Site-archief

Poëzie op de grond

Bibliothecaris projecteert poëzie

.

In Californië ligt het plaatsje Mill Valley, een klein plaatsje even boven San Francisco met een kleine 15.000 inwoners. Een inwoner, namelijk de plaatselijke bibliothecaris Anji Brenner, kreeg na een bezoek aan Londen het idee om poëzie op een andere manier dan in boekvorm aan de inwoners van Mill Valley te presenteren. In Londen werd ze geconfronteerd met poëzie in de metro. Ik schreef al over poëzie in de metro https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/01/13/subway-etiquette/ maar hier betrof het een project van de Londense Undergound (POTU) om de poëzie naar de mensen toe te brengen, een initiatief dat inmiddels al in vele andere steden (Brussel, Parijs) is overgenomen.

Naar aanleiding van de gedichten in de Underground bedacht ze zelf een manier om poëzie op een andere manier aan te bieden en naar de mensen te brengen. Ze doet dit door middel van ‘Illuminated poetry’. Elke avond in de schemering zetten personeelsleden van de Mill Valley-bibliotheek projectoren op onder lantaarnpalen, luifels en vensterbanken in de stad en deze projecteren de gedichten op de grond eronder.

Rebecca Foust, die in 2017 werd uitgeroepen tot de poet laureaat (stadsdichter) van Marin County (waar Mill Valley onder valt), stelde verschillende gedichten voor voor het project van Brenner. Sindsdien maakt zij samen met Anji Brenner en haar collega’s een keuze uit gedichten die ze vervolgens op straat projecteren. Elke avond worden, als het weer het toelaat, tot eind april gedichten getoond in het centrum van Mill Valley. 

Foust was opgetogen, zei ze, dat de bibliothecaris de moeite op zich nam om poëzie op deze manier onder de aandacht te brengen. “Poëzie is voor veel mensen een lichtbron, zeker voor mij”, zei ze. “En hoe magisch is het dat licht in dit project een bron van poëzie is.”

.

)

 

De zoek naar schittering

Gevelgedicht

.

Jiske Foppe heeft als initiatiefnemer van het project open/dicht_bruggedichten in oktober 2017 stichting De zoek naar Schittering opgericht. Haar missie is onder meer om poëzie in de openbare ruimte te stimuleren, door eenieder die dit voorstaat. Zoals je weet als je dit blogt regelmatig leest, heb ik al vanaf het begin van dit blog (oktober 2007) aandacht besteed aan poëzie in de openbare ruimte (middels de categorieën Gedichten op vreemde plekken en Gedichten in de openbare ruimte).  Ik sprak Jiske pas geleden en zij wees mij op een nieuw project van haar stichting in de wijk Hordijkerveld in IJsselmonde.

Daar worden drie gevels voorzien van gevelgedichten in combinatie met muurschilderingen. Bewoners uit Hordijkerveld werden opgeroepen een eigen gedicht of een thema of hun favoriete gedicht in te sturen voor op een gevel in de wijk. Er waren 23 inzendingen van zelf geschreven gedichten door 14 bewoners van alle leeftijden.

Het gedicht van Ria Rippen uit Hordijkerveld is uitgekozen om in het voorjaar van 2021 op de eerste gevel op de hoek Emelissedijk en Ruimersdijk te worden geschilderd, in combinatie met een muurschildering van Ricardo van Zwol.  Hij zat ook in de jury, samen met de IJsselmondse dichter Joz Knoop , Adriaan Staal (bewoner en bestuurslid van Stichting CO IJsselmonde die het project steunt) en Jiske Foppe van de stichting.
Jiske over de selectie:
“Het was geen eenvoudige keuze want er zijn mooie, ontroerende en rake gedichten ingestuurd. We hopen die in een kleine dichtbundel te kunnen verspreiden begin volgend jaar want die verdienen het zeker gelezen te worden.”

Het gedicht van Ria Rippen dat geplaatst gaat worden op de gevel is het volgende:

Hier wonen de denker,
de doener, de dichter, de drammer
en degene die ziet hoe
de pluisjes van de paardenbloem
zomaar meegaan met de wind.

Over het geselecteerde gedicht van Ria Rippen schreef Jiske namens de jury:
“Wij vonden dit gedicht, dat uit maar één zin bestaat, poëtisch en aansprekend, herkenbaar. Het benoemt verschillende typen bewoners in de wijk, met een verrassende wending na de opsomming ervan. Een mooie alliteratie, met al die d’s aan het begin van de woorden. Het is sfeervol en brengt je op een bijna rustgevende manier naar het eind van het gedicht. Je waait zelf een beetje mee. Het is beeldend geschreven, wat goed past bij de combinatie met een muurschildering.”

Ria was heel verrast en gaf aan nieuwsgierig te zijn naar de andere inzendingen. Ze ontving ter felicitatie alvast een bloemetje namens de stichting. Ricardo van Zwol liet haar alvast de gevel zien waar het om gaat. Ria bleek al ervaring met schrijven te hebben en publiceerde zelfs een bundel “korte, gruwelijke verhalen”, zoals ze het omschrijft, genaamd ‘Mutaties’, via de Rotterdamse Kunststichting  in de Sonde Reeks in 1977.

De stichting ‘De zoek naar schittering’ heeft haar naam gekozen uit een gedicht van de Poolse Adam Zagajewski dat hij in 2003 op het Poetry International Festival ten gehore vind. In een vertaling van Karol  Lesman uit 2008.

.

Poëzie is de zoek naar schittering

.

Poëzie is de zoek naar schittering.
Poëzie is de koninklijke weg
die ons het verst brengt.
We zoeken schittering op het grijze uur,
’s middags of in de schouwen van de dageraad,
zelfs in de bus, in november,
als vlak naast ons een oude priester zit te dommelen.Een kelner in een Chinees restaurant barst in snikken uit
en niemand die vermoedt waarom.
Wie weet, misschien is ook dat wel zoeken,
net als dat moment aan zee,
toen aan de horizon een piratenschip verscheen,
tot stilstand kwam en nog lang onbeweeglijk bleef liggen.
Maar ook momenten van diepe vreugde
.

en ontelbare momenten van onrust.
Laat mij zien, vraag ik.
Laat mij volhouden, zeg ik.
’s Avonds valt een koude regen.
In de straten en de lanen van mijn stad
werkt geluidloos en hartstochtelijk de duisternis.
Poëzie is de zoek naar schittering.

 

schoon

Dubbel-gedicht

.

Wanneer ik een gedicht ergens tegenkom (meestal in een dichtbundel) waarvan ik denk; Dat is een mooi gedicht voor een dubbel-gedicht dan begint het zoeken naar een tweede gedicht dat daarbij past. De ene keer gaat dat vrij vlot en de andere keer zoek ik me helemaal een slag in de rondte naar een passend tweede gedicht. Dat laatste overkwam me toen ik het gedicht ‘Palmolive’ van dichter Jos Versteegen uit de bundel ‘Een huis verlaten’ uit 2012.

Ga er maar aan staan dacht ik en ik kreeg gelijk. Bij het zoeken naar een tweede gedicht richt ik mij meestal op mijn geheugen of op de inhoudsopgaven met titels van de vele dichtbundels in mijn kast. In dit geval lieten beide mij behoorlijk in de steek. Maar uiteindelijk heb ik een tweede gedicht gevonden dat ook als onderwerp Schoon of Schoonmaken als onderwerp heeft. Het aardige is natuurlijk dat, hoewel je de onderdelen in de gedichten herkent van het schoon of schoonmaken, de gedichten feitelijk over heel andere zaken gaan. Dat maakt het Dubbel-gedicht voor mij zo verrassend.

Het eerste gedicht ‘Palmolive’, is, zoals gezegd, van Jos Verstegen (1956). Versteegen is dichter, biograaf en vertaler. Hij is ook bekend onder de namen Robert Alquin, Alkwin en Jacob Steege. Daarnaast was hij jarenlang redactiesecretaris van het tijdschrift ‘De tweede ronde’. Het gedicht ‘Vrienden’ dat hij schreef ter gelegenheid van Eenzame uitvaart nr. 254 in augustus 2020 werd bekroond met de Ger Fritz-Prijs.

Het tweede gedicht is van Robert Anker (1946 – 2017) en is getiteld ‘In jouw handdoek’. Het gedicht is genomen uit de bundel ‘In het vertrek’ uit 1996.

.

Palmolive

.

Zo eindigt zeep: een smalle tong,

soms grijze barstjes in de lengte.

.

Olijven, palmen: niemand dacht

aan warme landen, ’s ochtends vroeg,

wanneer het raam nog donker was.

De zeep lag in het plastic bakje.

Schuimbelletjes, half weggegleden,

dat was je moeder of je vader.

.

Kleine tongen, wit of groen,

steeds dunner, met een scherpe rand,

zo doodmoe in hun plastic bakjes:

niets voor een inventarislijst.

Zeep, soms met barstjes, erf je niet,

daar branden ovens voor.

.

In jouw handdoek

.

Is dit je buik dit is je huid die langs je hand omhoog

Kruipt en het water loopt je navel in en uit

Allemaal detail ben je vrolijk water zing je

Draagt ons overal je krullen ach in golven weggelopen eb

Trekken als een kam je ogen aan en zien ze mij

.

Buiten zingt een vloed supporters met hun sjaals

De leegte toe een oude man onder de voet het draait

Mij om en door de stoom ik roep je toch je hoort me niet

Ik hoor je stem maar zoek me niet nadat ik viel

.

Ben jij het hier en blijf je kletsnat over mij gevallen

Dit is geen grond voor even ik doe de ramen open

De wereld krijst voorbij en ik kan in jouw handdoek leven

.

Nooit genoeg over de liefde

Hagar Peeters

.

In de afgelopen jaren, viel mij op, heb ik al verschillende keren geschreven over Hagar Peeters en haar poëzie. Ze was dichter van de maand in januari 2017 en we kunnen wel stellen dat ik een bewonderaar en liefhebber van haar poëzie ben. In de bundel ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’ staat het (bijna) gelijknamige gedicht. Nu vind ik dat er nooit genoeg over de liefde gedicht kan worden en dit is weer een bevestiging van dit idee. Genoeg gedicht over de liefde vandaag? Okay dat mag, maar morgen gewoon weer opnieuw over de liefde dichten, steeds opnieuw.

Uit de bundel uit 1999 het gedicht ‘Genoeg gedicht…’ waarin heel subtiel een vorm van rijm is opgenomen in de vloeiende en muzikale zinnen die het gedicht een extra dimensie geven.

.

Genoeg gedicht…

.

Genoeg gedicht over de liefde vandaag
want al schrijvend heb ik de liefde niet bedreven.
Het leven laat zich maar al te graag
liever beschrijven dan beleven.
Die jij van wie ik zo hoog opgeef
die leeft niet behalve zoals ik je opschreef.
Je kust en je verlaat zoals de windhaan draait,
mijn plaat steeds overslaat,
zoals, zoals men zegt, dat in het echte leven gaat.

.

Al die minnaars met al hun dichtklappende deuren.
Ik zou geen tijd meer hebben, de pen eens op te pakken
als ik mezelf steeds in de spiegel moest keuren
en met naaldhakken aan mijn nagels moest lakken.
Een dichter is nooit te vangen met haar eigen pen.
Steeds heeft zij haar antwoord klaar
want je kwetst haar zoals zij had gepland
al keren haar woorden zich soms tegen haar;
zij zijn minstens zo ontrouw als al haar minnaars.

.

Mijn woorden niet. Die blijven aan mij gekluisterd.
Nooit werd een wreder moeder in de poëzie beluisterd
dan die, die haar kroost op het hart hield gedrukt:
‘blijf voor altijd zoals ik het je heb ingefluisterd’.
Maar nee, de inkt kruipt waar hij niet kan gaan
zoals het bloed, in zo veel aan de inkt gelijk.
Dus zeg ik je, toe maar, vlieg dan uit,
maar ga niet met de verkeerde mannen mee naar huis.

.

Idee voor de Poëzieweek

Oproep tot het maken van krijtpoëzie

.

Nu de Poëzieweek (28 januari tot en met 3 februari) ook al deels in het water lijkt te gaan vallen door de lockdown, heb ik een idee. Ik heb het idee niet zelf bedacht want ik las erover op de website van de bibliotheek van Pima County https://www.library.pima.gov/blogs/post/poetry-in-the-wild/.

Op deze website in een bericht uit 2017 staat informatie over een project van de Urban Poetry Pollinators over poëzie in het wild. Eigenlijk bedenk ik me nu, sluit dit heel goed aan bij bijvoorbeeld straatpoëzie en gedichten op vreemde plekken, ware het niet dat de poëzie in dit project van vluchtige aard is. Elizabeth Salper van de Urban Poetry Pollinators kreeg het idee omdat ze zulke mooie herinneringen had aan de tijd dat ze haar gedichten met krijt op stoepen schreef. De leuke reacties van de mensen die haar gedichten lazen op straat waren de reden om dit project ‘Poetry in the wild’ te starten.

Er werd door de UPP bekendheid gegeven aan dit project en er was een instagrampagina waar je een foto van je gekrijtte gedicht naar toe kon sturen. Bibliotheken adopteerde dit project en onder het motto Chalk it UPP! werd dit project een succes.

Mijn idee is dan ook om dichters maar ook niet dichters van Nederland op te roepen om in de Poëzieweek een gedicht naar eigen keuze (van jezelf, van een ander, een klassiek gedicht, een nieuw gedicht, kort of lang, alles mag) op een stoep, muur of straat te krijten, hier een foto van te maken en deze aan mij te mailen (woutervanheiningen@yahoo.com). Ik zal al deze foto’s plaatsen op het Instagram account @krijtpoezie2021

Op die manier kan de Poëzieweek toch nog (meer) een actief tintje (op bescheiden schaal) krijgen.

.

.

.

Poëzie op straat

Verlaten poëzie

.

De humor ligt op straat maar soms ligt de poëzie ook op straat. Op http://straatpoezie.nl/ kun je honderden voorbeelden vinden van poëzie die je tegenkomt wanneer je nietsvermoedend (of juist heel vermoedend) op straat loopt. Maar wat misschien nog wel verrassender is, is wanneer je poëzie tegenkomt die iemand heeft achtergelaten in de vorm van graffiti op een muur, een viaduct, op straat (met stoepkrijt) of zoals in Apeldoorn in 2017 op een bord dat iemand op een bankje in een winkelcentrum heeft neergezet. Het aardige van dit soort poëzie is het tijdelijke en vergankelijke. Waar een muurgedicht in bijvoorbeeld Leiden, als het gaat slijten, opgeknapt wordt of weer leesbaar wordt gemaakt, is de verlaten vorm van poëzie juist onderwerp van schoonmaak, verwijdering, of verdwijning.

Het gedicht is wat moeilijk leesbaar daarom hier de tekst van de onbekende dichter @

.

Ik zie ze veel liggen

.

Juist in deze tijd

de eenzame handschoen

we raken ze kwijt

de één zonder ander

één verloren geland

De ander een jaszak

Geen een aan de hand

Ze missen elkaar

Want samen alleen

De handen wat kouder

Tis bijna gemeen

Er komt vast wat warmte

Zo gaat ’t altijd

Nu eerst heerst de kalmte

De handschoen blijft kwijt

.

Nog

Roland Jooris

.

Opnieuw kom ik een , mij, onbekende dichter tegen. Dit keer in de bundel ‘De 100 beste gedichten’ gekozen door Francine Houben van de VSB Poëzieprijs 2017. Het betreft hier de Vlaamse dichter en publicist Roland Jooris (1936). Jooris debuteerde in 1956 met de bundel ‘Gitaar’ die hij in eigen beheer uitgaf. In 1958 volgde ‘Bluebird’. Beide bundels zijn voorbeelden van experimentele dichtkunst. Jooris nam later afstand van deze poëzie want in de bundel ‘Gedichten 1958 – 78 uit 1978 staat geen enkel gedicht uit een van deze bundels. Na deze experimentele bundels ontwikkeld Jooris zich meer als romantisch realistisch dichter. In zijn bundels ‘Het museum van de zomer’ (1974) en ‘Akker’ uit 1982 komt dit goed naar voren.

In 1976 kreeg Jooris de tweejaarlijkse prijs voor poëzie van De Vlaamse Gids en in 1979 de Jan Campertprijs voor de bundel ‘Gedichten 1958 – 78’. Ook ontving hij in 1981 de Prijs van de Vlaamse Provincies.

Uit de bundel ‘Bladgrond’ uit 2016 komt het gedicht dat in de ‘100 beste gedichten’ is opgenomen.

.

Nog

.

Nabij

toch weer elders

.

Hij raapt op

wat niet gevonden

kan worden

.

Hij hoort iets

wat opspringt uit beduimeld

geblader, uit gefluister

een toets die zich afvraagt

waarom

.

Hij tast naar

een gestommel van

onmondig beramen, hij brengt

het ter sprake

.

Het doorwoelt zich

.

E.E. Cummings

De Tweede Ronde

 

Ik ben een groot liefhebber van de poëzie van de Amerikaanse dichter E.E. Cummings (1894 – 1962). En hoewel ik het Engels uitstekend beheers is een vertaling van zijn poëzie toch erg prettig om te lezen. In het literaire tijdschrift De Tweede Ronde, jaargang 2, nummer 1 uit 1981 stonden een aantal gedichten van Cummings in vertaling van Peter Verstegen. De Tweede Ronde was een Nederlands literair tijdschrift met ruime aandacht voor vertalingen en verscheen tussen 1981 en 2010. Genoeg reden om hier een gedicht, dat is genomen uit ‘Eight Harvest Poets’ (1917) in vertaling en in het Engels, met jullie te delen.

 

.

‘k zal het veld inwaden
tot mijn dijen baden in brandende bloemen
Ik neem de zon in mijn mond
en spring de rijpe lucht in
Levend
met ogen dicht
om op het donker te botsen
in de slapende rondingen van mijn lijf
Zullen soepel volleerde vingers ingaan
met kuisheld van zee-meisjes
Zal ‘k het mysterie voleinden
van mijn vlees
Ik zal opstaan
Na duizend jaar
bloemen
zoenen
En mijn tanden zetten in het zilver van de maan
.
*
i will wade out
till my thighs are steeped in burning flowers
I will take the sun in my mouth
and leap into the ripe air
Alive
with closed eyes
to dash against darkness
in the sleeping curves of my body
Shall enter fingers of smooth mastery
with chasteness of sea-girls
Will i complete the mystery
of my flesh
I will rise
After a thousand years
lipping
flowers
And set my teeth in the silver of the moon
.
.

 

De 100 beste gedichten

Sven Cooremans

.

Ik ben niet echt een verzamelaar van reeksen boeken of bundels. Al vind ik het leuk als ik weer een exemplaar ontdek van ‘De Muze’ reeks die ik nog niet heb. Of wanneer ik een bundel van een dichter ergens kan kopen die het (meestal kleine) oeuvre compleet maakt in mijn boekenkast. Zo heb ik verschillende exemplaren van ‘De 100 beste gedichten’ gekozen voor de VSB Poëzieprijs.

De VSB Poëzieprijs heeft bestaan van 1994 (Hugo Claus was toen de winnaar met ‘De sporen’) tot en met 2018 (winnaar Joost Baars met ‘Binnenplaats’) met uitzondering van het jaar 2010 toen de prijs niet werd uitgereikt, en elk jaar verscheen er een verzamelbundel met gedichten gekozen uit de dichtbundels die dat jaar werden ingezonden. Ik heb van al die jaren er denk ik een stuk of vier, vijf in bezit.

Zo ook de bundel over 2015, gekozen door Peter Vandermeersch. Bladerend in deze bundel kwam ik een dichter tegen die ik nog niet kende; Sven Cooremans (1970). Hij studeerde wijsbegeerte aan de katholieke universiteit van Leuven, is leadsinger van de Nederlandstalige rockgroep ludo, redactielid van ‘Gierik’ – Nieuw Vlaams Tijdschrift’. Gedichten van hem verschenen in ‘De Brakke Hond’ en ‘Gierik’, korte verhalen in ‘DW&B’, ‘Deus ex Machina’ en ‘Gierik’.  In 2003 verscheen zijn debuut dichtbundel ‘Myeline’. In 2017 de bundel  ‘Zonder is het licht niet zacht genoeg’.

En in 2015 verscheen van zijn hand de bundel ‘Het is dat of stoppen met zingen’. In ‘De 100 beste gedichten’ is hij uit die bundel met twee gedichten opgenomen; ‘Waar bomen staan’ en ‘De friturist’ en omdat ik dat laatste gedicht erg grappig vind plaats ik het hier.

.

De friturist

.

als ze zingen

.

dan weten we

dat ze goed zijn

.

dan zijn ze goed

voorgebakken

.

wij weten dat

we horen dat

.

we zeggen daar

zingen tegen

.

Die meisjes van de schaduwkant

Helen Dunmore

.

De Britse Helen Dunmore (1952-2017) was dichter, schrijfster van romans, korte verhalen en kinderboeken. Ze studeerde Engels aan de Universiteit van York en woonde twee jaar lang in Finland. Ze was naast haar schrijver- en dichterschap werkzaam als docent. Ze was ‘Fellow of the Royal Society of Literature’ (FRSL) en ze won met haar werk verschillende prijzen zoals de Orange Prize in 1996 en de National Poetry Competition in 2010. Daarnaast werden dichtbundels van haar hand genomineerd voor de T.S. Eliot Prize en de MAN Booker Prize.

In de verzamelbundel ‘Liefde kon maar beter naamloos zijn’ Honderdvijftig dichteressen voor Amnesty International is een gedicht van haar opgenomen dat speciaal voor deze bundel werd vertaald uit het Engels. Door wie is niet bekend. Het Engelse origineel verscheen in Penguin Modern Poets uit 1997. Het gedicht is getiteld ‘Die meisjes van de schaduwkant’.

.

Die meisjes van de schaduwkant

.

Die lommermeisjes aan de groene kant van de straat,

die verre van groene meisjes die in de schaduw blijven,

die lommermeisjes in mysterieuze kleren

met labels die half zichtbaar worden

als het crèmewitte pand van hun jasje openzwaait,

die mesijes die schoppen tegen de plooiflappen

van hun crèmewitte kleren met kersenrode panden,

.

die aanstormende meisjes

die met parelmoeren paraplu’s zwaaien

zo stijf als tulpen in de knop

van een gewetenloze straatverkoper,

die meisjes in crèmewitte en kersenrode kleren

waarop de minste afdruk achterblijft,

die meisjes met hun eennaamsafspraken

die uit de zon lopen.

.