Site-archief
Ik was de linde toegedaan
B. Zwaal
.
Ben Zwaal (1944) is een Nederlandstalig dichter en theatermaker en -regisseur uit Vlaardingen. Hij was acteur/regisseur/artistieke leider bij Bewegingstheater BEWTH. Dit gezelschap trad in en bij architectonische bijzondere gebouwen in binnen- en buitenland op. Hij debuteerde in 1984 met de dichtbundel ‘Fiere miniature’ waarna nog elf bundels volgden. In 2017 won hij de Leo Herberghs Poëzieprijs.
Zwaal schreef meerdere korte gedichten, waarin geen woord te veel staat, volgens sommigen zelfs eerder wat woorden te weinig. Met slechts enkele woorden en een eigen stijl weet Zwaal veel beelden op te roepen. Een thema dat vaak terugkeert in de poëzie van Zwaal is het water. In het volgende gedicht met de bekende eerste regel gaat het echter over bomen al komt ook hier de rivier langs. Uit ‘een drifter’ uit 2004.
.
Ik was de linde toegedaan maar eerde ook de beuk
en in min was ik met de eiken en ’t overspel
bracht mij naar de wilgen waar ik mij beknotte
toen zij hun kronen streken
maar in nam mij
de waardin
die achter ’t knotveer dranken dreef
zo gul van slok en in haar schenken onbedaarlijk
klonk zij als golfslag van een kribbende rivier
en ’t sloeg het bijlen van de bomen
.
Flirten
Rita Dove
.
Rita Frances Dove (1952) is een Amerikaanse dichter en essayist. Van 1993 tot 1995 was ze Poet Laureaat Consultant in Poetry aan de Library of Congress. Zij is de eerste Afro-Amerikaanse die aangesteld is sinds deze positie werd gecreëerd door ‘act of Congress’ in 1986 door de vorige ‘consultant in poetry’-positie . Dove kreeg ook de functie van ‘speciale consultant in poëzie’ voor het bicentenniale jaar van de Library of Congress van 1999 tot 2000. Dove is de tweede Afrikaanse Amerikaanse die de Pulitzer-prijs voor poëzie mocht ontvangen, in 1987, en ze was dichter laureaat van Virginia van 2004 tot 2006.
Uit haar bundel ‘Museum’ uit 1983 het gedicht ‘Flirtation’.
.
Flirtation
.
Poëziebusdichters 3
Jeroen Naaktgeboren
.
Jeroen Naaktgeboren (Rotterdam, 1977) is dichter, presentator en leerkracht. Hij won met zijn poetryrockgroep De WoordDansers in 2004 het NK Poetry Slam en eindigde daarop op het WK Poetryslam in Parijs op de tweede plaats. Hij werd januari 2007 tot de eerste officiële stadsdichter van Rotterdam benoemd en schreef het boek Poetry Slam, het festival. Kijk voor de optredens, plaatsen en data op http://www.poeziebus.nl
.
Hinkstap op de brandgrens
.
Stuka’s en Heinkels naderen boven het laagland
Daaronder de dokken, een vuilkleed over de randen
De Hef geheven met het lef van laatste overmoed
standhouden voor vrijheid die de wil van haat verzet
Straten met vaders
met armen vol moeders
met handen vol kinderen
met knuisten in een smeulend kleed
Op weg naar schuilkelders,
verstoppen in nissen,
bidden achter planken,
spanten om te klemmen,
plinten en balken
het gieren, het suizen,
de dreunende aarde
Vlammen likken en lekken met vlakke tongen
De brief keert terug zonder handtekening
Een lied van as schril en vals gezongen
De rode waas van gehaaste lichtkogels
Scherven en splinters door lijf gedrongen
Onrecht straft met het laffe geblaf van de Luftwaffe
Mijn stad scheurde haar hart voorbij met brandende longen
Ik ga door tochtgangen die tot daglicht-tunnels ontwaken
Langs getrapte blokkendozen voorbij wanden van glas
Onder torens van trots boven een plein van staal
Wachtkamers en paskamers in een glimstaal onthaal
Een stad die ver voor mij geboren
niet eens mijn sterven weten zal
Alleen in herdenken kan ik herkennen
wat mij hier bracht tot waar ik val
Hinkstap op de brandgrens
man op nu van stad tot toen
de oude tijd, de nieuwe mens
puin ontstegen wit en groen
.
Het lange spoor 4
Jan Lauwereyns
.
De Vlaamse neurowetenschapper en dichter Jan Lauwereyns (1969) promoveerde in 1998 aan de K.U.Leuven op een proefschrift over doelgerichte visuele waarneming en verrichtte neurowetenschappelijk onderzoek in Tokyo, Japan (1998 – 2002), Maryland, U.S.A. (2002 – 2003) en Wellington, Nieuw Zeeland (sinds eind januari 2003). Naast zijn wetenschappelijke werk publiceerde Lauwereyns dichtbundels zoals ‘Nagelaten sonnetten’ (1999), ‘Blanke verzen’ (2001), ‘Buigzaamheden’ (2002) en ‘Vloeistof en welvaart’ (2008). Ook werkte hij samen met wetenschapper en dichter Leo Vroman en zijn vrouw Tineke in de bundel ‘Zwelgen wij denkend rond’.
Voor de bundel ‘Hemelsblauw’ uit 2011 kreeg hij de VSB Poëzieprijs. Uit de bundel ‘Tegenvoetig, tweebenig’ uit 2004 het gedicht ‘het lange spoor 4’.
Het lange spoor 4
Onderaards krioelen, gericht op sjouwen
van immense korrels zand, rotsblokken,
mieren, bladluizen, honderdpoten.
Dit is de tweeledigheid der schepping,
op en om, vervolgens op en nogmaals om.
Zandberg, zanddal, stoffelijkheid migreert.
Onder en boven lopen, woeker, woeker,
op het karkas van arme geelkuifkaketoe.
.
De sneeuwpop
Harriet Laurey
.
Harriet Laurey (1924 – 2004) werd in Eindhoven geboren en is vooral bekend geworden als schrijfster en vertaalster van sprookjesachtige kinderboeken voor veelal jonge kinderen. Ze debuteerde als dichter in 1945 met het gedicht ‘Laatste gebed’ in ‘De Nieuwe Eeuw’. Laurey’s eerste eigen bundel, ‘Loreley’, verscheen in 1952 en had als autobiografisch hoofdthema het verlies van een grote liefde. Deze bundel kon het grote publiek zeer bekoren. In 1971 schreef een recensente van de Telegraaf dat zij de bundel ‘Oorbellen’ uit 1954 al vijftien jaar lang tot de beste Nederlandse liefdespoëzie rekende. In 1955 publiceerde zij nog eenmaal samen met haar echtgenoot een dichtbundel maar daarna schreef ze nog louter kinderboeken.
Uit de bundel ‘Loreley’ het gedicht ‘De sneeuwpop’.
.
De sneeuwpop.
Ik ben de sneeuwpop op het Leidseplein.
In vlokken kwam ik naar hun wereld vallen,
ontelbaar. Maar zij maakten met z’n allen
de starre man, die ik opeens moet zijn.
.
Mijn ene arm korter dan de and’re,
mijn hoofd te groot, de stijve hoed te klein.
Ik voel wel, dat ik onbehouwen schijn.
Ik voel het, maar ik kan het niet verand’ren.
.
Hoewel zij inderhaast mijn beide ore
-alsof een pop wel zonder kan – vergaten,
hoor ik hun warme mensenstemmen praten.
.
En ’t sneeuwt zó los. Maar ik ben vastgevroren
en straks, met heel het plein alleen gelaten,
niet eens meer sneeuw, niet eens meer helder water..
,
Liefje
Laatste keer Hagar Peeters als dichter van de maand
.
Vandaag is het 29 januari en dus is Hagar Peeters voor de laatste maal Dichter van de maand (januari). Toen ik het gedicht ‘Briefje’ las moest ik onwillekeurig denken aan iets dat ik vroeger wel eens zei tegen kunstenaars wier kunst niet aansloeg. Kunstenaars moeten lijden en jij hebt het veel te goed. Of dat waar is dat is discutabel maar in het gedicht ‘Briefje’ lijkt Hagar Peeters er ook zo over te denken tot de laatste regels. Uit: ‘Koffers zeelucht’ uit 2004.
In de maand februari zal de (liedtekst) dichter Hans Dorrestijn dichter van de maand zijn.
.
Briefje
.
Liefje, ik moest je pijn doen
want schrijven gaat niet samen met geluk.
Dus moest je stuk.
Maar weet: het is het zachte stukgaan,
het geschrevene
want het gaat alleen maar via de gedachten
van zoiets ongevaarlijks
als een dichter.
.
Televisie
Willem Wilmink
.
Vorige week las ik in een bericht van een bibliotheekcollega onder andere dat tegen 2030 niemand meer naar de televisie kijkt. Als ik zo om me heen kijk naar jongeren van tegenwoordig dan geloof ik dat wel. Jongeren hebben nog maar weinig op met televisie. Of dat betekent dat in 2030 de stekker eruit getrokken kan worden weet ik niet (volgens mij kijken nog steeds grote groepen mensen van 30+ naar de televisie en die zijn dan maar ca. 15 jaar ouder) maar het mediagebruik veranderd, dat staat vast.
Schrijver en dichter Willem Wilmink (1936 – 2003) schreef jaren geleden al over het einde van de televisie in zijn gedicht ‘Televisie’. Dat gedicht is te lezen in de bundel ‘Verzamelde liedjes en gedichten’ uit 2004.
.
Televisie
.
men was allang vergeten dat het kon
maar het gebeurde: met een zacht gereutel
stierf de tv. het sprekend paard verbleekte
het licht werd opgestoken en de vader
aanzag zijn zoon die bij een storing werd verwekt
en zei: wat ben je oud geworden, jongen.
.
LNK Infotree, van Gintaras Karosas. Een 700 meter groot beeld met 3000 televisies, in het Europapark in Purnuškės in Litouwen.
Vrij!
Ariel Dorfman
.
In 2008 verscheen bij Rainbow Essentials de uitgave ‘Vrij!’ een bloemlezing van zestig spraakmakende werelddichters, en een dozijn anonieme en legendarische dichters, uit drieënveertig eeuwen. Ze schreven gedichten over onrecht, recht, oorlog en vrede, over verlating en solidariteit.
De bundel werd samengesteld door Amnesty International ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Uit deze bundel de dichter Ariel Dorfman met het gedicht ‘Twee plus twee’ dat oorspronkelijk in vertaling van Erik Gerzon verscheen in de bundel ‘Verdwijnen’ uit 1985.
Vladimiro Ariel Dorfman (1942) is een Chileens-Amerikaans romanschrijver, essayist, toneelschrijver, dichter en mensenrechtenactivist. Sinds 2004 heeft hij een Amerikaans paspoort. Hij is hoogleraar aan de Duke Universiteit in Durham vanaf 1985.
.
Twee plus twee
.
We weten allemaal hoeveel stappen het zijn,
compañero van de cel
tot die ene kamer.
.
Als het er twintig zijn,
brengen ze je al niet meer naar de wc.
Als het er vijfenveertig zijn,
kan het al niet meer zijn
om je te luchten.
.
Als je boven de tachtig zit,
en je begint
struikelend en blind
een trap op te gaan,
ai, als je boven de tachtig zit,
is er geen andere plaats
waar ze je heen kunnen brengen,
is er geen andere plaats,
is er geen andere plaats,
is er al geen andere plaats meer.
.


















