Site-archief
Vreemden
Ester Naomi Perquin
.
In 2007 debuteerde Ester Naomi Perquin bij Uitgeverij van Oorschot met de dichtbundel ‘Servetten halfstok’. In 2009 volgde ‘Namens de ander’ en begin 2012 verscheen haar laatste bundel ‘Celinspecties’. Deze bundel werd bekroond met de VSB Poëzieprijs 2013. Voor haar werk ontving ze verder de Liegend Konijn Debuutprijs, de Anna Blamanprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de J.C. Bloemprijs.
Om haar studie aan de Schrijversvakschool te kunnen financieren is ze enige tijd cipier geweest. In ‘Celinspecties’ geeft Perquin een stem aan gevangenen, aan misdadigers – maar ook aan slachtoffers, getuigen en rechters.
Van 2007 tot 2009 was ze de 3e stadsdichter van Rotterdam, ze volgde hiermee Jana Beranová op. Uit de bundel ‘Namens de ander’ het gedicht ‘Vreemden’.
.
Vreemden
.
Zoals je jezelf op een foto waarop je ruggelings staat afgebeeld
herkent maar omdat het onnatuurlijk blijft
liever niet meer bent – zo is de ander
.
precies zoals je zelf al denkt: het is niet goed teveel te weten,
geheimen tekenen verstand, geven iets om handen
.
leg tussen jezelf / de ander een diepe zee en verf je haren,
hou je onhoorbaar voor elke poging tot elkaar, verzet je
tegen nadering met rotsvast uitgesproken namen.
.
geef volle ruchtbaarheid en ga een oorlog aan, wees
te allen tijde onveranderbaar. Val met niemand samen.
.
Ik, schaduw
Simon Vinkenoog
.
Als dichter, schrijver maar vooral als voordrachtskunstenaar was Simon Vinkenoog (1928 – 2009) een fenomeen. Op 21-jarige leeftijd begon hij het Nederlandse literaire blad ‘Blurb’ waarvan 8 edities verschenen in 1950-1951. De titel verklaarde hij als volgt: “Wij geloven niet meer in het vinden van scabreuze woorden in nog niet bestaande woordenboeken en wij hebben dus gekozen: blurb. Waarvan één betekenis gebrabbel is”. Op 1 juni 1951 verscheen het achtste en laatste nummer met de woorden: “Laten we het mooi houden, er vooral geen literatuur van maken”. Dit kenschetst Simon Vinkenoog als geen ander. In 1961 begon hij het blad ‘Randstad’ en in 1964 het magazine ‘Kunst van nu’.
In 1950 debuteerde hij met de bundel ‘Wondkoorts’ en hij schreef in zijn leven meer dan 50 publicaties waarvan één van de bekendste toch wel ‘Atonaal’ uit 1951 is, het publieke manifest van de Vijftigers.
.
Uit de bundel ‘Spiegelschrift, gebruikslyriek’ uit ‘Vier gedichten tegen dood door angst’ het gedicht ‘Ik, schaduw’.
.
Ik, schaduw
.
Een ander ben ik,
gestoken in mijn kleren,
die met mijn naam wordt aangesproken.
.
Hij woont in hetzelfde huis als ik,
wij slapen met dezelfde vrouw
en lezen tezelfdertijd dezelfde boeken.
.
’s Morgens wordt hij in mij wakker,
staat met mij op, wast zich en scheert mij,
wij nemen samen afscheid, lopen samen door de straten.
.
Hij werkt, hij denkt, hij eet voor mij,
uit mijn mond komen ook zijn woorden.
Soms overvalt hij hersenschuddend mij
en grijpt de kans aan, in mij rond te moorden.
.
Ik haat hem; hij verraadt mijn geheimen.
Wat ik niet zeggen wil
schreeuwt hij voluit van de daken.
.
Ik weet niet meer wie ik ben,
ik weet niet waar hij mij zal leiden,
maar als ik niet meer leef
neem dan gerust zijn handschrift voor het mijne.
.
Foto: Manuel van Loggem (Nederlands Fotomuseum)
Voordat
Ingmar Heytze
.
De in 1970 geboren Ingmar Heytze studeerde Algemene Letteren in zijn geboortestad Utrecht, met als specialisatie Communicatiekunde. In 1997 debuteerde bij met ‘De allesvrezer’ (hoewel hij in 1989 al ‘Alleen mijn kat applaudisseert’ publiceerde bij Stichting Lift) en trad hij ook op tijdens de Nacht van de Poëzie en in het culturele seizoen 1999-2000 was hij de eerste “huisfilosoof” van het Utrechtse Centraal Museum.
In 2009 werd hij als eerste benoemd tot stadsdichter van Utrecht. Hij was stadsdichter tot 2011 en toen zijn termijn afliep is er geen nieuwe stadsdichter gekozen. Het Utrechts Dichtersgilde heeft het stadsdichterschap overgenomen.
Heytze schreef en publiceerde inmiddels 16 poëziebundels. Ook schreef hij proza en zijn een aantal van zijn gedichten in de openbare ruimte in de stad Utrecht te lezen. In 2008 ontving hij de tweejaarlijkse C.C.S. Crone-prijs en in 2016 de Maartenspenning.
Uit de bundel ‘Alle goeds’ uit 2001 het gedicht ‘Voordat’.
.
Voordat
.
Voordat ik me terugtrek
bij een vrouw
van rubber of papier
voordat ik niets meer klaarmaak
dan mezelf
wil ik bij jou zijn.
.
Voordat de laatste ronde ingaat
en mijn ziel is weggezwommen
in het glas, mijn zinnen
opgelost in drank,
wil ik bij jou zijn.
.
Voordat mijn gedichten
zijn verjaard tot voorbeeld
van het een of ander,
mijn talenten zijn vervallen
tot verzameld werk,
wil ik bij jou zijn.
.
Voordat het licht
uit mijn ogen sijpelt,
mijn huid verdort tot vel,
voordat ik al mijn goud
veranderd heb in lood,
wil ik bij jou zijn
tot de dood.
.
Jaarringen
Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had
.
Na een aantal mooie liefdesgedichten van Herman de Coninck de afgelopen zondagen, vandaag een wat ander, wat schurender gedicht van deze meesterlijke dichter. Het gedicht zonder titel uit ‘Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had’ uit 2009.
.
Hij ziet in de kleedkamerspiegel de jaarringen
rond zijn ogen, als kringen van stenen in een poel:
ze hebben gezien, gezien, gezien, maar blijven bezig
met niet meer glad te strijken gevoel.
.
Ze zien Bedrogen Echtgenoot. Theater.
Hij is de man in de verkeerde
reus, de waarheid in het cliché, hij zeult maar.
De rol is eeuwig. het wordt nooit meer later.
.
Alles trekt scheef als in een farce.
Armen waaien van hem los in gestes, taal
gaat wapperen, barse wanhoop wankelt door de holle
.
hallen van zijn stem, slingerende grootspraak slaat
een arm om hem heen: hij en hem, de laatste twee dapperen.
Zijn lul verschrompelt. Hij hoort zijn kloten knarsen.
.
Haar kussen waren lang
Ramsey Nasr
.
Ramsey Nasr, dichter, schrijver, essayist, acteur, regisseur, librettist en vertaler, dichter des vaderlands (2009-2013) en stadsdichter van Antwerpen (2005) is een veelzijdig mens. Zijn poëzie is al even veelzijdig. Van adolescentenpoëzie (Gerbrandy) in zijn debuutbundel ’27 gedichten en geen lied’ naar het project ‘Hier komt de poëzie’ een 7 cd box met een persoonlijke keuze uit acht eeuwen Nederlandstalige poëzie, en van ‘Mi have een droom (Rotterdam 2059) naar zijn lichtere werk zoals het onderstaande erotische gedicht uit zijn debuutbundel uit 2000.
.
Haar kussen waren lang
En zonder blozen
Trok zij het lichaam uit
De lippen open
Waar zij zich langzaam gaf
Half heet half roze.
.
Zo lag zij als de vrucht
Waarop ze wachtte
Haar borsten volgebloed
Twee benen bracht ze
Vaneen en langzaamaan
Het allerzachtste.
.
Ramsey Nasr in het faculteitsgebouw van de Universiteit van Antwerpen
Son-net
Christine D’haen
.
Christine D’haen (1923 – 2009) was een Vlaams dichter die in 1948 debuteerde in Dietse Warande en Belfort en in het Nieuw Vlaams Tijdschrift. Hoewel ze zichzelf als agnost zag speelde het katholieke milieu waarin ze opgroeide en leefde een grote rol in haar werk.
In 1958 verscheen haar dichtbundel ‘Gedichten 1946-1958’. Deze gedichten bezitten een klassiek vormschema dat nogal opvallend was in de tijd van de Vijftigers , die er een veel uitbundigere stijl op na hielden. Haar gedreven poëtisch werk kenmerkt zich door een retorisch taalgebruik met beladen symboliek, een poëtisch-technische begaafdheid, een enorme taalrijkdom, een ongeziene verbeeldingskracht en een zintuiglijke geladenheid. Meermaals komen er verwijzingen terug naar de Griekse mythologie. Om het de lezer wat makkelijker te maken, voegde ze veelal voetnoten toe.
Christine D’haen was tot haar dood actief en kreeg tijdens haar leven verschillende literaire prijzen zoals de Prijs van de stad Gent, De Anna Bijnsprijs der Nederlandse letteren en De grote prijs der Nederlandse letteren.
Uit haar bundel ‘Merencolie’ uit 1993 het gedicht ‘Son-net’.
Son-net
Klimmend naar ’t zenit zoekt zij die haar licht
in ’t lichaam stort, blind van gestolde glans,
met bevende transgressie naar zijn trans,
doch voelt door bijstere nacht zijn blik gericht
op zijn in zich verzengd eigen gezicht
weerkaatsend hun oorspronkelijk dubbelnaakt,
of ’t oog gesperd de waterspiegel raakt
waar de beminde knaap verdronken ligt,
dan duikt hij naar haar schimmige tweeling-vacht,
of splijt hij met zijn vlijm gesloten schacht,
met gouden tong likkend een duister gras
ondersteboven in een woudmoeras,
of daar in zilveren ketenen gekneld
met goud bespat verzonken vrouwenspeld.
.
Met dank aan Wikipedia
Billen
Nachoem M. Wijnberg
.
Nachoem M. (Mesoelam) Wijnberg (1961) is dichter en schrijver. In 1989 debuteerde hij met de bundel ‘De simulatie van de schepping’. Daarna publiceerde hij nog 15 dichtbundels en 2 romans. In 2004 ontving hij voor de bundel ‘Eerst dit dan dat’ de Jan Campertprijs, in 2008 de Ida Gerhardtpoëzieprijs voor ‘Liedjes’ en in 2009 de VSB Poëzieprijs voor ‘Het leven van’.
Uit: ‘Langzaam en zacht’ uit 1993 het liefdesgedicht ‘Billen’.
.
Billen
.
Billen naar achteren, lopend of zittend,
billen omhoog, liggend.
Ik verloor bijna een arm.
Je zegt niets voordat je beweegt.
.
Je onderlichaam naast mij
als los van de rest
van je navel tot het midden van je dijen,
en mijn vingers om een van je billen.
.
Totdat je je over mij heen legt
en je hals en schouders en borsten opheft
en tegen mij fluistert dat je niet moe bent,
alleen zwaar.
.

















