Site-archief

Olijfboom

Gedicht in de metro

.

Op 22 maart 2016 werden diverse aanslagen in en rond Brussel gepleegd, door teruggekeerde IS aanhangers, waarbij in totaal 35 mensen om het leven kwamen. Een van deze aanslagen was in de metro van Maalbeek.

Op 20 juli 2016 werd in dat zelfde metrostation Maalbeek een herdenkingsmonument ingehuldigd voor de slachtoffers van de aanslag op 22 maart. Het gaat om een getekende olijfboom van de hand van kunstenaar Benoît Van Innis, geflankeerd door een gedicht van Federico García Lorca. Van Innis zegt hierover: “De olijfboom is een universeel symbool van de vrede. Ik hoop dat ze dat hier ook kan zijn.”

Het kunstwerk is 2,75 meter op 6,5 meter groot, en terug te vinden aan de ingang langs de Etterbeeksesteenweg. Het kunstwerk stelt een olijfboom voor, met aan weerszijden een gedicht van Federico García Lorca – een Nederlandstalige en Franstalige versie. Daarnaast zijn er nog zes vertalingen in het Duits, Spaans, Engels, Arabisch, Russisch en Chinees. Toen het kunstwerk werd onthuld bleek er een fout geslopen te zijn in de naam van García Lorca (zijn voornaam werd geschreven als Frederico en niet Federico), deze fout is inmiddels hersteld.

De tekst in het Nederlands luidt:

.

Blauwe hemel.

Gele akker.

.

Blauwe berg.

Gele akker.

.

Over de verschroeide vlakte

stapt een olijfboom.

Een eenzame

olijfboom.

.

Négligés

Yousra Benfquih

.

In 2017 zou de Vlaamse, van Marokkaanse komaf, Yousra Benfquih als dichter mee gaan met de Poëziebus. Door omstandigheden is daar toen helaas niet doorgegaan. Wel kwam ze in de Poeziebusbundel met een gedicht. Yousra Benfquih is mensenrechtenjuriste en doctoraal onderzoekster aan de Universiteit Antwerpen (Recht & Ontwikkeling). Maar het recht deelt haar hart met de kunsten, om meer specifiek te zijn tekenen en schilderen en schrijven. Ze begon het academiejaar met een schrijfopleiding aan de Academie van Borgerhout, werd toegelaten tot de Parijse residentie van de Buren en won de TXT-on-stage wedstrijd Naft voor Woord.

Uit de Poëziebundel van de Poëziebus 2017 met de veelzeggende titel ‘Staalkaart van de Nederlandstalige podiumpoëzie’ het gedicht ‘Négligés’ van haar hand.

.

Négligés

.

Daal dieper af, daal enkel af

maak, alle meervoud van je los:

je hemden

je bloesjes

je doorkijkverdrieten.

Kom, ik vouw je in mij als:

enkelvoud.

Hier ben je, hier is het

voor één keer

altijd genoeg.

.

Paul van Ostayen

Gedicht op een muur

.

In de Joodse wijk (rond de België lei) van Antwerpen staat heel groot op een muur van het Sint-Vincentiusziekenhuis een gedicht getiteld ‘Zeer kleine speeldoos’ van Paul van Ostaijen (1896 – 1928). Het geboortehuis van deze dichter is vlak om de hoek op de Lange Leemstraat 53. Geboren als Nederlander (zijn vader was Nederlander, zijn moeder Vlaams) kreeg hij op zijn 22ste ook de Belgische nationaliteit. In zijn laatste levensjaren propageerde Van Ostaijen de ‘zuivere lyriek’: pure klankpoëzie zonder bijbedoelingen. Het gedicht moest ‘geontindividualiseerd’ zijn, autonoom, los van de werkelijkheid en de gevoelens van de dichter. Zijn laatste gedichten werden postuum uitgegeven onder de titel ‘Nagelaten gedichten’. Uit de bundel ‘Gedichten’ uit 1935 komt het gedicht op de gevel van het ziekenhuis.

.

Zeer kleine speeldoos

.

Amarillis

hier is

in een zeepbel

Iris

hang de bel

aan een ring

en de ring

aan je neus

Amarillis

Schud je ’t hoofd

speelt het licht

in de bel

met Iris

Schud je fel

breekt de bel

Amarillis

Waar is

Iris

Iris is hier geweest

Amarillis

aan een ring

en de ring

aan jouw neus

Wijsneus

Amarillis

.

 

Hugo Claus

Avondland

.

Van de Vlaamse dichter Hugo Claus (1929 – 2008) verscheen in 1994 de bundel ‘Gedichten 1948 – 1993’ met daarin het volgende gedicht.

.

Als er niets nieuws is in het avondland

maar alleen wat er geweest is vanaf het begin,

wat kan ik uitvinden dat niet faliekant

een eerder geboren kind verzint?

.

Jij staat al Etruskisch, Helleens, Azteeks

op ansichtkaarten aan de wand gepind

te lonken, te koop, al te zeer bemind,

mijn eeuwenoude jonge feeks.

.

Hoe zou de antieke wereld reageren

tegenover het huidig mirakel van je lijf?

Blijven geloven dat geen ogenblik

.

ooit zonder herinnering kan genereren?

Die oude rakkers wisten van geen blijf

met jouw eenzelvigheid, net zomin als ik.

.

Poëzie in Zurenborg

Rutger Kopland

.

Afgelopen weekend was ik in Antwerpen en daar kwam ik, al wandelend door de wijk Zurenborg (aanrader voor als je van Art Neauveau architectuur houdt) een gedicht van Rutger Kopland tegen. Op een raam van een huis in de Transvaalstraat was in folie een gedicht van Rutger Kopland aangebracht. Wat zo aardig is aan deze regels, is dat ze uit het gedicht ‘Groningen’ komen maar blijkbaar inspirerend en bruikbaar genoeg om ook in andere steden van toepassing te zijn.

Het volledige gedicht uit de bundel ‘Dankzij de dingen’ uit 1989 luidt:

.

In Groningen

 

Je bent in Groningen, maar hier
ben je dat niet, dit is een onbekende
plek, dit is een gedicht in
deze stad.

Waarin je al die jaren kwam en
ging, door altijd zon, altijd regen,
altijd wind, totdat je hier
stond, en dit las.

Je kwam en gaat weer weg, ook nu.
Zo zal het blijven tussen ons, ik ben
een onbekende plek

.

Gedichten op vuilniszakken

Tom Lanoye

Het project heet ‘Dichter bij de mensen’. Door toegankelijke teksten van gerenommeerde schrijvers op huisvuilzakken te plaatsen, op grote schaal te verspreiden en zichtbaar te maken voor de hele bevolking, hoopte Kortrijk de bevolking wat cultuur bij te brengen.
Bovendien zag het stadsbestuur in de witte vuilniszakken met zwarte opdruk (Tot nu toe hadden de Kortrijkse huisvuilzakken een donkergrijze kleur) een middel om de verzuring in de maatschappij tegen te gaan. Volgens de verantwoordelijke wethouder De Coene was het een maatregel tegen de verzuring: ‘We leven allemaal in welstand en toch is er een foetercultuur, kijk maar naar de brieven in de krant. Er is een toename van het onbehagen.’

Het sprak de inwoners van de gemeente Kortrijk in België kennelijk nogal aan. De vele duizende vuilniszakken die gedrukt werden waren in no time uitverkocht.

Het gedicht van Tom Lanoy luidt:
.
Vuilnispraat
.
Kom, steek mij vol. Het kan, het mag
het is zelfs obligaat. Kieskeurig ben ik
niet: ik kan tegen een geurtje en zelfs
tegen de kleur van alles wat vergaat.
.
Laat mij met zorg uw vuiligheid verhullen.
Het is mijn zelfgekozen taak. Benut me dus
en wees, voor eens – gesteund door zelfs
de Staat – een zakkenvuller van formaat.
.
Met dank aan Karin Wissink en John Roovers voor het vinden van de foto’s.

Zwembad

Sam Hoeck

.

De Vlaamse dichter Sam Hoeck (1995) studeert filosofie aan de universiteit van Antwerpen en wil daarnaast heel graag schrijven.Van tijd tot tijd staat ze op een podium om haar teksten ten gehore te brengen, andere keren weer zijn haar teksten vooral om te lezen. Sam Hoeck is naast dichter ook verzamelaar van pasfoto’s. In 2017 was Sam Hoeck een van de dichters die deelnamen aan de Poeziebustoer. Ook is zij verbonden aan het Collectief Dichterbij, verenigd Kempisch woordtalent. Van haar het prozagedicht ‘ Zwembad’.

.

Zwembad

.

Aan de rand van het zwembad staat een man. Hij neemt een kind

vast bij de enkel en steekt het in de lucht als een trofee. Het kind

hangt ondersteboven. In de veronderstelling dat het kind valt als

het losgelaten wordt, zegt de man: ” Kijk ik red een kind.” Iemand

passeert en zegt: ” Misschien is hij de moeite van het redden niet

waard.” De man laat het kind los. het kind valt ussen haakjes,

wordt niet meer bekeken, ook al is het er nog steeds.

.

Ik draag een badpak waarin mijn tepels uitgesproken aanwezig

zijn. Ik zit aan de rand van het zwembad en het kind in zijn

zwemband drijft voorbij.

.

Ik       Ben je gevallen?

Hij      Ja

Ik       Doet het pijn?

.

Het kind trekt zijn schouders op en laat ze weer los.

.

Hij      Valt wel mee

.

Ik ben bang dat mensen naar mijn tepels kijken. In het water volgt

iedereen dezelfde koers, alleen de gedachten gaan andere kanten

uit. Een vrouw met een rode badmuts op haar hoofd denkt aan de

liefde als een bokswedstrijd: wachten tot de ander opgeeft, zodat

alleen achterblijven een teken van overwinnen is.

.

Young poets en Meander

Nathan van der Borght 

.

De redactie van taalplatform Young Poets (initiatief van het Letterkundig Centrum Limburg)  organiseert onder andere wedstrijden voor jonge schrijvers tussen de 14 en 25 jaar zoals bijvoorbeeld afgelopen lente.  Het thema was ‘Vriendschap’. Bij het thema horen termen als vertrouwen, veiligheid, onvoorwaardelijkheid maar ook kwetsbaarheid, verdriet en herinnering.
De deelnemers schreven een (niet eerder gepubliceerd) gedicht van maximaal 500 woorden.
De jury werd gevormd door dichter Jonathan Griffioen, docent Nederlands Jaap Linde (Vrije School Parkstad), Elly Woltjes (Meander) en Alja Spaan (dichter, Meander).  Zij kregen alleen de leeftijd van de auteur te zien. Afgesproken werd met de winnaars en Merlijn Huntjens (consulent Literatuur, het Huis van Limburg) de eerste drie winnende gedichten op de Meandersite te plaatsen. Alle winnende gedichten zijn te lezen op https://meandermagazine.net/wp/2018/05/young-poets/

Winnaar van deze wedstrijd werd Nathan Van der Borght (2001). Nathan studeert Latijn in het 5de middelbaar te Antwerpen. “Ik ben 16 zomers oud. Voor mij is poëzie een manier om met alles om te gaan, een manier om mezelf uit te drukken. Ik ben al van jongs af aan absoluut geobsedeerd door literatuur. Emoties omvormen in woorden, emoties omvormen in een metrum en vorm is iets wat me ongelofelijk veel voldoening geeft. Zijn winnende gedicht is getiteld ‘Vriendschap’.

 

Vriendschap

.

Vriendschap is een ochtend die je zelf hebt aangebroken.
Zelf kiezen wanneer de zon opkomt.

Vriendschap is voornamelijk geel, met vlekken gesatureerd blauw.
Zeker geen rode stukken.

Vriendschap is schappelijke wind op een
warme zomerdag.
Zon op een koude winterdag

Een vroege lente, juist wanneer je het nodig had.

Een boom die juist in die hoek groeit,
een bloesem waar de woede van afspat,
gewelddadige kleuren. Overweldigd.

Vriendschap is ook plotseling vragen vergeten en in vloeibare vorm vallen,
wetend dat het opstaan erbij hoort.

Even blijven liggen op de grond,
naar de lucht kijken en je hebt net de
hemel gezien maar je zegt er toch maar beter niets over.

Verdwijnen en wegkwijnen,
goedkope wijnen en samen rijmen.

Vriendschap zijn aders, jij bent bloed.

Vriendschap is van jezelf houden.

.

 

Knipoog

Elma van Haren

.

Dichter en beeldend kunstenaar Elma van Haren (1954) studeerde aan de kunstacademie in Den Bosch en vertrok daarna naar Amsterdam. Tegenwoordig woont en werkt ze in België.
Ze debuteerde in 1988 met de bundel ‘De reis naar het welkom geheten’, die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandse poëzie (het was de eerste keer dat deze prijs werd uitgereikt). In 1997 ontving ze de Jan Campert-prijs voor haar bundel ‘Grondstewardess’. Het gedicht ‘Het schitterende’ uit de bundel ‘Eskimoteren’ werd gekozen als een van de drie beste gedichten van 2000. Naast haar dichtwerk schreef ze voor het literaire tijdschrift  De Revisor.
Van Harens poëzie kenmerkt zich door los rijm en een eigenzinnige typografie, alsof impressies en fragmenten op willekeurige wijze met elkaar verbonden zijn. Haar poëzie vormt zich uit haar voortdurende en onbegrensde verbazing over de dagelijkse realiteit, welke worden vermengd met associaties en herinneringen, die, eenmaal op schrift gezet, weer hun eigen associaties genereren. Haar poëzie is vaak verhalend opgebouwd waardoor de vrije vorm gekozen kan worden en elk gedicht weer anders van opzet is.

Uit  haar debuutbundel ‘De reis naar het welkom geheten’ uit 1988 het gedicht ‘Knipoog’.

.

Knipoog

.

Buiten mist. Het ratelen van de wielen
verhult alle geluid hierbinnen.
Ik kan niets meer horen.
Blikken ontwijken me, naamborden ontglippen me.
Op goed geluk moet ik er straks uit.

Het is er weer, dit stollen,
na langdurig het hoofd te hoog
te hebben gedragen.
In mijn bagage,

mijn dagboek,
ontvleesd verleden, een herbarium vol bladskelet.
Ik blader.
Zo was het in een paar woorden.
Geklost als kant, wit gezouten,
dit tenminste
blijft!

De trein stopt.
Ik bezichtig een bekende touristenplaats.
Een bord zegt ‘Bezoek onze grotten!’
Ik volg de pijlen en word welkom geheten
in scherp verlichte,
haast kraakheldere catacomben,
waarin opeen gepakt is,
waarin tot aan het plafond toe
opgestapeld is.

.

                                                                                                                                                                                          Foto: Astrid Dewaele

gewapend oog

Gust Gils

.

Gust Gils (1924 – 2002) is geen nieuwe naam op dit blog. Eerder schreef ik al over hem, zijn werkzaamheden (o.a. één van de oprichters van Gard sivik) en over een paar van zijn bundels. Hier voeg ik vandaag de bundel ‘gewapend oog’ aan toe. Deze bundel is uit 1966 (mijn exemplaar. 2e druk) maar het origineel stamt uit 1962 en de jaren zestig (en in zekere zin ook de jaren 50) komen naar voren in de teksten en het taalgebruik. De teksten doen me denken aan Simon Vinkenoog en om een dichter van nu te noemen Sven de Swerts. Geen interpunctie (of heel weinig), geen hoofdletters of punten (soms wel soms niet) maar wel komma’s. Toch is het interessant om de gedichten in deze bundel te lezen, juist als een document uit die tijd. Ik koos uit de bundel, met een bijzondere omslag van Patrick Conrad, het gedicht ‘vreemd was dit’.

.

vreemd was dit

.

vreemd hij zegt herkenbare dingen

maar hijzelf is niet herkenbaar.

.

wat zal gebeuren als mijn woorden hem bereiken?

wie zijn wij dan?

.

oh dacht ik zomaar twee tussendoorheden

elk animator van zijn eigen draadverwrongen leven.

.

maar reeds te ondenkbaar om iets anders te doen

heeft hij dood om zich heen gespeldepunt

.

reeds te zeker alleen blijf ik achter een afgeknaagd

stuk schedel in de hondse ruimte

.