Site-archief

Playboy

Mustafa Kör

.

Mustafa Kör (1976) is schrijver en dichter. Hij werd geboren in Konya (Turkije) en groeide op in Opgrimbië (Vlaams Limburg) in een mijnwerkersfamilie. In 1998 liep hij een rugbreuk op als gevolg van een auto-ongeval, waardoor hij in een rolstoel terecht kwam. Hij debuteerde in 2007 met de geprezen roman ‘De lammeren’.

Zijn Poëziedebuut ‘Ben jij liefde’ dat verscheen in 2016 kreeg lovende recensies en werd genomineerd voor de Poëziedebuutprijs Aan Zee 2017. Sinds 2018 maakt Mustafa Kör deel uit van Versopolis, een Europees poëzieplatform dat werd opgericht in 2014 en nieuwe kansen creëert voor opkomende Europese dichters. Het wordt ondersteund door het Creative Europe-programma van de Europese Commissie.

In 2008 was Kör een jaar lang stadsdichter van Genk. In 2022 volgt hij Carl Norac op als Dichter des Vaderlands  van België voor een periode van twee jaar. Gedurende die periode zal zijn poëzie de hoofdrol spelen in diverse maatschappelijke projecten.

Van zijn hand het gedicht ‘Playboy’.

.

Playboy

.

ik zie de jongen

spelenderwijs

kneedt hij arme materie

tot stille poëzie

.

zijn fantastische vlieg- en voertuigen

kevers in kinderkommen van zijn studio

maar zonnekind panama

brave jongen renko

.

wat zie ik nu

.

een volroze buste

van piepschuim en vilt

tot pin-up

gesculpteerde jeugd en verlangen

haast gecreëerd voor moeder aan tafel riep

.

dik tegen uw goesting

werd je gesommeerd

moest je heel even landen

.

ik zag ook in dit naakt

met het puntje van zijn tong eruit

een jongen die nooit groot wilde worden

.

Bonobo

Hugo Claus

.

In een klein bundeltje dat uitgegeven werd ter gelegenheid van de 19de Nacht van de Poëzie in Vredenburg Utrecht in 1999 kwam ik het gedicht ‘Bonobo’ tegen van dichter Hugo Claus (1929-2008). Toen ik dit dit gedicht las moest ik onwillekeurig denken aan de staat waarin de wereld zich bevindt. Vooral de zinnen ‘Zijn ziel is vaak onnozel / als die van de mensen’ in combinatie met de laatste strofe waarin de verandering plaats vindt. In dit geval het uitvinden van de ladder, in het geval van de mens, het geloof in het eigen verhaal, de eigen macht. Hoewel ik de Bonobo kende als liefdevolle en heerlijk oversekste aap, blijkt uit dit gedicht ook een ander beeld. Ook daarom wilde ik gedicht met jullie delen.

.

Bonobo

.

De mensaap ligt languit

bovenop zijn bruid.

Zijn geest verlaat zijn ledematen

met het gegons van telefoondraden.

.

De mensaap vrijt als wij,

een innig gebonk op de sprei.

Zijn ziel is vaak onnozel

als die van de mensen.

.

Hij kan treurig troosten,

kwetsuren vergeven. Zijn gedachten

zijn in staat tot soelaas.

.

Maar dan vindt hij de ladder uit

en hij klimt de ladder op en af

en doodt zijn eigen jongen.

.

Bekentenis

Bart Moeyaert

.

Nu het intermenselijk klimaat onder druk staat en de spanningen in de wereld toenemen, leek het me gepast mijn lezers een kleine opsteker, een lichtpuntje te bieden. En hoe doe je dat beter dan door het delen van een liefdesgedicht. Tenslotte zou liefde (in een ideale wereld, waarin we niet leven, ik weet het) het verschil moeten maken. Dus zie het als opsteker, als positieve bijdrage aan mijn en jullie gemoedsrust.

Het gedicht dat ik heb uitgezocht is van de Vlaamse dichter Bart Moeyaert. Moeyaert (1964) is schrijver van met name jeugdboeken, dichter en docent Creatief Schrijven aan de afdeling Woordkunst van het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen. Van 2006 tot 2008 was hij Stadsdichter van Antwerpen. Hij ontving verschillende literaire prijzen voor zijn jeugdboeken ( Deutsche Jugendliteraturpreis, de Boekenleeuw en de Zilveren griffel) en werd in 2009 genomineerd voor de J.C.Bloem-poëzieprijs 2009.

In 2008 publiceerde hij de bundel ‘Voor gelukkige mensen’ maar in 2003 debuteerde hij als dichter met de bundel vol liefdespoëzie ‘Verzamel de liefde’. Uit deze bundel koos ik het ogenschijnlijk eenvoudige maar oh zo effectieve liefdesgedicht ‘Bekentenis’.

.

Bekentenis

.

Ik mag je.

Nee. Ik mag je niet.

Ik moet je. Dat bedoel ik.

.

Ik heb je lief.

Nee. Heb ik niet.

Ik word je lief. Dat voel ik.

.

Ik ga met jou.

Nee. Ga ik niet.

Ik sta je bij. Beloof ik.

.

Ben stapel op je.

Hou je vast. Ik. Hou. Van. Jou.

.

Geloof ik.

.

Het poëtische genie

Jacques Hamelink

.

Afgelopen woensdag, 17 november overleed schrijver, dichter en literair criticus Jacques Hamelink (1939 – 2021). Hamelink die bekendheid verwierf met zijn verhalenbundels, koos ervoor eind jaren ’70, begin jaren ’80 zijn pessimistisch proza los te laten en meer te gaan voor het schrijven van poëzie vol historische en literaire referenties, hierbij de klankwaarde van zijn verzen niet verwaarlozend. Hamelinks poëzie werd meer en meer abstract, kaal van alle persoonlijke betrokkenheid, maar nog steeds met behoud van dezelfde thema’s. Zijn werk werd al snel hermetisch gebrandmerkt. Zijn werk werd ook steeds mystieker. Zijn groeiende geloof, geleend van dichters als Paul Celan en Hölderlin, was dat poëzie zou moeten proberen het onmogelijke te spreken, en dat het falen om dit te doen haar grootsheid vormt.

Sinds het verschijnen van de bundel ‘Sacrale komedie’ (1987) is zijn werk zeer zinspelend geworden. Persoonlijke en ‘algemene’ geschiedenis versmelten in steeds strakker opgebouwde gedichten. De taal van deze gedichten verhoogt hun moeilijkheidsgraad: de auteur graaft op bestaande woorden, creëert neologismen en introduceert tegelijkertijd archaïsche woorden. Toch had Hamelink de laatste jaren een vaste groep bewonderraars van zijn werk. In 2002 (‘Zilverzonnige en onneembare Maan’) en 2008 (‘De Dame van de Tapisserie’) werden bundels van Hamelink genomineerd voor de VSB poëzieprijs.

Hamelink werd tijdens zijn leven bekroond met de Constantijn Huygensprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs en de Herman Gorterprijs.

In 1986 verscheen de bundel ‘Eerste gedichten’ en uit deze bundel komt het gedicht ‘The poetical genius’. In het gedicht komt naar de gedachte naar voren dat ‘de dichter’ weinig erkenning krijgt.

.

The poetical genius

.

Waar is de tijd, vriend van Yeats,

dat dichterskrijgshaftige, Helmers, Tollens,

of godsdienstige, Beets, Ten Hate, buiksnorren

droegen en slechts als zeehond Holst

vermomd per trein reisden, alsmaar

met doffe gedichten dreigend.

.

Verlept zijn de titels der dames

die René Rilke per hutkoffer

met zich meesleepten in het zog

van hun onirische schommelstoel, de held

slablaadjes voerend evenals

zijn rivaal de schildpad.

.

Hedentendage zit de ene poëet in de lotus.

De andere leert, in een jute zak genaaid

of bekleed met een oude pokdalige ster,

zich een nieuw patiencespel: proeven,

bij kleine beetjes, van eigen mond.

.

Zo oud als toen

Jan Eijkelboom

.

Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was een Nederlandse journalist, dichter, schrijver en vertaler van onder andere werken van Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Sedert 3 maart 2001 was hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter. In Tirade sept/okt 1983, jaargang 27 werd een bijzonder mooi gedicht van zijn hand gepubliceerd met de meteen al intrigerende titel ‘Zo oud als toen’ en met een slotzin die wat mij betreft een klassieker is.

.

Zo oud als toen

.

‘Jongen, bederf je ogen niet.’
.
Ik zat maar weer in Het Leven te lezen
in de donkere kamer vol vreemd porcelein
en Delftsblauwe borden.
Ook ’s zomers was het vroeg laat in dat huis.
Grootvader klutste zijn eitje
en zei toen ik opkeek:
‘Je opa houdt veel van z’n eige.’
.
Buiten hadden de beuken
een kleur alsof brons
kon roesten als ijzer.
De vijver, nooit meer geschoond,
lag zwart te verlanden.
.
Zo oud als toen
hoop ik nooit meer te worden.

,

Jaargetijden

Dubbel-gedicht

.

Van Juliana kreeg ik een doos met dichtbundels van haar opa en oma Cor en Juul Nobel. Bundels uit de jaren ’30, ’40 en ’50 met een paar hele mooie titels (daarover later zeker meer). Lezend in de bundels kwam ik op het idee van een dubbel-gedicht.

In ‘Het zilveren boek van de W.B.-Vereniging’ uitgegeven ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan der Wereldbibliotheekvereniging in 1950 las ik het gedicht van Mies Bouhuys (1927 – 2008) ‘Winter’. Ze schreef dit gedicht op jonge leeftijd dat waarschijnlijk ( ik heb het niet kunnen ontdekken in de bundel) is genomen uit haar debuutbundel. Zij debuteerde in 1948 bij D.A. Daamen’s Uitgeversmaatschappij met de gedichtenbundel ‘Ariadne op Naxos’, waarvoor zij de Reina Prinsen Geerligsprijs ontving.

Het andere gedicht las ik in ‘Dichters van deze tijd’ uit 1941. Hier betreft het het gedicht ‘Najaar’ van de dichter N.E.M. Pareau. Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in De Gids in 1941. N.E.M. Pareau is het pseudoniem van Herman Jan Scheltema (1906 – 1981) een jurist en een Nederlandse hoogleraar rechtsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen van 1945 tot 1977 en tevens schrijver/dichter.

.

Winter

.

Vogel, nu het bos verdorde

om uw zomernachtverblijf,

is de wereld klein geworden,

kleiner dan uw eigen lijf.

.

En de ander lokt geen fluiten

meer naar ’t nest o middelpunt;

enkel leegte ligt daarbuiten,

tot op het eigen hart gedund.

.

En gij lokt nog, maar al zachter,

uit een keel, die angst voorspelt,

en een vogelstrik kan achter

iedre stam zijn opgesteld.

.

Stilte hangt tussen de bomen

en uw vleugels zijn verstard,

nu de lege dagen komen

en het sneeuwt over uw hart.

.

Najaar

.

Nu gagel bruint en thijm en heidebloemen

gekruide geuren stuwen in het laat getijd’,

nu blinde bijen in het zonlicht zoemen

en ’t kouter door de stoppelvelden snijdt,

.

praat nu niet over ergerlijke dingen

maar ziet in ’t bloemrijk bermgras zittend naar

den dans der barrevoetse dorpelingen

met eikenloof gewonden in het hair.

.

De oogst gaat uit. Twee maal de zeisen zwaaiden

door ’t zware gras. De graanschuur beidt zijn last.

Bergt met getaande landlieden ’t gemaaide

op ’t stoffig veld in garven opgetast;

komt dan als nachtegalenzangen klinken

krachtigen wijn uit tinnen kroezen drinken.

.

Nummer 9

MUGzine

.

In september komt alweer de 9e editie van MUGzine uit, het kleinste maar allerleukste poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen met opnieuw hoogwaardige poëzie en interessante illustraties. We kunnen al een paar namen noemen van dichters die met hun poëzie in nummer 9 vertegenwoordigd zullen zijn. Dat zijn uit Vlaanderen de dichter Mark van Tongele en uit Rotterdam de dichter Anouk Smies. Andere namen volgen snel. Uiteraard staat er in #9 een gloednieuwe Luule.

Zoals je misschien al weet is MUGzine gratis digitaal te lezen via https://mugzines.nl/ maar maken we voor de liefhebbers ook een papieren editie. Van elke editie worden 100 exemplaren op papier gedrukt. Als je deze wilt ontvangen via de post kun je donateur worden. Vanaf € 20,- per jaar ontvang je alle 5 de nummers van 2021.

MUGzine is een samenwerking van https://poetryaffairs.nl/, https://mugbookpublishing.wordpress.com/ en BRRT.Graphic.Design.

Om je alvast warm te maken voor het nieuwe nummer hier een gedicht van de Vlaamse dichter Mark van Tongele (1956). Deze Vlaamse dichter uit Mechelen moest zijn studie geneeskunde afbreken door een zwaar ongeluk waardoor hij tijdelijk in coma lag. Van Tongele kiest na zijn herstel voor de poëzie en schrijft in december 1984 in een ‘Open brief aan een dichter’ (in het tijdschrift Yang) over digitale poëzie in een maatschappij die beheerst zou worden door de nieuwe technologie. Hij had dus al een vooruitziende blik in een tijdvak waarin de hele digitalisering nog moest beginnen.

In 1980 debuteert hij met de bundel ‘Over leven en dood’ waarna nog vele bundels zullen volgen.

In een interview in Poëziekrant (juli-augustus 2018) zegt hij zelf over zijn poëzie: “Voor mij maakt elke bundel deel uit van mijn ‘symfonie’: motieven allerlei duiken telkens opnieuw overal op in mijn werk. Meer dan het inhoudelijke gaat het om de klank en het ritme van woorden, regels, gedichten, bundels. Het is een spel, leuk omdat er niets moet, alles mag, een poging tot het neutraliseren van de zwaartekracht, o de dood, maar ook de zon, het licht, blij zijn hart en geest vrijmaken.”

Uit zijn bundel ‘Lichtspraak’ uit 2008 komt het gedicht ‘Een tongeldoosje’.

.

Een tongeldoosje

.

Openluchting: vanille-

bloesem, flammé, ja-

woorden, doodsrookver-

drijvers, moedersuiker,

hagelslag en muisjes,

stofgoud, gloeikous,

springzaad, zeejoechee,

levantijnen en sta-oppers,

sterrenzilverrichellopers,

wolkenspiegels, wimpelheil,

engelkruid en toverschijn,

vervoering, mer à boire,

château-neuf-du-mark

 
 
.

Eddy’s verstrooiing

Anton Korteweg

.

Voor de rubriek dichters over dichters, kwam ik in de bundel ‘Ouderen zijn het gelukkigst’ uit 2009 van Anton Korteweg, het gedicht ‘Eddy’s verstrooiing’ tegen over de verstrooiing van de as van dichter Eddy van Vliet op 12 oktober 2002 in Watou in België.

Eduard Léon Juliaan (Eddy) van Vliet (1942 – 2002) was een Vlaams schrijver, dichter en advocaat. Regelmatig werd de poëzie van Eddy van Vliet als neoromantisch bestempeld of geplaatst in de literaire richting van de nieuwe romantiek. Neoromantiek is een synoniem van postromanticisme of laat romanticisme. Het is een langdurige beweging die begint aan het einde van de negentiende eeuw en het is een herleving van de romantiek in de kunst en de literatuur.

In 1971 won Eddy Van Vliet de Arkprijs van het Vrije Woord voor ‘Columbus Tevergeefs’. In 1975, mocht van Vliet de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen en in 1989 kreeg hij de Staatsprijs voor poëzie in België.

Anton Korteweg (1944) schreef het gedicht dus naar aanleiding van het verstrooien van de as van van Vliet in Watou, het kleine dorpje in West Vlaanderen, bijna op de grens met Frankrijk, waar tussen 1980 en 2008 de Poëziezomer Watou werd georganiseerd door Gwy Mandelinck – zelf een dichter – en zijn echtgenote Agnes Hondekyn. Het vormde al die jaren gedurende twee zomermaanden een unieke dialoog tussen internationale beeldende kunst en poëzie.

.

Eddy’s verstrooiing

(voor P.P.

‘Zoals een man pist, met de wind mee, zo

verstrooie men as.’

Chinese wijsheid

.

Maar andersom heeft ook wel wat: een zwarte,

gekromde regenjas met wapperende panden,

als boos tegen de storm optornend op een hoefpad

een man uitzaaiend, en daarachter wij,

.

een rijtje treurenden: wat mooie blonde vrouwen

met zonnebril, maar ook zwartharige zonder,

want Eddy was een te benijden echte

dichter geweest, steeds goed omringd, morsige

door drank – en dichtzucht aangetaste koppen en

hardlijvige vriendachtigen, – dat volk

woei de dichter toen in de gezichten.

.

We nipten daarna in De Hommelhof

zijn as van haar en huid, eigen en andermans,

en dachten bedremmeld die Eddy.

.

Ik was er trouwens niet bij

maar zie het weer duidelijk voor me.

.

grafmonument voor Eddy van Vliet in Watou

Voor Leonard Nolens

Bart Meuleman

.

De Vlaamse theatermaker, toneelschrijver, essayist en dichter Bart Meuleman (1965) debuteerde in 1997 met de bundel ‘Kleine criminaliteit’. Bundels van Meuleman werden genomineerd voor de VSB Poëzieprijs en de Herman de Coninckprijs. In 2008 verscheen van zijn hand de bundel ‘omdat ik ziek werd’. In deze bundel geen mooie poëzie, zoals op de achterflap staat te lezen maar gedichten vol rauwe regels over de kwelling van het bewustzijn en het verlangen daarvan bevrijd te zijn.

Maar in deze bundel staat ook een gedicht voor een andere Vlaamse dichter Leonard Nolens. In de rubriek ‘dichters over dichters’ hier het gedicht ‘voor leonard nolens’.

.

voor leonard nolens

.

laat iemand die

.

ademt en gehoorzaamt

en kraakt in de nacht

die dagelijks zijn eiland verschoont

.

zo iemand

.

onvermoeibaar oversteekt, uit talloze

doden opstaat, die met ganzen spreekt en waakt

over stofgoud en distels

.

laat hem een schrikwekkende voorbeeld zijn.

.

wat achter hem ligt is onvoorstelbaar.

.

Alles uit

Hans Hagen

.

In 2012 gaf uitgeverij Querido de bundel ‘Hoe angst klinkt’ van Hans Hagen uit. Hans Hagen (1955) ken ik al heel lang, hij schrijft kinderverhalen waarvoor hij vele griffels heeft mogen ontvangen, maar ook Vlag en Wimpels en in 2008 de Woutertje Pieterse prijs. Samen met Monique Hagen (zijn echtgenote) publiceerde hij een aantal dichtbundels en zijn werk is in vele talen vertaald.

‘hoe angst klinkt’ bevat 50 gedichten in 3500 woorden en 5 tinten blauw (volgens de achterflap). Veel pareltjes maar het gedicht ‘alles uit’ trof mij meteen en daarom vandaag dit gedicht op dit blog.

.

alles uit 

.

ik beschrijf je het liefst

van onder tot boven

lichte streken

krullen en strepen

kuiten en dijen

achter en voor

als je opzij

nog beter erbij

borst en buik

lippen getuit

ik beschrijf je het liefst

als alles uit

.