertijds in china tastte vaak een advocaat

in zijn broek revelerend zijn lid inciterend

bla bla bla bla

een voorzichtig op een oordeel aforerende rechter

struikelt beteuterd over zoveel vooroordeel

.

 

Love is a dog from hell

Charles Bukowski

.

Er zijn dagen dat ik behoefte heb aan de onversneden taal en briljante geest, in de vorm van de soms wat bizarre fantasie, van Charles Bukowski (1920-1994). Vandaag is zo’n dag. In de bundel ‘Love is a Dog From Hell’ uit 1977 staan dit soort rauwe, absurdistische en fantastische gedichten. Ik koos voor vandaag het gedicht met de wellicht meest bizarre  van allemaal ‘the night I fucked my alarm clock’.

.

the night I fucked my alarm clock

.

starving in philadelphia
i had a small room
it was evening going into night
and i stood at my window on the 3rd floor
in the dark and looked down into a
kitchen across the way on the 2nd floor
and i saw a beautiful blonde girl
embrace a young man there and kiss him
with what seemed hunger
and i stood and watched until they broke
away
then i turned and switched on the room light
i saw my dresser and my dresser drawers
and my alarm clock on the dresser
i took my alarm clock
to bed with me and
fucked it until the hands dropped off
then i went out and walked the streets
until my feet blistered
when i got back i walked to the window
and looked down and across the way
and the light in their kitchen was
out

.