Site-archief

Haarspeld

Erotische gedicht van Paul Claes

.

Uit de niet te versmaden bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’samengesteld door Vrouwkje Tuinman en Ingmar Heytze vandaag een gedicht van de dichter Paul Claes (1943). Dit gedicht werd gepubliceerd in de bundel ‘Rebis’ uit 1999.

.

Haarspeld

.

Soms speelt hij met de haarspeld in zijn hand.

Over de ribbels van haar ruggengraat

strelen zijn vingers, tot ze zich ontspant

en opengaat,

.

als hij zijn vingertop ertussen brengt,

en telkens weer kan hij er niet genoeg

van krijgen het te doen, terwijl hij denkt

aan wie haar droeg

.

haarspeld

 

Claes-Paul01_s

Daniel Dee

Stadsdichter Rotterdam geeft zijn functie door aan Hester Knibbe

.

Gisterochtend werd tijdens een bijeenkomst in de centrale bibliotheek van Rotterdam (in het Bibliotheektheater) het stadsdichterschap overgegeven van Daniel Dee naar Hester Knibbe. Daniel heeft de afgelopen 2 jaar Rotterdam gediend als stadsdichter met mooie projecten en dito gedichten. De stadsdichter schrijft in ieder geval elk jaar 6 gedichten met de stad en haar bewoners als inspiratiebron. Daarnaast heeft de stadsdichter de vrije hand in hoe hij of zij het stadsdichterschap invulling wil geven.

Daniel heeft zich heel veel begeven onder de inwoners van Rotterdam, heeft vrijwel geen enkele uitnodiging afgeslagen en heeft dus in opdracht minimaal 12 gedichten geschreven over Rotterdam en de Rotterdammers. Zijn laatste gedicht werd tijdens de bijeenkomst getoond met een animatie van Daniel Oliveira Prins.

.

Hier zijn laatste stadsgedicht en het filmpje van Daniel Oliveira Prins.

.

Biopic de film van je leven flitst aan je ogen voorbij

.

als ik de film van je leven mocht regisseren

zou ik beginnen bij de virussen in je lijf

.

het menselijk lichaam bestaat

tenslotte voor negenennegentig procent uit zuurstof

koolstof waterstof stikstof calcium en fosfor

.

wat is dus werkelijk van jou

wat maakt jou

.

ik zou de virussen filmen hoe ze na het gestelde ultimatum

een alles vernietigende oorlog beginnen

zoals we die kennen van verre vreemde landen op het journaal

waar geen rambo nog iets aan kan redden

iedereen van het padje af

er er zou gesneuveld worden dat de stukken eraf vlogen

.

een oorlog die uiteindelijk resulteert in de totale overgave van je geest

zodat je niets anders kan dan naar mij verlangen

.

in de slotscène zou ik op ingenieuze wijze uitzoomen

om in softfocus in beeld te brengen hoe wij op de bank

verstrengeld met elkaar innig zoenen en versmelten

.

ik zou niet eens hoeven acteren

.

daniel-dee-arminius-feb14

 

Meten & wegen

Anne Vegter

.

In het op een na laatste jaar van haar Dichterschap des Vaderland (2013-2016) aandacht voor Anne Vegter. Uit mijn boekenkast trek ik de (zeer recent verkregen) bundel ‘Eiland  berg  gletsjer’ uit 2013. In deze bundel met pikante tekeningen ( ze doen me denken aan de erotische tekeningen uit de bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ die ik met Alja Spaan publiceerde, van Pierre Struys) 12 gedichten en 2 langere gedichten (Eiland berg gletsjer en Dochter van).

Uit de reeks gedichten het gedicht ‘Meten & weten’.

.

Meten & weten

.

Of het tijd kost Anne Vegter te zijn.

De schotels in de lucht houden, probeer ik.

,

Ik doe natuurlijk maar wat.

Gisteren zei iemand het past of fluit ernaar.

.

Iemand zei genen van belangstelling

woekeren/denkers willen verspilling!

.

Het kost niet per se tijd maar het hoofd

(denken aan de liggende jaren, een tegen-

.

stelling noemen van verlangen) puilt uit.

Lezers zoeken iemand om in uit te rusten.

.

vegter

 

eiland

Groter dan de feiten

Jan Baeke

.

Gisterochtend op mijn verjaardag gekregen: ‘Groter dan de feiten’ dichtbundel van Jan Baeke. Een mooie bundel met vervreemdende poëzie (het is waar wat er op de achterflap staat). In vijf hoofdstukken zijn de gedichten per hoofdstuk genummerd en zonder titel. Hoewel de achterflap ook rept van ‘een zonovergoten maar beklemmende mediterrane provinciestad’ kwam bij mij bij het lezen van dit gedicht meteen het beeld boven van een klein West-Vlaams dorp (vraag me niet waarom!).

Uit het hoofdstuk ‘Alleen het begin telt’ het tweede gedicht.

.

In het café op het plein wordt alles teruggebracht

tot veraf en dichtbij.

.

Jij komt van hier.

Ik ben een maand geleden vertrokken.

.

De barman hangt in de radio

hoort onze dorst niet, hoort berichten voor het verzet.

.

Jouw nagels krassen alle neerslag weg.

Ik zie de patronen, de onhandige gebeden, kijk

vooruit de ramen in, zie dat het plein

door steeds grilliger schaduwen bezocht wordt.

.

Ik zie hoe jij mij dierbaar

zijn kan.

Je buigt je hoofd.

Het café buigt tegen jou in, stervend glaswerk.

.

Groter dan de feiten

janbaeke

Franconia

Robert Frost

.

Hoewel ik op 3 januari nog over Robert Frost schreef, ga ik het nu toch gewoon weer doen. Waarom? Omdat ik een bijzonder aardig Youtube filmpje tegen kwam over het huis van de familie Frost in Franconia, tussen 1915 en 1920 en daarna nog als zomerhuis tot 1939. In dit huis in  Franconia schreef Robert Frost vele gedichten (zoals The road not taken, elders op dit blog te lezen). In het stuk grond rond het huis is dan ook een Poetry Trail gemaakt, een wandeling door het bos waarbij je vele gedichten tegen komt van Frost op borden. Een stichting heeft dit pad ingericht in 1997.

Veel mensen zien Robert Frost als de grootste Amerikaanse dichter van de twintigste eeuw. Een mooie quote van hem is: “In three words I can sum up everything I know about life: It goes on.” En zo is het. Zijn leven en werk blijft echter bestaan in het huis in New Hampshire (wat te bezichtigen is) en zijn gedichten. Zoals het gedicht ‘Nothing gold can stay’.

.

Nothing gold can stay

.

Nature’s first green is gold

Her hardest hue to hold

Her early leaf’s a flower;

But only so an hour.

Then leaf subsides to leaf.

So eden sank to grief,

So dawn goes down today.

Nothing gold can stay.

.

Frost

 

Frost 2

 

frost 3

 

Facetten der Nederlandse poëzie

Jan Prins

.

Vandaag uit mijn boekenkast een bundel gepakt die er op het eerste oog wat saai uitziet. Cremekleurig met op de voorkant slechts een frame met letters (de n en de d van de uitgeverij Nijgh & van Ditmar te) en daarbinnen de titel ‘Facetten der Nederlandse poëzie, van Kloos tot Elsschot’ uit 1964.

Dit is deel 68 uit de Nimmer dralend reeks (enkel deel) en deel 3 uit de ‘Facetten van de poëzie’. Samengesteld door Pierre H. Dubois, Karel Jonckheere en Laurens van der Waal. In de inleiding stellen zij over de totstandkoming en keuze der dichters onder andere: “..dat de litteratuur in Noord en Zuid als één geheel wordt beschouwd en er derhalve naar een redelijk evenwicht tussen beide werd gezocht.” Poëzie en dichters uit Nederland en Vlaanderen dus.

Omdat er vele prachtige gedichten in deze bundel staan, heb ik gekozen voor een gedicht van een, mij onbekende, dichter namelijk Jan Prins.

Jan Prins (1876 – 1948) werd geboren in Rotterdam, werkte van 1892 tot 1924 bij de Marine. In zijn poëzie geeft Prins blijk van zijn liefde voor het Nederlandse (en later ook Indische) landschap. Jan prins kreeg bekendheid door de gedichten die hij schreef over het bombardement op Rotterdam in 1940. Oorspronkelijk uit de bundel ‘Bijeengebrachte Gedichten’ uit 1947 het gedicht ‘De stad’.

.

De stad

.

De stad ligt in den avondgloed, –

De torens en de tinnen blinken, –

En ’t laag gedaalde zonlicht doet

Wat kleurig was in schaduw zinken.

.

De schemerige wegen zijn

Nog vol, en in de nauwe stegen

Ziet men zich in den valen schijn

Een vagen mensendrom bewegen.

.

Chinezen met hun onbehaard

Gelaat en rustige Javanen

En Arabieren, trots-behaard,

In hun wijdzeilende soutanen.

.

De bruggen over de rivier

Bespannen met haar smalle bogen

Het bleke water, waarin hier

En daar iets donkers wordt bewogen.

.

De vrouwen komen af en aan,

Die water in de kruiken halen,

En met een doek gesluierd gaan

Als in de Bijbelse verhalen.

.

De kooplui zitten op den grond

Bij lampen, die nu de gezichten

Der stille kopers, in het rond

Gebukt, beginnen te verlichten.

.

Een enkele beweging slaat

Nog uit de menigte naar voren

En vlamt in ’t rosse licht, en gaat

Weer in de menigte verloren.

.

En vreemder wordt, nu ’t avonduur

Opnieuw de mensen komt vertroosten,

In ’t licht dat zwicht na ’t middagvuur,

De vreemde wereld van het Oosten.

.

jan_prins

JP bijeengebrachte

 

IMG_9348

prinsjanhandt

Mahmoud Darwish

Dichter in verzet

.

Mahmoud Darwish (1941 – 2008) was een Palestijns dichter en schrijver die talrijke onderscheidingen kreeg voor zijn literair oeuvre. In zijn werk werd Palestina een metafoor voor het verlies van zijn land, de geboorte en de heropstanding, de pijn van de verdrijving en de Palestijnse diaspora. In 2004 ontving Darwish de Grote Prins Claus Prijs voor zijn oeuvre. Maar hij ontving meerdere internationale prijzen voor zijn werk zoals Ridder in de orde van Kunsten en Letteren (1993 Frankrijk), De Lenin Vredesprijs (1983 Sovjet-Unie) en De Lotusprijs (1969 Unie van Afro-Aziatische Schrijvers).

Hij publiceerde zijn eerste gedichtenbundel ‘Asafir Bila Ajniha’ op negentienjarige leeftijd. Hij woonde in Palestina, Libanon (na de oorlog van 1948), de Sovjet Unie, Egypte en uiteindelijk kreeg hij van de regering toestemming om in Israël te komen wonen nadat hij jarenlang de toegang was ontzegd door zijn lidmaatschap van de PLO. Hij ging toen wonen in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever. Darwish werkte als directeur van het Palestinian Research Center van de PLO en werd in 1987 gekozen in de leiding van de PLO.

In 1988 schreef hij een manifest dat was bedoeld als de onafhankelijkheidsverklaring van het Palestijnse volk. In 1993, na het afsluiten van de Oslo-akkorden, nam hij ontslag uit het Uitvoerend Comité van de PLO. In 2004 schreef hij de nationale grafrede voor de overleden leider Yasser Arafat.

Darwish stond steeds een “gedurfd en eerlijk” standpunt voor in de onderhandelingen met Israël. Ondanks zijn kritiek op zowel Israël als op de Palestijnse leiding geloofde Darwish dat vrede haalbaar was. “Ik wanhoop niet”, vertelde hij tegenover de Israëlische krant Haaretz.

Darwish beschouwde zichzelf als een Trojaanse dichter, hij verzamelde en reconstrueerde de stemmen van de verslagenen. “De Trojanen zouden een heel ander verhaal hebben verteld dan Homerus maar hun stem is voor altijd verloren gegaan. Ik ben op zoek naar hun stemmen”. Maar Darwish schreef niet alleen over deze “Trojaanse stemmen”, zijn poëzie ging ook over de erotische liefde, de fysieke zwakheid, de spirituele verbijstering en de metafysische honger.

Op zijn optredens in het Midden Oosten kwamen vaak duizenden mensen af. Hij kreeg een staatsbegrafenis en vele duizenden in de Arabische wereld rouwden om zijn dood.

Zijn werk werd in meer dan twintig talen vertaald.

.

In 1964 schreef hij het gedicht ‘Identiteitskaart’  waarmee hij grote bekendheid verkreeg.

.

Identiteitskaart

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
En het nummer van mijn identiteitskaart is vijftigduizend
Ik heb acht kinderen
En de negende komt na een zomer
Zul je boos zijn?

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
In dienst met collega-arbeiders bij een steengroeve
Ik heb acht kinderen
Ik haal brood voor ze
Kleren en boeken
Van de stenen…
Ik smeek niet om liefdadigheid aan je deuren
Noch kleineer ik mezelf bovenaan de treden van je vertrekken
Dus zul je boos zijn?

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
Ik heb een naam zonder titel
Geduldig in een land
Waar mensen woedend zijn
Mijn wortels
Werden diep ingebed voor de geboorte van de tijd
En voor de opening van de tijdsperken
Voor de dennenbomen, en de olijfbomen,
En voordat het gras groeide

Mijn vader.. stamt af van de familie van de ploeg
Niet van een bevoorrechte klasse
En mijn grootvader.. was een boer
Noch van goede komaf, noch van gegoede familie!
Leert me de trots van de zon
Voordat me geleerd wordt hoe te lezen
En mijn huis is als de hut van een wachter
Gemaakt van takken en riet
Ben je tevreden met mijn status?
Ik heb een naam zonder titel!

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
Je hebt de boomgaarden van mijn voorouders gestolen
En het land dat ik bebouwde
Samen met mijn kinderen
En je hebt niets voor ons overgelaten  Behalve deze stenen..
Dus zal de staat ze afnemen
Zoals is gezegd?!

Daarom!
Schrijf bovenaan de eerste pagina:
Ik haat geen mensen
Noch maak ik inbreuk
Maar als ik honger krijg
Zal het vlees van de overweldiger mijn eten zijn
Pas op ..
Pas op..
Voor mijn honger
En mijn woede!

.

Mahmoud Darwish

Lichtgedicht

Ester Naomi Perquin en Geert Mul

.

In januari 2014 verscheen in de Noorderzon, wijkkrant van Rotterdam-Noord het bericht dat in december 2013, in het Muizengaatje (de onderdoorgang van het spoor bij station Rotterdam Noord, nabij de Bergweg) een lichtgedicht is geplaatst van dichter Ester Naomi Perquin (toen stadsdichter van Rotterdam) en kunstenaar Geert Mul. Het gedicht is geplaatst op het plafond en door de speelse belichting krijgt het steeds een andere dimensie.

De combinatie van tekst en gekleurd licht zorgt voor verschillende lagen en daagt de lezer uit om de tekst opnieuw te lezen, te interpreteren en te ontdekken.

Lichtgedicht-Station-Noord-16-12-2014-DSC_3591-NZ-NZO

 

Lichtgedicht-Station-Noord-16-12-2014-DSC_3609-NZO

Foto’s: Johannes Odé, redacteur van Noorderzon.

Gedichtje van vroeger

Gedicht uit 1986

.

Uit de oude doos maar weer eens een gedicht van mijn hand, dit keer uit 1986 met de titel ‘Kijk’.

.

Kijk

.

Je ogen, vochtig

kregen vat op mijn gemoed

en deden mijn gezicht

serieus plooien.

zo voelde ik dat.

.

Hoe jij mij zag

bleef een raadsel

in je ogen

las ik enkel

nattigheid

.

tear

Zwaluwwand

Gedicht op een vreemde plek

.

De Nederlandse dichteres en schrijfster Heleen Bosma uit Deventer was in 2013 en 2014 Dichter bij Overijssel. Bosma heeft als provinciedichter voor de provincie Overijssel ten minste 6 gedichten per jaar geschreven.

Heleen Bosma studeerde Nederlandse letterkunde. Ze dicht al haar hele leven en is nu vijftien jaar fulltime dichteres. In augustus 2009 werd zij gekozen tot Deventer Dichter. In 2011 heeft zij deze erefunctie afgerond en  verscheen  de bundel ‘Oostenwind’. Ze treedt graag op en het is haar specialisme dichtregels letterlijk de ruimte te geven, in, op of rond gebouwen en als landart (in de natuur).
Daarnaast zet ze zich in voor het wijd verspreiden van de poëzie van andere nationale en internationale dichters en dichteressen. Poëzie is volgens Bosma niet ingewikkeld, poëzie is van iedereen waar ik het uiteraard helemaal mee eens ben.

Een mooi voorbeeld van de genoemde landart, of zoals ik hem gerangschikt heb onder gedichten op vreemde plekken, is het gedicht ‘Vederlicht’. Dit gedicht werd Geschreven ter gelegenheid van de afronding van de natuurinrichting Wetering Oost en West en de faunapassage bij Muggenbeet (Steenwijkerland) op 29 augustus 2014. Het is aangebracht op de zwaluwwand bij de vogelkijkhut, nadat de zwaluwen klaar waren met broeden.

.

Verderlicht

Vederlicht is onze ziel

Van dons en zijdezacht

Wij zijn een stipje in het zwerk

Een knipoog naar de zwaartekracht

.

zwaluwen

 

foto_zwaluwwand