Site-archief
Vonkt
Stoel
.
Marije Langelaar (1978) is beeldend kunstenaar, dichter en schrijver en woont afwisselend in Arnhem en Russeignies in België. Op 15 november schreef ik over de Kunst- en poëzieroute in Arnhem, waar zij maar liefst vier gedichten voor aandroeg.
Ze debuteerde als dichter in 2003 met de bundel ‘De rivier als vlakte’. Hierna volgde in 2009 de bundel ‘De schuur in’. Hiervoor ontving Langelaar de tweejaarlijkse Hugues C. Pernath-prijs, terwijl deze bundel ook werd genomineerd voor de Jo Peters Poëzieprijs en de J.C. Bloemprijs.
Haar derde bundel ‘Vonkt’ verscheen in 2017, werd bekroond met de Jan Campert-prijs en de Awater Poëzieprijs en werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Haar werk is vertaald in het Engels, Turks, Litouws, Spaans, Italiaans, Frans en Russisch.
Op de website van Poetry International staat te lezen over haar poëzie: Met deze lichamelijke, ‘natuurlijke’ poëzie hoort Langelaar bij een hedendaagse Nederlandse stroming die de Vijftigerspoëzie van Lucebert nieuw leven inblaast. Een goed voorbeeld van haar ‘natuurlijke’ poëzie is het gedicht ‘Stoel’ uit haar bundel ‘Vonkt’.
.
Stoel
.
Ik stond naast een tafel en het verontrustte mij dat ik zo
alleen was en opeens hoorde ik het kloppen erg
zachtjes weliswaar maar iets maakte zich kenbaar.
Het was zo subtiel dat ik moest knielen, zo vond ik de
stoel en ik raakte het hout zoals je een tong raakt, ik
legde mijn vinger in een nerf, het begon onmiddellijk te
schemeren en dieren stonden om ons heen.
Inmiddels was ik al niet veel groter dan een speldenpunt
en innerlijk dronken de stoel zond mij zijn gedachten, vrij
technisch maar gevolgd door het ruisen van bomen
voor even, een seconde of drie werd ik stoel. Het was zalig, zalig
dat hout in mijn wervels! De klop in mijn been, een bestaan
zonder bloed of gedachten. En stil te staan eeuwig. En
opgetild. En altijd die functie en een
innerlijk waaien van de bomen afkomstig.
.
De luwte van het late middaguur
Lut de Block
.
In een kringloopwinkel in Brugge (ja ik kom daar nogal eens, soms hebben ze een hele aardige collectie poëzie van vroeger en nu zoals ook daar in Brugge) kocht ik een aantal dichtbundels. Een van die bundels was van een dichter Lut De Block (1952) uit Vlaanderen. Ze studeerde filosofie aan de RUG; zij werkt als freelance journaliste, o.a. voor Knack. In 1984 debuteerde ze met de bundel ‘Vader’. In haar werk is één van de kernthema’s de vader-dochter relatie (evenals de natuur en de dood). Reden hiervan ligt in het feit dat ze in februari 1963 haar vader dood aan de keukentafel vond. Dit trauma was een belangrijke inspiratiebron voor haar vroege werk.
Lut de Block heeft inmiddels 7 poëziebundels en een roman gepubliceerd. In de Special van MUGzine die begin 2024 in de Poëzieweek verscheen, is zij opgenomen als dichter. De reden was toen dat ze, net als de andere dichters in de Special, een relatie had met het bibliotheekwerk (zij was werkzaam in de bibliotheek van Gent). Nu heb ik dus de bundel ‘De luwte van het late middaguur’ in bezit, uit 2002 met een door Lut handgeschreven opdracht voorin uit 2006.
Op de achterflap staat over deze bundel te lezen: “Deze bundel exploreert het volledige leven. Er staan talrijke atmosferische gedichten in, die soms een broeierige, sterk erotisch geladen sfeer oproepen en altijd zijn neergeslagen in een taal zonder omwegen, vol passie, recht voor zijn raap, zij het nooit eenduidig of eendimensionaal.” In het titelgedicht dat ik uitkoos is dit alles aanwezig.
.
Het gebeurt. In de luwte van het late middaguur
als de dag zich ontdoet van haar hitsige kleren
en een vrouw zich opent. Het wordt windstil en
later want de tijd en de dingen gaan door. Het leven
beweegt. Zijn stem wrenst, zijn geur schraapt
haar bedwelmend uiteen. Hoe het nu verder moet
weet niemand, maar dat ze verder moet weet zij alleen.
.
Integratie
Anouk Smies
.
Anouk Smies (1975) publiceerde gedichten op onder andere Krakatau, de Optimist, Ooteoote, Deus Ex Machina, Meander, Mugzine en de Contrabas. Ze debuteerde in 2013 met de bundel ‘Citaten van een roofdier’. Haar tweede bundel, ‘Wie heeft een middelpunt nodig’, werd in 2017 genomineerd voor de J.C. Bloemprijs. In 2018 kwam haar derde bundel ‘Onbeschoft, zo wit’ uit. In 2021 volgde haar vierde bundel ‘De drang om niemand af te maken’. En nu is er een nieuwe bundel van haar hand verschenen bij uitgeverij Opwenteling getiteld ‘Mijn cloud, die de uwe is’.
Op haar website staat te lezen: “In ‘Mijn cloud, die de uwe is’ speelt het idee de hoofdrol. In haar vijfde bundel duwt Anouk Smies de lezer door nauwe ruimtes van bezwering en techniek. In deze poëzie valt het grote gelijk samen met de wachtmuziek van de eigen bubbel. Alles buiten de data is propaganda.”
Prachtige woorden maar je weet na lezing nog steeds niets. Daarom een voorbeeld. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Integratie’.
.
Integratie
.
Wees subversief
Was botten in rivieren
Wis films die in fantasie blijven steken
Schrap uw voorkeur voor fossielen en geschiedenis
.
In de afgelopen veertig jaar trilde techniek in uw binnenzak
terwijl die binnenkort door de binnenzak van uw cellen zwemt
.
Wees onbevreesd
Visualiseer hoe een laser de blinde vlek van uw zelfbeeld scalpeert
.
Ontspan
Als de Dalai Lama zegt dat een programmeur als AI-programma reïncarneert
bewijst hij dat bovenmenselijke intelligentie
de kwinkslag integreert
.
Ontmoeting met Joseph Brodsky
Peter Du Gardijn
.
In de bundel ‘Onder de dieren’ van Peter Du Gardijn uit 2007, staat het gedicht ‘Ontmoeting met Joseph Brodsky’. In het kader van dichters over dichters leek me dit een geschikt gedicht. Joseph Brodsky (1940-1996) was een Russische dichter. Peter Du Gardijn (1963) publiceerde onder meer verhalen en gedichten in De Revisor , Tirade , Bunker Hill , De Tweede Ronde , Terras en De Gids. In 2006 debuteerde hij met de roman Nachtzwemmen. Een jaar later volgde zijn eerste dichtbundel, ‘Onder de dieren’. Pas in 2014 zou een tweede dichtbundel het licht zien getiteld ‘Wat huid is’. Bij deze twee dichtbundels is het vooralsnog gebleven.
Wil je meer gedichten van Peter Du Gardijn lezen, ga dan naar de website van uitgeverij van Oorschot. Hieronder het gedicht van zijn hand over Joseph Brodsky.
.
Ontmoeting met Joseph Brodsky
.
Een ontheemde met een sproetroestig gezicht
nooit gezwicht voor het lot van de worm.
Ritmisch kraste zijn stem steeds over het papier
in gespannen eendracht met de vorm.
.
Ik zag hem op een kade in Rotterdam, getij
dat zich vrij zong als een organische harmonica.
Tot hij de herfstkreet bitter van de havik sneed!
Zo was hij al opgestegen voor zijn dood,
.
in het rococo kolken van zijn sigarettenrook.
Heel de wereld omgesmeed tot miniatuur,
landschap van taal. En winter, winter! O ja?
.
Was het dan toch Russisch, zangzingend
klank op klank ontsnappen aan Lenins dictatuur?
Poëzie, levenssap helder en wrang als wodka.
.
Dat dichtbij zo veraf kan zijn
Willy de Boo
.
Bij MUGbooks is zojuist een nieuwe bundel poëtische teksten en gedichten verschenen van Willy de Boo. Willy is freelance verslaggever, studeerde taal- en letterkunde Engels en schreef verschillende bedrijfspublicaties. Ze schreef verschillende artikelen en interviews met schrijvers, kunstenaars en dichters en ze maakt jarenlang deel uit van een groep kunstenaars die zich binnen Nederland bezig hield met de aankoop van kunstobjecten.
Ze volgt sinds enige jaren colleges met filosofische strekking en ze analyseert, onder begeleiding van dichter Peter Swanborn, werk van dichters van vroeger en nu. In 2015 verscheen haar debuutbundel ‘Zeepbellen’ en nu is er dan haar tweede bundel met Gedichten en poëtische teksten. De bundel is te koop voor € 10,- bij de dichter maar ik kan je met haar in contact brengen. De titel van de bundel ‘Dat dichtbij zo veraf kan zijn’ is genomen uit het gedicht ‘Dichtbij’.
.
Dichtbij
.
Hoe ver zou je moeten
gaan
om je bereisd te voelen
.
naar het Château van Montaigne
Hemingway’s Key West
naar Jackson Mississippi of
een rondvaart in Brest?
.
de Okefenokee Swamp in Georgia
naar het Engelse platteland
tot aan Afrika’s Savannen
of een ver idyllisch strand?
.
‘dat dichtbij zo veraf kan zijn’
riep een fietser uit Maassluis
al ter hoogte van Maasland
voldaan zette hij zijn tent op
bij een camping aan een polderrand
.
Houtskoolgedicht
Anton Martineau
.
Op een website van een kunstveiling kwam ik een houtskoolgedicht tegen van Anton Martineau waarin kunst en een gedicht samenkomen. Antoon Peter Johan Martineau (1926-2017) was een Nederlands beeldend kunstenaar en dichter. Hij werkte als kunstschilder, tekenaar, graficus en beeldhouwer in de stijl van het figuratieve expressionisme. Martineau was docent voor schilderkunst aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam (1978‐1988). Ook was hij docent aan de Vrije Academie in Den Haag (1969) en gastdocent aan de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam.
Als dichter zocht Martineau naar een sterke zeggingskracht door zijn materiaal te ‘kneden’, te herordenen en herschrijven, tot de meest expressieve vorm gevonden is, zonder daarbij te willen vervallen in effectbejag door een opzettelijk vuurwerk van krachttermen; ook rustige momenten en leegte hebben naar zijn zeggen hun waarde. Hoewel hij al veel langer schreef debuteerde hij als dichter pas in 1992, met de bundel ‘Martineau, poëzie van een dubbeltalent’.
Het houtskoolgedicht gemaakt in de periode 1945-1999 luidt:
.
ik ruil een regenbui
voor jouw handgemeen
verstrikt in je
franje, een
zwetend houvast
suiker op
je wangen
niets mag
gemorst want
altijd die
honger, die
honger
kijk ik naar
jou
.
Ode aan de jonge flandriens
Patrick Cornillie
.
Nu de Tour de France nog maar net gestreden is, kom ik een wielergedicht tegen op een ongebruikelijke plek namelijk op een bierfles. In 2017 verscheen van de Vlaamse dichter, schrijver en journalist Patrick Cornillie (1961) een gedicht op een bierfles van het merk Kwaremont. Een limited edition (van maar liefst 40.000 stuks!) met het gedicht ‘Ode aan de jonge flandriens’ van Cornillie en met een tekening van Frans Dejonckheere. Een flandrien is een wielrenner die een wielerwedstrijd hard maakt door voortdurend te kiezen voor de aanval en te blijven rijden totdat hij oververmoeid de streep bereikt. Patrick Cornillie is dan ook vooral een wielerschrijver en -dichter.
Ik schreef al eerder over wielergedichten van Anne Baaths en van Cornillie maar nog niet eerder in combinatie met één van de leukste categorieën op dit blog ‘gedichten op vreemde plekken’. Er werden in 2017 drie van die speciale Kwaremont-flesjes gelanceerd; op de andere twee staan de beeltenis van Tiesj Benoot en Edward Theuns, twee Belgische wielrenners.
Je kreeg de biertjes gratis bij Het Nieuwsblad, samen met de wielergids 2017. Enkele van die flesjes Kwaremont hadden trouwens een unieke code op de achterzijde. Wie een exemplaar in handen kreeg, maakte kans op een duo-ticket om de Ronde van Vlaanderen live mee te maken vanaf de eerste rij in het Kwaremont Koerse Kaffee Deluxe aan de voet van de Oude Kwaremont. Ik zeg een prachtig initiatief al vraag ik me af of zoiets, de combinatie van gratis bier weggeven bij een wielerwedstrijd én poëzie in Nederland zou kunnen.
Cornillie debuteerde in 1989 met de bundel ‘De draagwijdte van het heden’ en schreef sindsdien vele dichtbundels, fietsgidsen, sportboeken en proza. Zijn werk werd verschillende malen onderscheiden, zo kreeg hij onder andere poëzieprijzen in Halle, Harelbeke, Keerbergen en Ronse, de Yang Poëzieprijs en de Julia Tulkens Poëzieprijs. Het gedicht van Patrick Cornillie op de bierfles van Kwaremont lees je hieronder.
.
Ode aan de jonge flandriens
.
Gemaakt zijn ze, voor de koers,
gebeiteld voor wind en kasseien.
Het hoofd vol van bloemenmeisjes,
zegeroes en adrenaline in de dijen.
.
Gebrand op de Broektestraat, de kick
als eerste de Kwaremont op te stomen.
Want ongedurig zijn ze en al wielergod
in het diepste van hun velodromen.
.
Kingsize
Laurine Verweijen
.
Zo nu en dan kom ik een gedicht tegen van een dichter die ik niet ken. Toegegeven, dat gebeurt niet heel vaak, en misschien daardoor ben ik altijd verrast als zo’n dichter al best wat op zijn/haar palmares heeft staan. Dit gebeurde me toen ik in de bundel ‘Voor alle dagen’ Honderd-nog-wat gedichten zonder gelegenheid uit 2023 het gedicht ‘Kingsize’ van Laurine Verweijen las. Want deze dichter kende ik niet.
Nu blijkt Verweijen (1981) al enige jaren mee te lopen. Ze werkt als strateeg (lees ik op meerdere websites maar wat daar nu precies mee bedoeld wordt? Waarschijnlijk is ze merkstrateeg en doet ze branding en campagnes voor bedrijven) en is daarnaast dichter. In 2016 won zij de tweede prijs bij de Turing Gedichtenwedstrijd en gedichten van haar hand werden gepubliceerd in tijdschriften en magazines als Tirade, De Gids, De Revisor en het Liegend konijn.
In 2020 debuteerde ze met de bundel ‘Gasthuis’ waarin ze ‘bedachtzaam en energiek dicht vanuit onverwachte perspectieven over het zoeken naar een plek en het vasthouden van dingen die continu in beweging zijn’. Deze bundel werd genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs voor het beste debuut. Haar poëzie werd vertaald in het Frans en Engels en ze is betrokken bij het Tijdschrift Terras voor Internationale literatuur.
Opmerkelijk dus dat ik haar niet kende maar daar is dus nu verandering in gebracht. Het gedicht ‘Kingsize’ nam ik uit de bundel ‘Voor alle dagen’ samengesteld door Stefanie Liebreks, Joost Oomen en Yentl van Stokkum.
.
Kingsize
.
Je zou geen kind kunnen krijgen,
om het geenkind te leren dat ook die keuze
bestaat, daarvoor zou het wel
een meisje moeten zijn – om het die vrijheid
mee te geven. Als het geenkind een jongen is,
zou je het leren hoe met meisjes om te gaan.
.
Je zou geen kind kunnen krijgen en het ook aan
andere vrouwen willen laten zien, op het terras,
.
de werkvloer, wanneer je op vakantie bent.
.
Anderen zullen eerst denken dat het welkind
bij opa oma slaapt, dat je gescheiden, of nee
.
het geenkind
komt als allerlaatste.
.
Je zou keer op keer het nietkind
naar voren schuiven, als de keuze
die je hebt gemaakt en hoe je die
met lege handen draagt.
.















