Site-archief

Bestemming

Dag 17: Joost Zwagerman

.

Uit de bundel ‘Bekentenissen van de pseudomaan’ uit 2001 van dichter Joost Zwagerman (1963-2015) nam ik het gedicht ‘Bestemming’.

.

Bestemming

.

Een groep nonnen had een boer bekeerd.

Ik liep door landerijen en wist niet van bekering.

De boer zag mij aan en gaf mij proviand.

Hij verwees mij naar de nonnen. Uurtje lopen.

Ik kwam aan. Ik ging het klooster in.

Daar ben ik dan, zei ik, en ben er nog.

.

Het leven is hier lang niet slecht. Men kent mij niet,

ik heb vriendinnen, men is hier mijn gelijke.

Ik lees een boek, bekeer een boer, doe mijn plicht

en heb een eigen kamer. ’s Nachts leg ik het hoofd

in de schoot. Ik ben de bijslaap van mijn dromen.

.

 

Dagje circus

Dag 12: Ellen Deckwitz

.

Uit de bundel ‘De blanke gave’ uit 2015 van Ellen Deckwitz (1982) nam ik het gedicht ‘Dagje circus’.

.

Dagje circus

.

Wat gilde je toen het licht uitging

en het grommen begon.

.

We wezen naar de gaatjes in het tentdoek,

dat het net lichtpunten waren

.

en hoe achter de schermen

de beesten veilig opgesloten zaten.

.

’s Avonds keek je omhoog

en veranderden de sterren in gaten.

.

Je dommelde in , melig

om dat donker, die kooien erachter.

.

Een anekdote

Frans Deschoemaeker

.

Frans Deschoemaeker (1954) was tot 2015 ambtenaar op het onderwijsministerie te Brussel waarna hij zich richtte op het dichterschap. Deschoemaeker was redacteur van de literaire tijdschriften Filter en Nieuwe Stemmen en mede-oprichter/redacteur van Diogenes (een Vlaams letterkundig tijdschrift dat verscheen tussen 1984 en 1992).

Hij publiceerde kritische beschouwingen in onder meer Ons Erfdeel, Poëziekrant, Bibliotheek van de West-Vlaamse Letteren, en het Kritisch Lexicon van de Nederlandstalige literatuur na 1945. In 1979 debuteerde hij met de bundel ‘Stroomafwaarts’ waarna nog een aantal bundels volgde.

Voor zijn werk ontving Deschoemaeker onder andere de Poëzieprijs van de Vlaamse Club voor Kunsten, Wetenschappen en Letteren (1978), de Prijs voor Poëzie van de provincie West-Vlaanderen (1983), de Maurice Gilliamsprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (1994) en nominaties voor de Hugues C. Pernath-prijs en voor de Prijs van de Vlaamse Poëziedagen (1991).

Bij PoëzieCentrum Gent verscheen in 2011 zijn bundel ‘Onder de barnsteenroute’ en uit die bundel nam ik het gedicht ‘Een anekdote’.

.

Een anekdote

.

Twee keer per jaar steekt Julien Cracq,

schrijver, winnaar van de Concourt en

kamergeleerde, de Parijse ringweg

over, om in drie weken

helemaal naar Anjou te wandelen,

waar zijn zus woont in het ouderlijk huis.

.

Eens in cadans, eens in het zicht

van de leistenen dorpen,

groeit achter zijn rug

het pad dicht bij elke stap

en krijgen woorden ritme en wind.

.

Tot op hoge leeftijd. en tot zover

de anekdote: eens in cadans, eens in het licht

van de zon op de leistenen dorpen,

verdampt een man

in het spoor dat hij trekt

door het gras, de woorden, de dauw.

.

De Dromende Dansers

Rik van Boeckel meets The Dub Ark

.

Ik ken dichter/performer Rik van Boeckel (1952) al een groot aantal jaren. Zo stonden we al in 2014 samen met een aantal andere dichters in theater De Veste in Delft, en bij ‘Dichter bij de bar‘, maar Rik was ook een van de deelnemers aan de eerste editie van De Poëziebus in 2015. Dat hij groot fan is van Linton Kwesi Johnson, net als ik, hoor je onmiddellijk wanneer je de CD ‘De Dromende Dansers’ opzet. Zijn nieuwste creatie, na onder meer een reisverhaal en zijn dichtbundel ‘Beweeg als een strateeg‘ uit 2018 is de CD ‘De Dromende Dansers‘.

Het is niet de eerste CD van deze performance dichter met zijn onafscheidelijke djembé. In de jaren ’80 van de vorige eeuw bracht hij als popdichter al twee cassettes uit en in 2010 zijn eerste CD ‘Ode aan de mode’ waarin hij poëzie brengt op de klanken van hip hop en Latin muziek. In 2014 volgt dan de EP ‘Cheer Yourself Up’ met een mix van reggae en Dancehall. Maar ook bij zijn bundel ‘Beweeg als een strateeg’ zit een begeleidende CD met muzikale poëzie.

En nu dan een nieuwe CD (2023) met (heel netjes) een tekstboekje. In de kleuren groen, geel en rood, waarmee de link naar de muzieksoort die op dit album te horen zijn meteen gekenschetst worden: Reggae en Dubreggae. Rik wordt op dit album bijgestaan door een collectief van muzikanten dat bekend staat als The Dub Ark: Eric van Drunen Littel (aka Clever Lee), Aernout van Hees (aka Dr. EchopleX) en Joep Smeenk (aka Ube da Dube). En samen zetten zij een muzikale achtergrond neer voor de teksten van Rik die er zijn mag. Ik hoor een mix van Linton Kwesi Johnson, Lee Scratch Perry maar ook Black Uhuru en zelfs Doe Maar klinkt door in het zeer diverse palet van percussie en muzikale klanken.

Rik schreef de teksten op verschillende plekken op deze wereld: Portugal, Ibiza maar ook gewoon in Nederland. Voor wie van poëzie en percussie houdt is dit een aanrader. Ik koos van het album de tekst van ‘Een lied van waanzin’.

.

Een lied van waanzin

.

De tijd gaat voorbij

de tijd verdwijnt in de eeuwigheid

waar mensen leven waar mensen feesten

waar wolken huilen waar mensen sterven

.

Zo klinkt een lied van waanzin

en een verdrietig hart

dit is een moment om te voelen

van blijdschap tot aan smart

.

Verhalen van vrijheid zingen het liefst

laat de onderdrukking varen

doe dit maanden doe dit jaren

ze zingen dit trots en luid

.

Zo klinkt een lied van waanzin

en een verdrietig hart

dit is een moment om te voelen

van blijdschap tot aan smart

.

Regenbogen bedekken de zon

de maan verborgen in duisternis

zal langzaam verder groeien

donder zal harten raken

jaren van wind en zang

bereiken de leistenen heuvels

zij zullen haar verder dragen

naar de horizon achter de duinen

universele duinen aan de Noordzee

.

Zo klinkt een lied van waanzin

en een verdrietig hart

dit is een moment om te voelen

van blijdschap tot aan smart

.

De minnaar spreekt

Rien Vroegindeweij

.

Ik kreeg de bundel ‘Zo klinkt dus weggesmeten geld’ De geestige gedichten, bijeengebracht door Meindert Burger en Jos Versteegen uit 2007 onder ogen en al bladerend kwam ik een gedicht van Rien Vroegindeweij (1944) tegen. Deze Rotterdamse schrijver/dichter publiceerde proza en poëzie, en was actief als columnist, publicist, vertaler, en bloemlezer. Ik volg Rien al jaren, stond ik ooit samen met hem op een dichtsalon in Rotterdam (’t Kapelletje) en was Rien jurylid van de Gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord! in 2015.

In de bundel ‘Zo klinkt dus weggesmeten geld’ een typische bundel vol light verse of humoristische poëzie, is Rien vertegenwoordigd met het gedicht ‘De minnaar spreekt’ waarin taalvirtuositeit en humor met elkaar strijden om de aandacht.

.

De minnaar spreekt

.

Vanavond uit eten bij de B’s

(ze waren bijna uit elkaar);

geen wild gebraad als vorig jaar,

maar vegetarisch: bij het zee-

.

wier komen wel de A’s ter sprake

en volgt de rest van het alfabet:

T gaat met O en F met U naar bed.

Zeg, hoe vind je die tofu smaken?

.

’t komt uit Gods eigen haute cuisine,

het maakt als vlees niet agressief

(we waren bijna uit elkaar, hè lief?)

.

en ’t zit barstensvol met vitaminen.

O vrouw B. Hoe heerlijk uw diners!

Maar ‘k geef de voorkeur aan uw vlees.

.

Rob van Essen

Schrijven

.

Rob van Essen (1963) was kort geleden groot in het nieuws toen hij voor de tweede maal de Libris Literatuurprijs won voor zijn roman ‘Ik kom hier nog op terug’. In 2019 won hij deze prijs voor de eerste keer met zijn roman ‘De goede zoon’. Hij schreef al vele boeken en zijn verhalenbundel ‘Hier wonen ook mensen’ won in 2015 de J.M.A. Biesheuvel Prijs. Van Essen schrijft echter ook poëzie. In 2022 debuteerde hij als dichter met de bundel ‘Alleen de warme dagen waren echt’.

In DW B ( literair cultureel tijdschrift Dietsche Warande & Belfort) van juni 2022 stonden een aantal van zijn gedichten uit zijn debuutbundel in voorpublicatie.  Zijn poëzie is toegankelijk maar niet zonder verborgen betekenissen, met aandacht voor de mensen op straat en de bewegingen van het eigen hart. Leven, liefde, dood en doem – niets blijft onbesproken. Uit deze bundel (en gepubliceerd in DW B) nam ik het gedicht ‘Schrijven’.

.

Schrijven

.

uit veelheid dit doen

uit verlegenheid dit schrappen

het zonlicht binnen zien vallen

en je er niet aan kunnen overgeven

.

de planten water geven

zonder dat ze dorst hebben

heb dorst! heb dorst!

want ik wil water geven

.

Tweede moeder

Dicht Slam Rap 

.

Zoals de regelmatige lezer van dit blog weet ben ik een fervent bezoeker van tweedehandsboekenwinkels en kringloopwinkels. Vooral omdat ik daar met enige regelmaat boeken en bundels voor een nette prijs vind die (vaak) niet meer in de reguliere handel zijn te krijgen. Zo liep ik afgelopen weekend tegen het bundeltje Dicht Slam Rap uit 2014 tegen het lijf. Een bundeltje dus van 10 jaar geleden. En wat ik zo aardig vind aan deze bundel, samengesteld door Marcel Linssen, Maarten Gulden en ACG Vianen, is dat ik verschillende van de dichters die in de bundel vertegenwoordigd zijn ken uit die tijd (en vaak nog steeds). De link naar de website werkt niet meer helaas maar gelukkig hebben we deze bundel nog.

In de bundel staan gedichten van dichters die toen nog aan het begin van hun carrière als dichter stonden. Zo lees ik gedichten van Lotte Dodion, Marco Martens, Merlijn Huntjens, Loren Brouwers, Jelmer van Lenteren, Hervé Deleu, Irene Siekman, Rinske Kegel en Marieke Rijneveld. Stuk voor stuk dichters die ik op ons podium van poëziestichting Ongehoord! heb mogen ontvangen. Van de een hoor ik wat minder van de ander heel veel maar indertijd waren deze dichters vaak nog jong en nog niet landelijk bekend.

Marieke Rijneveld (inmiddels Lucas Rijneveld) was in 2014 23 en had op 17 jarige leeftijd al gedebuteerd op een poëziepodium (ook bij poëziestichting Ongehoord!) maar moest nog doorbreken bij het grote publiek in 2015 met de bundel ‘Kalfsvlies’. In ‘Dicht Slam Rap’ staan twee gedichten van hem. Een daarvan is getiteld ‘Tweede moeder’.

.

Tweede moeder

.

Eén keer in de maand maak ik van een onbekende vrouw

mijn tweede moeder. Ik geef haar de naam van iemand

.

uit de Libelle en laat haar steeds vragen hoe het met mij

gaat. Ze draagt legerkleding en schiet op mij als ik vind dat

.

ik eventjes dood mag. Af en toe moet ze kanker, het is

zwaar zo een zieke moeder, zeg ik dan tegen de taxichauffeur.

.

Soms neem ik haar ook mee naar mijn ouders, te oud

fluisteren ze in de keuken en hoe lang ze nog heeft.

.

The Prince

Fernando Pessoa

.

Van mijn partner in MUGzine Marianne kreeg ik de bundel ‘Lisbon Poets’ uit 2015, een tweetalige en geïllustreerde editie voor eenieder die de Engelse taal machtig is en in (de Portugese) poëzie geïnteresseerd is. De dichters in deze bundel werden geboren of woonden in Lissabon. Internationaal de bekendste dichters Fernando Pessoa (1888-1935)  en Luís de Camões (1524/1525-1580) worden in deze bundel aangevuld met drie, in het Portugese taalgebied beroemde dichters Cesário Verde (1855-1886), Florbela Espanca (1894-1930) en Mário de Sá-Carneiro (1890-1916). Opvallend vind ik dat alle drie de dichters leefden aan het einde van de 19e en het begin van de 20ste eeuw. Alsof er na deze dichters geen dichters meer van enige betekenis meer zijn opgestaan.

In de bundel dus drie dichters die jong stierven en daardoor een zekere cultstatus hebben bereikt in Portugal. Cesario stierf aan tuberculose, Espanca en de Sá-Carneiro pleegden zelfmoord. Wat veel lezers waarschijnlijk niet weten (ik ook niet) was dat Pessoa 10 jaar van zijn vormende jaren in Zuid-Afrika woonde. De titel van een gedicht uit 1926 dat is opgenomen in de bundel hoefde dan ook niet vertaald te worden want die luidt ‘Lisbon Revisited’.

Uit de bundel koos ik (toch weer) voor een gedicht van Pessoa. Ik hou gewoon van zijn poëzie. Het gedicht dat ik koos is getiteld ‘O Infante’ of zoals de Engelse titel is ‘The Prince’. Het komt uit zijn bundel ‘Mensagem’ (Message), de enige bundel die onder zijn eigen naam werd gepubliceerd. Pessoa maakte veelvuldig gebruik van heteroniemen, fictieve schrijverspersoonlijkheden met elk een eigen ‘ik’, in totaal meer dan 20. ‘Mensagem’ werd in 1934 voor het eerst gepubliceerd, dus een jaar voor zijn overlijden. Voor de volledigheid en voor de liefhebber heb ik het gedicht ‘O Infante’ zowel in de Engelse vertaling als in het Portugees overgenomen.

.

The Prince

.

God desires it, mankind dreams it, a work is born.

God desires the earth to be as one,

that the sea should unite, no longer separate,

and you he favoured to unveil the foam.

.

The whiteness edged all, from isle to continent,

flowing swiftly from pole to pole.

All of a sudden, the whole earth, uncovered,

emerged, round, from depths of blue.

.

He who blessed you made Portuguese.

Of the sea and us through you He gave us a sign.

The Sea accomplished, The Empire dissolved.

Oh lord, Portugal awaits, still to be furfilled!

.

O Infante

.

Deus quer, o homem sonha, a obra nasce.

Deus quis que a terra fosse toda uma,

Que o mar unisse, já não separasse.

Sagrou-te, e foste desvendando a espuma.

 

E a orla branca foi de ilha em continente,

Clareou, correndo, até ao fim do mundo,

E viu-se a terra inteira, de repente,

Surgir, redonda, do azul profundo.

 

Quem te sagrou criou-te português.

Do mar e nós em ti nos deu sinal.

Cumpriu-se o Mar, e o Império se desfez.

Senhor, falta cumprir-se Portugal!

.

Version 1.0.0

 

Kuip

Ruth Lasters

.

De Rotterdamse school, de podcast van de Rotterdamse dichters Daniël Dee en Mark Boninsegna is weer begonnen. Alleen dit keer doet Mark Boninsegna het alleen. Mark is bekend als groot bewonderaar van Jules Deelder maar vooral van zijn grote liefde Feyenoord. Hij schreef dan ook een gedicht getiteld ‘Liefde op het eerste gezicht’ over de Kuip. Het gedicht verscheen dan ook in  het supporters magazine van FSV De Feijenoorder.

Toch gaat het gedicht ‘Kuip’ dat ik hier vandaag wil plaatsen over iets heel anders. Het gedicht is dan ook van de Vlaamse dichter Ruth Lasters  (1979) en komt uit haar bundel ‘Lichtmeters’ uit 2015 waarmee ze de Herman de Coninckprijs 2016 won.

.

Kuip

.

Ik tilde mijn oude minnaars in bad, ik wilde in één

oogopslag wat, wie ik had

.

liefgehad, meest of minder, misschien of stellig, onvoorwaardelijk

of indien-als. In een kuip als een galjoenboot lag

.

het synchroon

wassen van elkaars rug, met elk een stuk zeep

.

blauwdooraderd, waarna zij met schouders

tot bloedens toe opengeschrobd

.

wegstapten. Behalve één, jij, waar ik me

benen rond romp achter haakte, om samen

.

dwars door de ander heen

het onverdraaglijk afkoelen van het water af te wachten.

.

 

Op de meubelboulevard

Sander Meij

.

De gedichten van Neerlandicus, schrijver, ghostwriter van drie kinderboekenseries en dichter Sander Meij werden tweemaal bekroond met een aanmoedigingsbeurs van Hollands Maandblad. Hij won de Meander Poëzieprijs voor jongeren en de gedichtenwedstrijd van Onbederf’lijk vers. Zijn poëzie verscheen in De Gids, Hollands Maandblad, Het Liegend Konijn, Krakatau, Op Ruwe Planken en Meander. Meij debuteerde in 2015 met de bundel ‘Nieuw eiland’  waarna in 2019 ‘Pincetbeweging’ volgde. In 2022 publiceerde hij de bundel ‘De Wolf is terug’.

In een recensie van deze bundel op Meandermagazine ‘De wolf is terug’ beschrijft recensent Peter Vermaat in zijn begin alinea hoe de mens de wolf altijd heeft afgebeeld als een ‘duivelse vijand’. In de recensie beschrijft Vermaat dat de bundel in het eerste hoofdstuk de wolf een plek krijgt van ‘terug van nooit weggeweest’ om vervolgens in het tweede deel de beweging van het beeld van de wolf naar het proces van het inrichten van het landschap door de mensen te beschrijven, om uiteindelijk terecht te komen bij de herinneringen, relaties en wederwaardigheden in het nu (of ooit) van het ik-personage.

Vermaat houdt de mogelijkheid open dat er “in de constructie letterlijk sprake is van tweespalt, om daarmee de strijd tussen het menselijke en het wolfzuchtige in de mens in het algemeen en in de dichter in het bijzonder ook voor de lezer voelbaar te maken”.

In het gedicht ‘Op de meubelboulevard’ beschrijft Meij die mogelijkheid, die strijd tussen menselijke en wolfzuchtige eigenschappen van de mens op een bijzondere manier.

.

Op de meubelboulevard

.

tussen spoedig verscheurde prachtgezinnen

bedwelmd door muziek voor slechthorenden

waar niets ertoe doet maar van alles begint

.

probeer ik mijn blik strak te houden

het gaat erom niet op te vallen

onder de soort die de mijne nochtans is

.

ik loop met hen op, zie dezelfde ogen

dezelfde monden vormen woorden

van vergelijkbare strekking als de mijne

.

en dan in het holst van mijn bloedeigen hoofd

hoor ik mezelf zeggen: een basiskleur

en ik voel hoe de mand krakend barst

.