Site-archief

De Poëziebus gaat weer rijden

Jens Meijen

.

De Poëziebus is een tour, in een klassieke rode bus, voor podiumdichters waar maar liefst 20 podiumdichters uit Nederland en België  in meerijden. Dit jaar rijdt de bus van 5 tot en met 11 augustus 2019 door Nederland en Vlaanderen. Onderweg treden de podiumdichters voor en verzorgen zij workshops. De bus stopt in verschillende steden op de route die binnenkort wordt bekend gemaakt op https://poeziebus.nl/

In de aanloop naar de tour zal ik een aantal van de podiumdichters aan jullie voorstellen. Vandaag de dichter Jens Meijen.

Jens Meijen (1996) is masterstudent in de Europese studies aan de KU Leuven, recensent bij Humo, kernredacteur bij Dietsche Warande en Belfort, journalist bij De Morgen, redacteur bij Greenpeace België en auteur bij de Bezige Bij. Eind dit jaar verschijnt daar zijn debuutbundel.

 

Aderlating

I. Anatomie van de adem
Teken de setting: landschap, akker, net Kroatië maar uit een ander leven. Kleine kerk daar, lang geleden gebombardeerd. Bos verderop. Wij twee schimmen.
Avond stuitert op oogvliezen.
Teken de blauwdruk labyrintijn:
Ik ben de ruïne van de handen,
knagend aan je hersenstam
De ruïne van de adem,
rafelig als zonlicht door een bladerdak
De ruïne van de daden,
Gemorst in een stoffig, gedempt universum
Gemaanlandschapt onder mijn voeten:
grijsgroen door een nachtkijker, kale bomen, witte woestijn.
We reizen waaiend.
Ik ben het egotrippend glas-in-loodraam
mors oker en rood over de vloer
er bestaan nog steeds:
cadillacdromen uit Vietnam, glitternaaimachines, zonnelikkers, vormeloze zeepaardjes
Verwijs naar relevante denkers: Baudrillard, de Beauvoir, de Baai van Biskaje,
zeeboezem zeeboezem zeeboezem zeeboezem zeeboezem
bosdij bosdij bosdij bosdij bosdij bosdij bosdij bosdij
junglenek junglenek junglenek junglenek
dit is zoals het vangen van vlinders, woorden te drogen leggen, betekenis verdampen
(maak tantrisch bewust van hoe belachelijk taal, hoe klank)
ik het kind in de herfst plak bladeren tussen een boek tot herbarium
bewaar ook mensen tweedimensioneel in encyclopedieën
de mooiste woorden zijn rozijnen,
ze kruipen als druppels azuur tropisch water achter mijn oogleden,
laten niets ontsnappen.
Bedek mijn oren met kleverig boomsap
dit dient nergens toe.
Direct en parallel een melding op mijn smartphone: volg de scheiding van Harry en Meghan via livestream.
Je stem rinkelt als de maan twijfelend om op te stijgen, oranje zeilen in de nek.
Juist, de wereld draait voort.
Je propt de schapenwolken in mijn oren. Verdoving.
(Werkt het beter als ik vooraf verraad wat ik wil doen? Is de keuze eerlijkheid of leesbaarheid?)
Opnieuw probeer ik te pauzeren,
de wereld te ontdraaien, aardkorst te appelschillen, met mijn tenen te stoppen.
Is de lucht van glas? Zoet spek?
Bosdij ruikt naar een geurkaars. Plantaardig is het ding met peren.
Dromen zijn een raadsel en het gaat als volgt
Het smelt in je hoofd en niet in je hand
Teken je omgeving, wees oprecht:
De korenbloemen aan de rand van dit veld zijn indigo, scherp, gevlekt
hun windgeruis, het meebuigen, hun zingende mensachtige stemmen
kathedralen erfenis.
Terminators en Robocops zullen de aarde redden.
Glimmende metalen tuinen, palmbomen gemaakt van lichtzwaarden,
fonteinen fluoblauw, velden vol buitenaardse gewassen; bos vol infraroodbananen.
De zon bedekt ons met gloeiende vingers. Neonroze, neonpaars.
Zoek met mij naar synthetisch Babylon.

II. Narcose
Wandeling door de Alpen, lucht blauwer dan donkerzwart,
wanneer we in de ochtend
dronken van de zachte glazen cassisvodka uit de nachtwinkel (ook in bergdorpen)
zwachtelend om onze hersenen, mistig weilandschap nu, schemervroeg,
onze stemmen als loeiende koeien naar elkaar,
mijn smartphone een klinkelbel meldt: windhoos op komst.

Op de bergtop neem je de pose aan
van een kerstboompiek, ontdekkingsreiziger, roodgloeiende edelweiss
tot je handen zich dompelen in de poel boven ons hoofd.
De wind wordt sterker; ik zie een sterrenbeeld dat lijkt op een velociraptor. Dinosauriër was het ding met veren.
Je zegt: Het internet is al bijna ons brein. Onze hivemind. Ons collectief bewustzijn. Ons geweten vol rioolwater. Duurt niet lang meer.
De wind vlecht in elkaar, huilt, heft het dal omhoog uit de bergen, een zeppelin,
een vliegdekmoederschip tot zweven gebracht.
Wanneer we in de ochtend, lucht nog cassiskleur,
onze ogen op elkaar afstemmen,
giechelende sonars
– ze bevroeden spoken –
Zwitserland gekneed uit gekleurde klei,
klimop groeit als een ladder uit de maan naar beneden.

We blazen rookringen door het bos. Onder groene lampenkappen, in de diepte het dorp. Beekjes glibberen over onze groene wanden.
Houten stammen zijn mijn polsen, spechten zijn mijn hartslag.
De windhoos heeft berken gebroken
(net zebrapoten uitgelepeld door de zwaartekracht)
onze oren uitgewassen
de huizen beneden gespikkeld met afwezigheid van dakpannen, hagelslag.
Nu klatert
de zon door het dal naar beneden.
van veel te diep uit mijn mond stromen bedonsde woorden,
gorgelend, de gruzelementen ontslipt
aan de frangipane die je mijn verhemelte noemt
die kruimelt als de klanken hier, in dit bos, de vogels die ik vermoed te zijn,
hier, het ritselen dat me doet denken aan een sluipende panter,
achter me, het geluid van klauwen die uit poten schieten.
Je gezicht: een chronologisch vijgenblad.
III. Aurora
De lucht een lila schildpadschild omkoepelt ons.
Het is elk jaar opnieuw zo: in de zomer licht je op als aardbeien op bosgrond, ruikt je haar in de nacht weer naar de maangetijden. En het zout van onderaarde.
Lig met mij op donkere plekken.

Er is een planeet net als de onze; op de juiste dagen
wanneer de banen kruisen
smelten ze samen.
Je merkt het aan de heldere aflijning van straatlampen,
het terpentijnig sijpelen van kleur,
lakmoes, proef onze pogingen
om een dierentuin te sprokkelen.

Drinken aan iets, bier of schaaldieren misschien
Een langzame rij melkvoetstappen herhaalt zich,
een mars denk ik.
Wij worden gedragen van de aarde af,
zoetwitte schapenpootjes,
kousenvoeten, limoenbomen
Zouden we ooit het Noorderlicht zien?
De wapperende snoekgroene gordijnen van de ruimte opzij schuiven?
Zouden we elkaar ooit tot stofwolken bijten?
Hoeveel natuur moet ik nog met ons vergelijken om hetzelfde te zeggen
Alleen dit licht
Dit licht is echt

Bouwverlof

Lotte Dodion

.

De Vlaamse dichter en performer Lotte Dodion (1987) won heel wat literaire prijzen en verovert stormenderhand zowat alle poëziepodia in binnen- en buitenland. Ze stond in de finale van het Belgisch én Nederlands Kampioenschap Poetry Slam en bouwde een ijzersterke podiumreputatie uit. Lotte schrijft, draagt voor, presenteert en is tevens directeur van het Vredescentrum van Antwerpen. In 2016 verscheen van haar hand de bundel ‘Kanonnenvlees’ en uit die bundel hier het gedicht ‘Bouwverlof’.

.

Bouwverlof

ik wil niet op ons terugkijken
als op een puinhoop
wij hebben elkaar nooit
met de grond gelijk gemaakt

nu staken we de werkzaamheden
verboden de werf te betreden
niets nog uitgetekend gepland
wij zijn braakland

maar trek dan je veiligste schoenen aan
durf weer op mijn grond te komen staan
tooi je twijfels als helm
en draag mij je stenen bij

ik wil niet afraken
zonder jou
.

Eenzame uitvaart

Maarten Inghels

.

Maarten Inghels (1988) is een Vlaamse dichter die van 2016 tot 2018 stadsdichter was van Antwerpen. In die periode schreef hij het gedicht ‘Bij de eenzame uitvaart van een man die een boom wilde zijn’. De eenzame uitvaart is een literair en sociaal project waarbij dichters eenzaam gestorvenen begeleiden naar hun laatste rustplaats. Het gedicht werd geschreven door de dichter van dienst (in dit geval Maarten Inghels) bij de uitvaart van meneer P.V.d.W. Hij was een zwembadbouwer van beroep, maar leed aan het einde van zijn leven aan psychische problemen. Hij dacht hij een boom was.

.

Bij de eenzame uitvaart van een man die een boom wilde zijn

.

Een boom te willen zijn
Om in huizen binnen te kijken

Bijvoorbeeld in een kantoor in een Frans hoekgebouw
Het verlangen een Frans hoekgebouw te zijn
Waarin een ambtenaar naar zijn gaatjesmaker staart
Een gaatjesmaker te zijn en gratis lucht te drukken

De gedachte het verlangen een kantoorartikel te zijn
O de wens een voorwerp van gesprek te zijn
Een nuttige bijzaak te zijn

Een envelop zijn met iemands naam op

Een kartonnen doos met uitnodigende flappen
Het verlangen te worden gevuld

De gedachte een telefoon
Te zijn tegen vochtige oren
Vast te worden gehouden
Intieme praatjes te horen

De gedachte het verlangen een deelnemer

De gedachte het verlangen een kopieerapparaat te zijn
De billen van een kantoorbediende te printen
In een donkere bureaulade te liggen
Elk denkbaar moment onverwacht vastgegrepen te worden

Een nietmachine te zijn om dingen tussen je benen te klemmen

Of het verscheurende verlangen een liniaal te zijn
De werkelijkheid ijken aan mijn onbuigzame karakter
Een houvast worden

Het verlangen in zee
Smeltende zon te zijn

Ergens anders ter wereld weer boven te komen

De gedachte het verlangen een boom
Om bloot te worden en opnieuw te beginnen

.

Droom

Patricia Lasoen

.

Tweede dichter in de week van de vakantiepoëzie is de Vlaamse dichteres Patricia Lasoen (1948). Uit ‘Landschap met roze hoed’ haar bundel uit 1981, het licht erotische gedicht ‘Droom’.

.

Droom

 

Ik droomde van de zon
hij was een gladde
bol van bloedkoraal
en werd toen op mijn smeken
een gespierde jongeling
in strak zwart trainingspak
met glanzend rode haren.
Het was onder een pereboom
dat hij mij toen besprong:
een zalige ervaring.

.

Vakantiepoëzie

Stefan Hertmans

.

Deze week een willekeurige keuze van moderne Nederlandstalige dichters met een gedicht om de vakantie (die voor sommige mensen net voorbij is en voor sommige mensen net begonnen is) door te komen. De eerste dichter in dit kader is de Vlaamse dichter Stefan Hertmans (1951). Van hem koos ik het gedicht ‘Slijper’ uit de bundel ‘Melksteen’ uit 1986, een uitgave van Poëziecentrum Gent.

.

Slijper

.

knelde zo ooit, woordavond

in april, dit potlood

tussen duim en vingers,

zwarte gepunte lijster

van de ademnood.

.

omdat hij zwijgend schreeuwde

zijn lang omzwachtelde

met elke hand vogel

gewaande hoornsteendood,

.

drong als een voelhoorn,

in grafieten leden,

langs oren en aders,

schreef zich rood.

.

Dag stoel naast de tafel

Paul van Ostaijen

.

Over de modernistische Vlaamse dichter en prozaschrijver Paul van Ostaijen schreef ik al een aantal keer. Omdat hij in de traditie van Dada allerlei bijzondere vormen meegaf aan zijn gedichten, over zijn graf en zijn geboortehuis en nu dus opnieuw. De reden dit keer is dat ik nu een bundeltje met zijn gedichten in bezit heb. Dit heb ik gekregen van een vaste lezer van dit blog Drager Meurtant. Het betreft hier een bundeltje uit 1969 met de titel ‘Dag stoel naast de tafel’ een bundel met de teksten van een programma van fragmenten uit het muzikaal, plastisch, literair oeuvre van de Vlaamse expressionistische dichter Paul van Ostaijen, gespeeld door Arena | De nieuwe komedie. De premiere van dit stuk vond destijds plaats in het Paviljoentheater in Scheveningen gelegen naast het Kurhaus.

Het bundeltje bestaat uit vier delen: introductie, deel 1, deel 2 en Music Hall. In de bundel is ook het gedicht ‘Voetbalmatch’ opgenomen met een onderschrift erbij uit een brief van Ostaijen  aan Jos. Leonard waarin hij schrijft “Wat gedicht ‘Voetbalmatsj’ betreft, dit gedicht is niet van mij. Een mistificatie van ik weet niet wie uit Avondlied samengeflikt.”

In dit bundeltje ook het gedicht ‘Nachtelijke optocht’ waar heel duidelijk één van zijn dominerende inspiratiebronnen uit naar voren komt namelijk beeld-klank-woord en in dit geval dus vooral klank.

.

Nachtelijke optocht
.
Taptoe oe oe taptoe
stapt al maar toe
zwart van de nacht dat dik drukt de stijve straat
breekt licht logge lucht
en muziekgeschetter

Licht van de laaiende lansen
laaiende stap van de lichtende lansen
lansen van het laaiende licht
dansende licht van de laaiende lansen
dansend laaien van de lichtende lansen
laaiende   lansedans

Lansgekletter
muziekgeschetter
lichtende kadans
laaiende lansen
laaiende kadans van lichtende lansen
lichtend lucht kadans en dans van laaiende lansen
kadans van laaiende lansedans
kadans    van    dans

Lichtende lampen
laaiende lampen
licht van laaiende lampen
dans van laaiende lampen
kadans van lichtende lampen
kadans van laaiende lampen
dans van de lucht in waaiende lampen
waaiende dans van de lucht in laaiende lampen
laaiende kadans in de waaiende lampedans
kadans van lampedans
licht van lampen

Lansgekletter
muziekgeschetter
geschetter van klare klarinetten
helder gekletter van klare klarinetten
helder gekletter klarinettegeschetter
Stappen op straat
stappen breken de straat
stramme stappen breken de straat
horizontaal
vertikaal
vooral    diagonaal
lampen lichte kadans
klare klarinetten dansen in de lansedans
klarinetten lampen en lansedans
transparant

Taptoe
oe oe
taptoe

.

Een pissebeds achtkantig lied

Herlinda Vekemans

.

In Gent kocht ik de dichtbundel ‘versneden’van Herlinda Vekemans. Haar debuutbundel. Na gepubliceerd te zijn in De Revisor, Dietse Warande en Belfort, En er is, Poëziekrant, Rottend Staal, Digther en Nieuwzuid werd deze bundel uitgegeven door Poëziecentrum Gent in 2005.  In 2006 gevolgd door de bundel ‘Buiging’, in 2011 ‘Schrikdraad’en in 2015 door ‘Kwartet voor het einde van de tijd’. Olivier Messiaen (1908-1992), waarin het leven en werk van de Franse componist Olivier Messiaen centraal staat. Vekemans (1961) geeft medisch en academisch Engels aan studenten en biomedische onderzoekers van de Universiteit van Leuven. In 2009 verschijnt poëzie van haar hand in ‘Het liegend Konijn’ en in 2010 in ‘Vlaanderen.

In de bundel ‘versneden’ wordt nogal wat versneden en met elkaar vermengd, volgens de regels van bestaande verhoudingen maar ook in nieuwe en uitdagende combinaties. De bundel bestaat uit 3 hoofdstukken: proloog, De stervende Galliër, Versneden en Epiloog, De stervende Galliër. Uit het laatste hoofdstuk het gedicht ‘Een pissebeds achtkantig lied’.

.

Een pissebeds achtkantig lied

.

And other strains of woe, which now seem woe

William Shakespeare, , sonnet 90

.

amper zand en zwart en bar al

en dor en droog de leeftocht door

en scherp schrapend in oor onder

en strak van blik de ogen kwijt

en arm aan regen en boswee

en mergloos en weesmoe en dicht

met stofpootjes vol net niet nat

aarddonker de zonzolder op

.

 

Vrij

Jacques Perk

.

Ik kwam er achter dat ik in de duizenden blogberichten die ik in de afgelopen 12 jaar op dit blog plaatste, nog geen enkele keer iets van de dichter Jacques Perk heb geplaatst. Jacques Fabrice Herman Perk (1859 – 1881) was een belangrijke Nederlandse dichter die echter maar kort leefde. Hij overleed al op 22-jarige leeftijd door een longaandoening, na een kort ziekbed.

Zijn sonnettenkrans ‘Mathilde’ (in zijn geheel te lezen op: https://www.dbnl.org/tekst/perk003gedi04_01/ ), uitgegeven door Willem Kloos, vormde de opmaat voor de vernieuwende Beweging van De Tachtigers in de Nederlandse literatuur. Perks beeldende natuurlyriek, vooral in de vorm van het sonnet, waarin hij, onder invloed van de Engelse dichter Shelley, ingrijpende vernieuwingen toepaste, behoort tot het beste dat op dit gebied in het Nederlands is geschreven en heeft belangrijke invloed gehad op de poëzie van later tijd.

Perks Gedichten werden postuum uitgegeven door Carel Vosmaer en Willem Kloos. De hierbij gepubliceerde ‘Inleiding’ van Kloos zou de geschiedenis ingaan als het manifest van de Beweging van Tachtig; daarbij had Kloos de volgorde van Perks gedichten niet gehandhaafd en er vele eigenmachtige veranderingen in aangebracht. Garmt Stuiveling verzorgde in 1941 een ‘authentieke’ editie van de Mathildecyclus aan de hand van Perks handschriften. In 1957 gaf hij Perks ‘Verzamelde gedichten’ uit.

Jacques Perk overleed op 22 jarige leeftijd op het punt van doorbreken als dichter (door Carel Vosmaer werd hij in de Spectator zelfs met Dante vergeleken kort voor zijn dood) aan een abces aan zijn longen. Hij werd begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats (vak 1 nr. 19) waar ook zijn vader later is zou worden bijgezet. In La-Roche-en-Ardenne staat een herdenkingsmonument voor Jacques Perk en zijn vader Marie Adrien Perk ( die in 1882 een bundel anekdotes en legendes over deze stad publiceerde). Dit was de eerste ‘reisgids’ die verscheen over La-Roche-en-Ardenne waarna de Nederlanders in toenemende mate de stad bezochten. Dit was ook de plek waar Jacques Mathilde ontmoette waar hij zijn sonnettenkrans naar zou noemen en aan zou wijden. Uit deze sonnettenkrans het gedicht ‘Vrij’. Op bevrijdingsdag een toepasselijke titel leek me.

.

Vrij

De lauwe wind zweeft aan op loome zwingen
En spartelt door de loovers der abeelen,
Die ritselend de zonnestralen streelen,
En ’t water en zijn hellen glans bezingen.
Hoor! hoe in ’t veld de leeuweriken kweelen!
In de’ oofthof, waar de geuren ’t al doordringen,
Daar zwerven met haar mee de zwervelingen,
De vlinders, die om bloem en bezie spelen.
Mijn ziele zwerft als zij, maar kan niet vinden.
Zij ziet, hoe alles zich door iets voelt binden,
En voelt zich vrij…. De rijpe vrucht, gespleten,
Bij ’t smakken in het zand, is vrij. We ontvangen
Den dood, terwijl we ’t vrije Zijn erlangen:
Ik kan, ik kán Mathilde niet vergeten!
.
.

Ik ben terug gegaan

Marieke Eggermont

.

De Vlaamse Marieke Eggermont is geboren in 1975 in Tiegem (West-Vlaanderen) maar ze woont intussen in Gent. In 2017 ronde zij haar basisjaar literaire creatie af en in 2018 bij Creatief Schrijven (Creatief Schrijven vzw ontwikkelt, stimuleert en ondersteunt initiatieven die schrijfliefhebbers in Vlaanderen kansen geven), schreef ze zich in voor de schrijversacademie van creatief schrijven bij de afdeling Poëzie. Ze werd gepubliceerd op de website ‘Het gezeefde gedicht’ van Charles Ducal en Roel Richelieu Van Londersele. Van haar hand is het gedicht ‘Ik ben terug gegaan’.

.

Ik ben terug gegaan

Ik ben terug gegaan,  mijn lief
De open plek was leeg
De bootvrouw had geen passagiers
Er was geen huislijk licht

Ik zocht de versie die jij koos
En voorbij die eerste strofe
stond ik recht en  danste  ik
een tweede keer, voor jou.

Ik walste  dit keer heel alleen
En bij de laatste noten
Nam ik je gevoelens vast,
was ik dicht bij jou vandaan.

.

Stoempen

Wielerpoëzie

.

Het wielerseizoen gaat weer beginnen en de eerste successen voor landgenoten zijn alweer bijgeschreven. Er is een tijd geweest dat het Nederlandse wielrennen in het dal zat en dat het wielrennen als sport geplaagd werd door schandalen en doping. Vandaag de dag zijn er echter weer wielrenners die tot de verbeelding spreken zoals Tom Dumoulin en Matthieu van der Poel. Ondanks alle gedoe rondom het wielrennen zijn er altijd heel veel liefhebbers gebleven van de grote rondes en van de plaatselijke en landelijke klassiekers. In 2014 was dat reden om de bundel ‘De 100 mooiste wielergedichten’ uit de Vlaamse en Nederlandse literatuur samen te laten stellen door dichter Patrick Cornillie.

Patrick Cornillie (1961) is een Vlaamse dichter en schrijver, journalist en auteur van sportboeken en fietsgidsen. Van Cornillie verschenen (wieler)gedichten en verhalen in ‘De Muur’, ‘Deus Ex Machina’, ‘Dietsche Warande & Belfort’, ‘Dighter’, ‘Kreatief’, ‘Van Mensen en Dingen’, ‘Poëziekrant’ en ‘Vlaanderen’.

In deze bundel werd werk gekozen van pioniers ( Jan Kal en Willie Verhegghe), van succesvolle publicisten (Gerrit Komrij en Freek de Jonge) maar ook van nog onbekende fans (Jeroen Wielaert, Wim Schrever). Veel teksten overstijgen dankzij de voorspelbare metaforen de sport an sich, richten zich op winst en verlies, doorzettingsvermogen en opgeven en op leven en dood.

Van Cornillie staat er uiteraard ook een gedicht in deze bundel te weten ‘Speeltijd’ dat in 2010 verscheen in de bundel ‘Roem en kippenvel’.

.

Speeltijd

.

Tussen de lessen moedertaal

was het lang stilzitten

met je broekzakken bol

van de knikkers.

.

Om na het verlossende

belsignaal mee te mikken

naar de prentjes van de coureurs.

.

Het was een kunst om ze

van zeven tegels ver

neer te kegelen: de paarse

van Mercier-BP, de blauwe

van Willem II, de gele

van Mann en Kas-Kaskol.

.

En dan was er nog dat ene idool,

met Faema en opvallend rode V,

waarvoor je nog eens drie

stappen achteruit moest gaan.

.

Zelfs op de speelplaats

van een jongensschool was Merckx

moeilijk te verslaan.

.