Site-archief

De luwte van het late middaguur

Lut de Block

.

In een kringloopwinkel in Brugge (ja ik kom daar nogal eens, soms hebben ze een hele aardige collectie poëzie van vroeger en nu zoals ook daar in Brugge) kocht ik een aantal dichtbundels. Een van die bundels was van een dichter Lut De Block (1952) uit Vlaanderen. Ze studeerde filosofie aan de RUG; zij werkt als freelance journaliste, o.a. voor Knack. In 1984 debuteerde ze met de bundel ‘Vader’. In haar werk is één van de kernthema’s de vader-dochter relatie (evenals de natuur en de dood). Reden hiervan ligt in het feit dat ze in februari 1963 haar vader dood aan de keukentafel vond. Dit trauma was een belangrijke inspiratiebron voor haar vroege werk.

Lut de Block heeft inmiddels 7 poëziebundels en een roman gepubliceerd. In de Special van MUGzine die begin 2024 in de Poëzieweek verscheen, is zij opgenomen als dichter. De reden was toen dat ze, net als de andere dichters in de Special, een relatie had met het bibliotheekwerk (zij was werkzaam in de bibliotheek van Gent). Nu heb ik dus de bundel ‘De luwte van het late middaguur’ in bezit, uit 2002 met een door Lut handgeschreven opdracht voorin uit 2006.

Op de achterflap staat over deze bundel te lezen: “Deze bundel exploreert het volledige leven. Er staan talrijke atmosferische gedichten in, die soms een broeierige, sterk erotisch geladen sfeer oproepen en altijd zijn neergeslagen in een taal zonder omwegen, vol passie, recht voor zijn raap, zij het nooit eenduidig of eendimensionaal.” In het titelgedicht dat ik uitkoos is dit alles aanwezig.

.

Het gebeurt. In de luwte van het late middaguur

als de dag zich ontdoet van haar hitsige kleren

en een vrouw zich opent. Het wordt windstil en

later want de tijd en de dingen gaan door. Het leven

beweegt. Zijn stem wrenst, zijn geur schraapt

haar bedwelmend uiteen. Hoe het nu verder moet

weet niemand, maar dat ze verder moet weet zij alleen.

.

Integratie

Anouk Smies

.

Anouk Smies (1975) publiceerde gedichten op onder andere Krakatau, de Optimist, Ooteoote, Deus Ex Machina, Meander, Mugzine en de Contrabas. Ze debuteerde in 2013 met de bundel ‘Citaten van een roofdier’. Haar tweede bundel, ‘Wie heeft een middelpunt nodig’, werd in 2017 genomineerd voor de J.C. Bloemprijs. In 2018 kwam haar derde bundel ‘Onbeschoft, zo wit’ uit. In 2021 volgde haar vierde bundel ‘De drang om niemand af te maken’. En nu is er een nieuwe bundel van haar hand verschenen bij uitgeverij Opwenteling getiteld ‘Mijn cloud, die de uwe is’.

Op haar website staat te lezen: “In ‘Mijn cloud, die de uwe is’ speelt het idee de hoofdrol. In haar vijfde bundel duwt Anouk Smies de lezer door nauwe ruimtes van bezwering en techniek. In deze poëzie valt het grote gelijk samen met de wachtmuziek van de eigen bubbel. Alles buiten de data is propaganda.”

Prachtige woorden maar je weet na lezing nog steeds niets. Daarom een voorbeeld. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Integratie’.

.

Integratie

.

Wees subversief

Was botten in rivieren

Wis films die in fantasie blijven steken

Schrap uw voorkeur voor fossielen en geschiedenis

.

In de afgelopen veertig jaar trilde techniek in uw binnenzak

terwijl die binnenkort door de binnenzak van uw cellen zwemt

.

Wees onbevreesd

Visualiseer hoe een laser de blinde vlek van uw zelfbeeld scalpeert

.

Ontspan

Als de Dalai Lama zegt dat een programmeur als AI-programma reïncarneert

bewijst hij dat bovenmenselijke intelligentie

de kwinkslag integreert

.

Ontmoeting met Joseph Brodsky

Peter Du Gardijn

.

In de bundel ‘Onder de dieren’ van Peter Du Gardijn uit 2007, staat het gedicht ‘Ontmoeting met Joseph Brodsky’. In het kader van dichters over dichters leek me dit een geschikt gedicht. Joseph Brodsky (1940-1996) was een Russische dichter. Peter Du Gardijn (1963) publiceerde onder meer verhalen en gedichten in De Revisor , Tirade , Bunker Hill , De Tweede Ronde , Terras en De Gids. In 2006 debuteerde hij met de roman Nachtzwemmen. Een jaar later volgde zijn eerste dichtbundel, ‘Onder de dieren’. Pas in 2014 zou een tweede dichtbundel het licht zien getiteld ‘Wat huid is’. Bij deze twee dichtbundels is het vooralsnog gebleven.

Wil je meer gedichten van Peter Du Gardijn lezen, ga dan naar de website van uitgeverij van Oorschot. Hieronder het gedicht van zijn hand over Joseph Brodsky.

.

Ontmoeting met Joseph Brodsky

.

Een ontheemde met een sproetroestig gezicht

nooit gezwicht voor het lot van de worm.

Ritmisch kraste zijn stem steeds over het papier

in gespannen eendracht met de vorm.

.

Ik zag hem op een kade in Rotterdam, getij

dat zich vrij zong als een organische harmonica.

Tot hij de herfstkreet bitter van de havik sneed!

Zo was hij al opgestegen voor zijn dood,

.

in het rococo kolken van zijn sigarettenrook.

Heel de wereld omgesmeed tot miniatuur,

landschap van taal. En winter, winter! O ja?

.

Was het dan toch Russisch, zangzingend

klank op klank ontsnappen aan Lenins dictatuur?

Poëzie, levenssap helder en wrang als wodka.

.

Dat dichtbij zo veraf kan zijn

Willy de Boo

.

Bij MUGbooks is zojuist een nieuwe bundel poëtische teksten en gedichten verschenen van Willy de Boo. Willy is freelance verslaggever, studeerde taal- en letterkunde Engels en schreef verschillende bedrijfspublicaties. Ze schreef verschillende artikelen en interviews met schrijvers, kunstenaars en dichters en ze maakt jarenlang deel uit van een groep kunstenaars die zich binnen Nederland bezig hield met de aankoop van kunstobjecten.

Ze volgt sinds enige jaren colleges met filosofische strekking en ze analyseert, onder begeleiding van dichter Peter Swanborn, werk van dichters van vroeger en nu. In 2015 verscheen haar debuutbundel ‘Zeepbellen’ en nu is er dan haar tweede bundel met Gedichten en poëtische teksten. De bundel is te koop voor € 10,- bij de dichter maar ik kan je met haar in contact brengen. De titel van de bundel ‘Dat dichtbij zo veraf kan zijn’ is genomen uit het gedicht ‘Dichtbij’.

.

Dichtbij

.

Hoe ver zou je moeten

gaan

om je bereisd te voelen

.

naar het Château van Montaigne

Hemingway’s Key West

naar Jackson Mississippi of

een rondvaart in Brest?

.

de Okefenokee Swamp in Georgia

naar het Engelse platteland

tot aan Afrika’s Savannen

of een ver idyllisch strand?

.

‘dat dichtbij zo veraf kan zijn’

riep een fietser uit Maassluis

al ter hoogte van Maasland

voldaan zette hij zijn tent op

bij een camping aan een polderrand

.

Houtskoolgedicht

Anton Martineau

.

Op een website van een kunstveiling kwam ik een houtskoolgedicht tegen van Anton Martineau waarin kunst en een gedicht samenkomen. Antoon Peter Johan Martineau (1926-2017) was een Nederlands beeldend kunstenaar en dichter. Hij werkte als kunstschilder, tekenaar, graficus en beeldhouwer in de stijl van het figuratieve expressionisme. Martineau was docent voor schilderkunst aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam (1978‐1988). Ook was hij docent aan de Vrije Academie in Den Haag (1969) en gastdocent aan de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam.

Als dichter zocht Martineau naar een sterke zeggingskracht door zijn materiaal te ‘kneden’, te herordenen en herschrijven, tot de meest expressieve vorm gevonden is, zonder daarbij te willen vervallen in effectbejag door een opzettelijk vuurwerk van krachttermen; ook rustige momenten en leegte hebben naar zijn zeggen hun waarde. Hoewel hij al veel langer schreef debuteerde hij als dichter pas in 1992, met de bundel ‘Martineau, poëzie van een dubbeltalent’.

Het houtskoolgedicht gemaakt in de periode 1945-1999 luidt:

.

ik ruil een regenbui

voor jouw handgemeen

verstrikt in je

franje, een

zwetend houvast

suiker op

je wangen

niets mag

gemorst want

altijd die

honger, die

honger

kijk ik naar

jou

.

Een anekdote

Frans Deschoemaeker

.

Frans Deschoemaeker (1954) was tot 2015 ambtenaar op het onderwijsministerie te Brussel waarna hij zich richtte op het dichterschap. Deschoemaeker was redacteur van de literaire tijdschriften Filter en Nieuwe Stemmen en mede-oprichter/redacteur van Diogenes (een Vlaams letterkundig tijdschrift dat verscheen tussen 1984 en 1992).

Hij publiceerde kritische beschouwingen in onder meer Ons Erfdeel, Poëziekrant, Bibliotheek van de West-Vlaamse Letteren, en het Kritisch Lexicon van de Nederlandstalige literatuur na 1945. In 1979 debuteerde hij met de bundel ‘Stroomafwaarts’ waarna nog een aantal bundels volgde.

Voor zijn werk ontving Deschoemaeker onder andere de Poëzieprijs van de Vlaamse Club voor Kunsten, Wetenschappen en Letteren (1978), de Prijs voor Poëzie van de provincie West-Vlaanderen (1983), de Maurice Gilliamsprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (1994) en nominaties voor de Hugues C. Pernath-prijs en voor de Prijs van de Vlaamse Poëziedagen (1991).

Bij PoëzieCentrum Gent verscheen in 2011 zijn bundel ‘Onder de barnsteenroute’ en uit die bundel nam ik het gedicht ‘Een anekdote’.

.

Een anekdote

.

Twee keer per jaar steekt Julien Cracq,

schrijver, winnaar van de Concourt en

kamergeleerde, de Parijse ringweg

over, om in drie weken

helemaal naar Anjou te wandelen,

waar zijn zus woont in het ouderlijk huis.

.

Eens in cadans, eens in het zicht

van de leistenen dorpen,

groeit achter zijn rug

het pad dicht bij elke stap

en krijgen woorden ritme en wind.

.

Tot op hoge leeftijd. en tot zover

de anekdote: eens in cadans, eens in het licht

van de zon op de leistenen dorpen,

verdampt een man

in het spoor dat hij trekt

door het gras, de woorden, de dauw.

.

Ode aan de jonge flandriens

Patrick Cornillie

.

Nu de Tour de France nog maar net gestreden is, kom ik een wielergedicht tegen op een ongebruikelijke plek namelijk op een bierfles. In 2017 verscheen van de Vlaamse dichter, schrijver en journalist Patrick Cornillie (1961) een gedicht op een bierfles van het merk Kwaremont. Een limited edition (van maar liefst 40.000 stuks!) met het gedicht ‘Ode aan de jonge flandriens’ van Cornillie en met een tekening van Frans Dejonckheere. Een flandrien is een wielrenner die een wielerwedstrijd hard maakt door voortdurend te kiezen voor de aanval en te blijven rijden totdat hij oververmoeid de streep bereikt. Patrick Cornillie is dan ook vooral een wielerschrijver en -dichter.

Ik schreef al eerder over wielergedichten van Anne Baaths en van Cornillie maar nog niet eerder in combinatie met één van de leukste categorieën op dit blog ‘gedichten op vreemde plekken’. Er werden in 2017 drie van die speciale Kwaremont-flesjes gelanceerd; op de andere twee staan de beeltenis van Tiesj Benoot en Edward Theuns, twee Belgische wielrenners.

Je kreeg de biertjes gratis bij Het Nieuwsblad, samen met de wielergids 2017. Enkele van die flesjes Kwaremont hadden trouwens een unieke code op de achterzijde. Wie een exemplaar in handen kreeg, maakte kans op een duo-ticket om de Ronde van Vlaanderen live mee te maken vanaf de eerste rij in het Kwaremont Koerse Kaffee Deluxe aan de voet van de Oude Kwaremont. Ik zeg een prachtig initiatief al vraag ik me af of zoiets, de combinatie van gratis bier weggeven bij een wielerwedstrijd én poëzie in Nederland zou kunnen.

Cornillie debuteerde in 1989 met de bundel ‘De draagwijdte van het heden’ en schreef sindsdien vele dichtbundels, fietsgidsen, sportboeken en proza. Zijn werk werd verschillende malen onderscheiden, zo kreeg hij onder andere poëzieprijzen in Halle, Harelbeke, Keerbergen en Ronse, de Yang Poëzieprijs en de Julia Tulkens Poëzieprijs. Het gedicht van Patrick Cornillie op de bierfles van Kwaremont lees je hieronder.

.

Ode aan de jonge flandriens

.

Gemaakt zijn ze, voor de koers,

gebeiteld voor wind en kasseien.

Het hoofd vol van bloemenmeisjes,

zegeroes en adrenaline in de dijen.

.

Gebrand op de Broektestraat, de kick

als eerste de Kwaremont op te stomen.

Want ongedurig zijn ze en al wielergod

in het diepste van hun velodromen.

.

Kingsize

Laurine Verweijen

.

Zo nu en dan kom ik een gedicht tegen van een dichter die ik niet ken. Toegegeven, dat gebeurt niet heel vaak, en misschien daardoor ben ik altijd verrast als zo’n dichter al best wat op zijn/haar palmares heeft staan. Dit gebeurde me toen ik in de bundel ‘Voor alle dagen’ Honderd-nog-wat gedichten zonder gelegenheid uit 2023 het gedicht ‘Kingsize’ van Laurine Verweijen las. Want deze dichter kende ik niet.

Nu blijkt Verweijen (1981) al enige jaren mee te lopen. Ze werkt als strateeg (lees ik op meerdere websites maar wat daar nu precies mee bedoeld wordt? Waarschijnlijk is ze merkstrateeg en doet ze branding en campagnes voor bedrijven) en is daarnaast dichter. In 2016 won zij de tweede prijs bij de Turing Gedichtenwedstrijd en gedichten van haar hand werden gepubliceerd in tijdschriften en magazines als Tirade, De Gids, De Revisor en het Liegend konijn.

In 2020 debuteerde ze met de bundel ‘Gasthuis’ waarin ze ‘bedachtzaam en energiek dicht vanuit onverwachte perspectieven over het zoeken naar een plek en het vasthouden van dingen die continu in beweging zijn’. Deze bundel werd genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs voor het beste debuut. Haar poëzie werd vertaald in het Frans en Engels en ze is betrokken bij het Tijdschrift Terras voor Internationale literatuur.

Opmerkelijk dus dat ik haar niet kende maar daar is dus nu verandering in gebracht. Het gedicht ‘Kingsize’ nam ik uit de bundel ‘Voor alle dagen’ samengesteld door Stefanie Liebreks, Joost Oomen en Yentl van Stokkum.

.

Kingsize

.

Je zou geen kind kunnen krijgen,

om het geenkind te leren dat ook die keuze

bestaat, daarvoor zou het wel

een meisje moeten zijn – om het die vrijheid

mee te geven. Als het geenkind een jongen is,

zou je het leren hoe met meisjes om te gaan.

.

Je zou geen kind kunnen krijgen en het ook aan

andere vrouwen willen laten zien, op het terras,

.

de werkvloer, wanneer je op vakantie bent.

.

Anderen zullen eerst denken dat het welkind

bij opa oma slaapt, dat je gescheiden, of nee

.

het geenkind

komt als allerlaatste.

.

Je zou keer op keer het nietkind

naar voren schuiven, als de keuze

die je hebt gemaakt en hoe je die

met lege handen draagt.

.

 

Roosterpoëzie

Norbert De Beule

.

Tijdens mijn bezoek aan de Permeke bibliotheek in Antwerpen viel mijn oog op een rooster naast een boom op het plein waaraan de bibliotheek ligt. Het bleek geen gewoon rooster maar een rooster met daarin een gedicht van Norbert De Beule (1957). Toen ik verder keek bleken er meer van dit soort roosters op het plein te liggen. De gedichten zijn geplaatst bij de heraanleg van het De Coninckplein. Antwerpen Boekenstad selecteerde regels uit de boomgedichten van het stadsdichtersproject ‘Bomenstad’ van Peter Holvoet-Hanssen.

Norbert De Beule debuteerde als dichter  in 1987 met de dichtbundel ‘Rockoco’, een aflevering van Quarant-Dash? – Tijdschrift voor literaire scherpzinnigheid, dat al na één jaargang ophield te bestaan. Hierna volgde verschillende bundels als ‘Yelle!’ (2003), ‘Ebdiep’ (2006), ‘Boekhouder van het Rusteloze’ (2009) en ‘Tri ti tiii’ (2013) welke werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs. Ook schreef De Beule meerdere poëzieprogramma’s voor scholen.

Op het Coninckplein in Antwerpen staat dus een gedicht van hem zonder titel (al lijkt het ‘de populier’ te heten als ik de plek op Straatpoëzie.nl geloven mag).

.

De populier waarop

de beroemdste glimlach

doordringt verzamelde

maar liefst tweehonderd

jaarringen die de boom

van binnenuit verlichtten

vandaar die groteske

uitstraling

.

Poëzie in de ruimte

Ada Limón

.

De maan is misschien wel het onderwerp geweest van evenveel gedichten als er sterren aan de hemel zijn. Maar zijn koude neef, Europa – een van de grootste van de vele manen die rond Jupiter cirkelen, het zijn er maar liefst 95 – krijgt in literaire kringen iets minder aandacht.

Tot nu. Op verzoek van NASA heeft de Amerikaanse dichter Ada Limón (1976) een gedicht van 21 regels geschreven, ‘In Praise of Mystery: A Poem for Europa’,  dat helemaal naar zijn interplanetaire muze zal reizen. De Space Administration zal het gedicht mee laten reizen op de Europa Clipper , een onbemand ruimtevaartuig dat in de herfst van 2024 in de baan van Jupiter zal worden gelanceerd om wetenschappelijke observaties uit te voeren. Leuk weetje: iedereen heeft ook de mogelijkheid om een naam toe te voegen aan de ‘boodschap in een fles’ op de website van NASA, die samen met het gedicht van Limón in het ruimtevaartuig zal worden geëtst.

De Clipper zal een afstand van 3,5 miljard kilometer afleggen en in 2030 op zijn bestemming aankomen. Wetenschappers geloven dat zich onder het ijskoude oppervlak van Europa water bevindt, en mogelijk de omstandigheden om leven mogelijk te maken. Limón zinspeelt hierop in haar vrije vers en schrijft: “En het is niet de duisternis die ons verenigt, niet de koude afstand van de ruimte, maar het offer van water, elke druppel regen.”

Ada Limón werd in 2022 door de Librarian of Congress uitgeroepen tot de 24e Poet Laureate van de Verenigde Staten . Dit maakte haar de eerste Latina die Poet Laureate (zeg maar dichter des vaderlands) van de Verenigde Staten werd. Limón debuteerde in 2005 met de bundel ‘Lucky Wreck’  welke door Jean Valentine (Poet Laureate van 2008-2010) gekozen als winnaar van de Autumn House Poetry Prize in 2005, terwijl haar tweede bundel ‘This Big Fake World’ , de winnaar werd van de Pearl Poetry Prize in 2006.

.

In Praise of Mystery: A Poem for Europa

.

Arching under the night sky inky

with black expansiveness, we point

to the planets we know, we

.

pin quick wishes on stars. From earth,

we read the sky as if it is an unerring book

of the universe, expert and evident.

.

Still, there are mysteries below our sky:

the whale song, the songbird singing

its call in the bough of a wind-shaken tree.

.

We are creatures of constant awe,

curious at beauty, at leaf and blossom,

at grief and pleasure, sun and shadow.

.

And it is not darkness that unites us,

not the cold distance of space, but

the offering of water, each drop of rain,
.

each rivulet, each pulse, each vein.

O second moon, we, too, are made

of water, of vast and beckoning seas.
.

We, too, are made of wonders, of great

and ordinary loves, of small invisible worlds,

of a need to call out through the dark.

.